Home

Rechtbank Amsterdam, 01-02-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1084, C/13/658627 / KG ZA 18-1331

Rechtbank Amsterdam, 01-02-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1084, C/13/658627 / KG ZA 18-1331

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 februari 2019
Datum publicatie
7 maart 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:1084
Zaaknummer
C/13/658627 / KG ZA 18-1331

Inhoudsindicatie

KG aanbesteding, vorderingen afgewezen, toetsing kwaliteitsaspecten.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/658627 / KG ZA 18-1331 MDvH/TF

Vonnis in kort geding van 1 februari 2019

in de zaak van

[eiseres]

,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 11 december 2018,

advocaat mr. F.A. Hoveijn te Utrecht,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

en

[tussenkomende partij]

,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

tussenkomende partij,

advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag,

Partijen zullen hierna [eiseres] , UWV en [tussenkomende partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Voorafgaand aan de zitting van 14 januari 2019 heeft [tussenkomende partij] een akte incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging ingediend. [eiseres] heeft voorafgaand aan de zitting (in een conclusie van antwoord) en op de zitting hiertegen bezwaar gemaakt. UWV heeft geen bezwaar gemaakt tegen de tussenkomst. De voorzieningenrechter heeft de tussenkomst toegestaan, nu deze tijdig is verzocht en [tussenkomende partij] belang heeft bij de uitkomst van deze procedure.

Voorafgaand aan de zitting is vooruitlopend op de beslissing over het verzoek tot tussenkomst tussen [tussenkomende partij] en [eiseres] discussie ontstaan over het verstrekken van producties aan [tussenkomende partij] . [eiseres] heeft voorafgaand aan de zitting haar producties 1 en 2 aan [tussenkomende partij] verstrekt en overige producties niet omdat die bedrijfsvertrouwe-lijke informatie zouden bevatten.

Op de zitting heeft [eiseres] desgevraagd toegelicht dat de bedrijfsvertrouwelijk ziet op haar als productie 4 overgelegde inschrijving. Na verder debat heeft de voorzieningenrechter, met instemming van [eiseres] , beslist dat deze productie (inclusief de twee nagezonden aanvullingen daarop) in dit geding buiten beschouwing zal worden gelaten (en uit het dossier zal worden verwijderd) en niet aan [tussenkomende partij] hoeft te worden verstrekt. [tussenkomende partij] heeft op de zitting de overige producties van [eiseres] ontvangen.

1.2.

Ter zitting heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. UWV en [tussenkomende partij] hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. [eiseres] heeft producties in het geding gebracht. Alle partijen hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnota.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van [eiseres] : [naam 1] ( [functie] ), [naam 2] ( [functie] ) met mr. Hoveijn,

aan de zijde van UWV: [naam 3] ( [functie] ), [naam 4] ( [functie] ) met mr. J.F. van Nouhuis,

aan de zijde van [tussenkomende partij] : [naam 5] ( [functie] ), [naam 6] ( [functie] ) met mr. Van de Berg.

2 De feiten

2.1.

Op 11 juni 2018 heeft UWV de openbare Europese aanbesteding “Geïntegreerd Beveiligingssystemen [nummer] ” aangekondigd. Het systeem waarin zij in deze aanbesteding vraagt te voorzien, ziet – kort gezegd – op technische toegangscontrole (pasjessysteem met rechtenbeheer) en cameratoezicht, inbraakdetectie, intercom paniekknoppen en slagbomen. Het systeem is uitgevraagd als een dienst die “op afstand” ter beschikking wordt gesteld; Software as a Service (SaaS). Dit betekent dat de dienstverlener een platform heeft waarop de beveiligingssoftware draait. Inschrijvers moeten niet alleen dit platform aanbieden, maar ook de bestaande situatie overnemen en migreren naar de aangeboden oplossing zonder dat het bestaande systeem uitvalt.

In paragraaf 2.1.1 van de Uitnodiging tot Inschrijving (UtI) staat dat de doelstelling van de aanbesteding is te komen tot één overeenkomst inzake de levering van een geïntegreerd beveiligingssysteem, waarbij de maximale duur van het gehele migratie traject maximaal 24 maanden is en waarbij ook een reductie van de TCO (Total Cost of Ownership) voorop staat.

2.2.

In paragraaf 8.3.1. van de UtI staat als gunningscriterium de beste prijs- kwaliteitsverhouding vermeld. De gunningscriteria bestaan uit een kwalitatief gunningscriterium: Plan van aanpak Projectplan Migratie en exploitatieplan (paragraaf 8.3.3.1) en een financieel gunningscriterium (paragraaf 8.3.5 en 8.3.6).

In de UtI staat dat voor het onderdeel kwaliteit Inschrijvers de op pagina 35 vermelde casus moeten gebruiken voor het schrijven van een Plan van Aanpak van maximaal 12 pagina’s A4-formaat, inclusief eventuele bijlagen. In paragraaf 8.3.3.1. staat dat als een inschrijver meer dan 12 pagina’s aanlevert alleen de eerste 12 pagina’s door UWV worden beoordeeld.

In de UtI staat dat inschrijvers in de vorm van het behandelen van een casus de mogelijkheid is geboden om onderscheidend vermogen aan te tonen boven de minimaal gestelde eisen en kaders gesteld aan deze opdracht. Het onderscheidend vermogen wordt beoordeeld aan de hand van kwalitatieve (sub)gunningscriteria.

Voor de diverse (sub)gunningscriteria geldt op hoofdniveau de onderstaande maximale puntenverdeling:

2.3.

In paragrafen 8.3.3 en 8.3.4 van de UtI is de beoordelingssystematiek als volgt omschreven:

2.4.

[eiseres] heeft tijdig ingeschreven voor de opdracht. In totaal zijn er zeven inschrijvingen ingediend.

2.5.

In een brief van 2 november 2018 heeft UWV aan [eiseres] meegedeeld dat zij niet voornemens is de opdracht aan haar te gunnen. In de brief staat verder dat een van de zeven inschrijvingen niet ‘besteksconform’ is gebleken en is uitgesloten en dat de beoordeling heeft geresulteerd in de volgende rangorde:

Overzicht verwijderd.

In de brief staat verder dat [eiseres] op kwaliteit in totaal 19,75 van de 55 punten heeft gekregen en dat de winnaar op dit onderdeel 46,75 punten heeft gekregen. Op onderdeel prijs heeft [eiseres] het maximum aantal punten van 45 gekregen en de winnaar 32,01 punten.

Een en ander is verwerkt in het volgende schema:

Schema verwijderd.

2.6.

In een brief van 8 november 2018 heeft [eiseres] bezwaar gemaakt tegen deze beslissing. Zij heeft aan UWV meegedeeld dat zij vragen heeft over het forse prijsverschil tussen haar inschrijving en dat van de winnaar en dat zij het onbegrijpelijk vindt waarom de winnaar zo hoog scoort op kwaliteit en zijzelf zo laag. Zij heeft in de brief 18 inhoudelijke bezwaarpunten genoemd en gesteld dat de andere inschrijvers niet aan de technische eisen voldoen en moeten worden uitgesloten.

2.7.

In een brief van 27 november 2018 heeft UWV gemotiveerd alle bezwaren van [eiseres] afgewezen.

2.8.

In een e-mail van 7 december 2018 heeft de advocaat van [eiseres] gereageerd op de brief van UWV en – kort gezegd – meegedeeld dat zij blijft bij haar standpunt over de 18 bezwaarpunten en het niet voldoen aan de technische eisen van de andere inschrijvers.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert in de hoofdzaak samengevat - UWV op straffe van een dwangsom:

primair

1. te bevelen om, voor zover zij de opdracht nog wil gunnen, deze aan haar te gunnen,

subsidiair

2. te bevelen de inschrijving van [eiseres] opnieuw te beoordelen door een extern, althans ander beoordelingsteam, waarvan de huidige beoordelaars geen deel uitmaken,

meer subsidiair

3. te verbieden de opdracht te gunnen, te gebieden de lopende aanbestedings-procedure af te breken en te bevelen tot heraanbesteding over te gaan.

Tot slot vordert [eiseres] UWV te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiseres] stelt primair dat de opdracht aan haar moet worden gegund.

De huidige winnaar in deze aanbesteding is ruim 40% duurder dan zijzelf, overeenkomend met € 3,5 miljoen prijsverschil. Deze uitkomst lijkt niet in overeenstemming met het doel van de aanbesteding. Er is immers niet voldaan aan de reductie van de Total Cost of Ownership. Door het kiezen voor [tussenkomende partij] worden de kosten zelfs hoger. Voorts is de beoordeling op kwaliteit onbegrijpelijk. [eiseres] had hogere punten moeten krijgen.

[tussenkomende partij] had daarnaast moeten worden uitgesloten. Zij voldoet immers niet aan de gestelde technische eisen. Dit geldt ook voor de inschrijvers die als tweede en derde zijn geëindigd.

Subsidiair moet er een herbeoordeling plaatsvinden. [eiseres] twijfelt aan de onafhankelijkheid en objectiviteit van de beoordelingsteam. UWV heeft nagelaten conform artikel 1.10b van de Aanbestedingswet maatregelen te treffen om naleving van het gelijkheidsbeginsel te garanderen. Er moet een nieuwe commissie worden aangesteld die onafhankelijk is.

Meer subsidiair dient UWV over te gaan tot heraanbesteding omdat zij in deze aanbesteding het transparantie- en gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. [tussenkomende partij] is op grote voorsprong winnaar geworden en heeft kennelijk beter begrepen wat van de inschrijver werd gevraagd dan [eiseres] . Hieruit kan worden afgeleid dat de aanbestedingsstukken onduidelijk en niet transparant waren.

3.3.

UWV voert verweer.

3.4.

In het incident tot tussenkomst vordert [tussenkomende partij] [eiseres] in haar vorderingen in de hoofdzaak niet ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing