Home

Rechtbank Amsterdam, 13-03-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1728, C/13/679783 / KG ZA 20-139

Rechtbank Amsterdam, 13-03-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1728, C/13/679783 / KG ZA 20-139

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13 maart 2020
Datum publicatie
8 april 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:1728
Zaaknummer
C/13/679783 / KG ZA 20-139

Inhoudsindicatie

Kort geding, Makers hoeven materiaal FIOD documentaire niet te verstrekken aan verdachten strafzaak.Geen grondslag om uitingsvrijheid te beperken.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/679783 / KG ZA 20-139 MvW/MB

Vonnis in kort geding van 13 maart 2020

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te Rotterdam,

2. [eiser 2],

wonende te Rotterdam,

3. de stichting

[stichting] ,

gevestigd te Rotterdam,

eisers bij dagvaarding van 18 februari 2020,

advocaat mr. D.I.N. Levinson-Arps te Middelburg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SELFMADE FILMS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde],

wonende te Amsterdam,

3. de vereniging

KRO-NCRV,

gevestigd te Hilversum,

gedaagden,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

1 De procedure

Ter zitting van 3 maart 2020 hebben eisers, hierna afzonderlijk ook [eiser 1] , [eiser 2] en [stichting] , de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Gedaagden, hierna afzonderlijk ook Selfmade Films, [gedaagde] en KRO-NCRV, hebben verweer gevoerd. Beide partijen hebben schriftelijke stukken en een pleitnota ingediend. Vonnis is bepaald op heden.

Ter zitting waren aanwezig, voor zover hier van belang:

- aan de kant van eisers: [eiser 1] , [eiser 2] , [naam 1] , een van de bestuurders van [stichting] , mr. Levinson, mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, mr. I.J.K. van der Meer, advocaat te Haarlem en mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort;

- aan de kant van gedaagden: [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , respectievelijk directeuren/bestuurders en eindredacteur/producent van Selfmade Films, [naam 5] namens KRO-NCRV, mr. van den Brink en zijn kantoorgenote

mr. L. Oranje.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] was eigenaar/exploitant van de landelijke sushirestaurantketen [bedrijf] en [eiser 2] is mede-grootaandeelhouder in die keten. [stichting] is houder van het beeldmerk waarvan de woorden “ [...] ” een onderdeel zijn.

2.2.

Gedaagden, [gedaagde] als regisseur en Selfmade Films als productiehuis, zijn betrokken bij de totstandkoming van een documentaire met de werktitel “Het Werk van de FIOD (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, vzr.)” (hierna ook: de Film). Ten behoeve van die Film is op 11 juli 2014 een Mediacontract afgesloten tussen de Staat der Nederlanden (het Openbaar Ministerie (OM)) en de producent van de Film. KRO-NCRV is voornemens de Film op televisie uit te zenden.

2.3.

[eiser 1] en [eiser 2] zijn gedaagd in een strafzaak, op verdenking van belastingfraude. Het strafrechtelijk onderzoek, dat in 2013 is gestart, kreeg de naam “Fuji” mee. In die zaak hebben zittingen plaatsgevonden op 1, 2, 4, 5 en 8 juli 2019, bij de rechtbank te Rotterdam. In door eisers in het geding gebrachte pleitnotities van hun advocaten in de strafzaak staat dat zij afroming van de omzet in de jaren 2011 tot 2014 en daarmee de benadeling van de belastingdienst hebben erkend en dat zij daarvoor met de FIOD regelingen hebben getroffen, voor een totaalbedrag van € 15,5 miljoen. Over de strafzaak en de daaraan voorafgaande inval door de FIOD is onder meer in 2014 gepubliceerd in het Algemeen Dagblad (AD).

2.4.

Op 22 en 25 juli 2019 zijn artikelen over de totstandkoming van de Film verschenen in het landelijke dagblad NRC (NRC.nl). In die artikelen staat onder meer dat de strafzaak van [eiser 2] en [eiser 1] in de Film centraal staat, zonder hun medeweten, en dat geheime tapgesprekken zijn gefilmd. In de artikelen staat ook dat de publieke omroep de Film rond die tijd op televisie had willen vertonen, maar dat dit onder druk van het OM tot nader order was uitgesteld. In het artikel van 25 juli 2019 staat dat de rechter opheldering wenst over de Film, dat daarom het vonnis in de strafzaak, dat die dag zou worden uitgesproken, is uitgesteld en dat de zaak op

16 september 2019 en 17 oktober 2019 wordt voortgezet.

2.5.

Het OM heeft de rechtbank Rotterdam en de advocaten van de verdachten op 22 juli 2019 op de hoogte gesteld van het bestaan van de Film, om te voorkomen dat zij dat in de krant zouden lezen.

2.6.

Op 2 september 2019 heeft de zaaksofficier van justitie in opdracht van de rechtbank een proces-verbaal van bevindingen afgegeven. Hierin is – kort gezegd – de inhoud van het Mediacontract (zie 2.2) beschreven.

2.7.

Tijdens de vervolgzitting van 16 september 2019 hebben de advocaten van [eiser 1] en [eiser 2] verzocht om, niet tijdens een openbare zitting, maar bijvoorbeeld op een USB-stick, beelden van de Film te kunnen zien die ook het OM heeft gezien.

In het proces-verbaal van 16 september 2019 van de voortgezette openbare behandeling van de strafzaak staat onder meer het volgende:

Er zijn twee verweren aangevoerd met betrekking tot het standpunt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard.

1. de zuiverheid van oogmerk.

De officier van justitie heeft bezworen dat het feit dat er een documentaire is gemaakt niet heeft geleid tot zijn vervolgingsbeslissing. (...) De maatstaf die de rechtbank in deze zaak aanlegt is of de documentaire in overwegende mate heeft bijgedragen aan de beslissing om (...) te vervolgen. Behalve naar het standpunt van de officier van justitie heeft de rechtbank ook gekeken naar het proces-verbaal van bevindingen (...). Hieruit blijkt dat in het mediacontract rekening is gehouden met de mogelijkheid dat er geen zitting komt, omdat bijvoorbeeld wordt getransigeerd of de zaak wordt geseponeerd. Er is dus wel degelijk in het mediacontract rekening gehouden met de mogelijkheid dat niet zal worden vervolgd. Ook overigens ziet de rechtbank geen begin van aannemelijkheid dat het feit dat er een documentaire is gemaakt in overwegende mate heeft bijgedragen aan de beslissing van de officier van justitie om één of alle verdachten te vervolgen. In dit stadium ziet de rechtbank daarom geen aanleiding om onderzoekswensen toe te wijzen die tot doel hebben nader verweer te kunnen voeren ten aanzien van een schending van het beginsel van onzuiverheid van oogmerk. (...)

2. het recht op privacy van de verdachten.

De verdediging heeft aangevoerd dat op het moment dat een cameraploeg meeloopt bij een opsporingsonderzoek het recht op privacy van de verdachten is geschonden. De rechtbank vindt dit een bepleitbaar standpunt.

(...)

Het criterium dat van toepassing is het verdedigingsbelang. (...) Het belang van de verdediging is, gezien het vorenstaande, niet geschonden als geen nader onderzoek, zoals verzocht door de verdediging, wordt gedaan.

Beslissing:

Alle onderzoekswensen van de raadslieden worden afgewezen.”

2.8.

Op 1 oktober 2019 heeft mr. Spong namens (onder anderen) eisers aangifte gedaan tegen de officier en destijds hoofdofficier van justitie van het functioneel parket te Rotterdam, wegens schending van het ambtsgeheim als bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.

2.9.

In het proces-verbaal van de zitting in de strafzaak van 17 oktober 2017 staat onder meer het volgende:

De voorzitter deelt (...) mede dat de rechtbank als volgt heeft beslist. (...) In deze zaak is geen begin van aannemelijkheid dat er sprake is geweest van onzuiverheid van oogmerk. (...)Verder staat in het dossier, en dat vormt de basis van de vervolgingsbeslissing, dat er sprake is geweest van een fraude over een periode van in elk geval meer dan vier jaren met een afgeroomde restaurantomzet van ongeveer 25 miljoen euro en niet afgedragen BTW van ongeveer 1,6 miljoen euro. (...) Wat betreft de schending van de persoonlijke levenssfeer oordeelt de rechtbank als volgt. (...)

Bij het laten meekeken van documentaire makers bij een opsporingsonderzoek is van een incidentele verstrekking (van gegevens aan derden, vzr.) geen sprake meer. Dit betekent dat naar het voorlopig oordeel van de rechtbank het recht op privacy is geschonden. (...) Nogmaals, dit is een voorlopig oordeel. De rechtbank staat open voor argumenten dat het oordeel anders dient te luiden, bijvoorbeeld op basis van jurisprudentie, wetsgeschiedenis, literatuur of wetsystematiek. (...)

2.10.

De laatste inhoudelijke behandeling van de strafzaak staat geagendeerd voor

19 maart 2020, waarna in beginsel op 2 april 2020 de uitspraak zou moeten volgen.

2.11.

Door middel van een WOB (Wet Openbaarheid van Bestuur)-verzoek hebben de advocaten van eisers de beschikking gekregen over het onder 2.2 genoemde Mediacontract en over een Verklaring, eveneens gedateerd 11 juli 2014 (hierna: de Geheimhoudingsverklaring).

De Geheimhoudingsverklaring luidt voor zover hier van belang als volgt:

“1. De beeld- en geluidsopnamen die op vrijdag 11 juli 2014 plaatsvinden bij Het Functioneel Parket in Rotterdam ten behoeve van de hierboven genoemde documentaire, zullen niet openbaar gemaakt of anderzijds verspreid worden indien Het Openbaar Ministerie en (...) niet tot ondertekening komen van de onderlinge overeenkomst, waarover momenteel overleg gaande is.

2. Het beeld- en geluidsmateriaal zal worden bewaard op drie harddisks die met een wachtwoord zijn beveiligd en worden opgeslagen in een gesloten archief.

(...)

Het Mediacontract bevat de volgende bepalingen:

Artikel 4: De uitzending

4.1

Producent dient het Openbaar Ministerie binnen een termijn van minimaal één maand voorafgaand aan de eerste openbare vertoning of uitzending van de documentaire gelegenheid te bieden de documentaire te zien en beoordelen, Indien nodig frame voor frame, dan wel digitaal. (...) Het OM heeft zo dan de gelegenheid om te beoordelen of de documentaire moet worden gecorrigeerd met betrekking tot feitelijke onjuistheden en op het gebied van de in 4.2 genoemde belangen. De inhoudelijke en creatieve eindverantwoordelijkheid berust bij Producent. De in de ogen van het Openbaar Ministerie niet voor uitzending geschikte beeld en geluidsopnamen worden geschrapt.

4.2

Producent zal de, in de ogen van het Openbaar Ministerie niet voor uitzending geschikte beeld- en geluidsopnamen niet gebruiken, wanneer Het Openbaar Ministerie dat uit oogpunt van bescherming van de belangen op het gebied van privacy, slachtofferbescherming, opsporing en vervolging, politietactiek- en techniek en/of risico op (ernstige) reputatieschade noodzakelijk vindt.

Artikel 6: Opname en/of uitzending door derden

Producent is niet gerechtigd beeld- en geluidsopnamen voor derden (buiten de documentaire) te maken, behoudens in het geval deze derden voorafgaand aan de door hen te verrichten werkzaamheden door middel van ondertekening van een overeenkomst de bepalingen van deze Overeenkomst hebben aanvaard en aan het Openbaar Ministerie een kopie van de door deze derden ondertekende overeenkomst wordt verstrekt. De uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen voor Producent gelden dan tevens voor die derden.

Artikel 7: Geheimhouding

7.1

Producent dient strikte vertrouwelijkheid in acht te nemen ten aanzien van alle informatie over (aspecten van) de werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie en al wat hem overigens ter kennis komt door het maken van beeld- en geluidsopnamen van (aspecten van) werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie, al dan niet In het kader van het programma.

7.2

Het in artikel 7.1 bepaalde geldt tevens voor alle personen die door of namens Producent bij de uitvoering van deze overeenkomst worden ingeschakeld (o.a. cameraploegen, presentatoren etc.), hetgeen op verzoek van Het Openbaar Ministerie door ondertekening van individuele geheimhoudingsverklaringen dient te worden bekrachtigd. Producent draagt er in leder geval zorg voor dat deze personen, voorafgaand aan de door hen te verrichten werkzaamheden, nadrukkelijk worden gewezen op de inhoud van het in artikel 7.1 bepaalde.

7.3

De documentairemaker verricht geen eigen onderzoek naar de zaken die door de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie onderzocht worden. De privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers wordt beschermd, alsmede de belangen van de opsporing en de vervolging.”

2.12.

Onder meer bij brief van 4 februari 2020 hebben eisers KRO-NCRV gesommeerd om niet tot uitzending van de Film over te gaan. Volgens hen is uitzending, wegens schending van de privacy, onrechtmatig. In reactie daarop heeft KRO-NCRV aangevoerd dat van onrechtmatigheid geen sprake is en dat de Film niet eerder zal worden uitgezonden dan de datum waarop de rechter in de lopende strafzaak uitspraak zal doen.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing