Home

Rechtbank Amsterdam, 18-12-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:9023, 6901102

Rechtbank Amsterdam, 18-12-2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:9023, 6901102

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18 december 2018
Datum publicatie
22 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2018:9023
Zaaknummer
6901102

Inhoudsindicatie

Gebruik van seniorenregeling. Goed werkgeverschap.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 6901102 CV EXPL 18-10445

vonnis van: 18 december 2018

fno.: 854

I n z a k e

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. D. Simons

t e g e n

het publiekrechtelijk lichaam Gemeente Amsterdam (B&D afdeling Werk & Re-integratie)

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: de Gemeente

gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer

-

dagvaarding van 2 mei 2018 met producties;

-

antwoord met producties;

-

instructievonnis;

-

repliek;

-

dupliek;

-

dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

[eiser] , geboren op [datum] , is op 14 april 1978 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) de Gemeente. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de sociale werkvoorziening van toepassing (hierna: de CAO). Deze CAO is niet algemeen verbindend verklaard.

1.2.

Artikel 6.11 van de CAO kent een seniorenregeling, geldig tot 1 januari 2018, die - voor zover hier van belang - luidt:

(1) De werktijd per week van de werknemer van 58 jaar en ouder, die een ononderbroken diensttijd heeft van ten minste 5 jaren die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de vermindering van de werktijd, waarbij een onderbreking van 2 maanden of minder niet als een onderbreking wordt aangemerkt, wordt, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet, op zijn verzoek met 1/10 deel teruggebracht, gemiddeld over 26 weken, met behoud van de formele arbeidsduur onder doorbetaling van 95% van het loon.

(2) De werktijd per week van de werknemer van 59 jaar en ouder, die een ononderbroken diensttijd heeft van ten minste 5 jaren die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de vermindering van de werktijd, waarbij een onderbreking van 2 maanden of minder niet als een onderbreking wordt aangemerkt, wordt, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet, op zijn verzoek met 1/5 deel teruggebracht, gemiddeld over 26 weken, met behoud van de formele arbeidsduur onder doorbetaling van 92,5% van het loon.

(3) De werktijd per week van de werknemer van 61,5 jaar en ouder, die een ononderbroken diensttijd heeft van ten minste 5 jaren die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de vermindering van de werktijd, waarbij een onderbreking van 2 maanden of minder niet als een onderbreking wordt aangemerkt, wordt, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet, op zijn verzoek met 1/5 deel teruggebracht, gemiddeld over 26 weken, met behoud van de formele arbeidsduur onder doorbetaling van 100% van het loon.

(4) Een verzoek als bedoeld in lid 1, lid 2 en lid 3, dient minimaal 3 maanden voor de datum van ingang bij de werkgever te worden ingediend.

(5) De verkorting van de werktijd per week als bedoeld in lid 1, lid 2 en lid 3 gaat in op de eerste van de maand volgend op de maand van verjaring.

(...)

1.3.

In de toelichting op de seniorenregeling in de CAO staat:

Als werknemers voldoen aan de voorwaarde dat ze 5 jaar onafgebroken hebben

gewerkt in SW-dienstverband dan kan, mits het bedrijfsbelang dat toelaat, er een beroep worden gedaan op de 58-, 59- of 61,5-jarigenregeling (...). Het verzoek tot toepassing van een van de jarigenregeling dient minimaal 3 maanden voor de datum van ingang bij de werkgever te worden ingediend. De regeling gaat in de maand na de maand van verjaring. De werknemer behoudt de formele arbeidsduur. De opbouw van verlofuren wordt wel naar evenredigheid verminderd, conform artikel 6.1 lid 4.

1.4.

Bij brief van 23 augustus 2012 heeft [eiser] een verzoek ingediend om in aanmerking te komen voor de seniorenregeling voor werknemers van 59 jaar en ouder. Dit verzoek is met ingang van 1 oktober 2012 toegewezen. Zijn werktijd is teruggebracht met 1/5 deel (van 36 uur naar 28,8 uur per week), met behoud van de formele arbeidsduur, onder doorbetaling van 92,5% van zijn loon.

1.5.

Bij brief van 1 augustus 2013 heeft de gemeente [eiser] geïnformeerd dat er een nieuwe CAO is en dat hij desgewenst een CAO boekje kan opvragen via zijn consulent.

1.6.

In 2016 heeft de personeelsadministratie geïnventariseerd welke medewerkers nog geen gebruik hadden gemaakt van de seniorenregelingen. Naar aanleiding daarvan heeft de consulent van de Gemeente met [eiser] besproken dat hij nog niet had verzocht om in aanmerking te komen voor de regeling voor werknemers van 61,5 jaar en ouder.

1.7.

Daarna is [eiser] op zijn verzoek met ingang van 1 oktober 2016 voor deze regeling in aanmerking gebracht en ontvangt hij 100% van zijn loon. De werktijd bleef gelijk (28,8 uur per week).

1.8.

Bij e-mail van 18 november 2016 en bij brief van 6 december 2017 heeft [eiser] de Gemeente verzocht om het achterstallig salaris over de periode van 1 november 2014 tot 1 oktober 2016 aan hem te betalen.

Vordering

2. [eiser] vordert dat de Gemeente, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 4.270,75 aan achterstallig loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 1 november 2014, met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

3. [eiser] stelt dat hij op grond van de van toepassing zijnde seniorenregeling vanaf 1 november 2014, de datum waarop hij de leeftijd van 61,5 jaar heeft bereikt, recht heeft op zijn volledige loon tot aan zijn pensionering. Hij heeft verzocht om deel te nemen aan de seniorenregeling nadat hij 59 jaar oud werd. Uit het desbetreffende CAO-artikel volgt niet dat hij bij het bereiken van de leeftijd van 61,5 jaar opnieuw een verzoek moest indienen. De Gemeente had ambtshalve per 1 november 2014 het loon moeten aanvullen tot 100%. Het getuigt niet van goed werkgeverschap om een werknemer zijn loonsverhoging te ontzeggen, met het verweer dat hij een eigen verantwoordelijkheid heeft.

Verweer

Beoordeling

BESLISSING