Rechtbank Amsterdam, 20-11-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8257, C/13/654631 / KG ZA 18-1007
Rechtbank Amsterdam, 20-11-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8257, C/13/654631 / KG ZA 18-1007
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 november 2018
- Datum publicatie
- 23 november 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2018:8257
- Zaaknummer
- C/13/654631 / KG ZA 18-1007
Inhoudsindicatie
De BKR-registratie van een vrouw is disproportioneel en moet daarom worden verwijderd.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/654631 / KG ZA 18-1007 CK/MV
Vonnis in kort geding van 20 november 2018
in de zaak van
1 [eiseres sub 1] ,2. [eiser sub 2]
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers bij conceptdagvaarding,
advocaat mr. M.C. Evertse te Veenendaal,
tegen
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde, vrijwillig verschenen,
advocaat mr. C.M. Jakimowicz te Rotterdam.
Eisers zullen hierna [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] worden genoemd. Gedaagde zal hierna ABN Amro worden genoemd.
1 De procedure
Ter zitting van 6 november 2018 hebben [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte conceptdagvaarding. ABN Amro heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. ABN Amro heeft tevens een conclusie van antwoord in het geding gebracht. Ter zitting waren aanwezig:
- [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] met mr. Evertse; - [naam 1] en [naam 2] van ABN Amro met mr. Jakimowicz.Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
2 De feiten
Op 9 juni 2009 heeft [eiseres sub 1] een kredietovereenkomst (met nummer [kredietnummer] ) gesloten met ABN Amro op grond waarvan zij € 4.000,- heeft geleend. Op grond van deze overeenkomst diende [eiseres sub 1] maandelijks € 80,- aan rente en aflossing te voldoen. [eiseres sub 1] heeft ABN Amro een volmacht verstrekt dit maandbedrag automatisch te incasseren van haar bankrekening met nummer [bankrekeningnummer] . Op 4 november 2010 heeft [eiseres sub 1] het kredietbedrag verhoogd tot € 10.000,-. Zij diende maandelijks aan het einde van de maand € 200,- te voldoen om gebruik te kunnen blijven maken van het krediet. Artikel 12 van de “Voorwaarden ABN Amro AMRO Flexibel Krediet” luidt voor zover hier van belang als volgt.
“De Bank is verplicht een achterstand in de nakoming van de betalingsverplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van meer dan negentig dagen te melden bij BKR”.
Uit het bankafschrift van juli 2015 (productie 3 van ABN Amro) volgt dat [eiseres sub 1] de kredietlimiet van € 10.000,- heeft overschreden. Op het afschrift is opgenomen: Direct te betalen achterstand EUR 200,00.
Bij brief van 28 juli 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:U heeft een maandbedrag van uw Flexibel Krediet niet betaald. Wij vragen u EUR 200,00 te betalen voor 9 augustus 2015.
Op het bankafschrift van augustus 2015 (productie 5 van ABN Amro) is opgenomen:Direct te betalen achterstand EUR 400,00
Bij brief van 15 augustus 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:Aangezien het ons niet gelukt is u telefonisch te bereiken, verzoeken wij u vriendelijk doch dringend contact met ons op te nemen.
Bij brief van 26 augustus 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:U heeft opnieuw een maandbedrag van uw Flexibel Krediet niet betaald. U moet EUR 400,00 voor 7 september 2015 betalen.
Bij brief van 3 september 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:U heeft opnieuw een maandbedrag van uw Flexibel Krediet niet betaald. Wij eisen dat u EUR 400,00 voor 15 september 2015 betaalt. (...)Als u niet betaalt, heeft dat ernstige gevolgen voor u. Wij melden dan uw achterstand bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Een BKR registratie kan moeilijkheden geven als u een nieuw krediet wilt afsluiten. Ook zullen wij een incassobureau inschakelen.(...)Voorkom een BKR registratie door nu EUR 400,00 direct te betalen.
Bij brief van 3 september 2015 van incassobureau Lindorff is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:Uw betalingsproblemen worden gemeld bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel. Dit kan gevolgen hebben als u een nieuw krediet of hypotheek aanvraagt.
Bij brief van 9 september 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:Aangezien het ons niet gelukt is u telefonisch te bereiken, verzoeken wij u vriendelijk doch dringend contact met ons op te nemen.
Op het bankafschrift van september 2015 (productie 12 van ABN Amro) is opgenomen:Direct te betalen achterstand EUR 600,00
Bij brief van 17 september 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:U heeft al een tijd uw maandbedragen op uw Flexibel Krediet niet betaald. Hierover hebben wij u meerdere brieven gestuurd. U moet de volledig openstaande schuld van EUR – 10.166,48 direct in één keer terugbetalen binnen 14 dagen. (...)Dan voorkomt u overdracht naar ons incassobureau en melding bij BKR.
Bij brief van 6 oktober 2015 van ABN Amro is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:U heeft meerdere maandbedragen niet betaald. De achterstand is EUR 0,00.(...)Voorkom melding bij Bureau Krediet Registratie (BKR).Wij melden uw achterstand bij Bureau Krediet Registratie (BKR). ABN AMRO is verplicht om een achterstand die langer dan 90 dagen duurt te melden. Deze melding kan moeilijkheden geven als u in de toekomst een ander krediet wilt afsluiten. Hoe kunt u dit voorkomen? Door de achterstand te betalen voor 19 oktober 2015.
Op het bankafschrift van oktober 2015 (productie 15 van ABN Amro) is opgenomen:Uw achterstand bedraagt EUR 755,96.
Bij brief van 3 november 2015 van incassobureau Lindorff is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld:Wij attenderen u erop dat het saldo van bovengenoemde overeenkomst op dit moment EUR 10.242,78 bedraagt, exclusief de contractuele rentevergoeding.Wij sommeren u het genoemde bedrag binnen 7 dagen na dagtekening van deze brief aan ons te voldoen.
Op 17 november 2015 heeft [eiseres sub 1] telefonisch contact opgenomen met Lindorff voor het treffen van een betalingsregeling en om door te geven dat zij naar Luxemburg was verhuisd. Bij brief van 17 november 2015 van incassobureau Lindorff (verzonden naar haar adres in Luxemburg) is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld: Wij bevestigen hiermee de aflossingsregeling (...)U zult in de periode van 30-11-2015 tot en met 30-10-2016 een bedrag van minimaal EUR 300,000 per maand betalen. De eerste betaling dient derhalve uiterlijk 30-11-2015 te zijn bijgeschreven (...).
Uit een als productie 21 door ABN Amro in het geding gebracht overzicht volgt dat in de periode november 2015 tot en met juli 2016, iedere keer aan het eind van de desbetreffende maand door middel van periodieke overboekingen het bedrag van € 300,- is afgelost. Ook in september en oktober 2016 wordt dit bedrag afgelost. In augustus en november 2016 wordt dit bedrag niet afgelost.
Bij e-mail van 14 december 2016 van Lindorff is [eiseres sub 1] gewezen op de achterstand. Uit een telefoonnotitie van die datum van Lindorff volgt dat [eiseres sub 1] telefonisch contact heeft opgenomen en dat Lindorff ermee akkoord is gegaan dat zij aan het eind van die maand twee keer het bedrag van € 300,- betaalt.
Uit het hiervoor genoemde overzicht (productie 21 van ABN Amro) volgt dat eind december 2016 de extra betaling van twee keer € 300,- niet is gedaan en dat ook de maandelijks betalingen voor januari en februari 2017 niet zijn gedaan.
Bij brief van 30 maart 2017 van incassobureau Lindorff is [eiseres sub 1] onder meer medegedeeld dat zij de regeling niet is nagekomen en dat de vordering (op dat moment € 7.393,32) opnieuw opeisbaar is gesteld.
Op 31 maart 2017 heeft [eiseres sub 1] telefonisch contact opgenomen met Lindorff. Zij meldt dat haar bank waarschijnlijk per 31 december 2016 de automatische overboeking heeft stopgezet en dat zij dit niet in de gaten heeft gehad. Lindorff is bereid de regeling te hervatten. Nog diezelfde dag betaalt [eiseres sub 1] € 300,-.
Bij brief van 15 januari 2018 van Lindorff is [eiseres sub 1] erop gewezen dat de termijn van december 2017 niet is betaald.
Bij brief van 7 februari 2018 van Lindorff is [eiseres sub 1] erop gewezen dat er op dat moment een achterstand is van € 600,-. Diezelfde dag heeft [eiseres sub 1] telefonisch contact opgenomen met Lindorff en gemeld dat op 7 februari 2018 twee keer het bedrag van € 300,- is betaald. Lindorff heeft daarop medegedeeld dat de brief van 7 februari 2018 als niet verzonden kan worden beschouwd.
Op 7 mei 2018 heeft [eiseres sub 1] telefonisch contact opgenomen met Lindorff en gemeld dat zij in het kader van een aanvraag voor een hypotheek tegen een BKR-registratie is aangelopen. Zij verzoekt om verwijdering van die registratie. Diezelfde dag heeft [eiseres sub 1] het nog openstaande bedrag van op dat moment € 3.323,41 betaald, waarna Lindorff het dossier heeft gesloten.
Als productie 12 hebben [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een koopovereenkomst in het geding gebracht waaruit volgt dat zij de woning aan de [adres] te [woonplaats] hebben gekocht voor € 642.000,-. Het in de koopovereenkomst opgenomen financieringsvoorbehoud liep af op 18 juni 2018.
Bij brief van 14 mei 2018 van ABN Amro is [eiseres sub 1] – kort gezegd – medegedeeld dat de BKR-registratie op grond van een hernieuwde belangenafweging niet wordt verwijderd. In de brief is verder opgenomen dat [eiseres sub 1] op 19 oktober 2015 is geregistreerd in het BKR met code A. Op 17 november 2015 is vanwege de betaalafspraak bijzonderheidscodering 1 toegevoegd. Vanwege het opnieuw opeisbaar stellen van de gehele vordering op 30 maart 2017 is op die datum code 2 toegevoegd. De BKR-registratie heeft de einddatum van 7 mei 2018.
Bij brief van 4 september 2018 van de raadsvrouw van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] is ABN Amro – kort gezegd – opnieuw verzocht de BKR-registratie te verwijderen. Bij brief van 15 oktober 2019 heeft ABN Amro dit geweigerd.
Op 19 januari 2017 zijn [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
3. Het geschil
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] vorderen – kort gezegd – het volgende:1. ABN Amro op straffe van dwangsommen te veroordelen tot het verwijderen van de BKR-registraties; 2. ABN Amro te veroordelen tot betaling van € 4.000,- als voorschot op de vergoeding van de schade die [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] lijden als gevolg van het onrechtmatig handelen van ABN Amro; 3. ABN Amro te veroordelen in de kosten van dit geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[eiseres sub 1] en [eiser sub 2] stellen hiertoe – samengevat weergegeven – dat [eiseres sub 1] de brieven van 28 juli 2015 (zie 2.3) en 26 augustus 2015 (zie 2.6) niet heeft ontvangen. De brief van 3 september 2015 (zie 2.7) heeft zij pas in november 2015 ontvangen. [eiseres sub 1] verbleef in die periode voor haar werk in Luxemburg. Ook is van belang dat de automatische betalingen niet werden verricht vanaf haar rekening waarop ook haar salaris werd gestort. [eiseres sub 1] diende dus vanaf een andere rekening betalingen te verrichten aan de aan het flexibel krediet gekoppelde rekening bij ABN Amro, hetgeen omslachtig was en vanuit Luxemburg voor behoorlijke vertraging zorgde. Verder bleek uit de brief van 6 oktober 2015 (zie 2.12) dat sprake was van € 0,00 achterstand. [eiseres sub 1] begreep dan ook niet waarom zij deze brief ontving. Naar aanleiding van de brief van Lindorff van 3 november 2015 (zie 2.14) is een afbetalingsregeling getroffen waaraan [eiseres sub 1] zich heeft gehouden. Na de brieven van 14 december 2016 (zie 2.17) en 30 maart 2017 (zie 2.19) is de regeling van € 300,- per maand voortgezet. Toen Lindorff de brief van 15 januari 2018 stuurde was [eiseres sub 1] met vakantie. Op 7 februari 2018 heeft zij € 600,- extra overgeboekt (zie 2.22). Nadat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] op 7 mei 2018 hun droomwoning hadden gekocht, ontvingen zij het bericht dat hun hypotheekaanvraag werd afgewezen vanwege de BKR-registratie. Tot verbazing van [eiseres sub 1] bleek deze registratie betrekking te hebben op het flexibel krediet van ABN Amro. Nog diezelfde dag heeft zij de volledige vordering voldaan. Aan verzoeken om de BKR-registratie te verwijderen werd niet voldaan. Het lukte derhalve ook bij andere banken niet om een hypotheek te verkrijgen. [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] zijn vervolgens met de verkoper van de woning in gesprek gegaan en zij huren de woning thans voor één jaar, onder de voorwaarde dat zij de woning alsnog binnen dat jaar afnemen. Indien zij hierin niet slagen, zijn zij € 10.000,- verschuldigd aan de verkoper. Zij huren de woning voor € 1.500,- per maand. Hiervan wordt € 500,- per maand verrekend met de koopprijs. Indien [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] de woning niet afnemen zijn zij ook dit bedrag kwijt. Al met al maakt dit dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] een groot en spoedeisend belang hebben bij hun vordering. Dit spoedeisend belang is er ook in gelegen dat zij vóór 31 december 2018 een nieuwe hypotheek moeten afsluiten omdat zij anders het aflossingsvrije gedeelte van de hypotheek van de voormalige woning van [eiser sub 2] niet mogen meenemen. Dit zou leiden tot aanzienlijk hogere maandlasten. Ter onderbouwing van hun vordering voeren [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] aan dat [eiseres sub 1] slechts één keer (bij brief van 3 september 2015, zie 2.8, welke brief zij pas in november 2015 ontving) is gewaarschuwd voor een BKR-registratie, overigens zonder duidelijk te vermelden wat de consequenties hiervan zijn. In de brief van 6 oktober 2015 (zie 2.12) stond nota bene dat de achterstand € 0,00 bedroeg. Op grond van artikel 25.3 van het reglement van het BKR diende [eiseres sub 1] tijdig te worden gewaarschuwd voor de registratie en diende zij gewezen te worden op de consequenties. Op grond van artikel 12 van de Algemene Voorwaarden Flexibel Krediet mag pas melding gemaakt worden bij het BKR van een achterstand van meer dan 90 dagen. In dit geval is de eerste achterstand van 1 augustus 2015 en die achterstand is binnen de 90 dagen, namelijk reeds op 19 oktober 2015 gemeld. De eerste melding is dan ook ten onrechte gedaan. Over de 1 codering op 17 november 2015 is [eiseres sub 1] in het geheel niet ingelicht. Hetzelfde geldt voor de 2 codering op 30 maart 2017. Dit is in strijd met de zorgplicht van ABN Amro. Ook hebben ABN Amro en Lindorff [eiseres sub 1] er nooit op gewezen dat zij de gehele schuld kon aflossen om zodoende (eerder) van de BKR-registratie af te komen. Mochten de BKR-registraties – ondanks het bovenstaande – terecht zijn gedaan, dan verwijzen [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] naar het arrest van de Hoge Raad van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ8097). Op grond hiervan dienen – kort gezegd – alle belangen te worden afgewogen en dient de BKR-registratie te worden getoetst aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De belangen moeten worden afgewogen op het moment van het verzoek tot verwijdering. Het inkomen van [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] zal in 2018 ongeveer € 250.000,- bedragen. Op basis van alleen het inkomen van [eiser sub 2] is financiering van de woning geen probleem. In dit geval is bescherming van de consument tegen overkreditering dan ook niet aan de orde. Gezien de hoogte van het inkomen is bescherming van andere kredietverleners tegen onnodige risico’s evenmin aan de orde. Het is niet in verhouding dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] vanwege een aantal achterstanden (die op zijn hoogst € 755,96 bedroeg in oktober 2015) en die steeds binnen enkele maanden zijn ingelopen geen financiering kunnen krijgen, terwijl zij thans over zo’n hoog inkomen beschikken. De vordering tot schadevergoeding is erop gebaseerd dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] thans € 1.000,- per maand huurlasten hebben.
ABN Amro heeft verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.