Home

Rechtbank Amsterdam, 22-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3356, 634125 HA RK 17-236

Rechtbank Amsterdam, 22-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3356, 634125 HA RK 17-236

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22 maart 2018
Datum publicatie
16 mei 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:3356
Zaaknummer
634125 HA RK 17-236

Inhoudsindicatie

Bescherming persoonsgegevens. Verzoek tot Verwijdering uit zoekmachine Google Search: het recht om vergeten te worden, belangenafweging.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/634125 / HA RK 17-236

Beschikking van 22 maart 2018

in de zaak van

[VERZOEKER],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde W.C.E. Baron van Lynden te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

GOOGLE LLC.,

gevestigd te Mountain View, California, Verenigde Staten van Amerika

verweerster,

advocaten mr. A. Strijbos en mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Google worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 augustus 2017,

-

de vertaling van het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 23 oktober 2017,

-

de tussenbeschikking van 2 november 2017, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

-

het verweerschrift met bijlagen,

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 31 januari 2018, met het daarin genoemde stuk,

-

de brief van 16 maart 2018 van Van Lynden naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

De beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn de van de (uitgestelde) beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.

2 De feiten

2.1. [

verzoeker] is werkzaam geweest bij de gemeente Rotterdam. [verzoeker] is met de gemeente Rotterdam in een vaststellingsovereenkomst het einde van zijn aanstelling overeengekomen. In dezelfde periode heeft [verzoeker] een bedrijf opgestart dat computersoftware ontwikkelt.

2.2.

Google is exploitant van de internetzoekmachine Google Search (hierna: de zoekmachine). Deze zoekmachine helpt gebruikers om informatie elders op het internet te vinden. Gebruikers kunnen één of meer zoektermen opgeven, waarna de zoekmachine resultaten weergeeft. Deze zoekresultaten bevatten verwijzingen (hyperlinks) naar internetadressen van webpagina’s (URL’s) met een kort tekstfragment, de snippet. De selectie en ordening van de zoekresultaten, en de vertoning daarvan aan de gebruiker, vindt plaats aan de hand van een geautomatiseerd algoritmisch proces.

Ten aanzien van URL 1

2.3.

Op 30 november 2013 heeft het Algemeen Dagblad een artikel gepubliceerd op haar website www.ad.nl met als kop: “[publicatie I]” (hierna: publicatie I). Publicatie I beschrijft de vertrekregeling tussen [verzoeker] en de gemeente Rotterdam. In het artikel wordt [verzoeker] met zijn volledige voor- en achternaam genoemd.

2.4.

Als in de zoekmachine de zoekopdracht “[verzoeker]” wordt ingegeven verschijnt op de eerste pagina van het zoekresultaat een hyperlink naar publicatie I op de website van de VEB in het volgende tekstfragment (de snippet):

[snippet publicatie I]

Ten aanzien van URL II

2.5.

Op 30 november 2013 heeft de website nieuws.nl een artikel gepubliceerd op haar website met als kop: “[publicatie II]” (hierna: publicatie II). Publicatie II stelt dat [verzoeker] op eigen naam gemeentelijke software zou verkopen. In het artikel wordt [verzoeker] met zijn volledige voor- en achternaam genoemd.

2.6.

Als in de zoekmachine de zoekopdracht “[verzoeker]” wordt ingegeven verschijnt een zoekresultaat met op de derde pagina een link naar publicatie II in het volgende tekstfragment:

[snippet publicatie II]

Ten aanzien van URL III

2.7.

Op 30 november 2013 heeft de website volksnieuws uit Amsterdam-noir een artikel gepubliceerd op haar website met als kop: “[publicatie III]” (hierna: publicatie III). In het artikel wordt [verzoeker] met zijn volledige voor- en achternaam genoemd. In Google Search wordt de publicatie III weergegeven in het volgende tekstfragment (snippet):

[snippet publicatie III]

2.8. [

verzoeker] heeft via een digitaal formulier op 7 februari 2017 Google verzocht tot het verwijderen van de URL’s I, II, en III (hierna gezamenlijk URL’s). Als reden voor de verwijdering is – voor zover van belang – onder meer het volgende opgenomen:

“De berichten stellen dat de gemeente Diemen met [verzoeker] in onderhandeling is geweest over de invoering van [naam programma I]. Deze informatie over [verzoeker] is incorrect. [verzoeker] is nooit in onderhandeling geweest met de gemeente Diemen over de invoering van [naam programma I]. De gemeente Diemen en [verzoeker] waren niet in onderhandeling over het programma “[naam programma I]” maar over het programma ‘[naam programma II]’. [verzoeker] handelde dus nadrukkelijk NIET “op eigen houtje in gemeentelijke software.” De stelling dat [verzoeker] en de gemeente Diemen over [naam programma I] sproken is slechts tot stand gekomen “als gevolg van miscommunicatie”, aldus de gemeente. Graag stuur ik u een document van het Collega van B&W van de gemeente Diemen waarin deze fout wordt bevestigd en wordt gesteld dat de gemeente en [verzoeker] alleen hebben onderhandeld over “[naam programma II]”, niet [naam programma I]. De informatie dat [verzoeker] in onderhandeling was over [naam programma I] is aantoonbaar onjuist en zeer schadelijk voor zi”

2.9.

Bij e-mail van 10 februari 2017 heeft Google verzocht om meer informatie om het verzoek te kunnen verwerken. Bij email van 13 februari 2017 heeft [verzoeker] aanvullende informatie overgelegd.

2.10.

Google heeft per email van 7 maart 2017 aangegeven niet tot verwijdering van de URL’s over te gaan. Google heeft hierover onder meer het volgende medegedeeld:

“In dit geval lijkt het erop dat de URL’s in kwestie betrekking hebben tot aangelegenheden van wezenlijk belang voor het publiek met betrekking tot uw professionele leven. Deze URL’s kunnen bijvoorbeeld van belang zijn voor potentiële of huidige consumenten, gebruikers of deelnemers van uw diensten. Informatie over de recente beroepen of bedrijven waarbij u betrokken was kan ook van belang zijn voor potentiële of huidige consumenten, gebruikers of deelnemers van uw diensten. Dienovereenkomstig wordt de verwijzing naar dit document in onze zoekresultaten voor uw naam gerechtvaardigd door het belang van het grote publiek hier toegang toe te hebben.”

2.11.

Bij brief van 15 maart 2017 heeft [verzoeker] de Autoriteit Persoonsgegevens verzocht om bemiddeling ten einde te bewerkstelligen dat URL’s wordt verwijderd.

2.12.

Bij brief van 14 juli 2017 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven geen bemiddelingspoging te doen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1. [

verzoeker] verzoekt Google, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen:

1. om binnen zeven dagen na betekening van de beschikking op dit verzoekschrift, althans een door de rechtbank te bepalen redelijke termijn, de verwijzing naar de volgende zoekresultaten die voortkomen uit de zoekopdracht, naar de naam van “[verzoeker]”:

- [ publicatie I]

- [ publicatie II]

- [ publicatie III]

2. tot betaling van een dwangsom van € 5.000, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Google in gebreke blijft om het sub 1. verzochte bevel na te komen;

3. in de kosten van deze procedure.

3.2. [

verzoeker] legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag. De activiteit van een zoekmachine om zoekresultaten automatisch te indexeren en in een bepaalde volgorde ter beschikking te stellen aan internetgebruikers moet worden gekwalificeerd als verwerking van persoonsgegevens wanneer deze informatie persoonsgegevens bevat. De exploitant van de zoekmachine is verantwoordelijk voor de juiste wijze van verwerking hiervan.

Op grond van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is het verboden bijzondere persoonsgegevens te verwerken, behoudens de limitatief opgesomde uitzonderingen van artikel 22 en 23 Wbp. In de URL’s I en II wordt gesteld dat [verzoeker] zou handelen in het softwaresysteem [naam programma I] dat eigendom is van de gemeente Rotterdam. Hiermee wordt dus gesteld dat [verzoeker] handelt in strijd me het recht op intellectueel eigendom hetgeen strafbaar is volgens de Auteurswet. Dit betekent dat de in de artikelen beschreven activiteiten opgevat moeten worden als een ‘meer dan redelijk vermoeden van schuld’ en daarmee bijzondere persoonsgegevens zijn. Het beroep van Google op de journalistieke exceptie als bedoeld in artikel 3 van de Wbp gaat niet op omdat hetgeen Google presenteert niet door haarzelf geschreven is. Gepresenteerd worden gegevens van de bronpagina verkregen door de geautomatiseerde verwerking van de zoekmachine. Eveneens is de uitzondering op grond van artikel 36 of 40 van de Wbp van toepassing nu de privacybelangen van [verzoeker] zwaarder wegen dan de belangen van Google tot weergave van de URL’s. [verzoeker] lijdt zowel persoonlijk als zakelijk reputatieschade als gevolg van de inhoud van de getoonde URL’s. [verzoeker] is geen publieke figuur en zijn rol in het openbare leven is beperkt. [verzoeker] heeft nooit gemeentelijke software verkocht, noch heeft hij software verkocht die hij in dienst van de gemeente Rotterdam heeft laten ontwikkelen. Hetgeen uit de URL’s naar voren komt over de verkoop van het programma [naam programma I] betreft een miscommunicatie tussen [verzoeker] en de gemeente Diemen. [verzoeker] is met de gemeente Diemen in onderhandeling geweest over de aankoop van het programma [naam programma II] en niet het programma [naam programma I]. Gezien de overduidelijke onjuistheden in de URL’s moet gesteld worden dat er geen publiek belang is bij de verwerking van deze incorrecte persoonsgegevens. Dit betekent dat zowel het beroep op artikel 36 als mede het beroep op artikel 40 van de Wbp voor Google aanleiding moet zijn de gevraagde koppelingen te verwijderen.

3.3.

Google verzet zich tegen het verzoek. Google is van mening dat zij het verwijderingsverzoek van [verzoeker] aanvankelijk terecht heeft afgewezen. In het kader van de voorbereiding van de onderhavige procedure en in verband daarmee de bestudering van de door [verzoeker] ter beschikking gestelde informatie heeft Google haar beslissing ten aanzien van URL III heroverwogen en alsnog besloten URL III als zoekresultaat te verwijderen. Voor zover [verzoeker] een beroep wil doen op de bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 36 en 40 Wbp voert Google aan dat er geen sprake is van zwaarwegende en gerechtvaardigde omstandigheden die verband houden met een bijzondere situatie van [verzoeker] en die onderdrukking van het gewraakte zoekresultaat rechtvaardigen. De zoekresultaten zijn niet onjuist, irrelevant of bovenmatig. De koppelingen verwijzen naar bronartikelen die betrekking hebben op het zakelijk leven van [verzoeker] en zijn handelen als een integer ambtenaar. De artikelen zien op het handelen van [verzoeker] zelf, namelijk zijn arbeidsgeschil met de gemeente Rotterdam en de hieruit voortvloeiende vertrekregeling, waarbij gedurende zijn vertrek sprake zou zijn van een ernstig vergrijp. Het publiek heeft belang bij de toegang tot die informatie en de artikelen zijn van een recente datum. Bovendien zijn naast de gewraakte URL’s nog meer artikelen beschikbaar die zien op hetzelfde onderwerp.

De toelichting van [verzoeker] op de door hem geëiste verwijderingen zijn summier. [verzoeker] stelt dat de artikelen waar de URL’s naar verwijzen gebaseerd zijn op een onjuiste voorstelling van zaken, maar een onderbouwing hiervan ontbreekt. [verzoeker] voert enkel aan dat hij reputatieschade lijdt, maar licht dit niet verder toe. Ten aanzien van URL’s I en II stelt [verzoeker] slechts dat de informatie “incorrect en verouderd” omdat sprake is geweest van miscommunicatie tussen hem en de gemeente Diemen. Uit het bewijsstuk die [verzoeker] overlegt blijkt niet dat hetgeen de journalisten in de gewraakte publicaties aanhalen geen steun vindt in de feiten, althans onjuist is. Ook kan [verzoeker] geen geslaagd beroep doen op artikel 16 van de Wbp omdat in de gewraakte URL’s geen strafrechtelijke gegevens als bedoeld in dit artikel worden verwerkt. Er is immers noch in de zoekresultaten, noch in de bronpagina’s waarnaar wordt verwezen, sprake van in voldoende mate vaststaande, zodanige concrete feiten en omstandigheden dat zij als een strafbaar feit te kwalificeren zijn. In de artikelen wordt anders dan [verzoeker] stelt niet gezinspeeld op de schending van het Auteursrecht. De artikelen gaan veeleer over belangenverstrengeling hetgeen geen strafbaar feit is. Bovendien zou een categorisch verbod op het verwerken van (bijzondere) persoonsgegevens door Google leiden tot ongewenste gevolgen. Google doet in dit verband een beroep op de journalistieke exceptie als bedoeld in artikel 3 van de Wbp, in samenhang met artikel 11 Handvest, artikel 10 EVRM en artikel 7 van de Grondwet. Een beroep op de journalistieke exceptie dient ruim te worden uitgelegd en dient te worden toegepast voor zover nodig om het recht op persoonlijke levenssfeer te verzoenen met de regels betreffende vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat het grondrecht van vrije meningsuiting niet bij voorbaat is afgesloten wanneer Google strafrechtelijke gegevens verwerkt. Er dient hier een belangenafweging plaats te vinden. Nu in het geval van [verzoeker] uitsluitend gegevens zijn gedeeld over zijn zakelijke leven en niet over zijn privéleven dient weging in het voordeel van Google te zijn. Bovendien zal een al te rigide toepassing van artikel 16 Wbp er toe leiden dat zoekmachines in het geheel niet mogen verwijzen naar webpagina’s waarop gegevens staan die in relatie staan tot één of meer individuen en gelden als bijzondere persoonsgegevens.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna voor zover van belang ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing