Home

Rechtbank Amsterdam, 25-04-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2967, C/13/664243 / KG ZA 19-338

Rechtbank Amsterdam, 25-04-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2967, C/13/664243 / KG ZA 19-338

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25 april 2019
Datum publicatie
25 april 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:2967
Zaaknummer
C/13/664243 / KG ZA 19-338

Inhoudsindicatie

Eerste Kamerlid heeft rectificatie gevorderd van een artikel in Quote dat over haar is verschenen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een onrechtmatige publicatie en wijst de vordering af. Daarbij speelt een rol dat eiseres als publiek figuur meer kritiek heeft te dulden dan iemand zonder publieke functie. Haar handelen (ook buiten de Kamer) kan immers invloed hebben op haar functioneren als volksvertegenwoordiger. Hetgeen Quote over eiseres schrijft vindt voldoende steun in de feiten en Quote heeft eiseres voldoende gelegenheid geboden voor wederhoor. Bovendien levert het artikel een bijdrage aan het actuele maatschappelijk debat over de integriteit van Kamerleden. Geen verklaring voor recht. Geen domiciliekeuze.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/664243 / KG ZA 19-338 MvW/LO

Vonnis in kort geding van 25 april 2019

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

eiseressen bij dagvaarding van 2 april 2019,

advocaat mr. H.C.M.G. Dietz te Den Haag,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEARST MAGAZINES NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde, vrijwillig verschenen,

advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

niet verschenen.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eiseressen] en afzonderlijk als [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] . Gedaagde sub 1 zal Hearst Magazines of Quote worden genoemd en gedaagde sub 2 [gedaagde sub 2] .

1 De procedure

1.1.

Ter zitting van 5 april 2019 heeft [eiseressen] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Quote heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. [gedaagde sub 2] is niet verschenen.Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van [eiseressen] : mr. [eiseres sub 1] , in de hoedanigheid van eiseres sub 1 en tevens als advocaat namens beide eiseressen, met mr. Dietz;

aan de zijde van Quote: [adjunct-hoofdredacteur] , adjunct-hoofdredacteur, [journalist 1] en [journalist 2] , journalisten, met mr. Alberdingk Thijm en diens kantoorgenoot mr. C.F.M. de Vries. Tevens waren aanwezig [informant 1] en [informant 2] , die beiden als informant zijn gehoord.

1.2.

De dagvaarding is betekend aan het kantooradres van mr. Alberdingk Thijm, terwijl deze ter zitting heeft gesteld dat Quote noch [gedaagde sub 2] domicilie heeft gekozen aan zijn kantooradres. Quote is echter vrijwillig verschenen. Ten aanzien van [gedaagde sub 2] is [eiseressen] in de gelegenheid gesteld een schriftelijke domiciliekeuze aannemelijk te maken. Mr. Dietz heeft daartoe op 11 april 2019 een tweetal e-mails met producties aan de voorzieningenrechter doen toekomen, en een e-mailbericht op 12 april 2019.

1.3.

Quote heeft ter zitting een verklaring van een anonieme bron overgelegd in een gesloten envelop. Quote is bereid die verklaring ter inzage aan de voorzieningenrechter voor te leggen. Hoewel artikel 22a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voorschrijft dat de inhoud van deze verklaring kan worden ingezien door de advocaat van de wederpartij, acht Quote dat in dit geval niet gepast omdat de advocaat van [eiseressen] tevens haar kantoorgenoot is. [eiseressen] heeft bezwaar gemaakt tegen het inzien van de verklaring door de voorzieningenrechter, stellende dat zij hierdoor in haar verdediging wordt geschaad. De voorzieningenrechter heeft meegedeeld dat in dit vonnis zonodig hierover zal worden geoordeeld.

2 De feiten

2.1.

Hearst Magazines is onder meer houder van de website Quotenet.nl en uitgever van het maandblad Quote. [journalist 2] en [journalist 1] werken freelance als onderzoeksjournalisten, onder meer voor Quote.

2.2.

[eiseres sub 1] is sinds 12 jaar lid van de Eerste Kamer voor de VVD. Daarnaast is zij sinds 1 februari 2014 werkzaam als advocaat op haar eigen kantoor, [advocatenkantoor] , en is zij oprichter van [eiseres sub 2] , een advieskantoor op het gebied van bestuur, recht en ICT. [eiseres sub 1] is via de holding [holding 1] enig aandeelhouder van [eiseres sub 2] . Bestuurder is [naam bestuurder] , de echtgenoot van [eiseres sub 1] . [naam bestuurder] is via zijn holding [holding 2] enig aandeelhouder van [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ). Alle genoemde vennootschappen en het advocatenkantoor zijn gevestigd op het adres [adres] te [plaats] .

2.3.

[eiseres sub 2] en [bedrijf] hebben in 2012 een overeenkomst gesloten met ORCA RiSource B.V. Thans zijn deze partijen verwikkeld in een zakelijk conflict. Directeur van RiSource is [informant 1] (hierna [informant 1] ). RiSource heeft op 13 en 19 februari 2019 met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van [bedrijf] en [eiseres sub 2] onder verschillende banken. De vordering is begroot op € 921.638,77. Op 13 maart 2019 is het beslag van rechtswege vervallen, omdat geen eis in de hoofdzaak aanhangig is gemaakt.

2.4.

[journalist 1] en [journalist 2] hebben naar aanleiding van een eerdere publicatie op nieuwssite Follow the Money op 24 september 2018 over [eiseres sub 1] onderzoek verricht naar de verschillende ondernemingen van [eiseres sub 1] en [naam bestuurder] , in verband met mogelijke belangenverstrengeling.

2.5.

In totaal zijn tien ondernemingen geregistreerd aan het adres [adres] te [woonplaats] . [journalist 2] heeft zowel [eiseres sub 1] als [naam bestuurder] per e-mail van 11 januari 2019 een aantal vragen gesteld over de verschillende ondernemingen, en heeft [eiseres sub 1] om een reactie gevraagd op het feit dat zij als lid van de Eerste Kamer vragen heeft gesteld en heeft gedebatteerd over producten en diensten die zij zelf levert. [eiseres sub 1] en [naam bestuurder] hebben de vragen van [journalist 2] grotendeels beantwoord.

2.6.

Op 12 februari 2019 verscheen in het maandblad Quote een artikel van de hand van [journalist 1] en [journalist 2] met de titel ‘ De dubbele petten van een VVD-senator ’. Diezelfde dag verscheen op de website van Quote (Quotenet.nl) een artikel met de titel: ‘ Profiteert [eiseres sub 1] van haar VVD-senatorschap ?’

2.7.

Op 14 februari 2019 verscheen op Quotenet.nl het artikel ‘ Wanbetalingen bij bedrijf van VVD-senator [eiseres sub 1] ’. In dat artikel worden verschillende anonieme bronnen genoemd (oud-medewerkers en leveranciers), die stellen dat de vennootschappen van [eiseres sub 1] en haar echtgenoot facturen niet of niet tijdig betalen.

2.8.

In maart 2019 heeft Quote de beschikking gekregen over het beslagdossier van RiSource (zie 2.3) en naar aanleiding daarvan heeft [journalist 2] [eiseres sub 1] per mail van 14 maart 2019 een aantal vragen gesteld. Ook heeft zij [naam bestuurder] een aantal vragen gesteld. [eiseres sub 1] en [naam bestuurder] hebben beiden gereageerd op de e-mails van [journalist 2] . [naam bestuurder] schrijft onder meer: ‘Er is geen betalingsachterstand. Er loopt geen juridische procedure. Beslaglegging wordt doorgaans gebruikt als drukmiddel (...) De gegrondheid van beslag wordt eerst in de hoofdzaak door een rechter beoordeeld. Deze hoofdzaak is niet aanhangig gemaakt door RiSource B.V. Het beslag vervalt indien de eis in de hoofdzaak niet wordt aangebracht (...) Ik heb verder geen behoefte om nader in te gaan op uw vragen(...).

[eiseres sub 1] schrijft onder meer: ‘De meeste van uw vragen betreffen [bedrijf] en [eiseres sub 2] . Deze vragen kan ik niet beantwoorden. Zie hieronder de antwoorden op uw overige vragen.

- Klopt het dat er onlangs beslag is gelegd op drie rekeningen van SBR en [eiseres sub 1] voor 921.638,77 euro?

Antwoord: dat moet u vragen aan [bedrijf] en [eiseres sub 2] . (...)

- U heeft bij herhaling gesteld dat u sinds 1 februari 2014 exclusief werkzaam bent als advocaat bij [advocatenkantoor] . Hoe verhoudt zich dit tot (...) het actief optreden namens een organisatie als [bedrijf] ?

Antwoord: ik treed niet actief op. Ik heb hooguit een poging gedaan om de situatie vlot te trekken, en heb daarbij mijn hoedanigheid duidelijk aangegeven. (...)

2.9.

Op 15 maart 2019 is op Quotenet.nl een artikel verschenen met de titel: ‘Geldeiser legt beslag op bedrijf VVD-senator [eiseres sub 1] ’. In het artikel komen de volgende passages voor.

Vorige maand is voor ruim € 900.000 beslag gelegd op bankrekeningen van het bedrijf van senator [eiseres sub 1] (VVD). Via deze weg hoopt leverancier Ruud d’Achard van Enschut, na jarenlang bedelen, zijn geld te krijgen. Hij overweegt zelfs, vertelt hij Quote, aangifte te doen van oplichting.

[eiseres sub 1] is afgelopen maanden meerdere malen in het nieuws geweest wegens dubbele petten en schimmig zakendoen. Ze runt met haar echtgenoot, [naam bestuurder] , een privacy-keten. Of beter gezegd: een ingewikkelde kluwen van tien BV’s in één pand aan de [adres] in het deftige Haagse Statenkwartier. Ook voert ze vaak het woord in de Eerste Kamer over privacy, een sector waarin ze zelf miljoenen verdient. Ze spreekt, als politicus, geregeld over diensten die een van haar bedrijven levert. (...)

Kern van het artikel is dat [eiseres sub 1] onvoldoende onderscheid maakt tussen haar verschillende functies (als kamerlid, ondernemer en advocaat) en dat zij betrokken is bij de verschillende BV’s die zijn geregistreerd aan de [adres] , hoewel zij tegenover Quote heeft verklaard dat zij daar niets mee van doen heeft en slechts werkt als advocaat voor [advocatenkantoor] . Verder gaat het artikel voornamelijk over het conflict met [informant 1] . Quote vermeldt in totaal met acht anonieme bronnen te hebben gesproken, maar [informant 1] is de enige die on the record wil verklaren. Quote schrijft dat [informant 1] software heeft verkocht aan [bedrijf] , waarvoor in 36 termijnen van € 18.500,- zou worden betaald, dat de betalingen te laat en niet volledig werden gedaan, en dat deze werden voldaan uit verschillende BV’s (o.a. [advocatenkantoor] , [eiseres sub 2] en [holding 1] ). Hij heeft met [naam bestuurder] , maar ook met [eiseres sub 1] gecorrespondeerd over de betalingsachterstand.

2.10.

Op 16 maart 2019 heeft Quote nog een artikel gepubliceerd op Quotenet.nl over [eiseres sub 1] , met de titel ‘Integriteitscommissie VVD doet onderzoek naar senator [eiseres sub 1] ’. In dat artikel is vermeld dat het beslag waarover eerder werd bericht inmiddels was vervallen. Tevens is bij het artikel van 15 maart 2019 een link geplaatst naar het artikel van 16 maart 2019, onder de kop related stories.

2.11.

Bij brief van 22 maart 2019 heeft [eiseressen] Quote verzocht een rectificatie te plaatsen naar aanleiding van bovengenoemd artikel.

2.12.

Quote heeft bij brief van haar advocaat van 25 maart 2019 laten weten niet aan het verzoek tot rectificatie te voldoen.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing