Home

Rechtbank Amsterdam, 09-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2250, C/13/673049 / HA RK 19-338

Rechtbank Amsterdam, 09-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2250, C/13/673049 / HA RK 19-338

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 april 2020
Datum publicatie
10 november 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:2250
Zaaknummer
C/13/673049 / HA RK 19-338

Inhoudsindicatie

Afwijzing van een tegen Jeugdbescherming ingediend verzoek om afschrift stukken op grond van art 7.3.10 Jeugdwet en art 15 AVG.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/673049 / HA RK 19-338

Beschikking van 9 april 2020

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

gemachtigde W.E. van Bentem te Garrelsweer,

tegen

1. de stichting

STICHTING JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. J.K. van den Heuvel te Amsterdam,

2. [belanghebbende],

wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,

advocaat mr. D.H. Bialkowski te Amsterdam.

Partijen worden hierna [verzoekster] , Jeugdbescherming en [belanghebbende] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 oktober 2019,

-

de brief van 30 oktober 2019 van Jeugdbescherming met een kopie van de brief van 29 oktober 2019 van Jeugdbescherming aan [verzoekster] ,

-

de brief van 22 december 2019 namens [verzoekster] ,

-

de beschikking van 30 januari 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

-

de akte met bijlagen van Jeugdbescherming, ontvangen op 14 februari 2020,

-

het proces-verbaal van de op 26 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling en de daarin vermelde (proces)stukken.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] heeft een geregistreerd partnerschap gehad met [belanghebbende] . Zij zijn de met het gezag belaste ouders van de minderjarige kinderen [minderjarige 1] (15 jaar) en [minderjarige 2] (13 jaar). Er is sprake van echtscheidingsproblematiek. Tussen [verzoekster] en [belanghebbende] lopen meerdere en langdurige procedures, onder meer over het gezag over de kinderen.

2.2.

Bij beschikking van 12 december 2018 van deze rechtbank zijn de kinderen onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming (hierna: de ondertoezichtstelling, ook wel OTS). De OTS is laatstelijk bij beschikking van 11 oktober 2019 verlengd tot 11 december 2020.

2.3.

Jeugdbescherming heeft in het kader van haar betrokkenheid bij het gezin een cliëntdossier als bedoeld in artikel 7.3.8 Jeugdwet aangelegd (hierna: het cliëntdossier). De heer [naam gezinsmanager] is de gezinsmanager namens Jeugdbescherming, mevrouw [naam teammanager] is teammanager.

2.4.

Bij brief van 3 juni 2019 aan de directie van Jeugdbescherming heeft [verzoekster] op grond van artikel 15 van de AVG (de Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Pb. EU L 119/1) en artikel 7.3.10 van de Jeugdwet een verzoek ingediend om toezending van een volledige kopie van de dossiers die door Jeugdbescherming zijn aangelegd betreffende de hulpverlening in het drangkader en thans gedwongen kader (OTS) die zien op de kinderen en [verzoekster] .

2.5.

Nadat [verzoekster] haar verzoekschrift had ingediend heeft [naam teammanager] namens Jeugdbescherming [verzoekster] bij brief van 29 oktober 2019 bericht dat haar verzoek van 3 juni 2019 de gezinsmanager helaas niet heeft bereikt. Zij heeft [verzoekster] voorts uitgenodigd het cliëntdossier te komen inzien, met inachtneming van de geldende privacyregels, eventuele vragen te stellen over het dossier aan de betrokken gezinsmanager/teammanager en desgewenst een kopie van de dossierstukken te krijgen.

2.6.

Op 5 november 2019 heeft de gemachtigde van [verzoekster] aan Jeugdbescherming bericht dat [verzoekster] geen gebruik wenst te maken van het aanbod om het dossier in te zien en dat zij alleen een afschrift van het dossier wenst te ontvangen.

2.7.

Bij brief van 19 november 2019 heeft Jeugdbescherming aan [verzoekster] een inhoudsopgave van de in het dossier aanwezige stukken en een hoeveelheid stukken verstrekt. In de brief heeft Jeugdbescherming geschreven dat het gaat om een afschrift van het cliëntdossier dat conform art. 7.3.8. Jeugdwet is ingericht.

2.8.

Bij e-mail van 4 december 2019 heeft [verzoekster] aan Jeugdbescherming bericht dat uit de inhoudsopgave niet te herleiden is welke dossierstukken niet aan haar zijn verstrekt, en dat het verstrekte dossier onvolledig is, daarbij wijzend op enkele stukken die zouden ontbreken.

2.9.

Bij e-mail van 16 december 2019 heeft [naam teammanager] namens Jeugdbescherming op de door [verzoekster] genoemde stukken gereageerd en geschreven dat alle e-mailcorrespondentie die aan [verzoekster] in kopie is gericht niet is verstrekt, omdat [verzoekster] al bekend is met de inhoud daarvan. Verder heeft zij in de brief geschreven dat Jeugdbescherming graag bereid is om met [verzoekster] in gesprek te gaan.

2.10.

Bij brief van 22 december 2019 heeft de gemachtigde van [verzoekster] aan de rechtbank meegedeeld dat Jeugdbescherming deels uitvoering heeft gegeven aan het inzageverzoek, maar niet duidelijk heeft gemaakt welke gegevens die wel onder het inzagerecht vallen niet zijn verstrekt, en heeft hij verzocht om een mondelinge behandeling te bepalen.

2.11.

Op 20 februari 2020 heeft Jeugdbescherming een grote hoeveelheid stukken van in totaal 2.944 pagina’s verstrekt aan [verzoekster] . Bij deze stukken was ook een afschrift van alle e-mailcorrespondentie die in kopie aan [verzoekster] is gericht, gevoegd.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, om Jeugdbescherming te veroordelen om binnen twee weken aan [verzoekster] :

  1. in gangbare digitale vorm, een eensluidende kopie van het door Jeugdbescherming in het kader van de uitvoering van de OTS aangelegde dossier [te verstrekken, rb];

  2. op de voet van artikel 15, lid 3 AVG in gangbare digitale vorm een kopie te verstrekken van al haar en de kinderen betreffende persoonsgegevens die niet zijn opgenomen in het dossier als bedoeld in artikel 7.3.8, lid 1 Jeugdwet, daaronder begrepen alle gegevens die voorkomen in digitale berichten, waaronder e-mails, sms-berichten en Whatsapp-berichten;

  3. mededeling te doen van de herkomst van haar en de kinderen betreffende persoonsgegevens voor zover deze herkomstgegevens niet reeds uit de ingevolge de hoofdveroordelingen onder 1 en 2 in kopie te verstrekken gegevens blijken;

  4. mededeling te doen van de ontvangers van haar en de kinderen betreffende persoonsgegevens voor zover deze ontvangstgegevens niet reeds uit de ingevolge de hoofdveroordelingen onder 1 en 2 in kopie te verstrekken gegevens blijken;

  5. te bepalen dat Jeugdbescherming voor iedere dag dat zij in gebreke blijft om aan (een van) de veroordelingen te voldoen een dwangsom zal verbeuren van € 5.000,

  6. met veroordeling van Jeugdbescherming in de proceskosten.

3.2.

Jeugdbescherming voert verweer en concludeert tot afwijzing van het inzageverzoek, met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna - voor zover nodig - nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing