Rechtbank Amsterdam, 29-01-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:493, C/13/677360 / KG ZA 19-1307
Rechtbank Amsterdam, 29-01-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:493, C/13/677360 / KG ZA 19-1307
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 januari 2020
- Datum publicatie
- 6 februari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:493
- Zaaknummer
- C/13/677360 / KG ZA 19-1307
Inhoudsindicatie
Vordering art 843a Rv toegewezen. accountants moeten controledossiers jaarrekeningen verstrekken aan faillissementscuratoren. toelichtingen niet.
Verband met uitspraak tuchtrechter (Accountantskamer).
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/677360 / KG ZA 19-1307 MDvH/MAH
Vonnis in kort geding van 29 januari 2020
in de zaak van
1 [eiser/curator 1]
kantoorhoudende te [plaats] ,
2. [eiser/curator 2]
kantoorhoudende te [plaats] ,
beiden in hoedanigheid van curator in het faillissement van PaperlinX B.V.,
eisers bij dagvaarding van 30 december 2019,
advocaat mr. C.M. Harmsen te Amsterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
KPMG ACCOUNTANTS N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
gedaagde,
advocaat mr. F.C.M. van der Velden te Amsterdam.
Partijen zullen hierna de curatoren en KPMG worden genoemd.
1 De procedure
Op de zitting van 15 januari 2020 hebben de curatoren de dagvaarding toegelicht. KPMG heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben een pleitnota en stukken in het geding gebracht.
Bij de zitting waren aanwezig:
- de curatoren met mr. Harmsen en mr. M-H.S. Berghuijs;
- namens KPMG: mr. Van der Velden en mr. C.F. Wilcke
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
PaperlinX B.V. (hierna: PaperlinX) is een 100% dochtervennootschap van PaperlinX Netherlands B.V. (hierna: Netherlands), die op haar beurt een 100% dochter is van PaperlinX Holdings B.V. (hierna: Holdings).
Naast PaperlinX heeft Netherlands nog twee dochtervennootschappen. Het vermogen van PaperlinX vormt echter 98% van het vermogen van Netherlands. Sinds het (gebroken) boekjaar 2006/2007 maakt PaperlinX zelf geen jaarrekeningen meer openbaar. De gegevens van PaperlinX werden geconsolideerd in de jaarrekeningen van Netherlands. Netherlands had een 403-verklaring voor PaperlinX gedeponeerd.
PaperlinX is op 16 april 2015 failliet verklaard, Netherlands op 24 juni 2015 en Holdings op 31 juli 2015.
De curatoren hebben onderzoek laten doen door forensisch accountants van [naam bureau] (hierna: [naam bureau] ) naar de achtergronden en oorzaken van het faillissement van PaperlinX en de wijze van verantwoording van de financiële gegevens van PaperlinX door Netherlands in haar geconsolideerde jaarrekening.
In de faillissementen van Netherlands en Holdings zijn andere curatoren benoemd: mr. Molhuysen en mr. Berkenbosch (hierna: de curatoren Netherlands/Holdings). Ook deze curatoren zijn in deze faillissementen een oorzakenonderzoek gestart.
KPMG controleerde in de jaren voorafgaand aan het faillissement (vanaf het boekjaar 2009/2010) op grond van een overeenkomst van opdracht met Netherlands de geconsolideerde jaarrekeningen van Netherlands.
Bij brief van 7 juni 2017 hebben de curatoren Netherlands/Holdings – mede namens de curatoren – de controlerend accountant van KPMG uitgenodigd voor een gesprek in het kader van de oorzakenonderzoeken. KPMG beriep zich toen – waar het de curatoren PaperlinX betrof – op haar geheimhoudingsplicht jegens Netherlands en Holdings, waarna de curatoren Netherlands/Holdings KPMG hebben vrijgesteld van de geheimhoudingsplicht. Nadat KPMG had gevraagd om eerst inzage te krijgen in de feitelijk te stellen vragen is een vragenlijst toegestuurd.
Tot een gesprek tussen enerzijds de curatoren en/of [naam bureau] en anderzijds (de controlerend accountant(s) van) KPMG is het nooit gekomen. De toegestuurde vragenlijst is niet door KPMG beantwoord. Nadat [naam bureau] haar concept-onderzoeksrapport inzake PaperlinX voor commentaar aan KPMG had gezonden, heeft de advocaat van KPMG bij brief van 12 maart 2018 geantwoord dat KPMG geen gebruik zal maken van de gelegenheid om commentaar te geven en niet aan het onderzoek zal meewerken, onder meer omdat er blijkens het concept-rapport kans bestaat op tegenstrijdige belangen tussen de diverse failliete boedels waardoor niet kan worden uitgesloten dat het geven van dergelijk commentaar de belangen van de opdrachtgevers van KPMG zal schaden. In de brief heeft de advocaat verder verzocht om twee kritische opmerkingen over (de controle van) de jaarrekeningen van Netherlands uit het concept-onderzoeksrapport te verwijderen.
In april 2018 hebben de curatoren een klacht ingediend bij de Accountantskamer tegen de (opvolgend) controlerend accountants (hierna: A en B) van KPMG die goedkeurende verklaringen hebben afgegeven bij de geconsolideerde jaarrekeningen 2009/2010 tot en met 2013/2014 van Netherlands. Een van de klachtonderdelen zag op de weigering van de laatste accountant (B) om informatie te verstrekken ten behoeve van het onderzoek door de curatoren naar de oorzaken van het faillissement van PaperlinX.
Bij beslissing van 6 september 2019 heeft de Accountantskamer dit klachtonderdeel gegrond verklaard:“4.17 Hoewel PPX [PaperlinX, vzr] formeel niet de opdrachtgever is van [accountant B] brengt het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid naar het oordeel van de Accountantskamer in onderhavige kwestie met zich dat [accountant B] in beginsel ruimhartig inzicht had moeten geven in zijn werkzaamheden/controlebevindingen aan de curatoren in haar faillissement. (...)”.
Ook het klachtonderdeel over de wijze van verantwoording van het securitisatieprogramma in de geconsolideerde jaarrekeningen is gegrond verklaard. Twee andere klachtonderdelen (over de wijze van verantwoording van de cash-poolarrangementen en over het niet opnemen van een continuïteitsparagraaf in de controleverklaringen) zijn ongegrond verklaard. Aan accountant A is een waarschuwing opgelegd en aan accountant B een berisping. Zowel de accountants als de curatoren hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van de Accountantskamer.
Bij brief van hun advocaat van 25 september 2019 hebben de curatoren aan (beide controlerend accountants van) KPMG verzocht of zij bereid waren alsnog de gevraagde documentatie met betrekking tot de door de accountants uitgevoerde jaarrekeningencontroles aan de curatoren ter beschikking te stellen. Bij dit verzoek is de eerder toegezonden vragenlijst meegestuurd met daarin een enkele wijzing ten opzichte van de in juni 2017 toegezonden lijst. In de brief stuiten de curatoren voorts de verjaring van alle vorderingen van PaperlinX jegens – kort gezegd – KPMG.
In een brief van haar advocaat van 4 oktober 2019 heeft KPMG op dit verzoek onder meer als volgt gereageerd:
- -
-
de gegrondbevinding door de Accountantskamer van de klacht brengt geen zelfstandige verplichting met zich om alsnog mee te werken aan het faillissementsonderzoek;
- -
-
KPMG is het op dit punt met de beslissing van de Accountantskamer niet eens;
- -
-
u stelt KPMG (opnieuw) enige vragen over de oorzaken van het faillissement van PaperlinX, terwijl de curatoren daar – met behulp van [naam bureau] – zelf reeds uitvoerig onderzoek naar hebben gedaan; u licht evenwel niet toe tot welke bevindingen dit onderzoek heeft geleid;
- -
-
KPMG zal uw verzoek opnieuw in overweging nemen, zorgvuldigheidshalve zal zij zich ter zake vooraleerst verstaan met de curatoren Netherlands/Holdings, aangezien er nog altijd indicaties zijn dat mogelijk sprake is van tegenstrijdige belangen tussen de curatoren enerzijds en de curatoren Netherlands/Holdings anderzijds;
- -
-
afhankelijk van de uitkomsten van dat contact en uw nadere toelichting ten aanzien van bovenvermelde punten zouden wij weer contact kunnen hebben over eventuele nadere informatieverstrekking.
Bij brief van 29 oktober 2019 heeft de advocaat van KPMG bericht dat KPMG het verzoek opnieuw inhoudelijk heeft afgewogen en tot de volgende reactie komt:
- de curatoren Netherlands/Holdings ontheffen KPMG in dit kader van haar geheimhoudingsplicht;
- continuïteitsanalyse en cash pool: de door de accountants op dit punt verstrekte toelichting en onderbouwingen voorzien in de beantwoording van de door de curatoren gestelde vragen; zie r.o. 4.10.1 respectievelijk 4.12 van de uitspraak van de Accountantskamer, die de desbetreffende klachtonderdelen ongegrond heeft verklaard; niet duidelijk is wat de curatoren nu nog meer willen weten en waarom;
- securitisatie: hoewel KPMG het niet eens is met de Accountantskamer dat KPMG op dit punt onvoldoende controledocumentatie zou hebben verstrekt, verstrekt zij in deze brief alsnog aanvullende informatie en toelichting, met bijvoeging van drie documenten uit 2010; daarmee zijn de resterende vragen/onduidelijkheden geadresseerd;
- oorzaken faillissement: verwezen wordt naar de – in de brief letterlijk herhaalde – punten 2.24 tot en met 2.30 van het verweerschrift van de accountants in de procedure bij de Accountantskamer; de vragen van de curatoren zijn daarmee afdoende beantwoord;
- slotsom: KPMG vertrouwt erop de curatoren hiermee (onverplicht) naar tevredenheid van nadere toelichtingen en onderbouwingen te hebben voorzien.
De curatoren hebben hier geen genoegen mee genomen en dit kort geding aangekondigd.
Voor zover bekend is er nog geen zittingsdatum bepaald in de tuchtzaak in hoger beroep.