Home

Rechtbank Amsterdam, 04-09-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4303, AMS 20/2312

Rechtbank Amsterdam, 04-09-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4303, AMS 20/2312

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 september 2020
Datum publicatie
22 september 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:4303
Zaaknummer
AMS 20/2312

Inhoudsindicatie

Goede procesorde. Bezwaar op nader aan te voeren gronden ten onrechte zonder herstelverzuim afgedaan.

Rechtsmiddel op nader aan te voeren gronden aangewend. Afdoening zonder dat de mogelijkheid van een herstelverzuim is geboden is in strijd met artikel 6:6 van de Awb.

Uitspraak

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 20/2312

en

Procesverloop

De rechtbank heeft op 19 april 2020 een beroepschrift van eiser ontvangen dat is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 31 maart 2020 (de bestreden uitspraak).

Verweerder heeft op 28 juli 2020 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk gegrond is.1

Wat is er gebeurd?

2. Verweerder heeft eiser op 5 november 2019 een gecombineerde aanslag voor het jaar 2019 opgelegd met biljetnummer [nummer] terzake de objecten [adres 1] en [adres 2] te [woonplaats] . Eiser heeft op 5 november 2019 op nader aan te voeren gronden een bezwaarschrift ingediend tegen deze gecombineerde aanslag en verweerder verzocht om een termijn voor het indienen van de gronden van bezwaar. Verweerder heeft bij de bestreden uitspraak het bezwaarschrift van eiser ongegrond verklaard en daarbij overwogen dat daarbij rekening is gehouden met de door eiser aangevoerde argumenten.

Beoordeling

3. Verweerder heeft eiser het wettelijk recht onthouden om het bezwaarschrift te motiveren. Dat is in strijd met het bepaalde in artikel 6:6 van de Awb. Het beroep is daarom kennelijk gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen.

4. De rechtbank is niet gebleken dat eiser kosten heeft gemaakt die voor een proceskostenvergoeding in aanmerking komen.2

5. Verweerder dient het door eiser betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

-

verklaart het beroep gegrond;

-

vernietigt de bestreden uitspraak;

-

bepaalt dat verweerder een nieuwe uitspraak neemt op het bezwaar van eiser;

-

bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 48,- aan eiser vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op **

4 september 2020

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel