Home

Rechtbank Amsterdam, 25-07-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5939, C/13/635276 / HA ZA 17-935

Rechtbank Amsterdam, 25-07-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5939, C/13/635276 / HA ZA 17-935

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 juli 2018
Datum publicatie
5 september 2018
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:5939
Formele relaties
Zaaknummer
C/13/635276 / HA ZA 17-935

Inhoudsindicatie

Geen overdracht van onderneming in de zin van art. 36 AV, Geen (stilzwijgende) medewerking, Contractsoverneming is nietig, Uitleg cessieakte, Overgang van bankzekerheden bij overdracht gesecureerde vordering, Verzuim? Tussentijds hoger beroep toegestaan

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/635276 / HA ZA 17-935

Vonnis van 25 juli 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. M.J.F. Goethals te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EF BEHEER B.V.,

gevestigd te Zutphen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 3] ,

gevestigd te [vestigingsplaat 3] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FLORINA B.V.,

gevestigd te Steenwijk,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HBA VASTGOED B.V.,

gevestigd te Zutphen,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 6] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

gedaagden,

advocaat mr. B.M. König te Apeldoorn.

Eiseres zal hierna [eiseres] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk EF Beheer, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , Florina, HBA Vastgoed en [gedaagde sub 6] worden genoemd. Gedaagden sub 2 tot en met sub 6 zullen hierna gezamenlijk [gedaagden sub 2 tot en met 6] genoemd worden en alle gedaagden tezamen zullen worden aangeduid met [gedaagden sub 1 tot en met 6]

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 30 augustus 2017, met producties,

-

de conclusie van antwoord, met producties,

-

het tussenvonnis van 21 februari 2018 waarbij een comparitie van partijen is gelast,

-

het proces-verbaal van comparitie van 13 juni 2018 en de daarin genoemde stukken,

-

de faxbrief van de zijde van [eiseres] van 10 juli 2018 inhoudende opmerkingen op het proces-verbaal,

-

de faxbrief van de zijde van [gedaagden sub 1 tot en met 6] van 11 juli 2018 inhoudende opmerkingen op het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagden sub 1 tot en met 6] heeft beleggingen in vastgoed tot doel. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is (indirect) bestuurder en (indirect) aandeelhouder van [gedaagden sub 1 tot en met 6]

2.2.

Tot 30 september 2015 heeft [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ) leningen en kredieten in rekening-courant verstrekt aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] onder hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagden sub 2 tot en met 6] Naast de kredietbrieven van [naam bedrijf 1] , die door de betreffende kredietnemer(s) voor akkoord zijn ondertekend en als kredietovereenkomsten tussen de betreffende partijen hebben te gelden, is een saldo- en rentecompensatie overeenkomst getekend door [gedaagden sub 2 tot en met 6] en zijn de Algemene Voorwaarden [naam bedrijf 1] , de Algemene Voorwaarden Rekening-Courant voor niet-consumenten [naam bedrijf 1] en de Algemene Voorwaarden voor Geldleningen Zakelijk van [naam bedrijf 1] op de relatie met [gedaagden sub 2 tot en met 6] van toepassing verklaard.

2.3.

In artikel 36 van de Algemene Voorwaarden [naam bedrijf 1] (hierna: AV) staat:

“Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt, voor het geval van een (gedeeltelijke) overdracht van de onderneming van de bank, er bij voorbaat medewerking aan verleend dat zijn rechtsverhouding met de bank in het kader van die (gedeeltelijke) overdracht (gedeeltelijk) op een derde overgaat.”

In de toelichting bij dit artikel staat:

“Wij kunnen onze onderneming (deels) overdragen aan een ander. Ook producten of diensten die u van ons afneemt kunnen mee overgaan. U wordt dan klant van degene die onze onderneming (deels) overneemt.

Het kan gebeuren dat wij onze onderneming (deels) willen overdragen aan een ander. Mogelijk willen wij dan ook de rechtsverhouding mee overdragen die wij met u hebben uit een overeenkomst met u. U verleent nu alvast uw medewerking hieraan. Wij geven een voorbeeld:

Wij dragen onze activiteiten over aan een andere bank. Dit kan betekenen dat overeenkomsten die wij met u hebben mee overgaan naar die andere bank. U krijgt hiervan een mededeling en wordt dan klant van die andere bank.”

2.4.

[gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 6] hebben de volgende hypotheekrechten verleend aan [naam bedrijf 1] :

a. een door [gedaagde sub 3] verleend recht van hypotheek tot een bedrag van

EUR 1.600.000 op twee registergoederen gelegen aan de [adres 1] respectievelijk [adres 2] te [plaats 1] ;

een door [gedaagde sub 6] verleend recht van hypotheek tot een bedrag van

EUR 15.000.000 op registergoederen gelegen aan (onder meer) [adres 3] en [adres 4] en [adres 5] te [plaats 1] , [adres 6] te [plaats 2] , [adres 7] en [adres 8] , [adres 9] en [adres 10] en [adres 11] en [adres 12] te [plaats 3] , [adres 13] te [plaats 4] , [adres 14] te [plaats 5] en [adres 15] te [plaats 6] .

2.5.

In de notariële akten waarbij deze hypotheekrechten (hierna: de hypotheekrechten) zijn gevestigd en in de “Algemene Voorwaarden voor Hypotheken [naam bedrijf 1] ” die van toepassing zijn verklaard staat (voor zover relevant) dat de zekerheid wordt gevestigd voor al hetgeen [naam bedrijf 1] op enig moment uit hoofde van kredietverlening van de hypotheekgever te vorderen heeft of zal krijgen en dat de registergoederen waarop de hypotheekrechten rusten niet zonder toestemming van [naam bedrijf 1] mogen worden verkocht.

2.6.

In een door [gedaagden sub 2 tot en met 6] getekende akte van verpanding van 11 augustus 2010 staat (voor zover relevant) dat zij tot zekerheid van al hetgeen [naam bedrijf 1] van haar te vorderen heeft of mocht hebben uit (kort gezegd) welke hoofde dan ook een pandrecht vestigt op:

“de vorderingen op derden uit hoofde van huurovereenkomsten en ter zake van die vorderingen de rechten uit verzekeringsovereenkomsten.

De pandgever verbindt zich de reeds bestaande vorderingen en vorderingen welke rechtstreeks zullen worden verkregen uit reeds bestaande rechtsverhoudingen met derden op de door de bank aangegeven wijze te vermelden op een door of namens de pandgever te ondertekenen pandlijst en deze pandlijst terstond te zenden of af te geven aan de bank.

De pandgever verbindt zich vorderingen op derden uit hoofde van huurovereenkomsten, welke na ondertekening van deze akte zullen ontstaan en vorderingen, welke rechtstreeks zullen worden verkregen uit rechtsverhoudingen, welke na ondertekening van deze akte zullen ontstaan door middel van pandlijsten, aan de bank te verpanden.

(...)”

In de op deze verpanding toepasselijke “Algemene Voorwaarden Verpanding [naam bedrijf 1] ” staat, onder meer:

“(...)

Artikel 3. Bepalingen van bijzondere aard

(...)

D. Vorderingen op derden

Indien vorderingen op derden aan de bank zijn verpand geldt voorts:

1. Het pandrecht strekt zich uit tot vorderingen die bij het ondertekenen van de akte bestaan of die rechtstreeks zullen worden verkregen uit op dat moment bestaande rechtsverhoudingen en nog niet bestaande rechtsverhoudingen.”

2.7.

Op enig moment is de relatie met [gedaagden sub 2 tot en met 6] door [naam bedrijf 1] onder gebracht bij haar afdeling Bijzonder Beheer.

2.8.

In een e-mail van 22 november 2013 van [naam 1] aan [naam bedrijf 1] staat, onder meer:

“(...) Hierbij de toelichting op de reorganisatie van het NL Vermogen van de onderneming.

(...)

Door de perikelen met [naam 2] is een situatie ontstaan die geleid heeft tot overleg (...). Uit dit overleg is naar voren gekomen dat het wenselijk is voor alle betrokken partijen, waaronder de bank, om (...) een reorganisatie door te voeren.

(...)

Deze reorganisatie omvat het volgende:

(...)

EF Beheer B.V. neemt van de ondernemingscluster over

(...)

alle onroerende zaken van de De Markestee Beheer Cluster [waar [gedaagden sub 2 tot en met 6] onderdeel van uitmaakt, rechtbank].

(...)

Voordeel voor de bank is dat

a. Alle onroerende zaken geconcentreerd zijn in een rechtspersoon, moedervennootschap van [gedaagde sub 2] ,

(...)

Met [naam 3] heb ik afgesproken dat een en ander geschiedt tegen de betaling van € 1.250,--

Alle volmachten ter zake zijn verstrekt; de overdrachten vinden plaats ná ontvangst van het bedrag van € 1.250,--.

(...)”

2.9.

Op 25 november 2013 heeft [gedaagde sub 6] de onder 2.4 genoemde registergoederen verkocht aan EF Beheer. De koopprijs is voldaan doordat EF Beheer schulden heeft overgenomen van [gedaagde sub 6] . De aan verschillende schuldeisers, waaronder [naam bedrijf 1] , verschuldigde sommen bedroegen in totaal € 6.730.000. In artikel 10 van de akte van levering staat, onder meer:

“(...) De verkoper en koper hebben ervoor gekozen om ter zake van onderhavige verkoop en overdracht geen voorafgaande toestemming aan de hypotheekhouders (...) te vragen. Verkoper en koper zijn er in dat verband door mij, notaris, nadrukkelijk opgewezen dat onderhavige verkoop en levering (mogelijkerwijs) een tekortkoming in de nakoming van een obligatoire verplichting jegens de hypotheekhouder kan opleveren en (mogelijkerwijs) zelfs als een onrechtmatige daad kan worden beschouwd. Verkoper en koper verklaren zich volledig bewust te zijn van alle (financiële) risico’s en mogelijke gevolgen die hieruit voor hen kunnen voortvloeien. (...)”

2.10.

In haar reactie op de hiervoor onder 2.8 genoemde e-mail heeft [naam bedrijf 1] bij e-mail van 2 december 2013 aan [naam 1] geschreven:

“Naar aanleiding van je mails omtrent de reorganisatie, merken wij het volgende op. We hebben de indruk dat wij hierover laat en tot op heden nog niet volledig zijn geïnformeerd. In je mail van 22 november jl stel je dat er voor de bank niets zal gaan veranderen, Als we het echter goed begrijpen wordt het onroerend goed nu overgedragen aan EF Beheer B.V. (...) Indien EF Beheer B.V. toch eigenaar van het onroerend goed wordt, hoe gaan dan de huurstromen lopen (???)

(...) Mede gezien de hierboven bedoelde onduidelijkheden zijn wij vooralsnog niet accoord met deze reorganisatie (...).

2.11.

Op 16 mei 2014 heeft [naam bedrijf 1] per brief aan de notaris met als onderwerp “verkoop [adres 11] te [plaats 3] (eigendom van E.F. Beheer B.V.)” ingestemd met het doorhalen van haar hypotheekrecht op dit registergoed nadat de verkoopopbrengst aan haar is overgemaakt.

2.12.

In een brief van 11 december 2014 aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft [naam bedrijf 1] bericht dat zij kan blijven beschikken over de verstrekte kredietfaciliteiten die op dat moment in totaal een omvang hadden van EUR 7.951.983,16. In deze brief zijn voorts een aantal wijzigingen ten aanzien van de aflosverplichtingen op leningen met ingangsdatum 1 januari 2015 opgenomen. In de brief is voorts vermeld:

“Indien de huidige overstand op de rekening-courant niet voor 1 januari 2015 is ingelost, verstrekt u de bank een onherroepelijke notariële volmacht met betrekking tot uw onroerend goed voor minimaal 70% van de marktwaarde.”

2.13.

Op 24 februari 2015 hebben [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 6] , EF Beheer, HBA Vastgoed en De Markestee Beheer B.V. een onherroepelijke volmacht verstrekt aan [naam bedrijf 1] . In die volmacht wordt [naam bedrijf 1] tot onderhandse verkoop namens de rechthebbende van de registergoederen zoals genoemd onder 2.4 met uitzondering van de registergoederen gelegen aan de [adres 11] en [adres 12] te [plaats 3] (de overige registergoederen van EF Beheer die in 2.4 zijn opgesomd, worden hierna “de registergoederen” genoemd) gemachtigd onder de daarin opgenomen voorwaarden. In deze volmacht staat, onder meer:

“Einde geldigheid volmacht.

1. De volmacht gaat in op één januari tweeduizend zestien en is verstrekt voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat de volmacht onmiddellijk ingaat indien de volmachtgever zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst van dertig december tweeduizend veertien na één mei tweeduizend vijftien niet stipt nakomt. In het kader van deze notariële verkoopvolmacht zal de bank voor wat betreft de uitleg van een stipte nakoming van die kredietovereenkomst tot de overdracht van het onroerende goed [adres 3] / [adres 5] [plaats 1] en of [adres 9] / [adres 7] [plaats 3] een maximale debetstand gedogen van zeshonderdachtduizend euro (...) op voorwaarde dat bij overdracht van dat onroerend goed de verkoopopbrengsten (in geval van [plaats 1] tot maximaal driehonderdvijftigduizend euro (...) in mindering worden gebracht op deze debetstand. (...)”

2.14.

In april 2015 heeft [naam bedrijf 1] aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] bericht dat zij van mening is dat sprake is van een ongeoorloofde debetstand van EUR 116.149.

2.15.

Bij brieven van 6 augustus 2015 althans 25 september 2015 heeft [naam bedrijf 1] ieder van [gedaagden sub 2 tot en met 6] op de hoogte gesteld van haar voornemen om een deel van haar portefeuille met zakelijke vastgoedleningen, waaronder de aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] verstrekte financieringen, over te dragen aan de aan Cerberus Capital Management gelieerde vennootschap [eiseres] .

2.16.

In een door [eiseres] in het geding gebracht “uittreksel van de sale and purchase agreement van 30 september 2015 tussen [naam bedrijf 1] en [eiseres] ” staat voor zover relevant:

“(...)

BACKGROUND

(A) The Seller [ [naam bedrijf 1] , Rechtbank] wishes to transfer the Seller’s rights, title and interests in the Assets together with the Seller’s obligations (if applicable) in respect of the Assets (other than the Excluded Liabilities) and the Buyer [ [eiseres] , rechtbank] wishes to accept such transfer on the terms set out in this Agreement.

(...)

(C) The Parties wish to amend and restate the original sale and purchase agreement dated 5 August 2015 in order to make certain corrections and clarifications as set out herein.

THE PARTIES AGREE AS FOLLOWS:

1. INTERPRETATION

1.1

Definitions

In this Agreement:

Assets means (a) a Loan Asset, (b) a Security and all (security) rights and interests in connection thereto including, for the avoidance of doubt, any accessory rights (afhankelijke rechten) and ancillary rights (nevenrechten) and (c) a Hedging Asset, in each case excluding the Excluded Assets.

Closing Date means 30 September 2015 (...)

Excluded Assets means any Asset as designated as such by the Seller and the Buyer jointly.

(...)

Loan Asset means each of the loan assets and debt claims mentioned in any document listed in Part 1 of Schedule 1 (...)

Security means the Security Interest created or expressed to be created in favour of the Seller

pursuant to the Relevant Documents as outlined in Part 2 of Schedule 1 (The Assets).

Security Documents means each of the documents listed in Part 2 of Schedule 1 (The Assets).

Security Interest means a mortgage (hypotheek), pledge (pandrecht) (...)

Transfer of Contract and Assignment means the deed of transfer of contract and assignment to be executed on the Closing Date to effect the transfer or (if applicable) assignment of the Assets by the Seller to the Buyer (...)

2 SALE AND PURCHASE

2.1

General

(a) Upon the terms and subject to the conditions of this Agreement:

(i) the Seller sells and shall Transfer to the Buyer and the Buyer purchases and shall accept the Transfer by the Seller of its legal and beneficial rights, interests in and title to as well as Assumed Liabilities in relation to the Assets and the Guarantee Assets in accordance with the provisions of the Transfer of Contract and Assignment; and

(ii) to the extent any of the Assets do not transfer in accordance with Clause 2.1 (a)(i) above, the Seller sells and shall assign (cederen) to the Buyer and the Buyer purchases and shall accept the assignment (cessie) of its rights in relation to such Assets and the Guarantee Assets in accordance with the provisions of the Transfer of Contract and Assignment ( ...)”

2.17.

In een “Deed of transfer of contract and assignment” van 30 september 2015 tussen [naam bedrijf 1] als transferor en [eiseres] als transferee staat, onder meer:

“(...)

BACKGROUND

(A) On the fifth day of August two thousand and fifteen, the Transferor entered into a sale and purchase agreement (the SPA) with the Transferee for the sale and transfer of the Assets to the Transferee on the terms set out therein (the Sale). For the avoidance of doubt, the Seller will not transfer the Seller’s obligations in respect of the Excluded Liabilities to the Transferee.

(B) In connection with the Sale, the Transferor and the Transferee have agreed that (...):

(i) all rights and obligations of the Transferor under the documents entered into with respect to the Assets specified in Schedule 1 (the Transferred Assets) will be transferred by way of transfer of contract (contractsoverneming) to the Transferee subject to the terms set out herein; and

(ii) all rights and benefits of the Transferor vis-à-vis the Excluded Counterparties (as defined below) under the documents entered into with respect to the Assets will be transferred by way of assignment (cessie) to the Transferee subject to the terms set out herein.

(C) Each Counterparty (as defined below) has agreed to, and has cooperated in advance with the transfer of the rights and obligations of the Transferor under the Transferred Assets and the other Relevant Documents to the Transferee within the meaning of Section 6:159 of the Dutch Civil Code.

(...)

IT IS AGREED as follows:

1. INTERPRETATION

1.1

Definitions

Assignment has the meaning given thereto in Clause 2.3 (Assignment).

Assigned Rights means all rights and benefits of the Transferor vis-à-vis the Excluded Counterparties under the documents entered into with respect to the relevant Assets.

Counterparty means all counterparties of the Transferor in connection with

the Assets, with the exception of the Excluded Counterparties.

Excluded Counterparty means the counterparties of the Transferor specified in Schedule 2 (i) in relation to the Hedging Assets where the relevant counterparty has not given its consent to the transfer of such Hedging Asset to the Transferee and (ii) in relation to the Assets where the relevant counterparty has protested against the transfer of such Asset to the Transferee and a competent court of law has ruled such protest to be valid.

(...)

General Banking Conditions means the General Banking Conditions dated the twenty-seventh day of July two thousand and nine applicable to any Transferred Asset or any other Relevant Document, as amended or supplemented from time to time.

(...)

Transfer of Contract has the meaning given thereto in Clause 2.1

(Transfer of Contract).

1.2

Construction

(i) Unless expressly defined otherwise in this Deed, capitalised terms defined in the SPA have the same meaning in this Deed.

(...)

2.1

Transfer of Contract

( a) With effect as of the Closing Date, the Transferor agrees to transfer and hereby transfers to the Transferee by way of transfer of contract (contractsoverneming) within the meaning of Section 6:159 of the Dutch Civil Code its legal relationship (rechtsverhouding) under the Transferred Assets vis-à-vis each Counterparty which is expressed to be a party to the relevant Transferred Assets (the Transfer of Contract). For the avoidance of doubt, the Transfer of Contract includes the transfer of the rights and obligations of the Transferor vis-à-vis each Counterparty in each of its capacities as referred to in the Transferred Assets (as the case may be).

( b) The Transferee hereby accepts the Transfer of Contract.

( c) With respect to the Transferred Assets relating to it, each Counterparty has pursuant to clause 36 of the General Banking Conditions agreed to the Transfer of Contract and to cooperate with such Transfer of Contract and therefore each Counterparty only needs to be notified of that Transfer of Contract.

(...)

2.2

Release of the Transferor

(...)

(d) It is the intention of the Transferor and Transferee that upon the Execution of this Deed the Transferee will be the sole beneficiary under the Security Documents. Upon the execution of this Deed, the Transferor irrevocably and unconditionally cancels (opzeggen), or to the extent required, the Transferor and the Transferee (acting jointly) irrevocably and unconditionally cancel (opzeggen), the rights of mortgage and the rights of pledge granted by the Counterparties and/or the Excluded Counterparties under the security documents listed in Part 2 of Schedule 1 or otherwise granted by the Counterparties and/or the Excluded Counterparties, to the effect that such rights of mortgage and rights of pledge no longer secure debts, if any, other than the claims arising from or in connection with the Transferred Assets and the Assigned Rights.

2.3

Assignment

( a) With effect as of the Closing Date, the Transferor agrees to assign and hereby assigns (cedeert) to the Transferee all of the rights and benefits under the Assets (...) (the Assignment), which assignment is hereby accepted by the Transferee.

( b) The parties agree to treat all Assets as if they were legally transferred to the Transferee. The Parties hereto will enter into a sub-participation agreement on or about the date hereof, which agreement will set out in more detail how parties will treat the Assets that are not transferred to the Transferee by way of a transfer of contract.

(...)

4. MISCELLANEOUS

(...)

( d) This Deed may be amended only by an agreement in writing signed by all Parties thereto.

(...)

6. GOVERNING LAW

This Deed and any non-contractual obligations arising out of or in relation to this Deed are governed by and construed in accordance with the laws of The Netherlands.

(...)”

2.18.

In een brief van 6 oktober 2015 van Capita Banking and Debt Solutions (Netherlands) B.V. (hierna: Capita) aan [gedaagde sub 2] heeft zij zich geïntroduceerd als relatiemanager en beheerder ten aanzien van de door [naam bedrijf 1] aan [eiseres] overgedragen leningen en deelt zij mee dat betalingen vanaf dat moment direct aan [eiseres] moeten geschieden.

2.19.

In brieven van 7 oktober 2015 aan [gedaagde sub 2] , Florina en [gedaagde sub 3] heeft [naam bedrijf 1] mededeling gedaan van de overdracht door middel van cessie en contractsoverneming van de in de bijlage bij die brieven opgenomen kredietproducten aan [eiseres] .

2.20.

In een e-mail van 22 oktober 2015 van Capita aan [naam 1] staat onder meer dat zij voornoemde brieven (die [naam 1] blijkens het aan deze e-mail voorafgaande telefoongesprek niet in goede orde heeft ontvangen) aanhecht en voorts:

“(...) Graag zorgdragen dat uw huurinkomsten welke nu op uw [naam bedrijf 1] rekening zijn overgemaakt door uw huurders, per omgaande worden overgemaakt op het (...) rekeningnummer van [eiseres] (incl. met terugwerkende kracht per 1 oktober 2015);

(...)

Graag ontvang ik een bevestiging van bovenstaande, en een indicatie van het overschot op uw rekening bij [naam bedrijf 1] dat u per direct overmaakt op de rekening van [eiseres] . (...)”

2.21.

Op 12 november 2015 heeft de voormalige raadsman van [gedaagden sub 2 tot en met 6] namens zijn cliënten aan [naam bedrijf 1] geschreven dat de handelwijze van [naam bedrijf 1] met betrekking tot de overdracht in strijd is met de op [naam bedrijf 1] rustende zorgplicht.

2.22.

Op 17 november 2015 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Capita en [gedaagden sub 2 tot en met 6] waarin is gesproken over aflossing van de financieringen. Capita heeft drie mogelijkheden op tafel gelegd: herfinanciering voor minimaal de marktwaarde van het onderpand, verkoop van het onderpand door EF Beheer of verkoop van het onderpand door [eiseres] . Capita heeft [gedaagden sub 2 tot en met 6] tot 15 december 2015 de tijd gegeven voor het opstellen van een (met financiële bescheiden onderbouwd) strategisch plan voor het aflossen van de financieringen. Verder is aan de orde gekomen dat [gedaagden sub 2 tot en met 6] rente- en aflossing moet betalen en indien zij dat niet doet per direct alle huurinkomsten aan [eiseres] moeten worden overgemaakt. In een e-mail van diezelfde dag waarbij het verslag van de bespreking naar [gedaagden sub 2 tot en met 6] is gestuurd, heeft Capita – in reactie op een door [gedaagden sub 2 tot en met 6] tijdens voornoemd overleg genoemde voorgenomen verkoop van een pand – gemeld dat [eiseres] doorgaans geen goedkeuring geeft aan individuele verkopen maar dat dit onderdeel moet zijn van een totaalplan.

2.23.

[gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft bij brief van 23 november 2015 vragen gesteld over de hoogte van de uitstaande leningen en debetstanden, die volgens haar afwijken van de administratie van [naam bedrijf 1] . Capita heeft hierop gereageerd met de toelichting dat de afwijking zit in de renteverplichtingen tot en met 19 november 2015.

2.24.

Bij brief van 27 november 2015 van Capita aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft zij nogmaals verzocht alle beschikbare huurinkomsten over te boeken aan [eiseres] , onmiddellijk een actueel huuroverzicht te verstrekken en kasstroomoverzichten over de afgelopen 12 maanden. Indien [gedaagden sub 2 tot en met 6] de beschikbare huurinkomsten niet overmaakt, behoudt [eiseres] zich het recht voor om de verpanding van de huurvorderingen in te roepen en de huurders aan te schrijven, aldus Capita.

2.25.

Bij e-mailbericht van 3 december 2015 heeft [gedaagden sub 2 tot en met 6] een specificatie van een betaling van € 40.588,18 over november 2015 aan Capita doen toekomen, alsmede een afschrift van een voorlopig koopcontract d.d. 31 juli 2014 met betrekking tot de verkoop van het pand aan de [adres 3] te Zutphen aan een aan [naam 1] gelieerde stichting. [gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft daarbij bericht dat de verwachte opbrengst € 270.000,00 is en dat dit bedrag, zoals was overeengekomen met [naam bedrijf 1] , zal strekken ter aflossing van de overstand waarna de uitstaande financiering EUR 7.642.673,12 zal bedragen. Ten slotte heeft [gedaagde sub 2] aangekondigd dat haar financieel adviseur, Rating Finance Consultants (hierna: Rating), contact met Capita zal opnemen over “het plan”.

2.26.

Bij brief van 14 december 2015 heeft Rating namens EF Beheer aan Capita meegedeeld dat EF Beheer zich sterk gaat maken voor een maximale bancaire herfinanciering en met het oog daarop de eerste stappen heeft gezet en dat een doorlooptijd van drie tot zes maanden wordt verwacht. Daarbij is meegedeeld dat EF Beheer zich overigens op het standpunt stelt dat zij zich keurig houdt aan de met [naam bedrijf 1] overeengekomen (betalings)voorwaarden.

2.27.

In een brief van 8 april 2016 heeft Capita aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] geschreven dat:

-

zij ondanks vele telefonische toezeggingen over een mogelijke herfinanciering geen voorstellen of informatie van [gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft ontvangen,

-

er sprake is van verzuim omdat [gedaagden sub 2 tot en met 6] sinds 30 september 2015 minimaal EUR 55.611,76 aan rente- en aflossingsverplichtingen heeft gemist en de schuld diverse substantiële overstanden omvat van minimaal EUR 968.380,-,

-

genoemde achter- en overstanden uiterlijk 15 april 2016 moeten zijn aangezuiverd, waarna [eiseres] zich het recht voorbehoudt om rechtsmaatregelen te nemen waaronder het uitwinnen van zekerheden,

-

uiterlijk 15 april 2016 een allesomvattend strategisch plan voor afbetaling van de financieringen moet worden aangeleverd, onderbouwd met financiële informatie.

2.28.

Bij e-mailbericht van 20 april 2016 heeft Rating Capita een financieringsanalyse doen toekomen betreffende het herfinancieringsplan van “de onroerend goed portefeuille van de familie [naam 1] ”. In reactie hierop heeft Capita bij e-mailbericht van 26 april 2016 (onder meer) opgemerkt dat zij een plan voor de verkoop van het vastgoed mist. Hierop heeft Rating bij e-mail van 28 april 2016 geantwoord dat de voorkeur van [gedaagden sub 2 tot en met 6] uitgaat naar herfinanciering en verkoop dus niet de bedoeling is.

2.29.

Op 26 mei 2016 heeft [eiseres] namens zichzelf en namens [gedaagden sub 2 tot en met 6] een “aanvullende pandakte” ondertekend waarin staat dat [gedaagden sub 2 tot en met 6] alle vorderingen op derden uit hoofde van huurovereenkomsten, waaronder de huurovereenkomsten met betrekking tot de registergoederen, aan [eiseres] verpandt.

2.30.

[gedaagden sub 2 tot en met 6] en [eiseres] hebben op 1 juni 2016 een bespreking gevoerd. Hierbij is aan de orde gekomen dat herfinanciering nog niet gelukt is en dat [eiseres] en [gedaagden sub 2 tot en met 6] van mening verschillen over de marktwaarde van het onderpand dat voor [eiseres] als ondergrens voor de herfinanciering zou moeten dienen. [gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft in dit gesprek toestemming gevraagd voor de verkoop van de panden aan de [adres] te [plaats 1] conform de met [naam bedrijf 1] daarover gemaakte afspraak. [eiseres] is daar niet mee akkoord gegaan omdat zij de onroerend goed portefeuille bij elkaar wil houden en daarbij meent dat de overstand niet kan worden afgelost door de gevraagde verkoop. De afspraken met [naam bedrijf 1] gelden niet meer, aldus [eiseres] blijkens het door [eiseres] overgelegde verslag van dit gesprek.

2.31.

Bij e-mailbericht van 14 juni 2016 heeft Rating aan [eiseres] en Capita bericht dat de in het gesprek van 1 juni 2016 door [eiseres] aangegeven koers haaks staat op de eerder gemaakte afspraken, te weten dat [gedaagden sub 2 tot en met 6] zou proberen om binnen drie tot zes maanden te komen tot herfinanciering. Rating heeft aangegeven dat (samengevat) nog steeds wordt gesproken met een investeerder die bereid is – mede gelet op recente taxatie van de onroerende zaken – een redelijke prijs te betalen voor herfinanciering die bij lange na niet haalbaar is bij executie en dat het in dat licht onbegrijpelijk is dat [eiseres] het voorstel van de hand wijst.

2.32.

Bij brief van 23 juni 2016 heeft Capita aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] geschreven dat:

- de uitstaande schuld EUR 8.501.310,78 bedraagt, waaronder – naast de hoofdsommen van de lening – EUR 124.526,26 aan achterstallige contractuele betalingen en EUR 904.735,79 aan ongeoorloofde overstand op de rekening-courant en dat deze achter- en overstanden binnen zeven dagen voldaan moeten worden,

- een afkoopsom van rond de EUR 8 miljoen de basis kan zijn voor verdere gesprekken over een gezamenlijke oplossing,

- als dat niet haalbaar is, er ook gesproken kan worden over verkoop van het onderpand op grond van de verkoopvolmacht en het maken van nadere afspraken over een restschuld,

- zij binnen een week een concreet voorstel over afwikkeling van de leningen wenst te ontvangen.

2.33.

Op 25 juli 2016 heeft [eiseres] per e-mail een brief van 12 juli 2016 verstuurd aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] In deze brief staat dat [gedaagden sub 2 tot en met 6] in verzuim verkeert en dat [eiseres] mededeling gaat doen van haar pandrechten op de huurvorderingen aan de huurders van de registergoederen. Voorts wordt [gedaagden sub 2 tot en met 6] hierin verzocht informatie te verstrekken over haar huurders, alle uitgaande huurfacturen in kopie aan [eiseres] te sturen en ontvangen huurpenningen aan [eiseres] over te maken.

2.34.

Op 25 juli 2016 heeft Capita aan de huurders van de registergoederen mededeling gedaan van het pandrecht en meegedeeld dat vanaf dat moment de huurders alleen nog bevrijdend kunnen betalen aan [eiseres] .

2.35.

Bij brief van 20 september 2016 heeft Capita namens [eiseres] de kredietrelatie met [gedaagden sub 2 tot en met 6] opgezegd omdat [gedaagden sub 2 tot en met 6] niet voldoet aan haar rente- en aflossingsverplichtingen, zij een overstand heeft op het rekening-courantkrediet en zij zonder toestemming is overgegaan tot vervreemding van een tot zekerheid van de geldlening verbonden zaak. [gedaagden sub 2 tot en met 6] is gesommeerd om uiterlijk op 4 oktober 2016 het volledig openstaande bedrag van EUR 8.584.694,50 aan Capita over te maken, bij gebreke waarvan [eiseres] over zal gaan tot het nemen van rechtsmaatregelen, waaronder uitwinning van de zekerheden.

2.36.

Bij e-mailbericht van 26 september 2016 heeft [gedaagden sub 2 tot en met 6] aan Capita bericht dat (primair) geen sprake is van een rechtsgeldige contractsoverneming of cessie door [eiseres] en (subsidiair) dat geen sprake is van gemiste rente- en aflossingsverplichtingen door [gedaagden sub 2 tot en met 6] omdat zij volledig aan haar verplichtingen heeft voldaan. Ter onderbouwing van dat laatste is een overzicht bijgevoegd waaruit blijkt dat EF Beheer betreffende de maanden juli tot en met oktober 2016 in totaal een bedrag van € 177.361,77 niet heeft ontvangen aan huur. Ervan uitgaande dat dat bedrag door Capita is ontvangen naast de door [gedaagden sub 2 tot en met 6] verrichte betalingen, betekent dat dat [gedaagden sub 2 tot en met 6] € 111.526,78 méér aan Capita heeft betaald dan zij verschuldigd was en dat na verrekening van dit bedrag met het rekening-courantbedrag van enige tekortkoming geen sprake is, aldus [gedaagden sub 2 tot en met 6] Daarbij heeft [gedaagden sub 2 tot en met 6] gewezen op een afspraak die [gedaagden sub 2 tot en met 6] met [naam bedrijf 1] had gemaakt over aflossing van de overstand op het rekening-courantkrediet door verkoop van het pand aan de [adres 3/adres 4] te [plaats 1] . [gedaagden sub 2 tot en met 6] heeft bericht dat de opzegging van de kredietrelatie door [eiseres] een rechtsgrond ontbeert, omdat zij niet tekortgeschoten is in haar verplichtingen.

2.37.

Bij brief van 17 november 2016 heeft mr. M.M. van der Graaf, kandidaat-notaris, aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] en EF Beheer aangekondigd over te zullen gaan tot executieverkoop van de onroerende zaken.

2.38.

Bij brief van 19 december 2016 heeft [eiseres] aan [gedaagden sub 2 tot en met 6] en EF Beheer meegedeeld dat zij de in november 2013 tot stand gekomen verkoop en levering van de in 2.4 genoemde registergoederen op grond van artikel 3:45 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vernietigt omdat [eiseres] door deze onverplichte verkoop en levering is benadeeld in haar verhaalsmogelijkheden.

2.39.

[eiseres] heeft conservatoir beslag gelegd ten laste van [gedaagden sub 2 tot en met 6] en partijen hebben over en weer tegen elkaar geprocedeerd in kort geding.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing