Home

Rechtbank Amsterdam, 25-07-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5130, C/13/632572 / HA ZA 17-723

Rechtbank Amsterdam, 25-07-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5130, C/13/632572 / HA ZA 17-723

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 juli 2018
Datum publicatie
25 juli 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:5130
Zaaknummer
C/13/632572 / HA ZA 17-723

Inhoudsindicatie

Het (verder) verspreiden van (bloot) beeldmateriaal zonder instemming van de personen die zijn afgebeeld, is onrechtmatig omdat dit een ongerechtvaardigde inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de afgebeelde personen. De vrijheid van meningsuiting van de (verdere) verspreider dient in dit soort gevallen te wijken voor de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ander. Dit kan onder bijzondere omstandigheden, die zich in dit geval niet voordoen, anders zijn. Daaruit volgt reeds de onrechtmatige daad van de in dit geding gedaagde twitteraar.

In het kader van algemene onrechtmatige daad wordt een “embedded link” gelijk gesteld aan een “hyperlink” en wordt beschouwd als een onrechtmatige (verdere) verspreiding van het eerder op Twitter geplaatst beeldmateriaal.

De gedaagde redactieleden van GeenStijl.nl hebben onvoldoende betwist de stelling van eiseres dat zij de belangen van eiseres willens en wetens hebben genegeerd met het plaatsen van de embedded link op GeenStijl.nl. De gedaagde redactieleden worden daarom op persoonlijke titel evenzeer aansprakelijk gehouden voor het plaatsen van de embedded link naar het beeldmateriaal van eiseres.

Gedaagden worden vanwege hun onrechtmatig handelen jegens eiseres, veroordeeld tot vergoeding van hun deel (begroot op 30.000 euro) in de door eiseres gestelde geleden (en te lijden) immateriële schade. Omdat de gedragingen van gedaagden tot dezelfde (immateriële) schade bij eiseres heeft geleid, worden zij hoofdelijk veroordeeld.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/632572 / HA ZA 17-723

Vonnis van 25 juli 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. J.F. Langelaar te Leiden,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GS MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam,

2. [gedaagde 2],

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats,

gedaagde,

advocaat mr. W.G. Westerman te Beverwijk,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Eiseres zal hierna [eiseres] worden genoemd, gedaagde sub 1 GS Media, gedaagde sub 2 [gedaagde 2] , gedaagde sub 3 [gedaagde 3] en gedaagde sub 4 [gedaagde 4] . Gedaagden sub 1, 3 en 4 gezamenlijk zullen GSMedia c.s. (in vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 7 juli 2017, met producties,

-

de conclusie van antwoord, met producties, van de zijde van [gedaagde 2] ,

-

de conclusie van antwoord, met producties, van de zijde van GSMedia c.s.,

-

het tussenvonnis van 21 februari 2018 waarbij een comparitie van partijen is gelast,

-

de akte overlegging producties 1 tot en met 11 van de zijde van [eiseres] ,

-

de akte overlegging producties 40 tot en met 61 van de zijde van GSMedia c.s.,

-

de rolbeslissing, ge-e-maild aan partijen op 23 mei 2018, met de daarin genoemde schriftelijke en mondelinge reacties van partijen, waarin is medegedeeld dat het verzoek van [eiseres] om de mondelinge behandeling met gesloten deuren te houden wordt afgewezen,

-

de comparitie van partijen gehouden op 28 mei 2018 – toch deels met gesloten deuren – en het daarvan opgemaakte proces-verbaal,

-

de e-mails van 13 juni 2018 van partijen met opmerkingen op het proces-verbaal.

1.2.

Ter comparitie van partijen is partijen met hun instemming nog twee weken de tijd gegeven om de zaak te schikken. Voor het geval dat niet mocht lukken (welk geval zich heeft voorgedaan), is reeds bij gelegenheid van die zitting het vonnis op heden bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] (artiestennaam: [eiseres] ) is sinds 1966 bekend als zangeres en televisiepersoonlijkheid.

2.2.

[gedaagde 2] maakt gebruik van de internetdienst Twitter en heeft een openbaar account op dat platform onder de naam EendevangerNL of EendenvangerNL (hierna aangeduid met Eende(n)vangerNL).

2.3.

GS Media exploiteert – onder meer – de website GeenStijl.nl, een website/weblog waarop nieuwsfeiten, onthullingen en meningen worden uitgewisseld. Bezoekers, “reaguurders”, kunnen reacties plaatsen bij door de redactie geplaatste items en doen dat ook in grote getale. GeenStijl.nl wordt dagelijks door ongeveer 230.000 mensen bezocht en behoort naar eigen zeggen tot de top tien van best bezochte actualiteitensites van Nederland.

2.4.

[gedaagde 3] is hoofdredacteur van GeenStijl.nl, [gedaagde 4] redacteur.

2.5.

Op 6 februari 2017 is op de website van De Telegraaf, door misdaadjournalist [naam misdaadjournalist] (die daartoe door [eiseres] was benaderd), melding gemaakt van het zonder [eiseres] ’s toestemming in omloop zijn van seksueel getinte foto’s en filmpjes waarop/waarin zij te zien zou zijn. ‘s Avonds is daaraan ook in het televisieprogramma RTL Boulevard aandacht besteed, in aanwezigheid van [naam misdaadjournalist] . Die heeft daarbij opgemerkt dat openbaarmaking en/of verdere verspreiding van het materiaal een onrechtmatige daad jegens [eiseres] en een strafbaar feit zouden opleveren.

2.6.

Een dag later is in het programma RTL Boulevard wederom aandacht hieraan besteed. Naar voren kwam dat de beelden al een tijdje via WhatsApp werden verspreid.

2.7.

De volgende dag (8 februari 2017) heeft de advocaat van [eiseres] in een interview met De Telegraaf gezegd dat [eiseres] met het beeldmateriaal wordt gechanteerd en dat de beelden mogelijk niet [eiseres] zouden bevatten maar “gephotoshopt” zouden zijn.

2.8.

Op 9 februari 2017 is één van de films op verschillende internetsites gepubliceerd (de websites). Diezelfde dag is (praten over) die film “trending topic” geworden op Twitter. [gedaagde 2] heeft op 13.47 uur die dag een film op zijn account Eende(n)vangerNL geplaatst onder de vermelding (hashtag) “# [eiseres] ”. Het bericht bevat een plaatje van [eiseres] in het begin van de film, waarop zij naakt te zien is met een penis in haar hand. Door op het plaatje te klikken/tikken wordt het filmpje afgespeeld. Daarin wordt [eiseres] door de maker van het filmpje in haar mond geplast.

2.9.

GeenStijl.nl heeft op diezelfde dag om 13.57 een item op haar website gepubliceerd, geschreven door [gedaagde 4] , met de tekst:

“NSFW. BOVEN WATER GEKOMEN. PLASSEKSVIDEO [eiseres]

(...)

Opgedoken op twitternet. U wilt het niet zien, wij willen het niet zien. U kijkt toch. Dit is internet, ongefilterd en een tikkeltje zout. Of het [eiseres] is, weten wij niet zeker want bekende mensen nadoen kunnen zo nogal goed in de porno-industrie. Verder zeiken als te doen gebruikelijk in de comments.”

Daarbij is een link geplaatst naar het Twitteraccount Eende(n)vangerNL. Een still uit de film waarop [eiseres] duidelijk waarneembaar is, is daarbij zichtbaar geworden op de website GeenStijl.nl. Het betreft een zogenoemde “embedded hyperlink”: er wordt verwezen naar een uiting die elders op het internet te vinden is, maar waarvan de inhoud wordt ingesloten op de website van degene die de embedded hyperlink plaatst. Die inhoud (in dit geval: het filmpje) is aldus zichtbaar op de website van laatstgenoemde, maar komt bij afspelen niet van diens server maar van de server van de “bronwebsite”.

2.10.

Na 1 uur en 27 minuten heeft GeenStijl.nl de embedded hyperlink naar de tweet van Eende(n)vangerNL van haar website verwijderd (zij was daartoe op dat moment nog niet gesommeerd), en vervangen door een link naar Google.nl met als tip te zoeken op “# [eiseres] ”.

2.11.

In de Nederlandse media is de kwestie van het plaatsen van de film uitgebreid onder de aandacht van het publiek gebracht. Daarnaast heeft op verschillende sociale media platformen discussie door gebruikers plaatsgevonden over de inhoud van het filmpje, de persoon [eiseres] en over de rechtmatigheid of noodzaak van het verspreiden van het filmpje.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

I. te verklaren voor recht dat GSMedia c.s. en [gedaagde 2] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld,

II. [gedaagde 2] en GSMedia c.s. te gebieden de inhoud van alle “publicaties omtrent het beeldmateriaal”, inclusief commentaren, op straffe van verbeurte van een dwangsom te verwijderen,

III. [gedaagde 2] en GSMedia c.s. te verbieden om “het beeldmateriaal” nu en in de toekomst openbaar te maken en/of anderszins online beschikbaar te stellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

IV. hoofdelijke veroordeling van GSMedia c.s. en [gedaagde 2] tot het betalen van een schadevergoeding van € 450.000,-, dan wel een schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

V. [gedaagde 2] en GSMedia c.s. hoofdelijk te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 4.025,-,

VI. hoofdelijke veroordeling van GSMedia c.s. en [gedaagde 2] in de proceskosten, de werkelijke advocaatkosten daaronder begrepen, althans de advocaatkosten volgens het liquidatietarief.

3.2.

[eiseres] stelt daartoe – kort gezegd – dat de film zonder haar toestemming is gepubliceerd op Twitter en GeenStijl.nl. De film is bedoeld voor privégebruik. Het is onbekend hoe de film van haar smartphone in het bezit van anderen is gekomen. Vanaf het moment dat [eiseres] heeft ontdekt dat de film is verspreid, is haar leven op zijn kop gezet. Ook haar man en dochter worden geconfronteerd met de film van hun echtgenote en moeder. Het leed is niet te overzien. De daardoor ontstane schade bestaat uit € 200.000,- aan materiële schade en € 250.000,- aan immateriële schade. De materiële schade betreft een zevental mogelijke opdrachten die niet zijn doorgegaan. De gemiddelde waarde van een opdracht voor [eiseres] bedraagt € 20.000,-. De immateriële schade betreft het leed dat haar en haar gezin is aangedaan. [eiseres] volgt therapie om met dat leed overweg te kunnen. Het feit dat zij constant en continue wordt herinnerd aan het bestaan van de film, dat die film door iedereen is gezien, dat die film beschikbaar is gemaakt voor een heel groot publiek, heeft een grote impact op haar geestelijke gezondheid, aldus steeds [eiseres] .

3.3.

[gedaagde 2] en GSMedia c.s. hebben ieder afzonderlijk verweer gevoerd, dat hierna voor zover hier van belang bij de beoordeling nader aan de orde zal komen.

4 De beoordeling

5 De beslissing