Rechtbank Amsterdam, 17-09-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6817, C/13/668290 / KG ZA 19-690
Rechtbank Amsterdam, 17-09-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6817, C/13/668290 / KG ZA 19-690
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 september 2019
- Datum publicatie
- 3 oktober 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:6817
- Zaaknummer
- C/13/668290 / KG ZA 19-690
Inhoudsindicatie
Kort geding. verzoek verwijdering BKR-registraties, codes A,2 en 3. Niet-ontvankelijk tegen ABN en ING ivm overschrijding 6-wekentermijn art 35 UAVG. Vordering tegen Santander afgewezen. o.a. verhuisplannen niet concreet. uitvoerige overwegingen.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht. Voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/668290 / KG ZA 19-690 MDvH/MAH
Vonnis in kort geding van 17 september 2019
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres bij gelijkluidende dagvaardingen van 26 resp. 30 juli 2019,
advocaat mr. K.J. Zomer te Oosterhout,
tegen
1. de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. C.M. Jakimowicz te Rotterdam,
2. de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. D.J. Posthuma te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SANTANDER CONSUMER FINANCE BENELUX B.V.,
gevestigd te Utrecht,
gedaagde,
advocaat mr. C.E.F. van Waesberge te Rotterdam.
Partijen zullen hierna ook [eiseres] , ABN AMRO, ING en Santander worden genoemd.
1 De procedure
Ter zitting van 3 september 2019 heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Ter zitting waren aanwezig:
- [eiseres] met mr. Zomer, vergezeld van [naam 1] (verbonden aan CoderingVrij B.V.);
- aan de zijde van ABN AMRO: [naam 2] (adviseur klachtenmanagement) met mr. Jakimowicz;
- aan de zijde van ING: [naam 3] (medewerker bijzonder beheer) met mr. Posthuma;
- aan de zijde van Santander: [naam 4] (legal counsel) met mr. Van Waesberge.
2 De feiten
Op 3 oktober 2007 heeft [eiseres] met haar toenmalige echtgenoot ten behoeve van hun gezamenlijke schoonmaakbedrijf € 5.000,00 geleend van ABN AMRO. Zij waren ieder hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen uit hoofde van dit krediet (“OndernemersRekeningCourantKrediet”).
Op 1 januari 2010 is het schoonmaakbedrijf verkocht aan een derde. Op 1 september 2010 is tussen [eiseres] en haar echtgenoot de echtscheiding uitgesproken.
Vanaf 2010 zijn er betalingsproblemen met ABN AMRO ontstaan. Bij brief van 26 januari 2011 heeft ABN AMRO het krediet opgezegd omdat het schoonmaakbedrijf bleek te zijn uitgeschreven uit het handelsregister, en [eiseres] gesommeerd het gehele saldo van op dat moment € 5.211,90 aan ABN AMRO te voldoen. Ondanks herhaalde aanmaningen heeft [eiseres] niet betaald. Nadat [eiseres] in september 2015 een ‘schone lei’ had gekregen (zie hierna onder 2.6), heeft ABN AMRO de restschuld van ruim € 5.500,00 afgeboekt.
[eiseres] heeft sinds 1994 een betaalrekening bij ING. Bij brief van 1 september 2011 heeft ING aan [eiseres] geschreven dat onder meer tekorten op haar betaalrekening zouden worden gemeld bij het BKR. Vanaf november 2012 ontstond een ongeoorloofd tekort (roodstand), dat niet werd ingelopen. In april 2013 heeft ING code A (achterstand) verwerkt in het BKR-register. ING heeft later het saldo opgeëist en in juni 2016 de restschuld van € 738,66 afgeboekt en code 3 (afboeking) laten registreren. ING heeft ter zitting laten weten dat de einddatum van juni 2016 zal worden veranderd in 29 september 2015, zodat deze registratie zal worden verwijderd in september 2020 in plaats van (pas) in juni 2021.
Eind juni 2010 hebben [eiseres] en haar toenmalige echtgenoot € 25.000,00 geleend bij Santander. Zij moesten € 250,00 per maand betalen aan aflossing en rente. Vanaf december 2010 is een betalingsachterstand ontstaan. Een betalingsregeling werd niet nagekomen. In maart 2011 bedroeg de achterstand drie termijnen en heeft Santander code A (achterstand) verwerkt in het BKR-register. De achterstand liep ondanks aanmaningen verder op en in mei 2011 heeft Santander het saldo opgeëist en uit handen gegeven aan een incassobureau. Zij heeft toen code 2 (schuld opgeëist) laten registreren. Nadat [eiseres] in september 2015 een ‘schone lei’ had gekregen (zie hierna onder 2.6), heeft Santander de restschuld van € 25.752,00 afgeboekt en code 3 (afboeking) laten registreren.
In maart 2012 had [eiseres] schulden aan verschillende schuldeisers voor in totaal ruim € 107.000,00. Op 9 oktober 2012 is [eiseres] toegelaten tot een traject op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Op 29 september 2015 heeft [eiseres] een zogenaamde schone lei verklaring gekregen.
Bij drie vrijwel gelijkluidende brieven van 9 mei 2019 heeft CoderingVrij B.V. namens [eiseres] aan gedaagden verzocht over te gaan tot verwijdering van haar BKR-registratie, omdat zij een woning wil kopen en de BKR registratie hieraan in de weg staat: “Cliënte is tevens woonachtig in de koopwoning van haar partner. (...) De reden van deze stap, is dat cliënte en haar partner graag een volgende stap in hun relatie willen nemen en samen een nieuwe woning willen aankopen. De huidige woning is momenteel enkel op naam van de partner van cliënte en cliënte ervaart dit toch als een gemis en vervelende situatie (...). Daarnaast, zou cliënte graag een woning willen aankopen als investering voor de toekomst.”
ABN AMRO heeft het verzoek bij brief van 31 mei 2019 afgewezen. ING heeft het verzoek afgewezen bij e-mail van 10 mei 2019 en Santander bij brief van 24 juni 2019.
Het overzicht van 2 juli 2019 van met betrekking tot [eiseres] aan Stichting BKR doorgegeven persoonsgegevens en kredieten vermeldt gegevens ten aanzien van vier kredieten, waaronder:
ABN AMRO
Kredietgegevens
Kredietsoort Overige obligo’s
Contractnummer [contractnummer 1]
Bedrag €0
Registratiedatum 15-04-2011
Eerste betaling 14-04-2011
Theoretische einddatum -
Werkelijke einddatum 29-09-2015
Bijzonderheden
Code Omschrijving Ingangsdatum
A Achterstand 14-04-2011
2 ( Restant)vordering geheel opeisbaar 14-04-2011
3 Bedrag van 250 Euro of meer is afgeboekt 29-09-2015
Als er geen wijzigingen plaatsvinden wordt dit contract verwijderd in
september 2020
ING
Kredietgegevens
Kredietsoort Overige obligo’s
Contractnummer [contractnummer 2]
Bedrag €0
Registratiedatum 15-04-2013
Eerste betaling 12-04-2013
Theoretische einddatum -
Werkelijke einddatum 15-06-2016 [inmiddels: 29-9-2015 - vzr]
Bijzonderheden
Code Omschrijving Ingangsdatum
A Achterstand 12-04-2013
2 ( Restant)vordering geheel opeisbaar 24-04-2015
3 Bedrag van 250 Euro of meer is afgeboekt 15-06-2016
Als er geen wijzigingen plaatsvinden wordt dit contract verwijderd in
juni 2021 [inmiddels september 2020 – vzr]
Santander
Kredietgegevens
Kredietsoort Doorlopend Krediet
Contractnummer [contractnummer 3]
Bedrag € 25.000
Registratiedatum 05-07-2010
Eerste betaling 01-09-2010
Theoretische einddatum -
Werkelijke einddatum 29-09-2015
Bijzonderheden
Code Omschrijving Ingangsdatum
A Achterstand 04-03-2011
2 ( Restant)vordering geheel opeisbaar 24-06-2011
3 Bedrag van 250 Euro of meer is afgeboekt 29-09-2015
Als er geen wijzigingen plaatsvinden wordt dit contract verwijderd in
september 2020.
Het vierde krediet betreft een schuld van € 50.000,00 met einddatum 29 september 2015 aan Hoist Finance AB, die volgens [eiseres] de BKR-registratie inmiddels naar aanleiding van haar verzoek heeft laten verwijderen.
Op 9 mei 2019 heeft [naam 5] , financieel adviseur bij [naam adviesbureau] , Hypotheken en Verzekeringen, aan de huidige levenspartner van [eiseres] geschreven:
“Naar aanleiding van uw verzoek voor het aanvragen van een hypothecaire financiering, moet ik u helaas meedelen dat dit niet mogelijk is op basis van de BKR registratie(s) van uw partner mevrouw [eiseres] .”
3 Het geschil
[eiseres] vordert, samengevat, gedaagden op straffe van een dwangsom te veroordelen de bijzonderheidscoderingen van [eiseres] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis te doen verwijderen uit het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR, dan wel een andere passende voorziening te treffen, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten en nakosten.
[eiseres] stelt – kort gezegd – dat gedaagden ten onrechte haar verzoek om verwijdering van de bijzonderheidscoderingen uit de BKR-registratie hebben geweigerd en voert daartoe de volgende bijzondere omstandigheden aan. Voorafgaand aan het ontstaan van de achterstanden op onderstaande kredieten had [eiseres] het schoonmaakbedrijf van haar oom overgenomen. [eiseres] was destijds
elders in dienstverband werkzaam en haar voormalige echtgenoot werkte in het bedrijf. De eerste jaren liep het bedrijf naar behoren, maar toen er in 2009 een concurrent bijkwam, niet meer. [eiseres] heeft het bedrijf dan ook verkocht toen zich een verkoper voordeed. [eiseres] heeft de verkoop overgelaten aan haar voormalige echtgenoot. Deze kwam echter niet de financiële afspraken na en hierdoor kwam [eiseres] in de financiële problemen. Kort daarna is [eiseres] gescheiden. Zij heeft getracht aan al haar financiële verplichtingen te voldoen. Uiteindelijk heeft zij middels het WSNP-traject haar schulden afgewikkeld en is nu financieel stabiel met haar huidige partner. Zij en haar partner hebben ieder een goed inkomen en geen schulden. Dat [eiseres] in de financiële problemen is gekomen is niet aan haar te wijten. Uit het goed doorlopen van het schuldsaneringstraject blijkt dat zij een goede betaalmoraal had en heeft. De schulden zijn nu bijna vier jaar geleden afgewikkeld. [eiseres] woont nu in de woning van haar huidige partner. Zij zijn voornemens om een andere woning aan te kopen; dat is volgens haar dringend nodig opdat haar zieke moeder kan inwonen en zij haar kan verzorgen. Zij kan echter op haar naam geen hypotheek krijgen vanwege de negatieve BKR-registraties.
Gedaagden zijn van mening dat de weigering terecht is en voeren verweer. Dat komt er in de kern op neer, dat de aangevoerde omstandigheden niet opwegen tegen het feit dat er grote schulden waren die gedaagden grotendeels hebben moeten afboeken en dat een WSNP-traject een ernstige zaak is.
Voor ABN AMRO en ING is dat overigens een subsidiair verweer. Primair beroepen zij zich op niet-ontvankelijkheid, onder meer op de grond dat [eiseres] niet binnen zes weken na hun weigeringsbeslissingen van 31 mei respectievelijk 10 mei 2019 een verzoekschrift heeft ingediend als bedoeld in artikel 35 lid 2 Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG).
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.