Home

Rechtbank Amsterdam, 28-08-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6379, C/13/652698 / HA ZA 18-838

Rechtbank Amsterdam, 28-08-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6379, C/13/652698 / HA ZA 18-838

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28 augustus 2019
Datum publicatie
25 september 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:6379
Zaaknummer
C/13/652698 / HA ZA 18-838

Inhoudsindicatie

Schending garanties in aandelentransactie. Uitleg verhouding verhouding specifieke garantie ten opzichte van algemenere garanties. Uit feiten kan worden afgeleid dat voldaan is "naar beste weten" criterium.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/652698 / HA ZA 18-838

Vonnis van 28 augustus 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PQR HOLDING B.V.,

gevestigd te De Meern,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.J.R. Kalsbeek te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TWENTY4SEVEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. J.H. Lemstra te Amsterdam.

Eiseres zal hierna naast PQR ook Koper worden genoemd. Gedaagden gezamenlijk zullen hierna Verkopers genoemd worden en afzonderlijk Twenty4Seven en [gedaagde sub 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 3 april 2019,

-

het proces-verbaal van comparitie van 27 juni 2019 en de daarin genoemde stukken,

-

de brief van de zijde van Verkopers van 8 juli 2019 naar aanleiding van het proces-verbaal,

-

de reactie op deze brief van de zijde van Koper van 9 juli 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het gaat in deze zaak om de afwikkeling van een aandelentransactie. Op 3 april 2017 heeft Koper van Verkopers alle aandelen gekocht in de vennootschap 2ML group B.V. (hierna: 2ML).

2.2.

Bestuurder en enig aandeelhouder van Twenty4Seven is [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde sub 2] is [naam aandeelhouder] (hierna: [naam aandeelhouder] ). Verkopers waren indirect aandeelhouders van 2ML. 2ML was de houdstermaatschappij van de dochtervennootschappen 2ML Hosting B.V. (hierna: Hosting), 2ML it Solutions B.V. (hierna: it Solutions), MediaLab Online B.V. en Connected Media Investments B.V. (hierna: CMI). CMI was op haar beurt 100% aandeelhouder in de vennootschap XS2 Mobile B.V. Na de hiervoor genoemde aandelentransactie hebben wat wijzigingen in de vennootschapstructuur plaatsgevonden en is de naam 2ML vervangen door PQR. Hierna zal over 2ML gesproken blijven worden.

2.3.

De 2ML groep houdt zich bezig met ICT-dienstverlening, met name werden zogenaamde hosting-diensten geboden. Dit houdt in dat klanten hun data bij 2ML in opslag en in beheer geven. Voorbeelden hiervan zijn dat klanten van 2ML servercapaciteit kunnen afnemen of digitale werkplekken door haar kunnen laten inrichten. Voor deze dienstverlening onderhoudt 2ML een IT-infrastructuur, waarvan een besturingssysteem van een datacenter en een eigen softwareplatform onderdeel uitmaken. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van “gewone” software, zoals het bekende “Office” pakket en diverse andere applicaties van Microsoft.

2.4.

Voor alle software van Microsoft die bij deze dienstverlening wordt gebruikt, heeft een dienstverlener, zoals 2ML, softwarelicenties nodig. Daartoe is tussen 2ML en Microsoft een “Services Provider Licensing Agreement” (SPLA) gesloten. De werking van deze SPLA is, zakelijk weergegeven, dat de dienstverlener en haar klanten vrij gebruik kunnen maken van alle softwarepakketten van Microsoft. De dienstverlener, 2ML dus in dit geval, verplicht zich om achteraf per maand aan volledige opgave te doen aan Microsoft van alles dat onder de overeenkomst is afgenomen. Daarover berekent Microsoft vervolgens de verschuldigde licentievergoedingen.

2.5.

In 2016 ontstond bij Verkopers het idee om 2ML te verkopen. Uiteindelijk zijn zij over deze verkoop tot overeenstemming gekomen met Koper. Koper heeft bij de aankoop samengewerkt met een private equity investeerder. Aanvankelijk was dit Bencis, later vervangen door de Intersaction groep, waarvan Intersactionwise onderdeel uitmaakt.

2.6.

In de koopovereenkomst van 3 april 2017 (hierna: de koopovereenkomst) zijn partijen het eens geworden over de verkoop van alle aandelen in 2ML aan Koper voor een totale koopprijs van € 4.351.000,-. Onderdeel van de transactie was dat de aandelen gehouden zouden worden door een voor dat doel opgerichte holdingvennootschap, InterPQR B.V. In InterPQR zouden behalve door Koper ook aandelen worden gehouden door Intersactionwise en Verkopers.

2.7.

In artikel 7 van de koopovereenkomst hebben partijen een regeling getroffen over de door Verkopers verstrekte garanties. De verstrekte garanties zijn als Bijlage 7.1 bij de koopovereenkomst gevoegd. De rechtbank haalt hier aan het voor deze zaak van belang zijnde gedeelte van garantie 15.2:

“De door [2ML] en haar Dochtervennootschappen gehouden en/of gebruikte (...) licenties zijn naar beste weten van Verkopers geldig en worden in elk materieel opzicht gehouden en/of gebruikt in overeenstemming met (...) (ii) de in verband met de (...) licenties gesloten Overeenkomsten (...).”

Over de hierin opgenomen passage “naar beste weten” is in artikel 1.5 van de koopovereenkomst het volgende opgenomen:

“Waar in deze overeenkomst Verkopers uitspraken doen of verklaringen geven die refereren aan hun kennis, informatie of overtuiging ( “naar beste weten” of woorden van gelijke strekking), wordt daaronder begrepen de feitelijke kennis die de statutaire bestuurders van ieder van de Verkopers hebben, waarbij de statutaire bestuurders worden geacht om in dit verband zorgvuldig navraag te hebben gedaan bij de volgende werknemers van de Groep: de heer [naam 2] en de heer [naam 3] .”

2.8.

Enige tijd na de overname is kennelijk binnen InterPQR een geschil ontstaan tussen (onder meer) Koper enerzijds en Verkopers anderzijds. Dit geschil is beëindigd met een vaststellingsovereenkomst van 29 december 2017 (hierna: de Vaststellingsovereenkomst) waarbij Verkopers een groot deel van hun aandelen in InterPQR hebben verkocht. In deze Vaststellingsovereenkomst is de volgende geheimhoudingsbepaling opgenomen:

“38. Partijen verplichten zich om de inhoud van deze vaststellingsovereenkomst en informatie over de uitvoering daarvan, geheim te houden, behoudens wettelijke verplichtingen tot informatieverschaffing (aan bijvoorbeeld controlerend accountants), in kader van gerechtelijke procedures in verband met deze vaststellingsovereenkomst en/of het Geschil, of met voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere Partijen.

(...)

42. Op overtreding (...) van de hiervoor onder [38] t/m [41] opgenomen bepalingen over geheimhouding (...), staat een onmiddellijk (...) opeisbare boete van EUR 50.000,= per keer plus EUR 5.000,= voor iedere dag (of gedeelte van een dag) dat de overtreding voortduurt (...).”

2.9.

Bij brief van 1 december 2017, gericht aan it Solutions, heeft Microsoft een audit (‘compliance review’) aangekondigd op grond van de SPLA naar de correcte naleving van die overeenkomst. Daarbij is ook reeds aangekondigd dat de audit uitgevoerd zou worden door Ernst & Young (EY). Op 15 december 2017 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden met Microsoft en 2ML waarin het auditproces is uitgelegd. Vervolgens heeft 2ML een interne inventarisatie gedaan. Daaruit bleek dat 2ML en haar dochtervennootschappen al gedurende meerdere jaren (veel) te lage aantallen licenties hadden opgegeven aan Microsoft en dat er dus tijdenlang voor softwarelicenties te weinig vergoedingen waren afgedragen.

2.10.

Bij brief van 16 januari 2018 heeft Koper aan Verkopers een brief gestuurd met als onderwerp “kennisgeving van inbreuk op de Garanties”. In deze brief is Verkopers medegedeeld dat Microsoft een audit heeft aangekondigd en dat uit interne inventarisaties blijkt dat sprake is van onjuiste opgaves. Koper stelt Verkopers op grond daarvan aansprakelijk voor schade als gevolg van schending van de garanties. In de brief is voorts aangekondigd dat men rekening houdt met een aanzienlijke naheffing en dat deze schade zal moeten leiden tot een correctie op de financiële stukken als gevolg van het kennelijk ten onrechte geboekte hoge resultaat in 2014-2016. In de brief is verder onder meer geschreven:

“Op basis van initiële interne inventarisaties blijkt dat er een stelselmatige afwijking bestaat tussen het daadwerkelijk gebruik van Microsoft producten over [de periode 2014-heden] en de door management aan Microsoft gerapporteerde aantallen. Daarbij blijkt uit een rondvraag binnen de onderneming dat de heer [naam 1] betrokken is geweest bij de rapportages aan Microsoft en als zodanig op de hoogte geweest is dat deze rapportage verplichtingen niet juist waren en zelfs instructie gaf historische aantallen te rapporteren (in plaats van actuele).”

2.11.

Vanaf januari 2018 is EY gestart met de audit. Op 9 februari 2018 hebben Verkopers gereageerd op de aansprakelijkstelling. In deze brief hebben zij de stelling dat sprake zou zijn van inbreuk op de garanties van de hand gewezen. Omdat zij stellen naar eer en geweten te hebben gerapporteerd aan Microsoft, verzochten zij daarnaast om betrokken te worden bij de begeleiding van de audit. In reactie daarop heeft Koper vanaf 22 februari 2018 alle communicatie in het kader van de audit met Verkopers gedeeld. Op verzoek van Verkopers is bij die begeleiding van de audit ook de licentiespecialist [naam 4] ( [naam 4] ) ingeschakeld. EY heeft het auditrapport rond 16 maart 2018 afgerond. Bij e-mail van 23 maart 2018 heeft Koper aan Verkopers bericht dat zij die dag akkoord zou geven aan EY om het dossier aan Microsoft te sturen.

2.12.

Op grond van het auditrapport van EY heeft Microsoft aan Koper een naheffing opgelegd van € 270.796,24 in verband met ten onrechte niet afgedragen licentievergoedingen als gevolg van onjuist gebleken rapportages aan Microsoft op grond van de SPLA. Deze naheffing heeft Koper betaald.

3 Het geschil

3.1.

Koper vordert samengevat - veroordeling van:

  1. Twenty4Seven tot betaling aan haar van € 483.695,-, althans € 178.813;

  2. [gedaagde sub 2] tot betaling aan haar van € 395.751, althans € 146.301;

  3. aanvullende schadevergoeding, op te maken bij staat;

alles vermeerderd met wettelijke rente vanaf 16 januari 2018 althans de dagvaarding en een hoofdelijke, althans 55-45 veroordeling van Verkopers in de proceskosten, kosten beslag en nakosten daarbij inbegrepen.

3.2.

Aan deze vorderingen legt Koper ten grondslag dat zij schade heeft geleden als gevolg van schending van de door Verkopers afgegeven garanties. Doordat geen goede opgave werd gedaan van de licenties aan Microsoft heeft Koper voorafgaand aan de koop geen juist beeld verkregen over de hoogte van structurele kosten. Dit heeft een blijvend negatief effect op de waarde van de onderneming. De gevorderde schadevergoeding moet dit compenseren. Op grond van artikel 7.4 van de Koopovereenkomst geldt dat voor eventuele schade Twenty4Seven voor 55% aansprakelijk is en [gedaagde sub 2] voor 45%.

3.3.

Verkopers voeren verweer. Zeer kort weergegeven houdt dit in dat zij geen garanties hebben geschonden en dat de (hoogte van de) gestelde schade wordt betwist.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Verkopers vorderen samengevat - veroordeling van Koper

  1. tot betaling van een bedrag van € 50.000;

  2. tot betaling van additionele boetes voor elke dag dat de overtreding voortduurt tot moment vonnis;

  3. tot betaling van € 5.000 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt vanaf de dag dat in deze zaak vonnis wordt gewezen;

  4. opheffing van de gelegde beslagen;

  5. tot vergoeding van de geleden schade als gevolg van het gelegde beslag, op te maken bij staat,

vermeerderd met rente en kosten.

3.6.

Aan deze vorderingen leggen Verkopers ten grondslag dat Koper de geheimhoudingsbepaling in de Vaststellingsovereenkomst heeft geschonden. Zij heeft immers de strekking daarvan genoemd in de dagvaarding en de aktes inkoop en levering aandelen als producties overgelegd.

3.7.

Koper voert verweer.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing