Rechtbank Amsterdam, 24-10-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7906, C/13/673506 / KG ZA 19-1052 (zaak 1) en C/13/673505 / KG ZA 19-1051 (zaak 2)
Rechtbank Amsterdam, 24-10-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7906, C/13/673506 / KG ZA 19-1052 (zaak 1) en C/13/673505 / KG ZA 19-1051 (zaak 2)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2019
- Datum publicatie
- 24 oktober 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:7906
- Zaaknummer
- C/13/673506 / KG ZA 19-1052 (zaak 1) en C/13/673505 / KG ZA 19-1051 (zaak 2)
Inhoudsindicatie
Overname Marqt door Udea (Ekoplaza) kan doorgaan.
De voorzieningenrechter heeft vandaag in kort geding beslist dat een deel van de aandeelhouders in Marqt, waaronder de oprichters, hun aandelen in Marqt aan een derde (Udea/Ekoplaza) moet overdragen. Eerder dit jaar, in juni 2019, kwamen de aandeelhouders unaniem overeen dat een “Exit” zou moeten plaatsvinden, om de financiële positie van Marqt te verbeteren. Inmiddels ligt er een bieding van Udea (Ekoplaza), waarmee een aantal grote aandeelhouders (Triodos, SIV en eiser sub 3) akkoord wil gaan. De aandeelhouders/oprichters wilden echter meer tijd om een bieding van henzelf en een pas opgedoken derde alsnog een kans te geven. Volgens de rechter hebben zij die kans al gehad en biedt de eerdere overeenkomst voldoende juridische basis om de overdracht af te dwingen.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/673506 / KG ZA 19-1052 (zaak 1)
en C/13/673505 / KG ZA 19-1051 (zaak 2) CdK/MB
Vonnis in kort geding van 24 oktober 2019
in de zaak (zaak 1) van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
TRIODOS OGF LUXCO S.À.R.L.,
gevestigd te Luxemburg,
advocaat mr. M.W.E. Evers te Amsterdam,
2. de coöperatie
COÖPERATIEVE SOCIAL IMPACT VENTURES NL FUND I U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. M.W.E. Evers te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser sub 3] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaat mr. M.H. de Boer te Amsterdam,
eiseressen in conventie bij dagvaarding van 14 oktober 2019,
gedaagden in reconventie,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
QBB INVEST B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MMB INVEST B.V.,
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FOUNDERS MRQT,
alle gevestigd te Amsterdam,
eiseressen in reconventie,
gedaagden in conventie,
advocaten mrs. A.F.J. A. Leijten, E.E.U. Vroom en O.J.W. Schotel te Amsterdam,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BAKINVEST IN MARQT B.V.,
gevestigd te Baarn,
gedaagde,
advocaat mr. J.M. Schepel te Amsterdam,
en in de zaak (zaak 2) van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
QBB INVEST B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MMB INVEST B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FOUNDERS MRQT,
gevestigd te Amsterdam,
eiseressen bij dagvaarding van 14 oktober 2019,
advocaat mr. E.E.U. Vroom te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MARQT HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagden,
advocaat mr. M. Janssens te Amsterdam.
1 De procedure
Zaak 1 en zaak 2 zijn gelijktijdig behandeld.
Ter zitting van 17 oktober 2019 hebben eiseressen in conventie, hierna gezamenlijk [eiseressen] en afzonderlijk Triodos, SIV en [eiser sub 3] in zaak 1 gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden in zaak 1, waarvan gedaagden in conventie 1 tot en met 3 hierna gezamenlijk worden aangeduid met QBB c.s. en gedaagde onder 4 met Bakinvest, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening, QBB c.s. aan de hand van een op voorhand toegezonden conclusie van antwoord. QBB c.s. hebben vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte akte. [eiseressen] hebben de vordering in reconventie bestreden. QBB c.s. hebben in zaak 2 gesteld en gevorderd overeenkomstig de eveneens aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagde in zaak 2, hierna Marqt Holding, of Marqt, heeft verweer gevoerd. Alle partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Vonnis is bepaald op heden.
Ter zitting waren aanwezig, voor zover hier van belang:
- aan de zijde van [eiseressen] :
[fondsmanager] , fondsmanager van Triodos Organic Growth Fund en [directeur 1] , directeur Triodos Investment;
[naam 1] , [naam 2] , [naam 3] (verbonden aan SIV),
mr. Evers en zijn kantoorgenoten mrs. J. de Rooij en J.L.M. Wonders;
[bestuurder] (bestuurder [eiser sub 3] ),
mrs. M.H. de Boer en R.F. Abeln;
- aan de zijde van QBB c.s.:
[naam 4] ( [naam 4] ) en [naam 5] ( [naam 5] ),
mr. Vroom en zijn kantoorgenoten mrs. A.F.J.A. Leijten en O.J.W. Schotel;
- aan de zijde van Bakinvest:
Mr. J.M. Schepel;
- aan de zijde van Marqt Holding:
[directeur 2] , directeur, mr. Janssens en haar kantoorgenote mr. B. van Hussen (Van Hussen).
2 De feiten
Marqt is een supermarktketen opgericht in 2005 met op dit moment 18 winkels en 750 werknemers (250 fte). Oprichters zijn [naam 4] via zijn vennootschap QBB (gedaagde sub 1) en [naam 5] via haar vennootschap MMB (gedaagde sub 2 in zaak 1 in conventie). Tezamen met hun STAK Founders (gedaagde sub 3 in zaak 1 in conventie) worden zij hierna ook wel aangeduid met de Founders.
De aandelen in Marqt Holding zijn verdeeld in cumulatief preferente aandelen en gewone aandelen.
De cumulatief preferente aandeelhouders zijn: Triodos (62,8%) en SIV (37,2%).
De gewone aandelen in Marqt worden gehouden door: QBB (28,92%), MMB (6,75%), STAK Founders Marqt (5,53%), STAK Personeel Marqt (6,93%), Triodos (12,96%), SIV (7,48%) [eiser sub 3] (22,92%) en Bakinvest (8,51%). De 3760 aandelen van STAK Personeel worden vooralsnog gehouden door Marqt Holding. 1050 aandelen daarvan zijn nog niet gealloceerd.
Marqt verkeert al gedurende jaren in een financieel moeilijke positie. Eind 2018 heeft zij daarom vier winkels aan een derde verkocht.
Op 28 februari 2019 heeft Rabobank een presentatie gehouden voor de Raad van Commissarissen, waarbij is aangekondigd dat het krediet wordt opgezegd. Dit brengt mee dat Marqt eind 2019 een bedrag van in totaal 5,27 miljoen euro dient te betalen aan Rabobank. Daarnaast eist Verlinvest met een brief van 28 maart 2019 een strak aflossingsschema tot 31 december 2019 voor terugbetaling van haar lening waarop nog € 1.523.000,- open staat. In verband met het voorgenomen verkooptraject van Marqt Holding zal Verlinvest haar maatregelen tot inning nog uitstellen.
Tijdens een aandeelhouders overleg met advocaat/mediator Van Hussen, is op 20 mei 2019 besloten tot het starten van een verkoopproces van de aandelen in Marqt. ING treedt op als verkoopadviseur.
Op 24 juni 2019 hebben Triodos, SIV en [eiser sub 3] een overbruggingskrediet van 1,5 miljoen euro aan Marqt Holding verleend. Terugbetaling daarvan dient ingevolge artikel 5.1 van de daarvoor opgestelde Bridge Loan Agreement te geschieden op de Exit-datum of uiterlijk op 31 december 2019.
Op 26 juni 2019 is met alle aandeelhouders een nieuwe aandeelhouders overeenkomst gesloten (hierna: SHA 2019).
Artikel 10 van de SHA luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“10. Exit
The Shareholders have unanimously resolved and agreed to work to a sale (directly or indirectly) to a bona fide third party, as further described in this clause 10 and whether in one transaction or a series or combination of transactions, of a part or all of the share capital in the Company and/or any of its subsidiaries, all or part of the assets and/or activities of the Company or any transaction having the same effect, which in any event results in the exit by all or part of the Shareholders (the Exit ). For the avoidance of doubt: in case of an Exit consisting of a sale of part of the share capital, such share capital shall be sold pro rata by Investors, QBB, MMS, [eiser sub 3] , Employee STAK, Founders STAK and Bakinvest, pro rata their shareholdings on the Ordinary and the Preference Shares that they jointly hold.
Each Shareholder and the Company shall, and the Company shall procure that each Managing Director and each key employee shall, co-operate and provide such assistance and information and take such actions as may reasonably be requested by any of the Shareholders with a view to preparing an Exit (including co-operation with possible due diligence processes and management meetings in this respect), facilitating an Exit, and the smooth execution and completion of an Exit, as soon as reasonably practicable and preferably ultimately 31 December 2019.
An Exit can be forced by such number of Ordinary Shareholders that in aggregate represent at least 50% of the voting rights attaching to all Ordinary Shares (een gewone meerderheid van de aandeelhouders) (the Dragging Shareholders ). In this respect the Dragging Shareholders are entitled to oblige the other Shareholders (i) to sell all or a pro rata part of their Shares together with all or the same pro rata part of the Shares held by the Dragging Shareholders against the same terms and conditions as the Dragging Shareholders or (ii) to approve a sale of all or part of the assets and/or activities of the Company to a third party, provided that such third party is not an Affilliate or otherwise connected with any Dragging Shareholder (the Base Drag ).
Notwithstanding clause 10.3, if the Company or the Shareholders (as the case may be) have not entered into a binding agreement by 1 October 2019 resulting in an Exit prior to 31 December 2019, each of [eiser sub 3] , SIV and Triodos (each a Post 1 October Dragging Shareholder ) has the right to force an Exit (the Post 1 October Drag ). If any of the Post 1 October Dragging Shareholders exercises the Post 1 October Drag, they are entitled to oblige the other Shareholders (i) to sell all or a pro rata part of their Shares together with all or the same pro rata part of the Shares held by the Post 1 October Dragging Shareholders against the same terms and conditions as the Post 1 October Dragging Shareholders or (ii) to approve a sale of all or part of the assets and/or activities of the Company to a third party, provided that such third party is not an Affilliate or otherwise connected with any Post 1 October Dragging Shareholder. The Dragging Shareholders may continue to exercise the Base Drag, which shall prevail over the Post 1 October Drag, provided that completion of the transaction under the exercised Base Drag completes no later than the contemplated completion of the Post 1 October Drag.”
(...)
Without prejudice to clause 10.3 and clause 10.4, QBB and/or MBB, either alone or in concert with third parties, has the right to act as a potential buyer in the Exit (an
Interested Shareholder ) provided that such Interested Shareholder acts in good faith
and the participation of such Interested Shareholder is in time, which means at such
time in the Exit process that it is not damaging in any way the position of the Company
and/or its stakeholders including the other Shareholders in the Exit process and/or the
process of the Exit with regard to any other potential buyers. (...)
Aanvankelijk konden biedingen worden gedaan tot 16 juli 2019. Die termijn is telkens opgerekt, eerst naar 16 september, vervolgens naar 1 oktober en tenslotte naar 4 oktober 2019 om 9:00 uur. Vanaf 6 augustus 2019 is een Dataroom beschikbaar gesteld, waarin onder geheimhouding financiële gegevens van Marqt Holding ingezien konden worden. De biedingen zullen worden getoetst op de volgende elementen: de impact c.q. het in standhouden van het gedachtengoed van Marqt, de prijs, de deal certainty (onvoorwaardelijkheid van het bod) en zekerheid van financiering.
Op 13 september 2019 heeft ING als verkoopadviseur een process-letter aan [naam 4] laten uitgaan, waarin wordt toegelicht wat inhoudelijk van een bieding op de aandelen verwacht wordt.
Op 16 september 2019 was alleen een onvoorwaardelijke bindende bieding van Bieder A ontvangen die gestand werd gedaan tot 4 oktober 2019.
Zowel Udea, een andere geïnteresseerde die winkels onder de naam Ekoplaza exploiteert, als de Founders onder aanvoering van [naam 4] hebben daarna nog een kans gekregen om mee te bieden.
Op 20 september 2019 heeft QBB c.s., samen met een groep investeerders en leveranciers, met gebruikmaking van artikel 10.7 van de SHA een non binding bieding gedaan ten behoeve van de uitkoop van de andere aandeelhouders.
Op 23 september 2019 heeft een aandeelhoudersvergadering plaatsgevonden en hebben Triodos en SIV gemeld dat zij de voorkeur hebben voor QBB c.s. boven Bieder A op voorwaarde dat de betalingen gecommitteerd zijn. Op 26 september 2019 heeft ING een e-mailbericht aan [naam 4] gezonden, dat een fully binding en fully funded offer zondag 29 september 2019 voor 12:00 uur binnen moet zijn.
Udea heeft op 24 september 2019 laten weten ook te willen bieden.
Op 29 september 2019 wordt tijdig een bieding van Udea ontvangen, die wordt gesteund door [eiser sub 3] en de STAK Personeel. [directeur 2] heeft geholpen het bod te construeren.
Eveneens op 29 september 2019 weliswaar na 12:00 uur, zendt [naam 4] een update van de bieding van QBB c.s. met investeerders en leveranciers. Deze bieding is niet onvoorwaardelijk.
Op 30 september 2019 worden de biedingen tijdens een aandeelhoudersvergadering besproken, [naam 4] is daarbij aanwezig. Besproken is dat Udea geen onafhankelijke partij is door betrokkenheid van [eiser sub 3] en [directeur 2] . Zij krijgen de mogelijkheid tot aanpassing, evenals QBB c.s.. De keuze wordt uitgesteld tot 4 oktober 2019.
Udea heeft haar bieding op 3 oktober 2019 herhaald, met dien verstande dat [eiser sub 3] en de STAK Personeel niet langer aan haar verbonden zijn. De enige voorwaarde bij dit bod is goedkeuring door de ACM (Autoriteit Consument en Markt). Udea neemt eventuele risico’s van het ACM traject voor haar rekening en risico, zoals ook blijkt uit de voorgestelde koopovereenkomst. De bieding omvat verder het volgende.
Udea verwacht binnen afzienbare tijd 3 miljoen euro te storten in het kapitaal van de nieuwe holding maatschappij waaronder Marqt gaat vallen. Alle aflossingen op de leningen worden tijdig gedaan en de betalingen voor de aankoop van de aandelen, zullen uiterlijk per 1 mei 2020 zijn gedaan. Udea geeft voor dit laatste een garantie af. Verkoop van een aantal winkels van Marqt zal na de overname plaatsvinden. Zij doet de bieding gestand tot 4 oktober 2019.
Voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering van 4 oktober 2019 wordt een bieding door QBB c.s. gedaan, gesteund door Bieder D, een groothandel die op dat moment voor het eerst bij de andere aandeelhouders in beeld komt. Het bod betreft de uitkoop van de andere aandeelhouders door QBB c.s.. Bieder D stelt de voorwaarde dat zij gelegenheid krijgt een due diligence onderzoek in de boeken van Marqt te doen. Ook de verkoop van nog twee filialen aan Bieder C behoort bij de bieding. Bieder C verklaarde zich daartoe bij brief van 3 oktober 2019 bereid, op voorwaarde dat de betrokken huurcontracten kunnen worden overgenomen op voor Bieder C conveniërende voorwaarden.
[eiser sub 3] heeft tijdens de aandeelhoudersvergadering van 4 oktober 2019 laten weten dat zij een Drag uitoefent op de bieding van Bieder Udea. Zij krijgt daarvoor de steun van Triodos, SIV en de STAK Personeel. Ook krijgt zij voor die keuze de steun van de directie van Marqt Holding.
Op 8 oktober 2019 is door [eiseressen] en namens de STAK Personeel en Marqt Holding de koopovereenkomst tot verkoop van alle aandelen aan Udea ondertekend.
3 Het geschil in zaak 1.
In conventie
[eiseressen] vordert – samengevat –
1. een veroordeling tot verkoop door QBB c.s. en Bakinvest van al hun aandelen in Marqt Holding aan Udea Beheer, en primair,
a. het vonnis in de plaats van de wilsverklaring van QBB c.s. en Bakinvest te stellen, en subsidiair,
b. door een gebod de koopovereenkomst genoemd onder 2.21 te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 200.000 per dag met een maximum van € 10.000.000,
2. een veroordeling tot levering van de aandelen door QBB c.s. en Bakinvest overeenkomstig artikel 3.2 en 3.3 van de koopovereenkomst, op straffe van een dwangsom van € 200.000,- per dag met een maximum van € 10.000.000,-,
3. een veroordeling alles te doen dat de notaris voor de levering van de aandelen noodzakelijk acht, op straffe van een dwangsom van € 200.000 per dag met een maximum van € 10.000.000,-,
4. QBB c.s. en Bakinvest hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten vermeerderd met de wettelijke rente.
In reconventie
QBB c.s. vordert – samengevat waarbij de voorzieningenrechter begrijpt dat het onder ii. gevorderde per abuis niet in het petitum, maar alleen in het lichaam van de conclusie onder randnummer 166 is opgenomen -
i. een tijdelijk verbod om een beroep te doen op art. 10.3 en 10.4 SHA gedurende de periode waarin de dataroom is geopend en tot 2 weken erna, op straffe van een dwangsom van € 5.000.000,- voor overtreding van dit verbod,
een verbod om zich te beroepen op art. 10.3 SHA zolang zij gezamenlijk met haar medestanders onder de aandeelhouders minder dan 50% van de stemrechten in Marqt vertegenwoordigt,
[eiseressen] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten vermeerderd met de wettelijke rente.
In conventie en in reconventie
Partijen voeren over en weer verweer, waarop hierna voor zover nodig wordt ingegaan.