Home

Rechtbank Amsterdam, 21-06-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4398, C/13/639739 / HA RK 17-363

Rechtbank Amsterdam, 21-06-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4398, C/13/639739 / HA RK 17-363

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21 juni 2018
Datum publicatie
29 juni 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:4398
Zaaknummer
C/13/639739 / HA RK 17-363

Inhoudsindicatie

Begrippen schuldeiser of gerechtigde in de zin van artikel 2:23b lid 5 BW

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/639739 / HA RK 17-363

Beschikking van 21 juni 2018

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

CENTER FOR RESEARCH ON DUTCH JEWRY,

gevestigd te Jeruzalem (Israël),

verzoekster,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING AFWIKKELING MAROR-GELDEN OVERHEID IN LIQ,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. H.J.S.M. Langbroek te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna CRDJ en SAMO worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 december 2017;

-

het verweerschrift, met bijlagen;

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 maart 2018 en de daarin genoemde stukken.

2 De feiten

2.1.

CRDJ is een in Israël gevestigde rechtspersoon die ten doel heeft het bevorderen van onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse Joden, het publiceren en/of doen publiceren van onderzoeksprojecten, het organiseren van congressen en het ontwikkelen van andere activiteiten.

2.2.

SAMO heeft ten doel de gelden te beheren en te verdelen die door de Nederlandse overheid eenmalig ter beschikking zijn gesteld aan, naar de rechtbank begrijpt, de Nederlandse gemeenschap in Israël en de Joodse gemeenschap in Nederland als erkenning van achteraf geconstateerde tekortkomingen in het rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog.

2.3.

SAMO is op 1 april 2017 ontbonden ten gevolge van een besluit van de Minister van Financiën van 14 maart 2017. Op 29 september 2017 heeft SAMO in het kader van de vereffening van haar vermogen een rekening en verantwoording alsmede een plan van verdeling opgesteld. De rekening en verantwoording en het plan van verdeling zijn op 4 oktober 2017 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

3 Het verzoek

3.1.

CRDJ komt met dit verzoekschrift in verzet tegen de rekening en verantwoording en het plan van verdeling (hierna: het verzet) en verzoekt de rechtbank het verzet gegrond te verklaren en verder beslissingen te nemen die de rechtbank in goede justitie juist acht, kosten rechtens.

3.2.

CRDJ legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. De Nederlandse overheid heeft in het kader van rechtsherstel fl 400.000.000,- beschikbaar gesteld als zogenoemde Maror-gelden. Deze gelden zijn verdeeld over het Joods Humanitair Fonds en SAMO. SAMO heeft fl 350.000.000,- ontvangen. Op basis van artikel 3.2 van de statuten van SAMO is het SAMO niet toegestaan gelden voor doelen in Israël uit te keren aan andere organisaties dan Stichting Collectieve Marorgelden Israël (hierna: SCMI). CRDJ is bijna geheel financieel afhankelijk van uitkeringen van SCMI. De rekening en verantwoording van SAMO is in strijd met de statutaire bepalingen, omdat daarin is opgenomen dat er een restantschuld is van € 1.108,- aan Maror Researchers 2 Ltd. Ook eerder gedane uitkeringen aan deze en andere organisaties zijn in strijd met de statutaire en wettelijke bepalingen. Begin 2005 diende SAMO € 8.096.525,- over te maken aan SCMI. Pas in 2009 heeft SAMO (een deel van) het aan SCMI toekomende bedrag aan haar overgemaakt. Dit betekent dat SCMI een forse renteclaim heeft op SAMO. Er bestaan tot slot gegronde vermoedens en aanwijzingen dat grootschalige fraude is gepleegd met de door de Nederlandse overheid ter beschikking gestelde Maror-gelden.

3.3.

SAMO voert verweer. Zij stelt zich eerst en vooral op het standpunt dat CRDJ gerechtigde noch schuldeiser is, zodat zij niet-ontvankelijk is in haar verzet.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover van belang – nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing