Home

Rechtbank Amsterdam, 11-12-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9467, 13/730018-19

Rechtbank Amsterdam, 11-12-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9467, 13/730018-19

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11 december 2019
Datum publicatie
13 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:9467
Zaaknummer
13/730018-19

Inhoudsindicatie

Vrijspraak vervoeren cocaine; onttrekking aan het verkeer van auto met verborgen laadruimte

Uitspraak

VONNIS

Parketnummer: 13/730018-19

Datum uitspraak: 11 december 2019

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. C.J. Cnossen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.N. Weski, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 juni 2019 te Tiel en/of de rijksweg A2 en/of de rijksweg A15 tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad en/of vervoerd (ongeveer) acht kilogram, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3 Vrijspraak

3.1

Inleiding

De rechtbank doet gelijktijdig uitspraak in de zaken tegen de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Het Openbaar Ministerie heeft op 18 juni 2019 uit een lopend onderzoek informatie verkregen:

In het voertuig van het merk Mercedes-Benz, type Citan en voorzien van het kenteken [nummer 1] bevindt zich vermoedelijk een hoeveelheid verdovende middelen. De Mercedes-Benz Citan rijdt op de rijksweg A2 in de richting van Utrecht en komende uit de richting van Maastricht.

Naar aanleiding van deze informatie is op 18 juni 2019 een observatie gestart nabij de rijksweg A2. Er wordt het volgende gezien. Rond 12.30 uur zien observanten dat verdachte en [medeverdachte 2] een gesprek hebben bij een tankstation langs de rijksweg A2. Rond 13.30 uur stoppen verdachte, bestuurder van de Mercedes Citan, en [medeverdachte 2] , bestuurder van een Citroën DS3, bij een woning aan [adres 2] . Een blanke man maakt vanaf de oprit contact met verdachte en brengt vier dozen vanuit de laadruimte van de Mercedes naar de woning. Verdachte neemt daarna kort plaats op de bijrijdersstoel van de Citroën DS3, waarna verdachte (in de Mercedes Citan) en [medeverdachte 2] (in de Citroën DS3) wegrijden.

Ongeveer vier uur later wordt gezien dat [medeverdachte 1] uit de woning komt. Hij zit op een fiets als hij om 17.30 uur wordt aangehouden. In de fietstas van de fiets zat een Albert Heijn-tas met daarin een oranje tas. In die oranje tas waren blokken zichtbaar. Uit het dossier blijkt dat het om blokken cocaïne gaat van in totaal ongeveer 8 kilogram. Na de aanhouding van [medeverdachte 1] zijn ook verdachte en [medeverdachte 2] aangehouden.

3.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde bewezen kan worden: [verdachte] heeft zich samen met [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en vervoeren van cocaïne. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar de observaties, het uitladen van de dozen, het aantreffen van de drugs bij [medeverdachte 1] , een screenshot over het aanschaffen van een stevige en snelle auto voor de voorrijder, de aanschaf van de Citroën kort daarna, en het zaagsel dat zowel in de Mercedes, als in de dozen én in de Albert Heijn tas is aangetroffen. Daarnaast is het telefoonverkeer tussen verdachte en [medeverdachte 2] van belang dat duidelijk wijst op een drugstransport.

3.3

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om verdachte vrij te spreken, omdat er onvoldoende bewijs is dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Wie de ‘blanke man’ is in de bevindingen van het observatieteam is onduidelijk. Pas vier uur nadat de dozen aan de blanke man zijn geleverd, komt [medeverdachte 1] uit de woning. Wat er in de tussentijd in de woning is gebeurd is onduidelijk. [medeverdachte 1] zegt dat verdachte niet degene is die hem de drugs heeft gegeven. Ook [medeverdachte 2] bevestigt niet dat het om een drugstransport of voorrijden zou zijn gegaan; hij spreekt over het vervoer van pacemakers door verdachte waarbij hij ( [medeverdachte 2] ) met verdachte zou moeten meerijden voor het geval hij zou worden aangehouden voor rijden zonder rijbewijs. Verdachte zou in dat geval bij [medeverdachte 2] in de auto kunnen stappen en verder kunnen rijden. Het aangetroffen zaagsel kan niet worden gebruikt als ‘bindmiddel’ om [verdachte] te koppelen aan de bij [medeverdachte 1] aangetroffen cocaïne. Uit niets blijkt dat het om hetzelfde zaagsel zou gaan.

3.4

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Uit het dossier volgt dat de dozen die uit de laadruimte van verdachte kwamen de woning in Tiel zijn ingegaan. Wat er in die dozen zat kan de rechtbank niet vaststellen. Dat [medeverdachte 1] vier uur later het huis uitkomt met cocaïne in zijn fietstas is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat die cocaïne dus uit die dozen en daarmee uit de Mercedes van verdachte kwam.

Ook niet bezien in het licht van de verborgen ruimte in de Mercedes en de bevindingen uit de telefoon van verdachte. Daaruit kan mogelijk worden afgeleid dat hij zich bezig hield met transport van illegale goederen waar grote geldbedragen en ‘voorrijders’ mee gemoeid waren. Daarmee is echter niet gezegd dat de klus op de dag van de aanhouding om harddrugs en dan nog deze specifieke lading cocaïne ging. Het enige spoor in dit dossier dat mogelijk de lading uit de Mercedes van verdachte aan de aangetroffen cocaïne zou kunnen koppelen is het zaagsel. Het in de Albert Heijn-tas aangetroffen ‘zaagsel’ is alleen zo minimaal (de foto in het proces-verbaal laat drie vermoedelijke snippers zien) dat op basis daarvan nauwelijks vast te stellen is dat het daadwerkelijk om zaagsel gaat, bovendien is op basis van dit dossier niet vast te stellen dat het om hetzelfde zaagsel gaat als dat in de Mercedes of in de dozen is aangetroffen. Verdachte is dus niet te koppelen aan de aangetroffen cocaïne en wordt van het aanwezig hebben en vervoeren daarvan vrijgesproken.

4 Beslag

5 Voorlopige hechtenis

6 Toepasselijke wetsartikelen

7 Beslissing