Rechtbank Amsterdam, 02-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2183, C/13/677172 / HA RK 19-435
Rechtbank Amsterdam, 02-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2183, C/13/677172 / HA RK 19-435
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 april 2020
- Datum publicatie
- 7 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2183
- Zaaknummer
- C/13/677172 / HA RK 19-435
Inhoudsindicatie
AVG rekest.Verzoek verwijdering persoonsgegevens en materiële en immateriële schadevergoeding ex art. 82 AVG ogv onrechtmatige verwerking persoonsgegevens.Geen belang meer bij verwijderingsverzoek wegens minnelijke regeling. Afwijzing schadevergoeding.
Uitspraak
beschikking
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/677172 / HA RK 19-435
Beschikking van 2 april 2020
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat mr. I. Brouwer te Amsterdam,
tegen
de rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap
NEDERLANDS ISRAËLITISCHE HOOFDSYNAGOGE,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
advocaat mr. A.T. Eisenmann te Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift, met producties, ter griffie binnengekomen op 19 december 2019,
- -
-
de beschikking van de rechtbank van 30 januari 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- -
-
het proces-verbaal van de op 18 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling en de daarin genoemde stukken
- -
-
de fax van mr. I. Brouwer van 12 maart 2020 met opmerkingen op het voornoemde proces-verbaal,
- -
-
de fax van mr A.T. Eisenmann in reactie op voornoemde fax van mr. I. Brouwer.
De beschikking is bepaald op heden.
2 De feiten
Op 28 september 2014 hebben [verzoeker] en zijn echtgenote het Aanvraagformulier Lidmaatschap NIHS ondertekend. Hierin staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
‘Ondergetekende erkent hiermee dat hij/zij en de navolgende tot het gezin behorende personen, lidmaatschap aanvragen van de Joodse Gemeente Amsterdam (NIHS), en doet hierbij opgave van de betreffende persoonsgegevens. Ondergetekende geeft zowel voor zichzelf als voor de tot het gezin behorende personen toestemming tot het opnemen van de persoonsgegevens en/of mutaties die betrekking hebben op de ledenadministratie van de NIHS en machtigt de NIHS tot gebruikmaking daarvan conform de bepalingen en richtlijnen voor een dergelijke administratie in het kader van de Wet op de Persoonsregistratie.’
Op 16 februari 2015 hebben [verzoeker] en zijn echtgenote per brief de NIHS verzocht om hun lidmaatschap per direct te beëindigen en alle persoonsgegevens te verwijderen en verwijderd te houden.
Per e-mail van 16 februari 2016 heeft [verzoeker] verzocht de opzegging in te trekken.
Op 22 maart 2019 heeft [verzoeker] per e-mail opnieuw verzocht om het lidmaatschap van hem en zijn familie per direct te beëindigen en alle persoonsgegevens zo snel mogelijk te vernietigen.
[verzoeker] heeft een bevestiging van ontvangst van zijn verzoek ontvangen van de NIHS met de aankondiging dat later op zijn verzoek zal worden teruggekomen.
[verzoeker] heeft tot 31 oktober 2019 niets vernomen en heeft per brief van die datum opnieuw een verzoek tot vernietiging van de persoonsgegevens van hemzelf en zijn familie gedaan.
In reactie heeft [verzoeker] op diezelfde dag een e-mail ontvangen van de NIHS waarin wordt verwezen naar het privacyreglement van de NIHS met daarin de volgende passage:
‘De NIHS bewaart uw persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk voor het doel waarvoor deze is verstrekt, danwel op grond van de wet is vereist. Echter is het voor het functioneren van de NIHS noodzakelijk dat uw persoonsgegevens oneindig door haar worden bewaard, ook na het beeindigen van uw lidmaatschap bij de NIHS. Dit komt omdat uw persoonsgegevens redelijkerwijs nodig zijn o.a. ter controle van de halachische status van nakomelingen. U heeft, voor zover de wet dit toelaat, het recht om uw persoonsgegevens in te zien, te corrigeren, te (laten) verwijderen of te (laten) beperken.’
[verzoeker] laat daaropvolgend aan de NIHS weten dat zijn verzoek onveranderd blijft.
Op 7 november 2019 neemt [verzoeker] contact op met de NIHS, waarbij de NIHS aan hem heeft laten weten het verzoek niet te zullen inwilligen.
Op 14 november 2019 dient [verzoeker] een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens, welke klacht nog in behandeling is.
3 Het verzoek en het verweer
[verzoeker] verzoekt bij beschikking:
-
de NIHS te bevelen de persoonsgegevens van [verzoeker] en zijn echtgenote [naam echtgenote] , alsmede van zijn kinderen, te vernietigen en vernietigd te houden en daarvan bewijs te overhandigen op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,00 per dag dat de NIHS in gebreke blijft aan het bevel te voldoen;
-
de NIHS te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van EUR 1.500,00 ex artikel 82 AVG binnen 14 dagen na de uitspraak;
-
een dag en tijd voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift te bepalen;
-
e te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
-
met veroordeling van de NIHS in de proceskosten.
[verzoeker] heeft – samengevat – aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de verwerking van de persoonsgegevens is gebaseerd op de uitdrukkelijke toestemming bij het aangaan van het lidmaatschap. De verwerking ná het intrekken van deze toestemming met het verzoek tot vernietiging van alle persoonsgegevens op 22 maart 2019, is zonder wettelijke grondslag en derhalve onrechtmatig in de zin van de AVG. Bovendien is sprake van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 AVG en is de verwerking daarvan verboden nu ook de uitzondering van artikel 9 lid 2 onder d van de AVG niet van toepassing is. Een door NIHS gedaan beroep op het privacyreglement kan bovendien niet gelden als wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 6 AVG. [verzoeker] vordert verder materiële en immateriële schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG nu volgens hem sprake is van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens.
De NIHS voert verweer en verzoekt om afwijzing van het door [verzoeker] verzochte met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van deze procedure. De NIHS stelt zich op het standpunt dat de verwerking van de persoonsgegevens is gebaseerd op de toestemming van [verzoeker] en daarnaast op basis van een gerechtvaardigd belang ex artikel 6 lid 1 sub f AVG en indien nodig artikel 9 lid 2 sub f AVG.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.