Home

Rechtbank Amsterdam, 16-07-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3626, C/13/685404 / KG ZA 20-523

Rechtbank Amsterdam, 16-07-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3626, C/13/685404 / KG ZA 20-523

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16 juli 2020
Datum publicatie
17 augustus 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:3626
Zaaknummer
C/13/685404 / KG ZA 20-523

Inhoudsindicatie

Kort geding, opheffing beslag en verwijdering BKR. Restschuld na uitwinning hypotheekrecht verjaard. Voor restschuld geldt verjaringstermijn van 5 jaar. Executoriaal derdenbeslag heeft geen voortdurend stuitende werking.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/685404 / KG ZA 20-523 MvW/LO

Vonnis in kort geding van 16 juli 2020

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),

eisers bij dagvaarding van 17 juni 2020,

advocaat mr. S.N. Peijnenburg te Purmerend,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. D.J. Posthuma te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] en ING worden genoemd.

1 De procedure

Op de zitting van 2 juli 2020 hebben [eiser 1] en [eiser 2] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. ING heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben schriftelijke stukken ingediend en hun standpunten toegelicht, ING aan de hand van een pleitnota. Vonnis is bepaald op heden.

Ter zitting waren aanwezig: [eiser 1] en [eiser 2] met mr. Peijnenburg en aan de kant van ING: [betrokkene] , met mr. Posthuma.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] en [eiser 2] zijn op 9 juli 2009 eigenaar geworden van de onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] . De aankoop is gefinancierd met een hypothecaire geldlening bij ING. De hypotheek is verleend bij notariële akte van 9 juli 2009. De lening is geregistreerd in twee leningdelen met verschillende nummers, maar deze worden hierna ook aangeduid als ‘de lening’.

2.2.

In 2012 zijn [eiser 1] en [eiser 2] in financiële problemen geraakt, waardoor zij de woonlasten niet meer konden voldoen. ING heeft bij exploot van 21 juni 2013 de hypotheekakte aan [eiser 1] en [eiser 2] betekend en het bedrag van € 417.360,76 opgeëist.

2.3.

ING heeft voor het incasseren van de lening gebruik gemaakt van twee tussenpersonen: incassobureau Vesting Finance (hierna Vesting) en gerechtsdeurwaarderskantoor GGN.

2.4.

Op 19 augustus 2013 heeft ING executoriaal derdenbeslag doen leggen ten laste van [eiser 1] en [eiser 2] onder de Belastingdienst. Op 20 augustus 2013 heeft ING executoriaal derdenbeslag doen leggen ten laste van [eiser 1] onder zijn toenmalige werkgever TenICT Infrastructure Management B.V. De processen-verbaal van deze beslagleggingen zijn op 30 augustus 2013 overbetekend aan [eiser 1] en [eiser 2] .

2.5.

ING heeft uiteindelijk haar recht van parate executie ingeroepen. In december 2013 is de woning verkocht voor een bedrag van € 160.000,-. In een e-mail van 11 december 2013 van ING aan [eiser 1] en [eiser 2] staat onder meer het volgende.

“(...) De notariskosten zijnde de doorhalingskosten voor het verkrijgen van royement, zullen t.l.v. de netto opbrengst worden verrekend maar wel bij uw restvordering worden meegenomen.(...)”

2.6.

In een e-mail van 18 december 2013 van ING aan [eiser 1] en [eiser 2] staat onder meer het volgende.

“(...) Het door u ontvangen bedrag zal ter (gedeeltelijke) aflossing van de bestaande hypotheek worden overgemaakt naar de ING Bank.(...)”

2.7.

De woning in Zwaag is geleverd op 31 december 2013.

2.8.

[eiser 1] en [eiser 2] zijn in verband met de lening bij ING geregistreerd bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Op 22 november 2012 en 18 december 2013 is codering A (achterstand) geregistreerd voor de verschillende leningdelen. Op 8 mei 2014 is voor beide leningdelen code 2 (vordering geheel opeisbaar) toegevoegd.

2.9.

In een brief van 28 april 2014 van ING aan [eiser 1] en [eiser 2] staat onder meer het volgende.

(...) In 2013 is uw woning verkocht. Helaas kon uw hypotheek hiermee slechts gedeeltelijk worden afgelost. U houdt een restschuld over van € 303.899,15. (...)

Wij vragen u het bedrag van € 303.899,15 voor 12 mei 2014 aan ons te betalen. (...)

Als u niet betaalt voor 12 mei 2014

 Als u de restschuld niet heeft betaald voor 12 mei 2014, dragen wij daarna uw schuld over aan Incassobureau Interpartes. (...)

 Ook zijn wij na 12 mei 2014 verplicht uw schuld door te geven aan bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel. (...)

2.10.

In brieven van 3 september 2014 van ING aan [eiser 1] en [eiser 2] staat dat de restschuld niet zoals eerder vermeld is overgedragen aan Interpartes, maar aan Vesting, en is wederom verzocht binnen 14 dagen de restschuld te betalen.

2.11.

In een brief van 17 november 2014 van Vesting zijn [eiser 1] en [eiser 2] gesommeerd de restschuld bij ING te voldoen binnen 10 dagen.

2.12.

ING dan wel Vesting dan wel GGN hebben tot en met maart 2015 gelden geïnd onder het loonbeslag dat rust op het loon van [eiser 1] en tot en met 2019 onder het beslag bij de Belastingdienst, waarvan de opbrengst door de deurwaarder van de eerste beslaglegger werd verdeeld.

2.13.

Bij brief van 10 februari 2020 heeft Vesting aan [eiser 1] en [eiser 2] laten weten dat nog € 279.698,51 openstaat.

2.14.

Bij brief van 17 februari 2020 heeft Dynamiet Nederland B.V. namens [eiser 1] en [eiser 2] aan Vesting gemeld dat de vordering verjaard is, en heeft zij verzocht de registratie bij het BKR af te melden door het plaatsen van een einddatum op vijf jaar na het verrichten van de laatste stuitingshandeling, te weten op 28 april 2019.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing