Home

Rechtbank Amsterdam, 26-01-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:517, 13/659107-17

Rechtbank Amsterdam, 26-01-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:517, 13/659107-17

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26 januari 2018
Datum publicatie
5 februari 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:517
Zaaknummer
13/659107-17

Inhoudsindicatie

Bezitten en vervaardigen van kinderporno. Bijzondere voorwaarde controle gegevensdragers.

Uitspraak

VONNIS

Parketnummer: 13/659107-17 (Promis)

Datum uitspraak: 26 januari 2018

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 januari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. C.H. de Kraker-Koch, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.M.J. Comans, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

ten aanzien van feit 1:

het verspreiden, verwerven, in het bezit hebben van en toegang verschaffen tot (gegevensdragers met daarop) kinderpornografische afbeeldingen, films en videobestanden in de periode van 1 september 2013 tot en met 14 maart 2017 te Amsterdam;

ten aanzien van feit 2:

het verspreiden, aanbieden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben van (gegevensdragers met daarop) kinderpornografische foto’s van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) in de periode van 1 januari 2010 tot en met 14 maart 2017;

ten aanzien van feit 3:

het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] die de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, door haar benen te masseren en in te smeren, in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011.

De precieze tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Op basis van de inhoud van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte dient het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde te worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 kan niet worden bewezen dat verdachte de kinderpornografische materialen heeft verspreid. Het is immers niet gebleken dat de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen en films door verdachte zijn verspreid. De periode moet worden ingekort tot het moment van de doorzoeking van de woning van verdachte op 18 april 2016. Ten aanzien van feit 2 kan de volledige periode worden bewezen. Op 14 maart 2017 is immers nog een foto van [slachtoffer] op de telefoon van verdachte aangetroffen. Ten aanzien van feit 3 kan worden bewezen dat de handelingen van verdachte in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en kan hierdoor als ontuchtig worden gekwalificeerd.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is in beeld gekomen bij de politie nadat uit een verwant onderzoek naar voren kwam dat een persoon met de gebruikersnaam ‘ [naam 1] ’ via het bestanduitwisselingsprogramma [naam programma] kinderpornografisch materiaal uitwisselde. Het IP-adres van deze persoon leidde via zijn Internetprovider naar verdachte, waarna zijn woning op 18 april 2016 is doorzocht. Hierbij zijn verscheidene gegevensdragers in beslag genomen waarop een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen en films stond. Hiertussen bevonden zich foto’s die verdachte zelf heeft gemaakt, waaronder van [slachtoffer] , die destijds elf of twaalf jaar was. De foto’s die verdachte van [slachtoffer] heeft gemaakt zijn door de zedenpolitie op goede gronden als kinderpornografisch aangemerkt. [slachtoffer] is op deze foto’s immers schaars gekleed en poseert op een seksueel uitdagende wijze die niet bij haar leeftijd past. Daarnaast is een aantal van de foto’s zo uitgesneden dat slechts de schaamstreek van [slachtoffer] zichtbaar is, waarbij zij haar onderbroek naar boven trekt waardoor haar liezen en schaamlipcontouren zichtbaar worden.

Gedeeltelijke vrijspraak ten aanzien van feit 1:

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte kinderpornografisch materiaal heeft verspreid, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging opgenomen afbeeldingen en films heeft verspreid, terwijl die representatief dienen te zijn voor al het aangetroffen materiaal. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit gedeelte van de tenlastelegging. Daarnaast zal de te bewijzen periode worden verkort tot het moment van de doorzoeking van de woning van verdachte, te weten 18 april 2016.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 en feit 2:

Vast staat dat verdachte regelmatig, over een lange periode en in grote hoeveelheden kinderpornografische afbeeldingen en filmbestanden in zijn bezit heeft gehad, waaronder de afbeeldingen van [slachtoffer] . De afbeeldingen van [slachtoffer] heeft verdachte onder meerdere personen verspreid. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in bezit hebben en het vervaardigen en verspreiden van kinderpornografisch materiaal.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3:

Verdachte heeft bekend dat hij bij het maken van de foto’s van [slachtoffer] haar benen heeft gemasseerd en tot aan de liezen met vaseline ingesmeerd. [slachtoffer] was destijds elf of twaalf jaar oud. Bij het maken van de foto’s trokken zij zich terug in een slaapkamer, waar geen andere volwassenen aanwezig waren, en was [slachtoffer] , op instructies van verdachte, schaars gekleed. Verdachte heeft aangegeven dat hij hier seksueel opgewonden van raakte. Binnen deze context zijn de handelingen van verdachte, te weten het masseren en insmeren van de benen van [slachtoffer] , in strijd met de heersende sociaal-ethische norm en kunnen deze als ontuchtig worden aangemerkt.

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in bijlage II, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, de tenlastegelegde feiten onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezen.

4 Bewezenverklaring

5 Motivering van de straffen en maatregel

6 Beslag

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

8 Beslissing