Home

Rechtbank Amsterdam, 04-02-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:820, C/13/658536 / KG ZA 18-1322

Rechtbank Amsterdam, 04-02-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:820, C/13/658536 / KG ZA 18-1322

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 februari 2019
Datum publicatie
8 februari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:820
Zaaknummer
C/13/658536 / KG ZA 18-1322

Inhoudsindicatie

De Hogeschool van Amsterdam hoeft de aanbestedingsprocedure voor schoonmaakdiensten die zij heeft uitgeschreven, niet over te doen of de inschrijvingen opnieuw te beoordelen.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/658536 / KG ZA 18-1322 MDvH/BB

Vonnis in kort geding van 4 februari 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASITO B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres bij dagvaarding van 10 december 2018,

advocaat mr. L.E.M. Haverkort te Deventer,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING HOGESCHOOL VAN AMSTERDAM,

zetelend te Amsterdam,

gedaagden,

advocaten mr. G. Verberne en mr. M.J. de Meij te Amsterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CSU B.V.,

gevestigd te Uden,

gevoegde partij aan de zijde van gedaagden,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam.

Eiseres zal hierna Asito worden genoemd en gedaagden gezamenlijk HvA. De gevoegde partij zal hierna worden aangeduid als CSU.

1 De procedure

1.1.

Ter terechtzitting van 21 januari 2019 heeft CSU bij incidentele conclusie verzocht om zich in de procedure tussen Asito en HvA te mogen voegen aan de zijde van HvA. HvA heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voeging. Asito heeft te kennen gegeven geen bezwaar tegen voeging te hebben, mits niet alle stukken uit de procedure aan CSU worden verstrekt. Met name de producties 4 en 5 zouden bedrijfsgevoelige informatie bevatten. Buiten aanwezigheid van CSU is vervolgens afgesproken dat uit de producties 4 en 5 voor CSU de informatie over ‘prijs’ verwijderd dan wel onleesbaar gemaakt zou worden. Vervolgens zijn deze aangepaste producties aan CSU verstrekt en is het verzoek tot voeging toegestaan.

1.2.

Asito heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. HvA en CSU hebben ieder voor zich verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Alle partijen hebben producties in het geding gebracht en Asito en HvA tevens een pleitnota.Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Asito: [directeur Asito] (directeur) en [sales manager] (sales manager) met mr. Haverkort;

aan de zijde van HvA: [projectleider] (projectleider en facilitair manager) en [contractmanager] (contractmanager) met mr. Verberne en mr. De Meij;

aan de zijde van CSU: [directeur CSU] (directeur) met mr. Brackmann.

2 De feiten

2.1.

Op 20 juli 2018 heeft HvA op TenderNed een Europese aanbesteding aangekondigd voor de opdracht ‘Schoonmaak UvA/HvA’. De opdracht is verdeeld in vijf percelen.

2.2.

Asito heeft (onder meer) geldig ingeschreven op perceel 4. Perceel 4 betreft het uitvoeren van schoonmaakdiensten voor de gebouwen van de HvA op de Amstelcampus, Leeuwenburg en Fraijlemaborg, waarbij het gaat om ongeveer negen locaties (onderwijs, kantoren en laboratoria) in Amsterdam. Het contract dient in te gaan op 1 april 2019 en de initiële looptijd is twee jaar met verlengingsopties tot in totaal maximaal tien jaar. Asito is de huidige dienstverlener voor de schoonmaak-werkzaamheden op de locaties van perceel 4.

2.3.

In de leidraad van deze aanbesteding zijn (onder meer) de gunningscriteria met bijbehorende maximale score voor perceel 4 benoemd. In totaal kon een 100% score worden behaald, verdeeld over verschillende gunningscriteria die een verdeling kende van 85% kwaliteit en 15% prijs.

In de leidraad is onder meer het volgende opgenomen:

Beoordelingsproces

1.1.6.

De evaluatie van de inschrijving geschiedt in meerdere stappen”

(...)

(...)

Daarna zal beoordeeld worden hoeveel punten worden gescoord met gunningscriteria. De beoordeling wordt per perceel uitgevoerd door een ter zake kundig beoordelingsteam dat is samengesteld uit medewerkers van de aanbestedende dienst, studenten en de door de aanbestedende dienst ingeschakelde consultants van CSG. De leden van het beoordelingsteam worden geselecteerd op basis van hun ruime ervaring in facilitaire inkoop, schoonmaakdienstverlening en/of hun rol als belanghebbende en betrokken eindgebruiker. In totaal worden er vijf beoordelingsteams samengesteld. De beoordeling van de kwantitatieve en kwalitatieve onderdelen uit de inschrijvingen is strikt gescheiden. Concreet betekent dit dat geen van de beoordelaars van de open vragen en casus vooraf kennis heeft van de prijzen, uren en overige cijfermatige gegevens gedurende de periode waarin zij hun beoordeling doen. De inhoud van de inschrijving wordt beoordeeld op basis van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving, de beste prijs-kwaliteit verhouding. De beoordelingsteams beoordelen alle inschrijvingen per perceel en brengen op basis daarvan een gezamenlijk gunningsadvies uit aan de aanbestedende dienst.’

De kwalitatieve gunningscriteria zijn in de leidraad als volgt geformuleerd:

‘2.1. Algemene vragen

Bijgaand treft de ondernemer de wensen aan die aanbestedende dienst stelt aan de kwaliteit van het resultaat van de opdracht. Op basis van de beantwoording van de geformuleerde vragen wordt de ‘Kwaliteit’ van de inschrijving beoordeeld in overeenstemming met de systematiek van beoordeling en puntentoekenning.

(...)

Kwaliteit

2.1.1.

In de afgelopen jaren is de openstelling van de campussen steeds ruimer geworden en is de bezetting steeds hoger geworden. Hoewel de schoonmaakwerkzaamheden hier wel op aangepast zijn, bijvoorbeeld door een extra schoonmaakronden ten behoeve van toiletten, zijn de schoonmaaktijden van de schoonmaakmedewerkers hier niet altijd op aangepast. Op welke wijze draagt u voor dit specifieke contract zorg voor een schoonmaakkwaliteit die continu voldoet aan de afgesproken schoonmaakkwaliteit en op welke wijze borgt u dit? Verwerk hierin uw referentie van kerncompetentie 3.

(...)

Personeel

2.1.2.

In het voorjaar 2018 heeft de UvA gesprekken gevoerd met de schoonmakers werkzaam op de campus Roeterseiland. (...) Tevens heeft de UvA/HvA in maart/april gesprekken gevoerd met de schoonmaakmedewerkers van alle campussen. (...)

Een van de hoofdonderwerpen bij de KPI’s is “tevreden medewerkers”.

-

Welke acties gaat u treffen om de tevredenheid en/of de werkomstandigheden voor de medewerkers (verder) te verbeteren?

-

Hoe gaat u om met de duurzame inzetbaarheid van het Personeel?

-

Op welke wijze geeft u invulling aan de termen “respect” en “omgangsregels” en op welke wijze borgt u dat iedereen hiervan op de hoogte is en hiernaar handelt?

2.2.

Perceel gerelateerde vragen

(...)

Doelstellingen van de aanbesteding

2.2.1.

Hoe gaat u gedurende de looptijd van het contract invulling geven aan de organisatiedoel-stellingen als beschreven in de hoofdtender bij eisen voor schoonmaak paragraaf 2.1. Doelstellingen van de aanbesteding. Geef daarin uw prioritering aan die aansluit bij de bovenstaande situatieschets van het perceel.

(...)

Eén aanspreekpunt

2.2.2.

De faculteiten hebben de wens uitgesproken voor één aanspraakpunt tot wie zij zich kunnen wenden als zij iets willen melden of vragen, een vast en vertrouwd gezicht die voor de faculteiten zichtbaar en benaderbaar is. Twee locaties binnen dit perceel liggen verder van de andere locaties af. Dit betreft Leeuwenburg en Fraijlemaborg. Op welke wijze gaat u hier invulling aan geven en zorgt u ervoor dat de aandacht evenredig verdeeld wordt?

(...)

Implementatie

2.2.3.

Overleg een plan waaruit opgemaakt kan worden op welke wijze de voorbereiding op de

(door-)start van de contractwerkzaamheden alsmede de contractimplementatie ter hand worden genomen en welke middelen hierbij beschikbaar zijn en worden ingezet. Benoem hierin de kritieke momenten die u voorziet en de wijze waarop u deze beheerst.’

2.4.

Bij brief van 20 november 2018 heeft HvA aan Asito medegedeeld dat zij voornemens is de opdracht voor perceel 4 aan CSU te gunnen. In de brief staat voor zover hier relevant het volgende vermeld:

2.5.

Asito heeft bezwaar gemaakt tegen de beoordeling van haar inschrijving en de motivering van de voorgenomen gunningsbeslissing. Daarop heeft op 30 november 2018 tussen Asito en HvA een gesprek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dat gesprek heeft HvA bij brief van 4 december 2018 onder meer het volgende aan Asito geschreven:

Wij hebben op basis van uw inschrijving berekend dat met deze extra productie ureninzet en het door Asito ingediende uurtarief het productie uurtarief zakt naar (...). Met het door Asito ingediende uurtarief en de extra in te zetten uren komt dit neer op een geldwaarde van (...). Tevens blijkt dat de door Asito genoemde ureninzet in de beantwoording afwijkt van de ureninzet welke in de prijzenbladen is opgenomen.

3 Het geschil

3.1.

Asito vordert samengevat, op straffe van dwangsommen,

primair:

I. HvA te verbieden de opdracht voor perceel 4 te gunnen aan CSU;

II. HvA te gebieden, voor zover zij perceel 4 wenst te gunnen, de inschrijvingen opnieuw te laten beoordelen op de puntentoekenning op de gunningscriteria door een nieuw te vormen beoordelingsteam, bestaande uit externe deskundigen;

III. HvA te verbieden de opdracht te gunnen voordat een nieuwe termijn voor het aanhangig maken van een kort geding ongebruikt is verstreken en hangende een eventueel door een inschrijver aanhangig te maken kort geding;

subsidiair:

IV. HvA te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden;

V. HvA te verbieden de opdracht te gunnen anders dan na heraanbesteding;

meer subsidiair:

VI. HvA te gebieden de maatregelen te treffen die door de voorzieningenrechter noodzakelijk worden geacht.

Ten slotte vordert Asito om HvA in de proceskosten en nakosten te veroordelen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Ter zitting heeft Asito te kennen gegeven dat de primaire vordering in die zin kan worden aangepast dat indien na een herbeoordeling CSU weer als beste naar voren komt en een nieuw gunningsvoornemen is geuit met een nieuwe motivering, de opdracht wel aan CSU moet kunnen worden gegund. HvA heeft dit gekwalificeerd als een wijziging van eis, waartegen zij bezwaar heeft gemaakt.

3.2.

Asito vordert primair een herbeoordeling van de inschrijvingen door een nieuwe beoordelingscommisie en subsidiair dat de gehele aanbestedingsprocedure opnieuw wordt uitgevoerd. Zij heeft daartoe gesteld dat uit de motivering van de gunningsbeslissing blijkt dat i) beoordelingscriteria door elkaar zijn gaan lopen en dat buiten het beoordelingskader is getreden, ii) eigen spelregels niet zijn gevolgd en iii) in de beoordeling op de kwalitatieve gunningscriteria inhoudelijke fouten zijn gemaakt. Meer specifiek heeft Asito de volgende bezwaren:

  1. Op grond van 2.2.1 van de Leidraad moeten inschrijvers uitwerken hoe zij invulling gaan geven aan de organisatiedoelstellingen als beschreven in paragraaf 2.1 Doelstellingen van de aanbesteding. In die paragraaf 2.1 staan tien organisatiedoelstellingen opgesomd. Bij de beoordeling is ten onrechte een elfde niet in paragraaf 2.1 genoemde doelstelling, te weten ‘een schone campus’ betrokken.

  2. HvA heeft ten onrechte bij het subcriterium Kwaliteit (2.1.1.) een aspect laten meewegen dat hoort bij het subcriterium ‘Eén aanspreekpunt’ (2.2.2.). Het gaat volgens Asito om de door HvA omschreven onwenselijkheid van schakelen met meer dan één objectleider. Deze beoordeling is volgens Asito bovendien tegenstijdig met het oordeel van HvA bij het subcriterium ‘Eén aanpreekpunt’ dat de (door Asito voorgestelde) inzet van vier objectleiders te summier is.

  3. De vrees van de commissie voor extra kosten voor HvA vanwege de door Asito in het plan van aanpak aangeboden kwaliteit, zoals door HvA benoemd in de motivering voor de score op het subcriterium ‘Personeel’ (2.1.2), is niet op zijn plaats, hetgeen volgens Asito door HvA ook is toegegeven. Daar komt bij dat uit de motivering blijkt dat de beoordelingscommissie kennis heeft gehad van kwantitatieve onderdelen van de inschrijvingen terwijl onder paragraaf 1.1.6 van de Leidraad staat vermeld dat de beoordeling van de kwantitatieve en kwalitatieve onderdelen uit de inschrijvingen strikt gescheiden is.

Asito heeft ten slotte gesteld dat in de beoordeling sprake is van feitelijke onjuistheden en beoordelingsfouten. Zij heeft in dit verband allereerst verwezen naar de motivering bij het criterium ‘Kwaliteit’ dat het antwoord van Asito niet zou zijn toegespitst op het perceel en dat een toelichting op dekking en bezetting van schoonmakers ontbreekt. Dit is volgens Asito allebei onjuist. Haar plan van aanpak is per defenitie toegespitst op perceel 4 omdat zij alleen op dit HvA perceel heeft ingeschreven en de toelichting op dekking en bezetting van schoonmakers heeft Asito ook opgenomen in het plan van aanpak deel 2.1.1. ‘Kwaltiteit’ onder het kopje ‘Focus op planning’. Ten slotte heeft Asito over de motivering bij criterium ‘Eén aanspreekpunt’ gesteld dat, naast de hiervoor onder 2 genoemde tegenstrijdigheid, HvA in haar brief van 4 december 2018 een nieuwe motivering heeft toegevoegd, namelijk dat het op operationeel niveau onduidelijk is waar de FM-ers en de faculteit moeten zijn bij afwezigheid. Dat is niet toelaatbaar en bovendien bestaat die onduidelijk niet, aldus Asito.

3.3.

HvA en CSU hebben ieder voor zich verweer gevoerd. Zij hebben zich daarbij over en weer bij elkaars standpunten aangesloten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing