Home

Rechtbank Amsterdam, 10-07-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4889, C/13/18/340-F

Rechtbank Amsterdam, 10-07-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4889, C/13/18/340-F

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2019
Datum publicatie
10 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:4889
Zaaknummer
C/13/18/340-F

Inhoudsindicatie

De curatoren van het voormalige Slotervaartziekenhuis worden niet opgedragen onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van het faillissement van het ziekenhuis. Ook wordt hen niet opgedragen om met de gemeente in onderhandeling te gaan over de overname van het vastgoed.

Uitspraak

Afdeling privaatrecht

faillissementsnummer: C/13/18/340-F

beschikking 10 juli 2019

Ter griffie is op 11 juni 2019 een verzoekschrift, rekestnummer C/13/668087 FT RK 19.1020, ingekomen van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat mr. B.F.H. Rumora-Scheltema,

houdende beroep ex artikel 67 van de Faillissementswet (Fw) tegen de beslissing van 4 juni 2019 van mr. W.F. Korthals Altes, rechter-commissaris, in het op 25 oktober 2018 uitgesproken faillissement van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLOTERVAARTZIEKENHUIS B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41216579,

vestigingsadres: 1066 EC Amsterdam, Louwesweg 6,

hierna te noemen: het Slotervaartziekenhuis;

waarbij zich als belanghebbende heeft gesteld:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZADELHOFF BEHEER B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: Zadelhoff,

advocaat mr. I. Spinath.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoek van de gemeente behandeld ter zitting van 26 juni 2019. Van deze behandeling is een proces-verbaal opgemaakt waarbij ook de stukken zijn genoemd die zich in het procesdossier bevinden. Na verzending van het proces-verbaal aan partijen en belanghebbende hebben beide partijen per fax gereageerd op het proces-verbaal, welke reacties aan het proces-verbaal zijn gehecht. Nu uit deze reacties volgt dat geen van partijen heeft kennisgenomen van de inhoud van het schrijven van mr. W.F. Korthals Altes (hierna: de rechter-commissaris) van 26 juni 2019 zal dit stuk buiten beschouwing worden gelaten en maakt het geen onderdeel uit van het procesdossier.

2 De feiten

2.1.

Het Slotervaartziekenhuis is bij vonnis van 25 oktober 2018 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mrs. M.R. van Zanten en M.N. de Groot tot curatoren (hierna: curatoren) en mrs. W.F. Korthals Altes en K.M. van Hassel tot rechter-commissaris.

2.2.

De gemeente heeft bij brief van 21 mei 2019 de rechter-commissaris verzocht ervoor zorg te dragen dat:

(i) zo spoedig mogelijk een adequaat (rechtmatigheids)onderzoek plaatsvindt, door de curatoren op de voet van artikel 86 [bedoeld zal zijn 68, rb] lid 2 Fw en/of door een enquêteur, aan te wijzen door de Ondernemerskamer;

(ii) curatoren en de gemeente – parallel aan de gesprekken met Zadelhoff – de onderhandelingen starten over de verwerving van het vastgoed van het Slotervaartziekenhuis om in het belang van de schuldeisers verdere onnodige vertraging in de afwikkeling van het faillissement te voorkomen.

3 De beschikking van de rechter-commissaris

3.1.

Op het onder 2.2 genoemde verzoek van de gemeente heeft de rechter-commissaris, na zich door curatoren te hebben laten voorlichten, op grond van artikel 69 Fw op 4 juni 2019 (voor zover hier van belang) als volgt beslist:“(...)4. Afwijzing van het eerste verzoek

Hetgeen hiervoor is opgemerkt, vormt aanleiding het verzoek van de gemeente de curatoren te bevelen een oorzakenonderzoek in te stellen af te wijzen. De kosten daarvan zullen door de boedel – en daarmee de schuldeisers – moeten worden gedragen. Bovendien zal het onderzoek ertoe leiden dat de afwikkeling van het faillissement – in het bijzonder het door Zadelhoff c.s. gefinancierde akkoord, met de in het vooruitzicht gestelde 100% uitkering aan de schuldeisers – aanzienlijke vertraging zal oplopen. Dat strijdt met het nastreven van het hiervoor omschreven hoofddoel van het faillissement.

Deze afwijzing geldt om dezelfde redenen ook het verzoek de curatoren te bevelen de Onder-

nemingskamer te verzoeken een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MC Slotervaart te gelasten. De kosten van een dergelijk onderzoek komen immers eveneens ten laste van – in dit geval – de boedel. Weliswaar biedt een dergelijke procedure de mogelijkheid – een deel van – de kosten van het onderzoek in rekening te brengen aan degenen die de Ondernemingskamer voor eventueel wanbeleid aansprakelijk acht, maar de kans daarop is klein. Bovendien komt dat pas aan het eind van de rit. En ook met dit onderzoek is aanzienlijk veel tijd gemoeid.

Ten slotte geldt dat de curatoren desgevraagd aan de rechter-commissaris hebben laten weten dat uit de hun thans beschikbare – maar dus nog niet door een grondig onderzoek gestaafde – gegevens vooralsnog niet is gebleken dat aannemelijk is dat het (voormalig) bestuur namens MC Slotervaart onverplichte rechtshandelingen heeft verricht waardoor schuldeisers zijn benadeeld, en evenmin dat na afwikkeling van het aangeboden akkoord voor MC Slotervaart financiële schade zal resteren waarvoor curatoren de heren [naam 1] en [naam 2] als voormalige directieleden aansprakelijk kunnen houden.

5. Tweede verzoek

(...) 5.1 Oordeel rechter-commissaris

Van belang is dat het faillissement zo spoedig mogelijk wordt afgewikkeld. Het voortduren van de huidige situatie kost de boedel thans aanzienlijke bedragen, alleen al vanwege het draaiende houden van de nog noodzakelijke faciliteiten. Het zijn op dit moment echter vooral de mogelijkheden die het bod van Zadelhoff c.s. opent, die perspectief op een spoedige afwikkeling van het faillissement bieden. Nu dit bod thans het enige is dat het gewenste resultaat – een 100% uitkering aan de schuldeisers – kan opleveren, dienen de curatoren te worden ondersteund waar zij trachten dit resultaat te realiseren.

Dit zou alleen anders zijn, als zich behalve Zadelhoff c.s. een andere bieder zou hebben opgeworpen die een vergelijkbaar perspectief in het vooruitzicht stelt. Het is de rechter-commissaris weliswaar bekend dat de gemeente, in het bijzonder door uitoefening van haar voorkeursrecht, pogingen in het werk stelt – een deel van – de failliete boedel te verwerven. Niet gebleken is echter dat de gemeente daarbij het hiervoor omschreven perspectief – 100% uitkering aan de schuldeisers – biedt en bereid is de totale schuldenlast te voldoen.

5.2

Afwijzing (...) verzoekDat betekent dat op dit moment geen aanleiding bestaat het tweede verzoek toe te wijzen.

(...)“

4 Het beroep

5 De beoordeling Ontvankelijkheid

6 De beslissing