Rechtbank Amsterdam, 16-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3112, AWB - 19 _ 3827
Rechtbank Amsterdam, 16-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3112, AWB - 19 _ 3827
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 april 2020
- Datum publicatie
- 31 juli 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:3112
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2021:1020, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- AWB - 19 _ 3827
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft verzocht om de uitschrijfdatum aan [de school] aan te passen in BRON op grond van de AGV. Volgens de rechtbank heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de uitschrijfdatum niet correct is. Verweerder volgt de school en kan de uitleg van de school waarom de uitschrijfdatum correct is, volgen. Voor verweerder bestond er dus geen bevoegdheid om de gegevens in BRON aan te passen. Het beroep is ongegrond
Uitspraak
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/3827
(gemachtigde: K.J. Slump),
en
(gemachtigde: mr. B.C. Rots).
Als derde-partij neemt aan deze zaak deel [bedrijf], te [plaats] , zijnde het bevoegd gezag van [de school] , te Amsterdam
hierna te noemen: [de school] ,
(gemachtigde: mr. G.J. Heussen).
Procesverloop
Met het besluit van 13 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om correctie van haar gegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar.
Met het besluit van 5 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder alsnog een beslissing genomen en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen bestreden besluit.
Eiseres heeft haar beroep gehandhaafd en gronden aangevoerd tegen het bestreden besluit.
Het beroep is behandeld op de zitting van de enkelvoudige kamer op 20 december 2019. De rechtbank heeft toen het onderzoek gesloten. Bij beslissing van 6 januari 2020 heeft de enkelvoudige kamer het onderzoek heropend en de zaak naar de meervoudige kamer verwezen. Het onderzoek op de zitting van de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op 3 maart 2020. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Namens [de school] is [de persoon 2] (rector van [de school] ) verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook was op de zitting aanwezig [de persoon 1] , de moeder van eiseres. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
1. Eiseres volgde voortgezet onderwijs op [de school] te Amsterdam. Op 16 oktober 2017 heeft [de school] verzuim van eiseres geregistreerd in de Basisregistratie Onderwijs (BRON). [de school] heeft eiseres vervolgens op 19 februari 2018 met terugwerkende kracht per 3 september 2017 uitgeschreven.
2. De Inspectie van het Onderwijs (hierna: de Inspectie) heeft in september 2018 een onderzoek uitgevoerd met als centrale vraag of [de school] eiseres rechtmatig heeft uitgeschreven. De bevindingen van de Inspectie zijn neergelegd in een (openbaar) rapport van 15 november 2018. In de samenvatting van dat rapport staat onder meer:
“We constateren dat [de school] onrechtmatig heeft gehandeld bij het uitschrijven van de leerling in kwestie. De leerling had niet uitgeschreven mogen worden zonder daaraan voorafgaand de wettelijk voorgeschreven procedure om te verwijderen te volgen. Tegelijk constateren we dat [de school] wel degelijk inspanningen heeft verricht om de leerling te begeleiden en een andere, geschikte school voor de leerling te vinden. Daarin is de school aan het einde van het schooljaar 2016-2017 geslaagd.
De school heeft de aan- en afwezigheid van de leerling in het begin van het schooljaar niet geregistreerd. Hierdoor is de wettelijke verplichting melding van verzuim aan leerplicht aanvankelijk achterwege gebleven.”