Home

Rechtbank Amsterdam, 15-02-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1644, C/13/615516 / HA RK 16-349

Rechtbank Amsterdam, 15-02-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1644, C/13/615516 / HA RK 16-349

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15 februari 2018
Datum publicatie
13 april 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:1644
Zaaknummer
C/13/615516 / HA RK 16-349

Inhoudsindicatie

Rekest; toewijzing verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens uit zoekresultaat van zoekmachine Google; reikwijdte verbod verwerking bijzondere persoonsgegevens a.b.i. art. 16 Wbp; Costeja-arrest, belangenafweging; strafrechtelijke persoonsgegevens met privacygevoelig karakter, onvoldoende zwaarwegend publiek belang.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/615516 / HA RK 16-349

Beschikking van 15 februari 2018

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. J.M. Geelkerken te Amsterdam,

en

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE INC.,

gevestigd te Mountain View, Californië (Verenigde Staten van Amerika),

belanghebbende,

advocaat mr. A. Strijbos te Amsterdam

en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NRC MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbende.

Partijen worden hierna [verzoeker] , Google en NRC genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit

-

het verzoekschrift met vertaling en bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 september 2016,

-

de tussenbeschikking van 24 november 2016, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

-

het verweerschrift met bijlagen,

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 12 juni 2017, met de daarin genoemde stukken;

-

de brief van de griffier van 22 september 2017 waarbij NRC is gevraagd of zij op het verzoek gehoord wenst te worden;

-

het proces-verbaal van de voortzetting van de mondelinge behandeling, gehouden op 28 november 2017, met de daarin genoemde stukken.

1.2.

De beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn van de (uitgestelde) beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is werkzaam (geweest) als zelfstandig artiestenmanager in de muziekindustrie.

2.2.

Google is exploitant van de internetzoekmachine Google Search (hierna: de zoekmachine). Deze zoekmachine helpt gebruikers om informatie elders op het internet te vinden. Gebruikers kunnen een of meer zoektermen opgeven, waarna de zoekmachine een pagina met zoekresultaten weergeeft. De zoekresultatenpagina toont hyperlinks die onder andere naar webpagina’s verwijzen. De selectie en ordening van de zoekresultaten en de vertoning daarvan aan de gebruiker zijn het dynamisch product van een geautomatiseerd, algoritmisch proces. Dat algoritme selecteert en ordent zoekresultaten aan de hand van meer dan 200 factoren. De precieze werking van dit algoritme is een bedrijfsgeheim van Google.

2.3.

Bij zijn geboorte kreeg [verzoeker] de achternaam van zijn moeder. Toen [verzoeker] twee jaar oud was, is zijn naam veranderd in de achternaam van de nieuwe man van zijn moeder. Rond zijn 35e heeft [verzoeker] zijn achternaam gewijzigd naar ‘ [verzoeker] ’. [verzoeker] gebruikte op dat moment al een aantal jaren de artiestennaam ‘ [verzoeker] ’. Die artiestennaam bleef hij gebruiken ook nadat zijn naam was gewijzigd in ‘ [verzoeker] ’. Deze artiestennaam stond destijds ook in zijn paspoort als ‘pseudoniem’ bijgeschreven, inmiddels niet meer.

2.4.

[verzoeker] heeft vanaf 2005 voor [bedrijf] gewerkt als freelance artiestenmanager.

2.5.

Toen [verzoeker] al ruim anderhalf jaar werkte voor [bedrijf] , heeft hij op verzoek van [bedrijf] een cv (met daarop een opleiding die hij niet had afgerond) en een kopie van zijn paspoort, met daarin een door hem aangebrachte aanpassing (hij had zijn naam veranderd in ‘ [verzoeker] ’), aan [bedrijf] verstrekt. [bedrijf] heeft hierop aangifte gedaan van valsheid in geschrifte. Deze aangifte heeft geleid tot vervolging van [verzoeker] en vervolgens, in [maand] 2008, tot zijn veroordeling door de politierechter te Den Haag met oplegging van een werkstraf van 80 uur (hierna: de strafzaak).

2.6.

Op [datum] 2008 verscheen in NRC-Handelsblad een artikel met als kop “ [krantenkop] ” (hierna: het NRC-artikel of eenvoudigweg het artikel).

2.7.

Het NRC-artikel beschrijft de terechtzitting van de politierechter in de strafzaak tegen [verzoeker] in [maand] 2008 en de aansluitende veroordeling. In het artikel wordt [verzoeker] met zijn volledige (achter)naam vermeld.

2.8.

Als in de zoekmachine de zoekopdracht ‘ [verzoeker] ’ wordt ingevoerd, wordt een zoekresultaat (hierna: het zoekresultaat) weergegeven. Op de eerste pagina van het zoekresultaat verschijnt (ten tijde van het indienen van het verzoekschrift en ten tijde van het schrijven van deze beschikking) als eerste URL de koppeling die verwijst naar het NRC-artikel met daarbij een snippet, een korte samenvatting van de pagina onder de titel (hierna: afzonderlijk de URL en de snippet, en gezamenlijk: de koppeling). Het gaat om de volgende URL:

(De URL is om privacyredenen verwijderd).

Het zoekresultaat ziet er als volgt uit: (Het zoekresultaat is om privacyredenen verwijderd).

2.9.

In 2016 heeft [verzoeker] herhaaldelijk bij Google verzoeken tot verwijdering van de koppeling ingediend. Google heeft deze verzoeken telkens afgewezen.

2.10.

Eveneens in 2016 heeft [verzoeker] ook NRC verzocht de link naar het artikel te verwijderen. NRC heeft dit verzoek afgewezen.

2.11.

Op [datum] 2016 heeft de advocaat van [verzoeker] opnieuw bij Google een verzoek tot verwijdering van de koppeling ingediend.

2.12.

Per e-mail van [datum] 2016 heeft Google dit verzoek afgewezen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, Google te bevelen om binnen 24 uur na de beslissing in deze procedure de koppeling, die voortkomt uit de zoekopdracht naar zijn naam, uit de zoekresultaten te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag, te vermeerderen met rente, en subsidiair dat de rechtbank een voorziening treft, met veroordeling van Google in de proceskosten.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag. Google is met betrekking tot de URL aan te merken als verwerker van strafrechtelijke persoonsgegevens omdat de bronpagina onder meer gegevens betreffende een strafbaar feit en de daarvoor opgelegde straf bevat. Primair is de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens dan ook onrechtmatig op grond van artikel 8 lid 5 van de Europese Privacyrichtlijn (Richtlijn 95/46/EG) juncto artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp), nu er geen sprake is van de uitzonderingsgronden die limitatief en exclusief zijn opgesomd in artikel 22 Wbp. [verzoeker] verwijst naar het arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 mei 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:1360). Subsidiair, in het licht van de artikelen 36 en 40 Wbp, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) in zijn arrest van 13 mei 2014 met zaaknummer C-131/12 inzake Google Spain vs. Costeja (hierna: het Costeja-arrest) ten aanzien van strafrechtelijke persoonsgegevens overwogen dat het om een bijzonder geval gaat waarbij de aard en de gevoeligheid van de gegevens een beslissende factor vormen bij het bepalen van het evenwicht tussen de betrokken belangen van partijen. Bij de volgens dit arrest te maken belangenafweging dient het recht op privacy van [verzoeker] te prevaleren boven het recht van Google om de zoekresultaten in stand te laten. [verzoeker] wijst er daartoe – samengevat – op dat de koppeling verwijst naar het NRC-artikel dat een proces beschrijft dat dateert van (inmiddels) tien jaar geleden en dat bovendien veel onjuistheden bevat. De koppeling maakt dat [verzoeker] nog regelmatig wordt geconfronteerd met dit strafbare feit, een relatief licht vergrijp, terwijl hem daarvoor reeds een taakstraf is opgelegd die hij zonder protest heeft ondergaan; daarmee wordt [verzoeker] door de koppeling aanvullend gestraft.

3.3.

Google verzet zich tegen het verzoek en stelt zich op het standpunt dat zij het verwijderingsverzoek van [verzoeker] terecht heeft afgewezen. Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Het verwijderingsverzoek van [verzoeker] voldoet niet aan de criteria van artikel 36 Wbp en het Costeja-arrest. Zij wijst daarbij op het volgende: a) de URL verwijst naar een publicatie van een gerespecteerd landelijk nieuwsmedium; b) de URL is het enige zoekresultaat dat verwijst naar informatie over de meerdere strafrechtelijke veroordelingen van [verzoeker] en de enige link tussen de verschillende identiteiten van [verzoeker] ; c) de publicatie waarnaar de URL verwijst gaat onmiskenbaar over [verzoeker] ; d) de publicatie is relevant voor het beoordelen (door potentiële opdrachtgevers) van de professionele integriteit van [verzoeker] , terwijl zijn wisselende achternamen ervoor kunnen zorgen dat mogelijke misstanden in zijn professionele handelen minder makkelijk vindbaar zijn; e) de publicatie bevat geen informatie over het privéleven van [verzoeker] , anders dan dat hij zijn achternaam heeft gewijzigd, en gaat juist over zijn handelingen in zijn professionele hoedanigheid; f) de publicatie is niet onnodig grievend voor [verzoeker] ; g) de publicatie is het voorzienbare gevolg van zijn eigen handelen.

Ten aanzien van de feitelijke onjuistheden op detailniveau in het NRC-artikel wijst Google erop dat er ook inconsistenties zitten in het betoog van [verzoeker] , waaronder zijn eigen stelling dat hij al sinds 2011 niet meer actief is in de muziekindustrie, terwijl uit openbare bronnen blijkt dat dit niet juist is. Indien aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 36 en 40 Wbp wordt voldaan, dient bij de alsdan te maken belangenafweging het belang dat het publiek, in het bijzonder toekomstige opdrachtgevers, heeft om de informatie te kunnen vinden, zwaarder. Het feit dat de publicatie gaat over de strafrechtelijke veroordeling van [verzoeker] , en dus bijzondere persoonsgegevens bevat als bedoeld in artikel 16 Wbp, maakt dit niet anders, omdat het verbod op het verwerken van bijzondere gegevens slechts op haar van toepassing is voor zover verenigbaar met de bescherming van de informatievrijheid. Omdat het hier gaat om herhaaldelijke veroordelingen voor hetzelfde strafbare feit, waarvan in ieder geval het meest recente misdrijf is gepleegd in professionele hoedanigheid en met het doel om een werkgever te misleiden, zou het een te vergaande beperking van de informatievrijheid van zowel Google als NRC en de informatiezoekenden zijn als Google het NRC-artikel onvindbaar zou maken.

3.4.

NRC verzet zich eveneens tegen het verwijderingsverzoek. NRC erkent dat in het artikel onjuistheden staan. Zij heeft het verzoek van [verzoeker] destijds afgewezen omdat voor de krant de integriteit van het archief voorop staat. Zij bevestigt dat uitgangspunt is dat verdachten of veroordeelden van strafbare feiten slechts met voornaam en eerste letter van de achternaam worden vermeld (en dat dit ook zo in de Stijlgids van NRC staat), maar stelt zich op het standpunt dat in dit geval terecht de volledige naam van [verzoeker] in het artikel is vermeld omdat onder meer (het gebruik van) de naam de inzet was van de rechtszaak.

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover nodig – nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beoordeling