Home

Rechtbank Amsterdam, 28-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1914, C/13/643965 / KG ZA 18-197

Rechtbank Amsterdam, 28-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1914, C/13/643965 / KG ZA 18-197

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28 maart 2018
Datum publicatie
3 april 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:1914
Zaaknummer
C/13/643965 / KG ZA 18-197

Inhoudsindicatie

verstrekken NAW-gegevens; 843a Rv

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/643965 / KG ZA 18-197 FB/BB

Vonnis in kort geding van 28 maart 2018

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

TOYOTA BELGIUM N.V.,

gevestigd te Zaventem (België),

2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht

INCHCAPE RETAIL BELGIUM N.V.,

gevestigd te Anderlecht (België),

eiseressen bij dagvaarding van 5 maart 2018,

advocaat mr. W.B.J. van Overbeek te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procesadvocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

advocaat mr. A.L. de Vogel te Amsterdam.

Eiseressen worden hierna gezamenlijk Toyota genoemd en gedaagde wordt hierna aangeduid als ING.

1 De procedure

Ter zitting van 14 maart 2018 heeft Toyota gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij de vordering tot het verstrekken van gegevens aangaande eventuele (door)betalingen van rekening [rekeningnummer derde] naar andere rekeningen ter zitting heeft beperkt tot (door)betalingen die zijn gedaan op 1 of 2 februari 2018, nadat haar door ING was medegedeeld dat nadien geen (door)betalingen zijn gedaan.ING heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Toyota: [boekhouder] (boekhouder) met mr. Van Overbeek en zijn kantoorgenoot mr. J.G. Reus.

aan de zijde van ING: [bedrijfsjurist] (bedrijfsjurist), [fraudeonderzoeker] (fraudeonderzoeker) met mr. A.L. de Vogel.

2 De feiten

2.1.

Toyota Belgium N.V. (eiseres 1) is de importeur van Toyota voertuigen in België. De door haar geïmporteerde voertuigen worden aan eindgebruikers verkocht via een netwerk van door Toyota Belgium aangestelde Toyota dealers. Inchcape Retail Belgium N.V. (eiseres 2) is een Toyota dealer in België. Toyota Belgium en Inchcape Retail Belgium (hierna gezamenlijk Toyota) zijn beiden in handen van de Engelse vennootschap Inchcape plc. Zij werken nauw samen en beschikken onder meer over een gezamenlijke afdeling boekhouding.

2.2.

ING is een Nederlandse bancaire instelling met onder meer een dochtervennootschap in België (ING Belgium N.V.).

2.3.

Toyota is momenteel bezig met het realiseren van een nieuw bedrijfspand in Zaventem (België). De bouw wordt uitgevoerd door de vennootschap Cosimco N.V. (hierna: Cosimco).

2.4.

Toyota is slachtoffer geworden van factuurfraude. Op 8 januari 2018 is de afdeling boekhouding van Toyota gebeld door een persoon die zich bekend heeft gemaakt als een medewerker van Cosimco met de mededeling dat de factuur over november 2017 nog openstond. Nadat de boekhouder daarop had gereageerd met de mededeling dat die factuur wel was voldaan heeft de persoon gevraagd naar het moment van betalen van de factuur over december 2017. Daarop heeft de boekhouder medegedeeld dat de factuur over december 2017 (€ 643.940,74) begin februari 2018 zal worden voldaan. Op 26 januari 2018 is de afdeling boekhouding van Toyota door dezelfde persoon als op 8 januari 2018 gebeld met de mededeling dat het bankrekeningnummer van Cosimco was gewijzigd (van [rekeningnummer Cosimco] naar [rekeningnummer derde] ). De boekhouder heeft daarop verzocht dit per e-mail te bevestigen. Nadat de boekhouder deze bevestiging op 29 januari 2018 van ene [naam 1] (afkomstig van de e-mail [e-mailadres bij cosimco] ) had ontvangen heeft (de boekhouder van) Toyota op 1 februari 2018 het bedrag van € 643.940,74 overgemaakt op bankrekening [rekeningnummer derde] ten name van Cosimco.

Op 2 februari 2018 is Toyota gebeld door haar contactpersoon bij ING Belgium met de vraag of de betaling van 1 februari 2018 correct was. Volgens de contactpersoon waren er verdachte betalingen verricht. Van het bedrag van € 643.940,74 dat Toyota had overgemaakt was in korte tijd een totaalbedrag van € 93.180,74 overgemaakt naar verschillende rekeningen. Vervolgens had de rekeninghouder van [rekeningnummer derde] opdracht gegeven het resterende bedrag van € 550.760,= op een zogenoemde tweedegraadsrekening te zetten. De tweedegraadsrekening valt binnen hetzelfde domein als rekeningnummer [rekeningnummer derde] , maar wordt gehouden door een gelieerde natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan de ultimate beneficial owner (UBO) dezelfde is als die van de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van rekeningnummer [rekeningnummer derde] .

Na contact met Cosimco is vervolgens gebleken dat rekeningnummer [rekeningnummer derde] niet van Cosimco was.

2.5.

Toyota heeft nog diezelfde dag (2 februari 2018) bij de Belgische politie aangifte gedaan van een strafbaar feit.

2.6.

ING Belgium heeft het bedrag van € 550.760,= dat door de rekeninghouder van rekeningnummer [rekeningnummer derde] op een tweedegraadsrekening was laten zetten geblokkeerd.

2.7.

Op 14 februari 2018 heeft Toyota bij de onderzoeksrechter van de rechtbank in eerste aanleg te Brussel een klacht met burgerlijke partijstelling ingediend, met het verzoek vervolging in te stellen.

2.8.

Op het verzoek van (de Belgische advocaten van) Toyota aan ING om de identiteitsgegevens van de rekeninghouder van rekeningnummer [rekeningnummer derde] bekend te maken heeft ING afwijzend gereageerd omdat de rekeninghouder haar daar uitdrukkelijk geen toestemming voor heeft gegeven en artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) daaraan in de weg zou staan. ING heeft wel de namen van de Nederlandse advocaten (waaronder mr. Buntsma) van de rekeninghouder kenbaar gemaakt. Deze advocaten hebben de identiteit van hun cliënten ook niet willen prijsgeven.

2.9.

Na daartoe op 22 februari 2018 van de voorzieningenrechter te Amsterdam verkregen verlof heeft Toyota diezelfde dag ten laste van de op dat moment nog onbekende houder van rekeningnummer [rekeningnummer derde] onder ING conservatoir beslag gelegd voor een door Toyota gestelde vordering van € 670.000,=. Nadat Toyota duidelijk was geworden wat de reikwijdte van de mededeling van haar contactpersoon bij ING op 2 februari 2018 over de doorboeking van bedragen naar een tweedegraadsrekening inhield, heeft Toyota op 23 februari 2018 bij de voorzieningenrechter te Amsterdam verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag op aan rekeningnummer [rekeningnummer derde] gelieerde bankrekeningen. Op dit verzoek is op 27 februari 2018 verlof verleend.

2.10.

Naar aanleiding van het op 22 februari 2018 gelegde beslag heeft mr. Buntsma zich bij (de advocaten van) Toyota gemeld als advocaat van de vennootschap [naam vennootschap 1] . te [vestigingsplaats] (hierna: [naam vennootschap 1] ), die de rekeninghouder van rekeningnummer [rekeningnummer derde] zou zijn.

[naam vennootschap 1] staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als mede handelend onder de namen ‘ [URL 1 vennootschap] ’, ‘ [URL 2 vennootschap] ’ en ‘ [URL 3 vennootschap] ’ en met als bestuurders de vennootschap [naam bestuurder 1] , waarvan [x] de aandelen houdt, en [naam bestuurder 2] , waarvan [y] de aandelen houdt. Onder de domeinnaam [URL 3 vennootschap] wordt een webshop geëxploiteerd. Het op de website van die webshop vermelde KvK-nummer heeft betrekking op de vennootschap [naam vennootschap 3] , waarvan [x] en [y] eveneens bestuurder zijn.

2.11.

ING heeft de factuurfraude nog in onderzoek. In het kader van dit onderzoek heeft zij met [y] gesproken. [y] heeft aan ING verklaard dat [naam vennootschap 1] het bedrag van € 643.940,74 van Toyota heeft ontvangen als tegenprestatie voor door [naam vennootschap 1] aan Toyota verkochte werkkleding. [y] heeft in dat verband een verkoopfactuur voor een bedrag van € 643.940,= aan ING overgelegd alsmede een fotokopie van een visitekaartje van [medewerker Toyota] die namens Toyota de aankoop zou hebben gedaan.

2.12.

Op 7 maart 2018 heeft ING bij het functioneel parket van de politie te Rotterdam aangifte van de factuurfraude gedaan. Toyota heeft tegelijk of kort na de aangifte door ING eveneens bij datzelfde parket aangifte gedaan.

3 Het geschil

3.1.

Toyota vordert na eiswijziging ING op straffe van een dwangsom te veroordelen binnen 24 uur na het wijzen van dit vonnis aan de advocaat van Toyota schriftelijk te melden:

  1. wie (naam, adres, woonplaats) houder is of zijn van de rekeningnummers bij ING die vallen binnen hetzelfde domein als rekeningnummer [rekeningnummer derde] , doordat zij gehouden worden door een of meer gelieerde natuurlijke personen of rechtspersonen, waarvan de UBO dezelfde is als die van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van rekeningnummer [rekeningnummer derde] ;

  2. indien het bedrag van € 643.940,74 niet meer geheel of gedeeltelijk op de rekening met nummer [rekeningnummer derde] staat: naar welke rekeningen en ten name van welke rekeninghouders, onder vermelding van welk betalingskenmerk en op welke momenten dat bedrag of delen daarvan is of zijn overgemaakt, zulks op 1 of 2 februari 2018.

Ten slotte vordert Toyota om ING te veroordelen in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

ING voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing