Rechtbank Amsterdam, 22-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3357, 634127 HA RK 17-237
Rechtbank Amsterdam, 22-03-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3357, 634127 HA RK 17-237
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 maart 2018
- Datum publicatie
- 16 mei 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2018:3357
- Zaaknummer
- 634127 HA RK 17-237
Inhoudsindicatie
Wet bescherming persoonsgegevens; verzoek tot verwijdering door Google van een URL; bijzondere (strafrechtelijke) persoonsgegevens; afweging;
Uitspraak
beschikking
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/634127 / HA RK 17-237
Beschikking van 22 maart 2018
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde W.C.E. baron van Lynden te Amsterdam,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
GOOGLE LLC.,
gevestigd te Mountain View, California, Verenigde Staten van Amerika
verweerster,
advocaten mr. A. Strijbos en mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.
Partijen zullen hierna verzoeker en Google worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 augustus 2017,
- -
-
de vertaling van het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 24 oktober 2017,
- -
-
de tussenbeschikking van 2 november 2017, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- -
-
het verweerschrift met bijlagen,
- -
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 24 januari 2018, met het daarin genoemde stuk.
De beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn de van de (uitgestelde) beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.
2 Feiten
Verzoeker is gedurende enige tijd woonachtig geweest in [plaats], Verenigd Koninkrijk, en heeft daar een kamer van zijn woning verhuurd aan toeristen. Verzoeker is thans woonachtig in Nederland.
Google is exploitant van de internetzoekmachine Google Search (hierna: de zoekmachine). Deze zoekmachine helpt gebruikers om informatie elders op het internet te vinden. Gebruikers kunnen één of meer zoektermen opgeven, waarna de zoekmachine resultaten weergeeft. Deze zoekresultaten bevatten verwijzingen (hyperlinks) naar internetadressen van webpagina’s (URL’s) met een korte samenvatting, de snippet. De selectie en ordening van de zoekresultaten, en de vertoning daarvan aan de gebruiker, vindt plaats aan de hand van een geautomatiseerd algoritmisch proces.
Op 21 september 2016 heeft de [plaats] Evening News een artikel gepubliceerd op haar website met als kop: “[kop artikel]” (hierna: het artikel). Het artikel beschrijft (kort) de terechtzitting ten overstaan van het [plaats] Sheriff Court in de strafzaak tegen verzoeker, meldt dat verzoeker schuld heeft bekend en dat hem ‘Supervision’ is opgelegd voor de duur van een jaar. In het artikel wordt verzoeker met voor- en achternaam, leeftijd en adres genoemd.
Als in de zoekmachine de zoekopdracht de voor- en achternaam van verzoeker wordt ingegeven verschijnt een zoekresultaat met op de eerste pagina een link naar het artikel in de [plaats] Evening News in het volgende tekstfragment:
[snippet tekstfragment]
Verzoeker heeft bij digitaal formulier van 21 maart 2017 Google verzocht tot het verwijderen van het zoekresultaat. Als reden voor de verwijdering is –voor zover van belang – onder meer het volgende opgenomen:
“In het artikel staat “ [tekst] ”. [verzoeker] wordt in het artikel met voor- en achternaam ([verzoeker]), leeftijd en woonplaats genoemd en is hierdoor duidelijk identificeerbaar. De gegevens rondom de veroordeling zijn echter strafrechtelijke persoonsgegevens en Google is aangemerkt als gegevensverwerker. Op basis van artikel 16 Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) is het u verboden deze gegevens te verwerken. De uitzonderingen opgesomd in Artikel 22 WBP zijn hier niet van toepassing. (...)”
Google heeft per email van 16 mei 2017 aangegeven niet tot verwijdering over te gaan. Google heeft hierover onder meer het volgende medegedeeld:
“Google is van mening dat de informatie over u op deze URL (‘s) – met inachtneming van alle omstandigheden van de zaak waar we ons bewust van zijn – nog steeds relevant is met betrekking tot gegevensverwerking, en dat de verwijzing naar dit document in onze zoekresultaten gerechtvaardigd is vanwege het algemeen belang.”
Bij brief van 19 mei 2017 heeft verzoeker de Autoriteit Persoonsgegevens verzocht om bemiddeling ten einde te bewerkstelligen dat de koppeling wordt verwijderd.
Bij brief van 7 juli 2017 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangegeven geen bemiddelingspoging te doen.
3 Het verzoek en het verweer
Verzoeker vraagt Google, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen:
-
binnen zeven dagen na betekening van de beschikking op dit verzoekschrift, althans een door de rechtbank te bepalen redelijke termijn, de verwijzing naar het artikel op de website van de [plaats] News, die voortkomt uit een zoekopdracht naar de naam van verzoeker uit de zoekresultaten te verwijderen en daaruit verwijderd te houden, zodanig dat deze niet meer wordt getoond aan gebruikers die vanuit Nederland een zoekopdracht geven, en wordt verwijderd uit alle lokale EU versies van Google Search;
-
tot betaling van een dwangsom van € 5.000, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen dwangsom, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Google in gebreke blijft om het verzochte onder sub 1. na te komen;
-
in de kosten van deze procedure.
Verzoeker legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. De activiteit van een zoekmachine om zoekresultaten automatisch te indexeren en in een bepaalde volgorde ter beschikking te stellen aan internetgebruikers moet worden gekwalificeerd als verwerking van persoonsgegevens wanneer de broninformatie persoonsgegevens bevat. De exploitant van de zoekmachine is verantwoordelijk voor de juiste wijze van verwerking hiervan. Op grond van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is het verboden bijzondere persoonsgegevens te verwerken, behoudens de limitatief opgesomde uitzonderingen van artikel 22 en 23 Wbp. De URL bevat informatie over de strafrechtelijke veroordeling van verzoeker en omvat daarmee bijzondere persoonsgegevens van verzoeker waardoor Google in strijd met artikel 16 Wbp handelt als zij de URL weergeeft in haar zoekresultaten. Het beroep van Google op de journalistieke exceptie als bedoeld in artikel 3 Wbp gaat niet op omdat hetgeen Google presenteert niet door haarzelf geschreven is, maar het hier gaat om gegevens van de bronpagina verkregen door de geautomatiseerde verwerking van de zoekmachine. Eveneens is de uitzondering op grond van artikel 36 of 40 Wbp van toepassing nu de privacy belangen van verzoeker zwaarder wegen dan de belangen van Google bij weergave van de URL. De in het artikel genoemde feiten betreffen een privéaangelegenheid en hebben geen enkele betrekking op het zakelijk leven van verzoeker. In dit zakelijk leven wordt hij nu wel in hoge mate gehinderd door het artikel. Verzoeker is geen publieke figuur en zijn rol in het openbare leven is beperkt. Verzoeker heeft geen gevangenisstraf of werkstraf ondergaan of een boete gekregen. De ondersupervisiestelling en opname in het Sex Offender register, beide voor de duur van één jaar, is met ingang van 14 maart 2017 vervroegd opgeheven. Door de URL te blijven tonen, wordt verzoeker blijvend door Google gestraft.
Google verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Google is van mening dat zij het verwijderingsverzoek van verzoeker terecht heeft afgewezen. Er is geen sprake van zwaarwegende en gerechtvaardigde omstandigheden die verband houden met een bijzondere situatie van verzoeker en die onderdrukking van het gewraakte zoekresultaat rechtvaardigen. Het zoekresultaat is niet onjuist, irrelevant of bovenmatig. Het zoekresultaat verwijst naar een bronartikel dat daadwerkelijk op verzoeker betrekking heeft. Bovendien is het artikel van een recente datum en is de hyperlink de enige URL die naar deze informatie over verzoeker verwijst. Zelfs als al zou zijn voldaan aan de criteria voor verwijdering van artikel 36 en 40 Wbp dan geldt nog dat het verwijderingsrecht in dit geval moet wijken voor het overwegende belang dat het publiek heeft bij toegang tot de informatie. Verzoeker heeft geen bijzondere redenen naar voren gebracht die verwijdering rechtvaardigen, terwijl er wel een publiek belang is bij vindbaarheid van de publicatie van een zoekopdracht naar zijn naam. Verzoeker heeft de publicatie aan zijn eigen handelen te wijten en had kunnen weten dat in Schotland zowel de voornaam als de achternaam van een verdachte in de media mag worden gebruikt. Indien de rechtbank oordeelt dat verzoeker een gegrond beroep kan doen op artikel 16 Wbp omdat sprake is van de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, kan dit in het geval van Google niet leiden tot een categorisch verbod op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens door Google. Google doet in dit verband een beroep op de journalistieke exceptie als bedoeld in artikel 3 Wbp, in samenhang met artikel 11 Handvest, artikel 10 EVRM en artikel 7 van de Grondwet. Een beroep op de journalistieke exceptie dient ruim te worden uitgelegd en dient te worden toegepast voor zover nodig om het recht op persoonlijke levenssfeer te verzoenen met de regels betreffende vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat het grondrecht van vrije meningsuiting niet bij voorbaat moet wijken wanneer Google strafrechtelijke gegevens verwerkt.
Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover nodig – nader worden ingegaan.