Rechtbank Amsterdam, 26-09-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6897, C/13/521460 / HA ZA 12-863
Rechtbank Amsterdam, 26-09-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6897, C/13/521460 / HA ZA 12-863
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 september 2018
- Datum publicatie
- 28 september 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2018:6897
- Zaaknummer
- C/13/521460 / HA ZA 12-863
Inhoudsindicatie
Drie slachtoffers van een beruchte Amerikaanse beleggingsfraudeur kunnen hun schade niet verhalen op hun Nederlandse accountants. De slachtoffers (3 buitenlandse beleggingsfondsen) en hun curator vinden dat de accountants bij de controle van hun jaarboeken fouten hebben gemaakt: door de fraude niet te ontdekken.
Uitspraak
vonnis
afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/521460 / HA ZA 12-863
Vonnis van 26 september 2018
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
in zijn hoedanigheid van liquidator naar het recht van de Britse Maagdeneilanden en als wettelijk vertegenwoordiger naar het recht van de Britse Maagdeneilanden van eiseressen in conventie/verweersters in voorwaardelijke reconventie sub 2 t/m 4,
kantoorhoudende te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,
2. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
FAIRFIELD SENTRY LIMITED in liquidatie,
gevestigd te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,
3. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
FAIRFIELD SIGMA LIMITED in liquidatie,
gevestigd te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,
4. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
FAIRFIELD LAMBDA LIMITED in liquidatie,
gevestigd te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,
eisers in conventie,verweerders in voorwaardelijke reconventie,
advocaat eerst mr. B.E.L.J.C. Verbunt, thans mr. G.H. Gispen te Amsterdam,
tegen
1. de naamloze vennootschap
PRICEWATERHOUSECOOPERS ACCOUNTANTS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie,
2. de naamloze vennootschap
PRICEWATERHOUSECOOPERS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie,
3. [gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
4. [gedaagde sub 4],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
5 [gedaagde sub 5] ,
wonende te [woonplaats] , Luxemburg,
gedaagde in conventie,
6. [gedaagde sub 6],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
advocaat mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam.
1 Inleiding
In het tussenvonnis van 13 juli 2016 (hierna: het tussenvonnis) is het volgende beslist: (i) de Fairfield Fondsen zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard (rechtsoverweging 4.4.3); (ii) [eiser sub 1] , optredend namens althans ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers van (en de investeerders in) de Fairfield Fondsen, zal in zijn vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard (rechtsoverweging 4.4.4); de jegens PwC N.V. ingestelde vorderingen zullen worden afgewezen (rechtsoverweging 4.4.6).
In rechtsoverweging 4.4.7 van het tussenvonnis is geconcludeerd dat als procespartijen resteren: enerzijds als eisers (i) [eiser sub 1] in zijn hoedanigheid van liquidator van Fairfield Sentry, (ii) [eiser sub 1] in zijn hoedanigheid van liquidator van Fairfield Sigma en (iii) [eiser sub 1] in zijn hoedanigheid van liquidator van Fairfield Lambda en anderzijds als gedaagden (i) PwC Accountants (mede als rechtsopvolgster van PwC N.V.), (ii) [gedaagde sub 3] , (iii) [gedaagde sub 4] , (iv) [gedaagde sub 5] en (v) [gedaagde sub 6] . Deze resterende procespartijen zullen hierna wederom [eiser sub 1] en PwC c.s. worden genoemd.
Het procesverloop vanaf het tussenvonnis luidt als volgt:
- het tussenvonnis;
- de brief van 9 augustus 2016 van mr. Y. Steeg-Tijms, advocaat te Amsterdam, namens mr. Lunsingh Scheurleer, waarbij de papieren controledossiers in het geding zijn gebracht;
- het verslag van de bijeenkomst van 1 september 2016 betreffende de in ontvangstname door de rechtbank van de digitale controledossiers;
- het proces-verbaal van de zitting van 25 oktober 2016;
- de akte uitlating controledossiers PwC na tussenvonnis, met producties, van [eiser sub 1] ;
- de akte overlegging producties tevens houdende rectificatie van een productie, met producties, van [eiser sub 1] ;
- de antwoordakte uitlating controledossiers PwC, met producties, van PwC c.s.;
- de rolbeslissing van 12 juli 2017, waarbij het verzoek om pleidooi is afgewezen;
- de akte uitlating producties, met producties, van [eiser sub 1] ;
- de antwoordakte uitlating producties, van PwC c.s.;
- de rolbeslissing van 13 december 2017, waarbij het verzoek om pleidooi is toegewezen;
- het proces-verbaal van de zitting van 11 juni 2018 en de daarin vermelde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.