Rechtbank Amsterdam, 29-05-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3918, C/13/640141 / HA ZA 17-1342
Rechtbank Amsterdam, 29-05-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3918, C/13/640141 / HA ZA 17-1342
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 mei 2019
- Datum publicatie
- 17 juli 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:3918
- Zaaknummer
- C/13/640141 / HA ZA 17-1342
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van de divisie Corporate Banking bij Van Lanschot overgenomen van Van Lanschot. Deze Overdracht betrof een activa-passiva transactie, die betrekking had op een kredietportefeuille ter waarde van nominaal circa € 400 miljoen, tegen een koopprijs van circa € 260 miljoen. Promontoria stelt dat hierbij sprake is geweest van contractsoverneming, waarbij de cliënten bij voorbaat toestemming hebben gegeven op grond van het bepaalde in artikel 36 van de ABV. De cliënten betwisten dat. Ook betwisten zij dat cessie heeft plaatsgevonden, waarbij zij aanvoeren dat de vorderingen van een bank op haar cliënten naar hun aard niet overdraagbaar zijn aan een niet-bank. Over dat laatste is de rechtbank voornemens in beide zaken gelijkluidende prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Partijen mogen op dat voornemen en de te stellen vragen reageren.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/640141 / HA ZA 17-1342
Vonnis van 29 mei 2019
in de zaak van
de naamloze vennootschap naar Antilliaans recht
IMMOBILE SECURITIES N.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. M. Krekels te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PROMONTORIA HOLDING 107 B.V.,
gevestigd te Baarn,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LINK ASSET SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaat jhr. mr. B.W.J.M. de Roy van Zuidewijn te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Immobile en Promontoria c.s. genoemd worden. Gedaagden worden afzonderlijk Promontoria en Link genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding en de akte aanbrengen dagvaarding en overlegging producties,
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie zijdens Promontoria en Link, tevens akte houdende reconventionele vordering zijdens Promontoria,
- -
-
de brief van de rechtbank waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld te reageren op het hen toegezonden vonnis in een vergelijkbare zaak van 25 juli 2018,
- -
-
de door beide partijen daartoe genomen akte,
- -
-
het tussenvonnis van 7 november 2018,
- -
-
de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte van wijziging van eis
- -
-
de antwoordakte wijziging van eis, tevens akte uitlating producties (aanvankelijk genoemd: Conclusie van dupliek in conventie zijdens Promontoria en Link),
- -
-
het verzoek van Immobile met het verzoek de laatstgenoemde akte te weigeren,
- -
-
de reactie daarop van Promontoria c.s.,
- -
-
de aan partijen bij brief van 11 februari 2019 medegedeelde beslissing van de rechtbank inhoudende dat de genoemde conclusie niet wordt geweigerd, maar dat de alinea’s 1-78, 82-84, 91-102 en 109-111 buiten beschouwing worden gelaten,
- -
-
de akte overlegging producties van Immobile,
- -
-
het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 1 april 2019,
- -
-
de brief van 8 april 2019 van Promontoria met opmerkingen over het genoemde proces-verbaal,
- -
-
de brief van 10 april 2019 van Immobile met opmerkingen over het genoemde proces-verbaal.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De aandeelhouders van Immobile zijn de vijf kinderen van de heer [naam vader aandeelhouders] . Immobile is eigenaar van het Rijksmonument gelegen aan de [adres rijksmonument] te [plaats rijksmonument] , ook wel aangeduid als “ [naam locatie] ”.
Ter verwerving van [naam locatie] heeft F. Van Lanschot Bankiers N.V. (hierna: Van Lanschot) op 31 juli 2003 een geldlening verstrekt van € 4.400.000, welke op 27 januari 2005 is uitgebreid met een tweede geldlening ad EUR 500.000. Deze geldleningen zullen hierna worden aangeduid als de grote lening, respectievelijk de kleine lening en samen als de leningen. De leningen zijn aanvankelijk opgenomen door N.V. Monumentenvennootschap De Vier Elementen en later overgenomen door Immobile.
Immobile is aanvankelijk bestuurd door F. Van Lanschot Trust Company B.V.
Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren
ondergebracht bij de Afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van de divisie Corporate
Banking bij Van Lanschot overgenomen van Van Lanschot. Deze Overdracht betrof een activa-passiva transactie, die betrekking had op een kredietportefeuille ter waarde van nominaal circa € 400 miljoen tegen een koopprijs van € 260 miljoen.
Promontoria is een vennootschap zonder werknemers. Zij beschikt niet over een bankvergunning.
Namens Promontoria heeft Capita Debt Solutions in haar brieven aan Immobile, te beginnen bij de brief van 6 oktober 2015, steeds het volgende vermeld:
“De in deze correspondentie omschreven kredieten worden beheerd door Capita Banking and Debt Solutions (Netherlands) B.V. (of aan haar gelieerde vennootschappen) als servicer voor, namens en handelend op instructie van Promontoria Holding 107 B.V.”
Capita Debt Solutions is na haar naamswijziging op 3 november 2017 Link geheten. In dit vonnis wordt zij hierna steeds aangeduid als Link.
ABV
In artikel 36 van de Algemene Voorwaarden F. van Lanschot Bankiers N.V. (die overeenkomen met de Algemene Bankvoorwaarden, hierna: ABV) staat:
“Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt, voor het geval van een (gedeeltelijke) overdracht van de onderneming van de bank, er bij voorbaat medewerking aan verleend dat zijn rechtsverhouding met de bank in het kader van die (gedeeltelijke) overdracht (gedeeltelijk) op een derde overgaat.”
In de toelichting bij dit artikel staat:
“Wij kunnen onze onderneming (deels) overdragen aan een ander. Ook producten of diensten die u van ons afneemt kunnen mee overgaan. U wordt dan klant van degene die onze onderneming (deels) overneemt.
Het kan gebeuren dat wij onze onderneming (deels) willen overdragen aan een ander. Mogelijk willen wij dan ook de rechtsverhouding mee overdragen die wij met u hebben uit een overeenkomst met u. U verleent nu alvast uw medewerking hieraan. Wij geven een voorbeeld:
Wij dragen onze activiteiten over aan een andere bank. Dit kan betekenen dat overeenkomsten die wij met u hebben mee overgaan naar die andere bank. U krijgt hiervan een mededeling en wordt dan klant van die andere bank.”
De grote lening
Op 31 juli 2003 heeft Van Lanschot aan Monumentenvennootschap De Vier
Elementen B.V. (rechtsvoorgangster van Immobile; hierna De Vier Elementen) een lening verstrekt van € 4.400.000,-. De looptijd van de lening bedroeg 30 jaar. Verder was het volgende bepaald:
“ Rente: - 5 jaar vast à 4,2%, per maand achteraf te voldoen.
- 3 maands euribor + 1,2 %, per maand achteraf te voldoen.
(...) Aflossing: per kwartaal met EUR 28.334,00, voor het eerst op 31 januari 2004 gedurende 15 jaar tot 75% van de executiewaarde.”
Op deze lening zijn van toepassing verklaard: de Algemene Voorwaarden Rekening courant van F. Van Lanschot Bankiers N.V. en de ABV.
Op 7 februari 2005 is tussen Van Lanschot en De Vier Elementen een “Wijziging geldleenvoorwaarden” overeengekomen, waarin over de aflossing is bepaald:
“Het bedrag van de geldlening moet worden terugbetaald in termijnen groot EUR 24.614,62 (...) voor het eerst op 28 februari 2005, gedurende 14 jaar tot 75% van de executiewaarde.”
De kleine lening
Op 7 februari 2005 heeft Van Lanschot een lening van € 500.000 aan De Vier Elementen verstrekt. Deze lening had een looptijd van 30 jaar en een rente-looptijd van vijf jaar. De rente was bij aanvang van de lening bepaald op 1,2 % boven het drie maands EURIBOR-tarief. De lening was aflossingsvrij.
Op deze lening zijn van toepassing verklaard: de Algemene Voorwaarden voor geldleningen van F. Van Lanschot Bankiers N.V. en de ABV.
Zekerheden
Tot zekerheid voor de beide leningen heeft Immobile een hypotheek verstrekt op
[naam locatie] , en een pandrecht op de vorderingen in verband met de verhuur van [naam locatie] . Verder heeft de heer [naam vader aandeelhouders] een borgtocht verstrekt.
Opzegging door van Lanschot
Bij brief van 6 maart 2012 heeft Van Lanschot de kredietrelatie met Immobile opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Aan deze opzegging is kort samengevat ten grondslag gelegd dat het vertrouwen is komen te vervallen. Daarbij wordt gewezen op het onvoldoende verstrekken van gevraagde informatie, waardoor onvoldoende inzicht bestaat in de inkomens- en vermogensstructuur van Immobile, en op ongeoorloofde debetstanden op de betaalrekening waarvan de rente- en aflossingsverplichtingen worden gedebiteerd.
Tussen Van Lanschot en Immobile is vervolgens gecorrespondeerd over de omvang van de verplichting tot informatieverstrekking en de vraag of daaraan was voldaan. Tevens heeft Immobile informatie verstrekt. Van Lanschot heeft bij brief van 27 maart 2015 onder meer het volgende aan Immobile geschreven:
“In antwoord op uw brief van 17 maart 2015 kan ik u berichten dat Van Lanschot
de door u toegezonden stukken met dank voor de verrichte inspanningen in ontvangst heeft genomen. De stukken geven haar voldoende inzicht in de informatie waarover zij op dit moment in het kader van de Wwft dient te beschikken. (...)
Zoals al aangekondigd in mijn brief van 23 februari 2015 dient Van Lanschot in
het kader van de beoordeling van het kredietrisico verbonden aan de relatie met
Immobile te beschikken over financiële informatie met betrekking tot Immobile.
Van Lanschot kan genoemd kredietrisico thans niet meer beoordelen aan de hand
van de beschikbare gegevens en zou om die reden graag ook nog de volgende
stukken van Immobile ontvangen:
1. gecontroleerde jaarrekeningen over 2013 (...);
2. een recent taxatierapport van [naam locatie] en [naam getaxeerd object] (...) 3. een recent huurdersoverzicht met kopieën van de huurcontracten met betrekking tot [naam locatie] en [naam getaxeerd object] .
(...) Van Lanschot ziet de hiervoor gevraagde informatie graag binnen twee weken
tegemoet en kijkt uit naar een bestendige voortzetting van de relatie en samenwerking met Immobile.”
Vervolgens is verder gecorrespondeerd over de vraag welke informatie moest worden aangeleverd. Hierbij heeft Van Lanschot bij brief van 11 september 2015 ook nog gevraagd om de jaarrekening 2014 en de samenstellingsverklaring daarbij.
Op 2 oktober 2015 heeft Immobile aan Van Lanschot het volgende geschreven:
“Zoals Immobile hiervoor al aangaf, is zij nog steeds bereid om haar medewerking
te verlenen aan redelijke informatieverzoeken. In dat kader levert zij de volgende
informatie aan.
Informatieverzoeken
(i) huurbetalingen
Bijgaand treft u als bijlage 1 de dagafschriften aan waaruit volgt dat de huurbetalingen daadwerkelijk door de Society aan Immobile zijn voldaan.
(ii) taxatierapport
Als bijlage 2 treft u het taxatierapport van [naam locatie] aan conform de
verzochte richtlijnen.
(iii) jaarrekening 2014 met samenstellingsverklaring
Bijgaand treft u de jaarrekening 2014 met samenstellingsverklaring aan. De cijfers
over het jaar 2013 blijken ook uit de jaarrekening 2014.
Immobile gaat ervan uit dat hiermee een definitief einde is gekomen aan de lange
stroom van informatieverzoeken.”
Van Lanschot heeft na de onder 2.12 genoemde opzegging geen executiemaatregelen genomen.
Contractsoverneming/cessie
De onder 2.4 genoemde overname door Promontoria van de zakelijke vastgoedleningen van Van Lanschot is neergelegd in een tussen Van Lanschot en Promontoria opgemaakte notariële akte getiteld “Deed of Transfer of Contract and Assignment” (contractsoverneming en cessie) van 30 september 2015. Daarin is het volgende vermeld, waarbij Van Lanschot als Transferor en Promontoria als Transferee worden aangeduid:
“In connection with the Sale, the Transferor and the Transferee have agreed that (...):
(i) all rights and obligations of the Transferor under the documents entered into with respect to the Assets specified in Schedule 1 (the Transferred Assets ) will be transferred by way of transfer of contract (contractsoverneming) to the Transferee subject to the terms set out herein; and
(ii) all rights and benefits of the Transferor vis-à-vis the Excluded Counterparties (as defined below) under the documents entered into with respect to the Assets will be transferred by way of assignment (cessie) to the Transferee subject to the terms set out herein.
(...)
Excluded Counterparty means the counterparties of the Transferor specified in Schedule 2 (i) in relation to the Hedging Assets where the relevant counterparty has not given its consent to the transfer of such Hedging Asset to the Transferee and (ii) in relation to the Assets where the relevant counterparty has protested against the transfer of such Asset to the Transferee and a competent court of law has ruled such protest to be valid.”
Per e-mailbericht van 6 augustus 2015 heeft Van Lanschot medegedeeld dat de rechtsverhouding tussen haar en Immobile zou worden overgedragen aan Cerberus Capital Management, waarvan Promontoria een dochtervennootschap is.
Link (toen nog Capita geheten) heeft bij brief van 6 oktober 2015 aan Immobile melding gemaakt van de verkoop van de leningen door Van Lanschot aan Promontoria en heeft daarbij vermeld:
“Per 1 oktober 2015 administreert Capita uw Lening(en). (...) U bent verplicht om betalingen vanaf nu rechtstreeks te doen aan Promontoria (...)”
Rentewijziging door Promontoria
Op 29 januari 2016 heeft Link namens Promontoria aan Immobile onder meer het volgende geschreven:
“ Renteherziening
Met ingang van 31 december 2015 had het afgesproken rentepercentage van de geldlening [nummer geldlening 1] aangepast kunnen worden. Tot nu toe heeft Promontoria u het bestaande rentepercentage doorberekend. Promontoria deelt u hierbij mede dat zij nu gebruik zal maken van de renteherzieningsmogelijkheid.
Rente op basis van EURIBOR
Uw nieuwe tarief zal per 1 april 2016 8.00% bedragen, per kwartaal achteraf te voldoen. Rentelooptijd geldlening 1 jaar tot 31 maart 2017.”
Immobile heeft deze verhoogde rente niet betaald, maar is voortgegaan met het betalen van de rente zoals die volgens haar eigen berekeningen eerder was vastgesteld.
Aflossing en waarde onderpand
Bij brief van 29 maart 2017 heeft Immobile aan Promontoria het standpunt ingenomen dat zij niet langer gehouden is tot het doen van aflossingen. Zij heeft dat standpunt als volgt toegelicht:
“In voornoemde overeenkomsten en aktes van geldlening is telkens opgenomen dat er per
kwartaal moet worden afgelost, gedurende 15 jaar tot 75% van de executiewaarde.
Op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomsten is cliënte dus gehouden af te lossen op de geldlening tot 75% van de executiewaarde. De achtergrond van die bepaling is dat Van Lanschot bij het aflossen tot een dergelijke waarde leidt tot meer dan voldoende zekerheid heeft en Van Lanschot (en u) geen bancair (financieel) risico loopt.
In de overeenkomst van 31 juli 2003 staat:
“per kwartaal met EUR 28.334,--, voor het eerst op 31 januari 2004, gedurende 15 jaar tot 75% van de executiewaarde”.
Alleen de hoogte van de kwartaalbetaling is op dit punt gewijzigd in de overeenkomst van
27 januari 2005.
Onder aflossing staat aldaar:
“per kwartaal met EUR 24.614,62, voor het eerst op 28 februari 2005 gedurende 14 jaar, tot 75% van de executiewaarde”.
Cliënte heeft altijd tijdig en volledig aan haar rente-en aflossingsverplichtingen voldaan.
Het onderliggende vastgoed ( [naam locatie] ) dat tot zekerheid dient van de terugbetaling van de geldlening is sinds 2003 bovendien sterk in waarde gestegen.
Cliënte heeft op verzoek van Van Lanschot op 4 mei 2015 [naam locatie] laten taxeren. [naam locatie] is getaxeerd op een onderhandse vrije verkoopwaarde van EUR 7.290.000,-. Gelet op de huizenstijging in [plaats rijksmonument] is de werkelijke marktwaarde per heden aanzienlijk hoger, maar in deze brief wordt van de laatste taxatie uitgegaan.
Voor de executiewaarde wordt uitgegaan van 90% van de onderhandse verkoopwaarde,
hetgeen resulteert in een executiewaarde van EUR 6.561.000,-.
75% van die executiewaarde vertegenwoordigt dan weer een bedrag ad EUR 4.920.750,-.
Volgens de administratie van Promontoria/Capita staat op dit moment een bedrag ad
EUR 3.076.141,67 open.
Op grond van de overeenkomst is cliënte aldus al geruime tijd niet meer gehouden tot aflossing en is cliënte al jarenlang onverplicht aanvullend aan het aflossen. Sterker nog, op dit moment is tot circa 46% van de executiewaarde afgelost.
Cliënte staakt - gelet op het voorgaande - per heden de aflossing staken.”
Link heeft namens Promontoria in antwoord op bovenstaande brief op 7 juli 2017 onder meer het volgende geschreven:
“Uw feitelijke stelling, dat voor de bepaling van de executiewaarde het percentage van 90% van de onderhandse verkoopwaarde dient te worden gehanteerd, betwisten wij ten zeerste. Wij zijn van mening dat de executiewaarde een subjectieve inschatting is van een waarde die bij gedwongen verkoop zal worden geboden. Deze waarde bij gedwongen verkoop is zodanig op voorhand niet in te schatten. Ten behoeve van onze zekerheidspositie van het specifieke object aan de [adres rijksmonument] te [plaats rijksmonument] (“ [naam locatie] ”) is een dergelijke inschatting niet te maken.
Op basis van bovenstaand zijn wij niet voornemens de aflossingsverplichtingen te staken. Samenvattend verwachten wij dat Immobile zich conform het bepaalde in de geldleningsovereenkomst zal voldoen.”
Bij brief van 4 september 2017 heeft Immobile ter voorkoming van onnodige kosten voorgesteld dat zij het verschil zou betalen tussen de uit de kredietovereenkomst
voortvloeiende aflossingsverplichting en het geheel reeds door haar gedane aflossingen.
Link heeft op dat voorstel bij brief van 27 september 2017 onder meer het volgende geantwoord.“In reactie op uw schrijven brengen wij graag onder de aandacht dat Immobile jegens Promontoria in verzuim is waar het gaat om betaling van de rente- en aflossingsverplichtingen. Per heden bedraagt het verschil tussen de in rekening gebrachte rente en het geheel daarvan betaald is, een bedrag van € 287.325,33. Bovendien heeft Immobile de laatste drie kwartalen verzuimd de aflossingsverplichting op te brengen, waardoor aan de aflossingszijde sprake is van een verzuim ad € 73.843,86.
Middels dit schrijven verzoeken — en zo nodig sommeren — wij Immobile voornoemde bedragen uiterlijk 8 oktober 2017 (...) te voldoen, opdat van verzuim zijdens Immobile alsdan niet langer sprake zal zijn.”
Opzegging van het krediet door Promontoria
Bij brief van Link namens Promontoria van 25 oktober 2017 heeft Promontoria het aan Immobile verstrekte krediet opgezegd. Deze brief luidt voor zover hier van belang als volgt.
“Opzegging krediet
Immobile Securities voldoet niet aan haar verplichtingen voorvloeiend uit de kredietovereenkomst jegens Promontoria. Er is sprake van de volgende tekortkomingen:
• Immobile Securities voldoet niet aan de lopende rente- en aflossingsverplichtingen jegens
Promontoria uit hoofde van de langlopende leningen met nummers [nummer geldlening 1] en [nummer geldlening 2] . Op een totaal van € 576.923,99 aan rente- en aflossingsverplichtingen, is slechts € 173.422,85 betaald, waardoor per heden sprake is van een betalingsachterstand van € 403.501,14;
• Ondanks diverse verzoeken van Promontoria, heeft Immobile Securities geen informatie verstrekt aan Promontoria over de aan Promontoria in zekerheid gegeven onroerende zaken en/of financiële gegoedheid van haar debiteur, zijnde Immobile Securies.
Omdat Immobile Securities niet aan haar verplichtingen jegens Promontoria voldoet als hierboven beschreven en lmmobile Securities ondanks verzoeken daartoe zijdens Promontoria niet bereid of in staat is om deze tekortkomingen te herstellen, zegt Promontoria hierbij het Krediet op. Promontoria is op grond van artikel 27 van de ABV en artikel 16 van de AVGZ bevoegd om het Krediet op te zeggen wanneer er sprake is van een tekortkoming.
Als gevolg van deze opzegging is op grond van artikel 27 van de ABV, artikel 5 en 9 van de AVRC en artikel 16 van de AVGZ de vordering van Promontoria op Immobile Securities onmiddellijk opeisbaar.”
Een schriftelijke en ondertekende verklaring van [naam vader aandeelhouders] , gedateerd 14 maart 2019 luidt, voor zover hier van belang, als volgt.
“Ik was echter begin 2001 via een wederzijdse kennis in contact gekomen met dhr. [naam medewerker Van Lanschot] die destijds voor Van Lanschot zocht naar vermogende Nederlandse families die interesse hadden in langdurige private-bankingrelaties. Sedertdien was ik veelvuldig door Van Lanschot uitgenodigd om hun cliëntenevenementen bij te wonen, ik had met diverse directieleden van Van Lanschot kennis gemaakt, en de achtergrond en filosofie van Van Lanschot spraken mij zeer aan:
(...)
Kortom, bij Van Lanschot sprak men steeds over het aangaan van een persoonsgebonden multigenerationele totaalrelatie en expliciet werd mij door vertegenwoordigers van Van Lanschot toegezegd dat de bank met mij en mijn gezin een relatie wenste aan te gaan waarbij niet alleen ik maar ook mijn kinderen en hun kinderen op Van Lanschot konden rekenen voor kwesties als fiscaal advies bij gewijzigde omstandigheden, erfopvolging, en conservatief en veilig beleggen ook wanneer de wereldeconomie in moeilijke periodes kwam te verkeren. Dit sprak mij zeer aan en ik besloot over te stappen naar een dergelijke relatie met Van Lanschot waarvan een langlopende financiering voor [naam locatie] deel ging uitmaken.
(...)
Het grootste euvel was echter dat rond 2011/2012 een of ander directielid van Van Lanschot blijkbaar besloot dat de bank meer kon verdienen als zij het aan mijn gezin uitgeleend geld terug zou ontvangen en op andere wijze zou herinvesteren. Ineens begonnen wij namelijk de ene brief na de andere te ontvangen van afdelingen genaamd Juridische Zaken of Bijzonder Beheer waarin wij er min of meer van werden beschuldigd dat wij vast geen nette mensen zouden zijn, enkel en alleen omdat wij het waagden als Nederlanders buiten Nederland te wonen (...) en ons werd verzocht de lening per ommegaande af te lossen.
(...)
Recent hebben mijn adviseurs en ik echter vernomen, nota bene van een medewerker van Cerberus, dat de reden dat onze lening in 2015 door Van Lanschot aan Cerberus is meeverkocht een geheel andere is! Door enkele wel perfect presterende leningen aan vermogende partijen (wij waren dus niet de enige, wel een van de weinigen) mee te verkopen in het portfolio wanpresterende leningen waarvan de debiteuren in moeilijkheden verkeerden, kon Van Lanschot namelijk “rijp en rot” door elkaar mengen en daarmee Cerberus overtuigen een hogere gemiddelde prijs per lening te betalen. Wij, en enkele andere cliënten, waren dus de lokeenden op de jacht van Van Lanschot naar de hoogst mogelijke winst - en daarbij was noch de wanprestatie die Van Lanschot pleegde noch de schade die wij daardoor leden, van enig belang voor Van Lanschot.
(...)
In het Nederland van 2019, waarin mijn oude relaties bij ING Bank al lang met pensioen zijn gegaan en Fortis niet eens meer bestaat, kunnen wij [naam locatie] onmogelijk herfinancieren. Niet alleen is [naam locatie] eigendom van een Antilliaanse vennootschap waarvan vijf niet in Nederland wonende jonge Nederlanders (mijn kinderen zijn inmiddels 23, 22, 18, 16 en 15 jaar oud en zitten nog op de middelbare school cq. studeren) de aandeelhouders zijn, doch daar komt nog bij dat onze reputatie geleden heeft onder de negatieve publiciteit die Van Lanschot heeft veroorzaakt. Immers door in weerwil van de werkelijkheid overal rond te bazuinen dat zij in 2016 uitsluitend wanpresterende leningen aan Cerberus heeft verkocht, heeft Van Lanschot het er toe geleid dat iedere andere financier ons, geheel ten onrechte, bij voorbaat als probleemgeval ziet.”
3 Het geschil
Immobile vordert, na wijziging van haar eis, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
1. te verklaren voor recht dat de rechten uit hoofde van de leningsovereenkomsten die zijn gesloten met Van Lanschot niet zijn overgegaan uit hoofde van contractsoverneming, uit hoofde van cessie, uit welken hoofde dan ook, op Promontoria, en
2. dat Promontoria geen vorderingsrechten heeft op Immobile; en
3. dat Promontoria geen rechten van hypotheek en/of andere zekerheidsrechten en nevenrechten heeft ten laste van Immobile; en
4. Promontoria en Link te gebieden binnen 48 uur na betekening van het vonnis in dezen alle noodzakelijke uitvoeringshandelingen te verrichten om de hypotheek ten laste van Immobile in het kadaster door te halen, dit op kosten van Promontoria en Link, althans een zodanig gebod aan Promontoria en Link te geven tot medewerking aan verwijdering uit het kadaster van het hypotheekrecht dat betrekking heeft op [naam locatie] als de rechtbank in goede justitie moge bepalen, dit zoveel mogelijk in lijn met de bedoelingen van het hierboven gevorderde, althans zoveel mogelijk in lijn met het in het lichaam van de dagvaarding gestelde,
Subsidiair
5. te verklaren voor recht dat de opzegging van Promontoria d.d. 25 oktober 2017 geen effect sorteert, althans naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is; en 6. te verklaren voor recht dat Promontoria en Link jegens Immobile onrechtmatig hebben gehandeld (en handelen) en aansprakelijk zijn voor de door hen aan Immobile toegebrachte schade; en7. Voor zover de rechtbank zal hebben geoordeeld dat de leningen wel geldig zijn overgegaan van Van Lanschot aan Promontoria, Promontoria te bevelen om bij wijze van schadevergoeding anders dan in geld, de leningen terug over te dragen aan Van Lanschot, binnen 14 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, en verder te bepalen dat de schade zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend volgens de wet;
Meer subsidiair
8. Te verklaren voor recht dat Promontoria en Link hoofdelijk toerekenbaar tekort schieten in de nakoming van de verbintenissen voortvloeiende uit de met Van Lanschot gesloten geldleningsovereenkomsten (productie 4 en 5 bij dagvaarding) jegens Immobile, in lijn met het gestelde in de dagvaarding en de conclusie van antwoord in reconventie, en aansprakelijk zijn voor de door hen aan Immobile toegebrachte schade en verder te bepalen dat de schade zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend volgens de wet;
9. Promontoria en Link hoofdelijk te veroordelen tot nakoming c.q. tot eerbiediging, van de verbintenissen voortvloeiende uit de met Van Lanschot gesloten geldleningsovereenkomsten, in lijn met het gestelde in de dagvaarding en de conclusie van antwoord in reconventie, en
10. Promontona en Link te gebieden alle noodzakelijke uitvoeringshandelingen te verrichten zodat Immobile vanaf 1 maart 2017 (althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn) niet langer gehouden is tot aflossing tot het einde van de looptijd van de geldleningsovereenkomsten, aldus tot 28 februari 2035, en
11. Te bepalen dat Promontoria en Link vanaf heden tot het einde van de looptijd van de geldleningsovereenkomsten maximaal aanspraak kunnen maken op verdere aflossing gelijk aan een bedrag van EUR 56.733,72 en zulks uitsluitend indien middels verificatoire bescheiden (te weten een door NWI erkend taxatierapport) door Promontoria aangetoond wordt dat de dan bestaande leningsstanden hoger zijn dan 75% van de executiewaarde van [naam locatie] ; en
12. Te bepalen dat Immobile tot niet meer is gehouden dan tot betaling van 1-maands Euribor +100 basispunten over EUR 3.078.315,-- en 3-maands Euribor +120 basispunten over EUR 500.000,-- aan Promontoria als rentevergoeding over de Grote, respectievelijk Kleine Lening, dit tot het einde van de looptijd voor die leningen, althans over het verschuldigde rentetarief een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie moge bepalen overeenkomstig de tussen partijen gesloten overeenkomsten; en
13. Promontoria en Link te verbieden over te gaan tot executiemaatregelen, dit tot het einde van de looptijd van de geldleningen, onder de voorwaarden dat Immobile blijft voldoen aan haar rentebetalingsverplichting, en genoegen te nemen met algehele aflossing van de leningen op het einde van de looptijd van de leningen, te weten 28 februari 2035;
Primair, subsidiair en meer subsidiair
14. Promontoria en Link hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een dwangsom ad EUR 100.000,- per dag, of gedeelte daarvan, dat zij in gebreke zal zijn met de voldoening aan enige veroordeling ingevolge het hiervoor gevorderde, althans Promontoria en Link te veroordelen tot zodanig dwangmiddel als de rechtbank zal vermenen te behoren;
15. Promontoria en Link hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Immobile van de proceskosten, en de nakosten, de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten, vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
Immobile stelt dat de aan Immobile verstrekte financiering onderdeel uitmaakt van een hoogstpersoonlijke multigenerationele duurrelatie van Van Lanschot met de familie [familienaam] . In dat kader is bij de aankoop van [naam locatie] door Van Lanschot geadviseerd daartoe Immobile op te richten. Het was de bedoeling een langlopemnde financiering aan te gaan, nu [naam locatie] was verworven om (altijd) in de familie te blijven.
Immobile heeft bezwaar tegen de gestelde contractsoverneming omdat Promontoria een dochtervennootschap is van Cerberus Capital Management, die volgens Immobile het meest beruchte “vulture fund” ofwel aasgierenfonds ter wereld is, dat met agressieve praktijken leningnemers onder druk zet om zo snel als mogelijk te betalen. Zij duidt Promontoria aan als schuldopkoper en ook wel als “loanshark”.Immobile betwist dat de leningen door contractsoverneming of cessie zijn overgegaan op Promontoria. Bovendien betwist zij dat zij tekortgekomen zou zijn in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de leningen. De rente is steeds betaald en er was voldoende afgelost. Als Immobile de leningen al zou hebben overgenomen, betwist Immobile dat Promontoria gerechtigd zou zijn de geldleningen direct op te eisen of de rente anders vast te stellen dan met Van Lanschot was overeengekomen. De verhoging van de rente tot 8% noemt zij een absurd rentepercentage.
Promontoria c.s. voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
Promontoria c.s. vordert samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van Immobile tot betaling van € 3.583.486,75, met de wettelijke rente vanaf 30 november 2017, met veroordeling van Immobile in de kosten van het geding in reconventie. Zij legt daaraan ten grondslag de contractsoverneming subsidiair cessie van de vorderingen die Van Lanschot had op Immobile, het feit dat de geldleningen reeds door van Lanschot waren opgezegd en nogmaals door haar zelf en de grondslag van die opzeggingen, namelijk tekortkomingen in de nakoming van de op Immobile rustende verbintenissen.
Immobile voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.