Home

Rechtbank Amsterdam, 15-04-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2691, C/13/662200 / KG ZA 19-173 FB/MV

Rechtbank Amsterdam, 15-04-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2691, C/13/662200 / KG ZA 19-173 FB/MV

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15 april 2019
Datum publicatie
15 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:2691
Zaaknummer
C/13/662200 / KG ZA 19-173 FB/MV

Inhoudsindicatie

21 passages uit een boek over het politieonderzoek naar de dood van een jonge vrouw mogen op last van de voorzieningenrechter niet worden gepubliceerd.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

Vonnis in kort geding van 15 april 2019

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/662200 / KG ZA 19-173 FB/MV van

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],

allen wonende te [woonplaats] ,

eisers bij conceptdagvaarding,

advocaat mr. R.A. Korver te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PERSGROEP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,2. [gedaagde 2] , woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats] ,

gedaagden, vrijwillig verschenen,

advocaat mr. O.G. Trojan te Den Haag,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/662380 / KG ZA 19-186 FB/MV van

[eiser 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 6 maart 2019,

advocaat mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE PERSGROEP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. O.G. Trojan te Den Haag.

Partijen zullen hierna ook [eiser 1] c.s., [eiser 4] , de Persgroep en [gedaagde 2] worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 25 maart 2019, waarop beide zaken gelijktijdig zijn behandeld, hebben [eiser 1] c.s. en [eiser 4] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte conceptdagvaardingen. De Persgroep en [gedaagde 2] hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De Persgroep en [gedaagde 2] hebben tevens een conclusie van antwoord in het geding gebracht. Ter zitting waren – voor zover van belang – aanwezig:

- [eiser 1] met mr. Korver en met [naam casemanger] (casemanager slachtofferhulp); - [eiser 4] met mr. Van de Laar;

- [gedaagde 2] , [naam hoofdredacteur] (hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad) , [naam hoofd juridische zaken] (hoofd juridische zaken van de Persgroep) en [naam zakelijk directeur] (zakelijk directeur van de Persgroep) met mr. Trojan. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

Op 6 oktober 1995 raakte de destijds vijftienjarige [slachtoffer] vermist. Op 22 november 1995 is haar levenloze lichaam aangetroffen. Zij bleek door geweld om het leven te zijn gebracht.

2.2.

[eiser 4] is de vader van [slachtoffer] . [eiser 1] (hierna ook [eiser 1] ) is haar stiefmoeder. [eiser 2] en [eiser 3] zijn kinderen van [eiser 4] en [eiser 1] .

2.3.

[gedaagde 2] is als journalist werkzaam voor het Eindhovens Dagblad, dat wordt uitgegeven door de Persgroep. [naam hoofdredacteur] is hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad. Vanaf het moment van de vermissing van [slachtoffer] heeft [gedaagde 2] hiervan verslag gedaan in het Eindhovens Dagblad. In die hoedanigheid heeft hij diverse keren contact gehad met de nabestaanden van [slachtoffer] .

2.4.

Onderzoek door politie en justitie naar de dood van [slachtoffer] , waarin [eiser 4] en [naam halfbroer] (de halfbroer van [slachtoffer] ) kortstondig als verdachten zijn aangemerkt, heeft aanvankelijk tot niets geleid. In 2013 is door politie en justitie een zogenoemd cold case team opgericht, dat onder de codenaam Bosuil de dood van [slachtoffer] opnieuw heeft onderzocht. Dit onderzoek heeft ertoe geleid dat in januari 2014 een verdachte is opgepakt. Op 21 november 2016 heeft de rechtbank Oost-Brabant deze verdachte veroordeeld voor de verkrachting van [slachtoffer] , maar vrijgesproken van de betrokkenheid bij haar dood. Op 9 oktober 2018 heeft het gerechtshof Den Bosch hem in hoger beroep veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor verkrachting en voor betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer] . Tegen het arrest van het gerechtshof is cassatieberoep ingesteld. Hierop is nog niet beslist.

2.5.

Op de dag dat het gerechtshof uitspraak deed (9 oktober 2018), zijn de nabestaanden van [slachtoffer] er door de politie van in kennis gesteld dat [gedaagde 2] een boek over de zaak van [slachtoffer] had geschreven, dat zou worden uitgegeven door de Persgroep en dat zou worden gepubliceerd op 14 oktober 2018. Met als doel de totstandkoming van dit boek is [gedaagde 2] in 2013 uitgenodigd door justitie om mee te lopen met het cold case team. Hij is vier maanden lang dagelijks aanwezig geweest bij dit team (behalve bij de verhoren met de verdachte) en heeft inzage gekregen in het politiedossier. Op 9 oktober 2013 heeft [gedaagde 2] hiertoe een door de politie opgestelde geheimhoudingsverklaring ondertekend, waarin onder meer het volgende staat: Verklaart hierbij volledige geheimhouding en vertrouwelijkheid te betrachten ten aanzien van alle informatie die mij direct of indirect ter kennis komt over (aspecten van) de werkzaamheden van de politie, het Openbaar Ministerie en het gerechtelijk (voor-)onderzoek en al hetgeen mij overigens ter kennis komt ten gevolge van de samenwerking met de Staat gedurende mijn werkzaamheden ten behoeve van het onderzoek Bosuil.In gezamenlijk overleg en na goedkeuring van de Politie en het Openbaar Ministerie wordt bepaald welke informatie geschikt is voor publicatie vanuit de werkzaamheden als journalist van het Eindhovens Dagblad.

2.6.

Nadat bekend werd dat tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant hoger beroep was ingesteld bij het gerechtshof Den Bosch is tussen het openbaar ministerie (het OM), het Eindhovens Dagblad en [gedaagde 2] een zogenoemd mediacontract gesloten, dat is ondertekend op respectievelijk 8 maart 2018, 14 februari 2018 en 20 februari 2018. Hierin staat onder meer het volgende:Overwegende dat: ● De auteur, werkzaam bij het Eindhovens Dagblad, een door het Eindhovens Dagblad uit te geven boek heeft geschreven, met als (werk-)titel ‘De zaak- [slachtoffer] ’ (...);

● Het boek is opgesteld conform de afspraken met de politie en het OM en door beiden gefiatteerd en vrijgegeven voor publicatie. ● De auteur met het oog op het hoger beroep in de betreffende strafzaak zoveel als mogelijk wenst mee te lopen met de advocaten-generaal en hen te interviewen over het hoger beroep, inzage te verkrijgen in alle processtukken uit het dossier (...) en aanwezig te zijn bij werkzaamheden van de advocaten-generaal in deze strafzaak en de aldus verkregen informatie in een nieuw aan het boek toe te voegen hoofdstuk wenst te beschrijven (hierna te noemen: “Nieuwe Hoofdstuk”); ● Het doel van het Nieuwe Hoofdstuk is verslag te doen van het hoger beroep in de strafzaak over de dood van [slachtoffer] ; (...) ● Het Openbaar Ministerie is bereid medewerking te verlenen aan de totstandkoming van het Nieuwe Hoofdstuk door de auteur te betrekken bij de voorbereiding van de strafzaak in hoger beroep en inzage te geven in de processtukken van de strafzaak in hoger beroep ten behoeve van het schrijven van het Nieuwe Hoofdstuk; ● Partijen wensen in deze overeenkomst de afspraken neer te leggen die betrekking hebben over het meelopen van de auteur met de advocaten-generaal in zaak [slachtoffer] in hoger beroep en het Nieuwe Hoofdstuk dat op een nader te bepalen datum wordt gepubliceerd. (...) 1.1 In het kader van deze overeenkomst verleent het Openbaar Ministerie medewerking aan de auteur om de advocaten-generaal (...) (zoveel als mogelijk) te volgen bij de werkzaamheden in de strafzaak in hoger beroep, (...) 1.4 De auteur krijgt inzage in de stukken uit het strafdossier in hoger beroep (...), alsmede de uitgewerkte verhoren van de raadsheer-commissaris. (...)

1.6

Het Openbaar Ministerie heeft het recht het manuscript betreffende het Nieuwe Hoofdstuk voorafgaande aan de publicatie te lezen en hierin wijzigingen aan te brengen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3. (...) 1.7 Het Eindhovens Dagblad komt overeen met het Openbaar Ministerie dat het Nieuwe Hoofdstuk wordt gepubliceerd nadat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in hoger beroep is afgerond en het arrest door het Hof Den Bosch is gewezen. (...) 3.1 Het Eindhovens Dagblad dient het Openbaar Ministerie voorafgaand aan publicatie te voorzien van het manuscript van het Nieuwe Hoofdstuk. Het Openbaar Ministerie behoudt het recht om binnen 2 (twee) weken na ontvangst van het manuscript hierin wijzigingen aan te brengen doch uitsluitend indien en voor zover dit uit oogpunt van bescherming van de belangen op het gebied van privacy, slachtofferbescherming, opsporing en vervolging, politietactiek- en techniek noodzakelijk is. (...) 5.1 De auteur dient tot de datum van publicatie van het Nieuwe Hoofdstuk strikte vertrouwelijkheid in acht te nemen ten aanzien van alle vertrouwelijke informatie over (aspecten van) de werkzaamheden van het Openbaar Ministerie in de strafzaak in hoger beroep en al wat hem overigens ter kennis komt, in het kader van het Nieuwe Hoofdstuk.

2.7.

In het kader van de totstandkoming van het boek is [gedaagde 2] aanwezig geweest bij de zittingen van de rechtbank Oost-Brabant en van het gerechtshof Den Bosch. Op die zittingsdagen is er contact geweest tussen [gedaagde 2] en de nabestaanden van [slachtoffer] .

2.8.

Nadat de nabestaanden van [slachtoffer] op 9 oktober 2018 kennis hadden genomen van de aanstaande publicatie van het boek, heeft mr. Korver hiertegen in een e-mail van 10 oktober 2018 bezwaar gemaakt. Naar aanleiding hiervan heeft de geplande publicatie van het boek op 14 oktober 2018 geen doorgang gevonden. Ook mr. Van de Laar heeft namens [eiser 4] in een e-mail van 18 oktober 2018 bezwaar gemaakt tegen publicatie van het boek.

2.9.

De Persgroep heeft onder geheimhouding een manuscript van het boek ter beschikking gesteld aan mrs. Korver en Van de Laar. Ook heeft zij het manuscript aan het OM ter beschikking gesteld. Over de inhoud van dit manuscript is vervolgens gecorrespondeerd tussen (de raadslieden van) partijen en het OM (zie productie 4, 5 en 9 van mr. Korver en productie 1 tot en met 10 van mr. Trojan). Uit die correspondentie blijkt dat zowel eisers als het OM bezwaren hebben tegen diverse passages in het boek. Naar aanleiding hiervan is overeenstemming bereikt om een aantal passages niet te publiceren. Blijkens de correspondentie zijn partijen er echter niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over alle passages waartegen bezwaar bestaat.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing