Home

Rechtbank Amsterdam, 08-01-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1082, C/13/656838 / KG ZA 18-1203

Rechtbank Amsterdam, 08-01-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1082, C/13/656838 / KG ZA 18-1203

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
8 januari 2019
Datum publicatie
7 maart 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:1082
Zaaknummer
C/13/656838 / KG ZA 18-1203

Inhoudsindicatie

KG aanbesteding, vorderingen afgewezen, toetsing kwaliteitsaspecten.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/656838 / KG ZA 18-1203 MV/TF

Vonnis in kort geding van 8 januari 2019

in de zaak van

[eiseres]

,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 9 november 2018,

advocaat mr. M. de Jong te Kerkdriel,

tegen

de naamloze vennootschap

DE NEDERLANDSCHE BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.M.H. Speyart te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en DNB worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Ter zitting van 4 december 2018 heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd als in de uitwerking van dit vonnis vermeld. DNB heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van [eiseres] : [naam 1] ( [functie] ) met mr. De Jong,

aan de zijde van DNB: [naam 2] ( [functie] van DNB) met mr. Speyart en zijn kantoorgenoot mr. M.P.C. Rozenbroek.

1.2.

Na de zitting heeft DNB, zoals ter zitting besproken, op 11 december 2018 een nadere akte aan de voorzieningenrechter doen toekomen met een reactie op de inhoudelijke bezwaren die [eiseres] pas op de zitting tegen het herziene gunningsbesluit naar voren heeft gebracht. Op 14 december 2018 heeft de voorzieningenrechter op verzoek van [eiseres] een nadere schriftelijke ronde gelast omdat in de door DNB ingediende akte nieuwe feiten en omstandigheden zijn opgevoerd die wederhoor rechtvaardigden.

Bij brief van 20 december 2018 heeft [eiseres] haar schriftelijke reactie gegeven waarop DNB bij nadere akte van 21 december 2018 heeft gereageerd.

Op 8 januari 2019 is gelet op de spoedeisendheid van de zaak de beslissing in de vorm van een zogenoemd kop-staartvonnis gegeven. Het onderstaande vormt de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is op 22 januari 2019 aan partijen toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Op 28 juni 2018 heeft DNB de Europese aanbesteding “Uitbesteding aanbestedingsprocedures en kwaliteitscontrole” voor de inkoop van diensten in verband met haar aanbestedingsprocedures aangekondigd (Tendernummer Negometrix: [nummer] ). DNB wil het organiseren en begeleiden van dergelijke procedures uitbesteden aan een opdrachtnemer.

Als gunningscriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Met de winnaar wordt een Raamovereenkomst gesloten.

2.2.

In het Beschrijvend Document (BD) is in paragraaf 4 een uitleg over de aanbestedingsprocedure gegeven. In paragraaf 4.5 staat voor zover van belang het volgende:

2.3.

In paragraaf 8 is de beoordelingsprocedure uiteengezet. Hieruit volgt dat in fase 1 en fase 2 de geschiktheidseisen worden beoordeeld en in fase 3 de subgunningscriteria ofwel Wensen. Per Wens is in het programma van Eisen en Wensen de scoringsmogelijkheid gegeven.

Het gaat om de volgende Wensen met bijbehorende punten:

Wens 1: Werkwijze uitbesteding aanbestedingsprocedures (maximaal 75 punten);

Wens 2: Werkwijze kwaliteitscontrole (maximaal 75 punten);

Wens 3: Continuïteit (maximaal 200 punten);

Wens 4: Casus (maximaal 350 punten); dit betreft een praktijkopdracht: het opstellen van gunningscriteria voor een aanbesteding voor receptiediensten.

Wens 5: Prijs (maximaal 300 punten).

In totaal gaat het om 1000 punten.

De Wensen 1 tot en met 4 worden beoordeeld op:

-

i) Relevantie (bij Wens 4: Kwaliteitswensen);

-

ii) Volledigheid: en

-

iii) Haalbaarheid.

In paragraaf 8.4.1 staat dat in deel 3 van het BD de subgunningscriteria nader zijn uitgewerkt en dat DNB op basis van de antwoorden op de Wensen de score zal bepalen. Per Wens is aangegeven hoeveel punten maximaal kunnen worden gescoord en dat meer punten worden toegekend naarmate het antwoord meer aansluit bij de Wens. Het antwoord dat het beste voldoet aan de Wensen van DNB zal de hoogste score krijgen (dit hoeft niet de maximale score te zijn).

Het beoordelingsmodel (percentagestaffel) luidt als volgt:

In paragraaf 8.4.1 staat tot slot:

De leden van de beoordelingscommissie (welke bestaat uit afdelingshoofd inkoop, de beleidsmedewerker en twee tactisch inkopers), zullen ieder afzonderlijk de Subgunningscriteria beoordelen. Deze beoordelingen zullen daarna plenair besproken worden, waarbij vervolgens op basis van consensus de uiteindelijke score zal worden bepaald.

2.4.

In paragraaf 8.4.2 is het subgunningscriterium prijs uitgewerkt. Hierin staat dat de Inschrijver voor het doen van prijsopgave uitsluitend het bijgesloten “Invulsheet Prijzen” mag gebruiken en dat elk onderdeel van de prijs wordt omgerekend naar punten volgens deze formule:

aantal punten Inschrijver = max aantal punten-max. aantal punten

* (LOG(Pi/LPi/LOG(2,0))

Waarin:

Pi = Prijs ter vergelijking Inschrijver voor betreffende onderdeel (excl. BTW. conform Invulsheet Prijzen)

LP = laagste prijs ter vergelijking Inschrijver voor betreffende onderdeel (excl. BTW. conform Invulsheet Prijzen)

2.5.

Op 3 september 2018 heeft [eiseres] op de opdracht ingeschreven.

2.6.

Bij bericht van 23 oktober 2018 heeft DNB aan [eiseres] meegedeeld dat haar inschrijving is afgewezen omdat zij niet de hoogste score heeft gehaald. Zij heeft voorts te kennen gegeven dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan [bedrijf 1] en met [eiseres] (nu zij als tweede is geëindigd) de Wachtkamerovereenkomst wil sluiten.

[eiseres] heeft in de vorm van een beoordelingsformulier een schriftelijke terugkoppeling ontvangen over de scores op de verschillende onderdelen (de door [eiseres] overgelegde productie 4). Hieruit volgt dat [bedrijf 1] op het onderdeel kwaliteit 48 punten hoger heeft gescoord dan [eiseres] . Op het onderdeel prijs heeft [eiseres] van alle inschrijvers de meeste punten ontvangen omdat zij de laagste prijs heeft geoffreerd.

2.7.

Op 9 november 2018 heeft [eiseres] DNB gedagvaard in kort geding omdat zij het niet eens is met het voorlopige gunningsbesluit.

2.8.

Bij brief van 20 november 2018 heeft DNB aan [eiseres] meegedeeld dat zij een nieuw voorlopig gunningsbesluit geeft genomen. Zij heeft een tweetal kennelijke verschrijvingen hersteld, de Wensen 1 tot en met 4 door dezelfde beoordelingscommissie laten herbeoordelen en de motivering voor Wens 5 aangepast. De schriftelijke herbeoordeling van 16 november 2018 is als bijlage bij de brief gevoegd. De conclusie van deze herbeoordeling is dat [bedrijf 1] nog steeds de beoogd winnaar van de aanbesteding is, zij het met een kleiner puntenverschil ten opzichte van [eiseres] dan voorheen.

In de brief staat voor zover van belang nog het volgende:

(..) De bijgevoegde herbeoordeling heeft geresulteerd in een nieuw voorlopig gunningsbesluit met motivering dat, voor zover het om [bedrijf 1] en [eiseres] gaat, het voorlopig gunningsbesluit met motivering van 23 oktober jl. intrekt en vervangt. (..)

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat na wijziging van eis - DNB op straffe van boete:

primair

1. te gebieden om het voornemen tot definitieve gunning in te trekken,

2. te verbieden om op grond van het gunningsbesluit over te gaan tot gunning van de opdracht respectievelijk het sluiten van een overeenkomst,

3. voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen te gebieden een nieuw gunningsbesluit te nemen waarbij de opdracht aan [eiseres] wordt gegund,

Subsidiair

4. te gebieden om het voornemen tot definitieve gunning in te trekken,

5. te verbieden om op grond van het gunningsbesluit over te gaan tot gunning van de opdracht respectievelijk het sluiten van een overeenkomst,

6. voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen te gebieden om deze te heraanbesteden, en de dan in te dienen inschrijvingen door een andere commissie anoniem te laten beoordelen,

meer subsidiair

7. te gebieden om het voornemen tot definitieve gunning in te trekken,

8. voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen te gebieden over te gaan tot een anonieme herbeoordeling door een andere commissie van de inschrijvingen van [bedrijf 1] , [eiseres] en de overige inschrijvers, met inachtneming van dit vonnis, waarbij een adequate verificatie van de geldigheid van de inschrijvingen en de puntentoekenning op de gunningscriteria plaatsvindt, en op basis van deze verificatie een nieuw gunningsbesluit te nemen en [eiseres] daarin te informeren omtrent de wijze van verificatie,

nog meer subsidiair

een in andere in goede justitie te beoordelen maatregel te treffen.

Tot slot vordert [eiseres] DNB te veroordelen in de kosten van geding (inclusief nakosten), te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] stelt hiertoe dat de herbeoordeling die na het uitbrengen van haar dagvaarding uit eigen beweging door DNB is uitgevoerd onjuist is. DNB heeft immers niet alle inschrijvingen herbeoordeeld, maar alleen de inschrijvingen van [bedrijf 1] en [eiseres] . Dit is in strijd met paragraaf 4.1 van het BD.

[eiseres] heeft voorts belang bij een ruimere herbeoordeling. Zij stelt dat de andere inschrijvers tegen het nieuwe gunningsbesluit kunnen ageren omdat een nieuwe Alcateltermijn loopt tot 11 december 2018. Andere inschrijvers zijn niet op de hoogte gesteld van het nieuwe gunningsbesluit en de nieuwe Alcateltermijn. Dit is in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel en paragraaf 4.10 van het BD.

Daarbij is de herbeoordeling door dezelfde beoordelingscommissie uitgevoerd. Dit heeft een eerlijke en transparante beoordeling in de weg gestaan. De commissie was bevooroordeeld. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de herbeoordeling heeft geleid tot een 16 punten hogere score dan de eerste beoordeling, terwijl de afwijking van de score van [bedrijf 1] tussen de twee beoordelingen 0 punten bedroeg. Doordat de inschrijving en beoordeling van [bedrijf 1] niet aan [eiseres] ter beschikking zijn gesteld kan zij niet controleren of die juist zijn geweest.

[eiseres] stelt primair dat zij de opdracht gegund moet krijgen en subsidiair dat de opdracht moet worden heraanbesteed nu zij niet in staat is om vast te stellen of beide inschrijvingen op juiste wijze en onbevangen zijn herbeoordeeld.

3.3.

Los van deze procedurele omissies heeft [eiseres] tevens bezwaar tegen de inhoud van het nieuwe gunningsbesluit. Zowel in de oude als nieuwe beoordeling zijn aan haar te weinig punten toegekend. Bovendien zijn aan [bedrijf 1] te veel punten toegekend. Al met al heeft DNB bij haar beoordeling het zorgvuldigheidbeginsel uit artikel 3:2 Awb en het aanbestedingsrechtelijke transparantiebeginsel geschonden. Gunning aan [bedrijf 1] is onrechtmatig omdat vaststaat dat dat de scores onjuist zijn.

3.4.

DNB voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing