Home

Rechtbank Amsterdam, 01-08-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5596, C/13/650044 / KG ZA 18-661 MvdV/JvS

Rechtbank Amsterdam, 01-08-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5596, C/13/650044 / KG ZA 18-661 MvdV/JvS

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 augustus 2018
Datum publicatie
3 augustus 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:5596
Zaaknummer
C/13/650044 / KG ZA 18-661 MvdV/JvS

Inhoudsindicatie

Het Rijksmuseum hoefde de aanbestedingsprocedure voor het ‘Museumbussentraject’ niet te staken en hoeft ook niet over te gaan tot her-aanbesteding.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/650044 / KG ZA 18-661 MvdV/JvS

Vonnis in kort geding van 1 augustus 2018

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[naam N.V.] N.V.,

gevestigd te [plaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 22 juni 2018,

advocaat mr. R.A. Wuijster te Ulestraten,

tegen

de stichting

STICHTING HET RIJKSMUSEUM,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. van Wanroij te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [naam N.V.] en Het Rijksmuseum worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 18 juli 2018 heeft [naam N.V.] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Het Rijksmuseum heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [naam N.V.] mr. Wuijster en [naam directeur] (directeur);

aan de zijde van Het Rijksmuseum: mr. Van Wanroij en [naam hoofd inkoop en aanbesteding] (hoofd inkoop en aanbesteding).

2 De feiten

2.1.

Het Rijksmuseum heeft een Europese aanbesteding in twee percelen uitgeschreven voor busvervoer van leerlingen van de bovenbouw van het lager onderwijs en de onderbouw van het VMBO-onderwijs vanuit het hele land naar het Museumplein. Het Rijksmuseum heeft gekozen voor een niet-openbare procedure. Deze bestaat uit een selectiefase, waarin maximaal vijf partijen voor elk perceel worden geselecteerd, die vervolgens worden uitgenodigd om in de inschrijvingsfase een offerte in te dienen.

2.2.

[naam N.V.] heeft als potentiele gegadigde voor deze opdracht enkele vragen aan Het Rijksmuseum gesteld, die Het Rijksmuseum heeft beantwoord in de Nota van Inlichtingen. [naam N.V.] heeft daarna geen verzoek tot deelneming ingediend en is derhalve niet voor selectie in aanmerking gekomen.

2.3.

[naam N.V.] heeft op 1 mei 2018 een klacht ingediend bij Het Rijksmuseum en vervolgens, na beantwoording door Het Rijksmuseum op 3 mei 2018, bij de Commissie van Aanbestedingsexperts (hierna: de Commissie).

2.4.

Het Rijksmuseum heeft op 7 mei 2017 aan de Commissie meegedeeld dat de aanbestedingsprocedure niet werd opgeschort gedurende de behandeling van de klacht.

2.5.

De Commissie heeft de klacht van [naam N.V.] bij advies van 13 juni 2018 gedeeltelijk gegrond verklaard.

2.6.

Bij e-mail van 13 juni 2018 heeft [naam N.V.] aan Het Rijksmuseum gevraagd of zij bereid was het advies in de lopende aanbestedingsprocedure te verwerken.

2.7.

Bij brief van 18 juni 2018 heeft Het Rijksmuseum bericht dat zij aan het advies geen consequenties zou verbinden voor wat betreft de lopende aanbestedingsprocedure waarna [naam N.V.] het Het Rijksmuseum op 22 juni 2018 in kort geding heeft gedagvaard.

2.8.

Op 16 juli 2018 heeft Het Rijksmuseum bekend gemaakt dat zij het voornemen heeft de opdracht te gunnen aan [naam 1] en [naam 2] .

3 Het geschil

3.1.

[naam N.V.] vordert het volgende:

I. Het Rijksmuseum te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en Het Rijksmuseum te verbieden op basis van de aanbestedingsprocedure een overeenkomst te sluiten of aan een gesloten overeenkomst uitvoering te geven, en te gebieden – voor zover Het Rijksmuseum de overheidsopdracht nog wil gunnen – over te gaan tot heraanbesteding van de overheidsopdracht, op rechtmatige wijze en voor zover van toepassing conform nadere instructie en aanwijzing is het vonnis;

II. Het Rijksmuseum te veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2.

Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [naam N.V.] dat hij proactief, aanhoudend en consequent – op basis van steeds dezelfde argumenten – bezwaar heeft gemaakt bij zowel Het Rijksmuseum als bij de Commissie, zodat hij zijn recht niet heeft verwerkt om in dit stadium van de aanbestedingsprocedure te mogen dagvaarden. Uit het [naam arrest] -arrest volgt immers niet dat er onmiddellijk gedagvaard moet worden zodra een gegadigde bezwaar heeft. Het doel van dit arrest is dat eventuele bezwaren zo vroeg en zo duidelijk als mogelijk worden geformuleerd, zodat eventuele onregelmatigheden kunnen worden gecorrigeerd met zo min mogelijk consequenties voor het verdere verloop van de aanbestedingsprocedure. [naam N.V.] stelt zich op het standpunt dat hij dit heeft gedaan, maar dat Het Rijksmuseum heeft geweigerd haar onrechtmatige handelen te corrigeren.

Verder stelt [naam N.V.] dat Het Rijksmuseum onvoldoende heldere en transparante beoordelingscriteria heeft gehanteerd, waardoor zij zich een te grote en oncontroleerbare beoordelingsvrijheid heeft voorbehouden. Dit is in strijd met de aan-bestedingsrechtelijke beginselen, waaronder transparantie, objectiviteit en proportio-naliteit.

3.3.

Het Rijksmuseum heeft daartegen aangevoerd dat zij primair van mening is dat [naam N.V.] te laat is met dit kort geding. Door niet in te schrijven en niet tijdig kenbaar te maken dat hij voornemens was om de geldigheid van deze aanbesteding aan de rechter voor te leggen, heeft [naam N.V.] zijn rechten verwerkt om nu nog, terwijl de selectiefase al lang voorbij is en zelfs de offertefase inmiddels is afgerond en in een voorlopige gunning heeft geresulteerd, in kort geding tegen deze aanbesteding op te komen. In ieder geval heeft [naam N.V.] daar volgens Het Rijksmuseum thans geen voldoende zwaarwegend rechtens te respecteren belang bij.

Subsidiair is Het Rijksmuseum van mening dat deze aanbesteding niet onrechtmatig is verlopen en dat de minimumeisen en selectiecriteria niet strijdig zijn met de aanbestedingsrechtelijke beginselen van proportionaliteit en transparantie.

Meer subsidiair is Het Rijksmuseum van mening dat [naam N.V.] zich ten onrechte op het standpunt stelt dat deelname aan de aanbesteding voor hem onmogelijk was. Uit zijn eigen stellingen in de dagvaarding blijkt immers het tegendeel.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing