Home

Rechtbank Amsterdam, 05-02-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:555, C/13/665580 / HA ZA 19-466

Rechtbank Amsterdam, 05-02-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:555, C/13/665580 / HA ZA 19-466

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
5 februari 2020
Datum publicatie
10 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:555
Zaaknummer
C/13/665580 / HA ZA 19-466

Inhoudsindicatie

Steinhoff N.V. is een aan de beurs van Frankfurt en Johannesburg genoteerde vennootschap. In beide zaken gaat het om de aansprakelijkheid van Steinhoff N.V. en haar bestuurders jegens de aandeelhouders voor het verstrekken van onjuiste financiële informatie.

De rechtbank houdt met betrekking tot Steinhoff N.V. de behandeling van de zaak aan, omdat al eerder in Duitsland een procedure is begonnen over hetzelfde onderwerp, de zogenaamde KapMug- procedure. Of ook de in Zuid Afrika gestarte class action procedure reden zou kunnen zijn om de Nederlandse procedure aan te houden behoeft daarom nog niet te worden beslist.

Met betrekking tot de aansprakelijkheid van de bestuurders en commissarissen kan de rechtbank alleen bevoegd zijn als wordt aangenomen dat de gevolgen van de hen verweten onrechtmatige daden in Nederland zijn ingetreden. Over de vraag op welke plaats beleggers in zaken als deze schade lijden bestaat nog onduidelijkheid. De Hoge Raad heeft daarover in de zaak van de VEB tegen BP vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank houdt nu de zaken tegen de bestuurders van Steinhoff N.V. aan in afwachting van de uitspraak van het Europese Hof.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/665580 / HA ZA 19-466

Vonnis in incidenten van 5 februari 2020

in de zaak van

1 CALIFORNIA PUBLIC EMPLOYEES’ RETIREMENT SYSTEM,

2. TEACHER RETIREMENT SYSTEM OF TEXAS,

3. UTAH RETIREMENT SYSTEMS,

4. WASHINGTON STATE INVESTMENT BOARD,

5. NEW YORK STATE TEACHERS’ RETIREMENT SYSTEM,

6. NEW YORK CITY EMPLOYEES’ RETIREMENT SYSTEM,

7. NEW YORK CITY FIRE DEPARTMENT PENSION FUND, subchapter two,

8. POLICE PENSION FUND,

9. TEACHERS’ RETIREMENT SYSTEM,

10. BOARD OF EDUCATION RETIREMENT SYSTEM OF THE CITY OF NEW YORK,

11. VIRGINIA RETIREMENT SYSTEM,

12. PUBLIC SECTOR PENSION INVESTMENT BOARD,

13. CANADA PENSION PLAN INVESTMENT BOARD,

14. BRITISH COLUMBIA INVESTMENT MANAGEMENT CORPORATION,

15. ALBERTA INVESTMENT MANAGEMENT CORPORATION,

16. CAISSE DE DÉPÔT ET PLACEMENT DU QUÉBEC,

17. MUNICIPAL GRATUITY FUND,

18. DPAM EQUITIES L,

19. SELECT EQUITIES,

20. DEUTSCHE ASSET MANAGEMENT SA,

21. DWS INVEST,

22. XTRACKERS,

23. XTRACKERS (IE) PUBLIC LIMITED COMPANY,

24. DWS INVESTMENT GMBH,

25. TRUSTEES OF THE MINEWORKERS’ PENSION SCHEME LIMITED,

26. COAL STAFF SUPERANNUATION SCHEME TRUSTEES LIMITED,

27. NEW YORK STATE COMMON RETIREMENT FUND,

28. SHELL PENSIONS TRUST LIMITED,

29. SHELL TRUST (BERMUDA) LIMITED,

30. SHELL FOUNDATION,

31. STICHTING SHELL PENSIOENFONDS,

32. THE INTERNATIONAL BANK FOR RECONSTRUCTION AND DEVELOPMENT,

33. MUNICIPAL EMPLOYEES PENSION FUND,

34. ENGINEERING INDUSTRIES PENSION FUND,

35. METAL INDUSTRIES PROVIDENT FUND,

36. THE LEATHER INDUSTRY PROVIDENT FUND,

37. MUNICIPAL WORKERS’ RETIREMENT FUND,

38. CHEMICAL INDUSTRIES NATIONAL PROVIDENT FUND,

39. ESCAP SOC LIMITED,

40. TELKOM RETIREMENT FUND,

41. MOTOR INDUSTRY PROVIDENT FUND,

42. AUTO WORKERS PROVIDENT FUND,

43. BRIDGING PROVIDENT FUND,

44. SOUTH AFRICAN POLICE SERVICE MEDICAL SCHEME,

45. SYGNIA LIFE LIMITED,

46. THE STANDARD BANK OF SOUTH AFRICA LIMITED, optredend als trustee voor Sygnia Collective Investment RF,

47. THE STANDARD BANK OF SOUTH AFRICA LIMITED, optredend als trustee voor Sygnia Itrix Collective Investment Scheme,

48. AMPLATS GROUP PROVIDENT FUND,

49. MAFIKENG CITY COUNCIL PENSION FUND,

50. KZN MUNICIPAL PENSION FUND,

51. STEYN CAPITAL SPC,

52. C+F SA,

53. UNIVERSAL INVEST,

54. THE STATE OF CONNECTICUT,

55. SCHWAB STRATEGIC TRUST,

56. [eiser sub. 56],

57. BLUE OCEAN STEYN CAPITAL SA LARGE CAP,

58. CUMBRIA COUNTY COUNCIL,

59. [eiser sub. 59 a] , [eiser sub. 59 b] , [eiser sub. 59 c] , [eiser sub. 59 d] , [eiser sub. 59 e] en [eiser sub. 59 f]

60. LACM EMERGING MARKETS FUND L.P.,

61. LACM EMII L.P.,

62. MASAKHANE PROVIDENT FUND,

63. NATIONAL HOME BUILDERS REGISTRATION COUNCIL PROVIDENT FUND,

64. NEDBANK LIMITED, optredend als trustee van Prescient Unit Trust Scheme, met betrekking tot portfolio no. 1807 Mergence Equity Prescient Fund and portfolio no. 2295 Mergence CPI +4% Prescient Fund,

65. NEDBANK LIMITED, optredend als trustee van Prescient Unit Trust Scheme, met betrekking tot portfolio no. 3784 Steyn Capital Equity Prescient Fund,

66. FIRSTRAND BANK LIMITED, optredend als trustee van SNN Retail Hedge Fund Scheme, met betrekking tot portfolio no. 3552 Steyn Capital SNN Retail Hedge Fund,

67. FIRSTRAND BANK LIMITED, optredend als trustee van RCIS Retail Hedge Fund, met betrekking tot portfolio no. 3719 RCIS Diversified Equity Fund,

68. ALLIANZ GLOBAL INVESTORS GMBH,

69. ALEXANDER FORBES INVESTMENTS,

70. PRESCIENT LIFE LIMITED,

71. THE REGENTS OF THE UNIVERSITY OF CALIFORNIA,

72. STATE STREET BANK AND TRUST COMPANY, optredend als trustee van GMAM Group Pension Trust II,

73. STATE STREET BANK AND TRUST COMPANY, optredend als trustee van GMAM Investment Funds Trust,

74. STATE STREET BANK AND TRUST COMPANY CANADA,

75. THE LOS ANGELES CITY EMPLOYEES’ RETIREMENT SYSTEM,

76. FIDELITY INSTITUTIONAL FUNDS,

77. FIDELITY INVESTMENT FUNDS,

78. FIDELITY FUNDS,

79. FIDELITY ACTIVE STRATEGY,

80. CAPFI DELEN ASSET MANAGEMENT SA,

81. NORGES BANK,

82. MEAG MUNICH ERGO KAPITALANLAGE,

83. KOOKMIN BANK,

84. HSBC INSTITUTIONAL TRUST SERVICES (ASIA) LIMITED,

waarvan de rechtsvorm en vestigingsplaats dan wel woonplaats is vermeld in de dagvaarding,

eisers in de hoofdzaak, verweerders in de incidenten strekkende tot onbevoegdheid, althans aanhouding, en tot (voorwaardelijke) oproeping in vrijwaring,

hierna gezamenlijk te noemen: California PERS c.s.,

advocaat mr. K. Rutten te Utrecht,

tegen

1. de naamloze vennootschap

STEINHOFF INTERNATIONAL HOLDINGS N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident strekkende tot onbevoegdheid, althans aanhouding, en het incident tot oproeping in vrijwaring,

hierna te noemen: Steinhoff N.V.,

advocaat mr. D.A.M.H.W. Strik te Amsterdam,

2. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats] (Zuid-Afrika),

gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident strekkende tot onbevoegdheid, althans aanhouding, en in het incident strekkende tot (voorwaardelijke) oproeping in vrijwaring,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,

advocaat mr. Y. Borrius te Amsterdam,

3. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] (Zuid-Afrika),

gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident strekkende tot onbevoegdheid, openstelling tussentijds hoger beroep en uitlating toepasselijk recht,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

advocaat mr. M. Holtzer te Amsterdam, voor de zaken tegen eisers in de hoofdzaak 1 en 3 tot en met 84, en mr. J.P. de Korte te Amsterdam, voor de zaak tegen eiseres in de hoofdzaak 2,

4. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] (Zuid-Afrika),

gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident strekkende tot onbevoegdheid, althans aanhouding, en in het incident strekkende tot (voorwaardelijke) oproeping in vrijwaring,

hierna te noemen: [gedaagde 3] ,

advocaat mr. M.P.P. van Buuren te Amsterdam.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 22 januari 2019, met producties;

-

de incidentele conclusie van Steinhoff N.V., strekkende tot onbevoegdheid, aanhouding, oproeping in vrijwaring en uitlating toepasselijk recht, met producties;

-

de incidentele conclusie van [gedaagde 1] , strekkende tot onbevoegdheid, aanhouding, openstelling tussentijds hoger beroep en uitlating toepasselijk recht, met producties;

-

de incidentele conclusie van [gedaagde 1] , strekkende tot (voorwaardelijke) oproeping in vrijwaring;

-

de incidentele conclusie van [gedaagde 2] , strekkende tot onbevoegdheid, openstelling tussentijds hoger beroep en uitlating toepasselijk recht;

-

de incidentele conclusie van [gedaagde 3] , strekkende tot onbevoegdheid aanhouding, openstelling tussentijds hoger beroep en uitlating toepasselijk recht;

-

de incidentele conclusie van [gedaagde 3] , strekkende tot (voorwaardelijke) oproeping in vrijwaring, met producties;

-

de conclusie van antwoord van California PERS c.s. in de incidenten, met producties;

-

de akte overlegging producties van Steinhoff N.V., met producties;

-

het proces-verbaal van pleidooi in de incidenten, gehouden op 5 december 2019, met de daarin genoemde pleitnotities;

-

de reacties van California PERS c.s. en [gedaagde 1] van 17 december 2019 en van [gedaagde 2] van 19 december 2019 op het proces-verbaal.

2 De feiten voor zover van belang in de incidenten

2.1.

De Steinhoff-groep is een woonwinkelketen met meer dan 12.000 filialen in meer dan 30 landen en met ongeveer 120.000 werknemers in dienst. De Steinhoff-groep is in 1964 opgericht in Duitsland. Het hoofdkantoor is in 1998 verplaatst naar Stellenbosch.

2.2.

De Steinhoff-groep hing aanvankelijk onder de Zuid-Afrikaanse rechtspersoon Steinhoff International Holdings Ltd. (hierna: Steinhoff Ltd) met een notering aan de aandelenbeurs in Johannesburg. Na een herstructurering in 2015 zijn de aandeelhouders van Steinhoff Ltd aandeelhouder geworden van de Nederlandse rechtspersoon Steinhoff N.V., de nieuwe topholding van de Steinhoff-groep. Deze aandelen kregen een primaire notering aan de aandelenbeurs in Frankfurt en een secundaire notering aan de aandelenbeurs in Johannesburg.

2.3.

Voor de verwerving van de aandelen in Steinhoff Ltd en de notering aan de aandelenbeurzen in Frankfurt en Johannesburg heeft Steinhoff N.V. op respectievelijk 7 augustus 2015 en 19 november 2015 twee prospectussen uitgegeven, in de stukken aangeduid als de Prospectussen.

2.4.

California PERS c.s. vertegenwoordigen als groep van institutionele en professionele beleggers gezamenlijk naar eigen schatting ongeveer 10% van het aandelenkapitaal van de Steinhoff-groep. Deze aandelen zijn gekocht tussen 7 december 2015 en 5 december 2017 op de aandelenbeurzen in Frankfurt en Johannesburg. Deze beleggers zijn gevestigd of woonachtig in Zuid-Afrika, de Verenigde Staten van Amerika, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Duitsland, België, Ierland, Bermuda, de Kaaimaneilanden, Noorwegen, Zuid-Korea, China en Nederland.

2.5.

[gedaagde 1] is sinds 1988 betrokken bij de Steinhoff-groep. Sinds 2000 was hij [functie] van Steinhoff Ltd en sinds 2013 was hij [functie] van de Steinhoff-groep. Vanaf 30 november 2015 tot 5 december 2017 was hij [functie] van Steinhoff N.V.

2.6.

[gedaagde 3] is sinds 2003 betrokken bij de Steinhoff-groep, onder meer sinds 2013 als [functie] . Hij is van 30 november 2015 tot 5 januari 2018 [functie] geweest van Steinhoff N.V. Op 30 januari 2018 heeft hij een arbeidsovereenkomst gesloten met Steinhoff Africa Holdings (Proprietary) Ltd. Deze overeenkomst heeft hij in juli 2018 tegen eind september 2018 opgezegd, waarna hij in augustus 2018 is geschorst.

2.7.

Naast [gedaagde 1] en [gedaagde 3] was [betrokkene] [functie] ( [functie] ) van Steinhoff N.V.

2.8.

[gedaagde 2] is sinds 2013 als [functie] betrokken geraakt bij de Steinhoff-groep. Hij is van 30 november 2015 tot en met 13 december 2017 lid van de raad van commissarissen van Steinhoff N.V. geweest waarvan vanaf mei 2016 als [functie] . [gedaagde 2] is daarnaast sinds 2011 [hoedanigheid] en sinds 2015 (indirect) [hoedanigheid] van Steinhoff Ltd. Op 26 april 2018 zijn investeringsvehikels van [gedaagde 2] juridische procedures gestart tegen de Steinhoff-groep in Zuid-Afrika.

De boekhoudkundige onregelmatigheden binnen de Steinhoff-groep

2.9.

Steinhoff N.V. heeft op 6 december 2017 door middel van een persbericht het volgende bekend gemaakt, waarna de koers van het aandeel Steinhoff N.V. in enkele dagen zeer fors is gedaald:

The Supervisory Board of Steinhoff wishes to advise shareholders that new information has come to light today which relates to accounting irregularities requiring further investigation. The Supervisory Board, in consultation with the statutory auditors of the Company, has approached PWC to perform an independent investigation.

[gedaagde 1] , [functie] of Steinhoff has today tendered his resignation with immediate effect and the Board has accepted the resignation.

Steinhoff will update the market as the aforesaid investigation proceeds. The Company will publish the audited 2017 consolidated financial statements when it is in a position to do so. In addition, the Company will determine whether any prior years’ financial statements will need to be restated.

The Supervisory Board has today appointed its Chairman, [gedaagde 2] , as [functie] ( [functie] ) on an interim basis. (...)

Shareholders and other investors in Steinhoff are advised to exercise caution when dealing in the securities of the Group.

2.10.

Op 13 december 2017 heeft Steinhoff N.V. bekend gemaakt dat haar jaarrekening over 2016 moet worden aangepast en dat daarop niet langer kan worden vertrouwd. Op diezelfde dag heeft Deloitte Accountants B.V., de externe accountant van Steinhoff N.V., haar goedkeurende verklaring ingetrokken.

2.11.

Op 2 januari 2018 heeft Steinhoff N.V. bekend gemaakt dat de jaarrekening over 2015 van Steinhoff Ltd (en mogelijk de jaarrekeningen van Steinhoff Ltd voorafgaand aan 2015) moet worden aangepast en dat daarop niet langer kan worden vertrouwd.

2.12.

In het halfjaarverslag over de eerste helft van het boekjaar 2018 heeft Steinhoff N.V. meegedeeld dat haar totale vermogenspositie als gevolg van noodzakelijke wijzigingen (restatements) met 65,8% afneemt van € 16,7 miljard naar € 5,6 miljard.

2.13.

Op 15 maart 2019 heeft Steinhoff N.V. een overzicht gegeven van de onderzoeksresultaten van PwC (Overview of forensic investigation). Het PwC-rapport bevat beslaat volgens het persbericht in totaal meer dan 3.000 pagina’s met 4.000 pagina’s aan bijlagen.

Procedures tegen de Steinhoff-groep (voor zover van belang in de incidenten)

2.14.

Op 19 december 2017 heeft de particuliere belegger [belanghebbende 1] bij het Landgericht Frankfurt am Main (hierna: het Landgericht) een vordering ingesteld tegen Steinhoff N.V. tot betaling van schadevergoeding als gevolg van de koersdaling van de Steinhoff-aandelen. In die procedure is ook een verzoek gedaan tot het instellen van een procedure op grond van de Gesetz über Musterverfahren in kapitalmarktrechtlichen Streitigkeiten (ook wel Kapitalanleger-Musterverfahrensgesetz, hierna: KapMuG). Als het Landgericht beslist dat het in deze en minimaal negen vergelijkbare procedures gewenst is dat een modeluitspraak wordt gewezen, verwijst zij één van de procedures naar het Oberlandesgericht voor de beantwoording van de door het Landgericht geformuleerde gemeenschappelijke rechtsvragen.

2.15.

Tot 22 januari 2019 zijn er door particuliere beleggers 38 procedures met een gelijksoortige strekking aanhangig gemaakt. Op 23 oktober 2018 heeft het Landgericht een deel van de door Keiner verzochte verklaringen voor recht ontvankelijk verklaard en publicatie van het KapMuG-verzoek bevolen in de Bundesanzeiger. Deze publicatie vond plaats op 29 oktober 2018. Per deze datum is de procedure van Keiner op grond van artikel 5 KapMuG geschorst in afwachting van een eventuele verwijzing naar het Oberlandesgericht. Na 29 oktober 2018 zijn er nog meer procedures met een gelijksoortige strekking aanhangig gemaakt.

2.16.

Op 16 mei 2019 heeft het Landgericht besloten de procedure van [belanghebbende 1] te verwijzen naar het Oberlandesgericht voor een modeluitspraak. Het Landgericht schorst op grond van artikel 8, eerste lid, KapMuG ambtshalve alle procedures die ten tijde van de KapMuG-procedure aanhangig zijn of worden gemaakt in afwachting van de bindende uitkomst van deze procedure. Van de inmiddels 62 aanhangige procedures zijn er 9 niet geschorst. In deze niet-geschorste procedures moet Steinhoff N.V. van antwoord dienen, waarna zal worden beslist of de zaken alsnog moeten worden geschorst. De KapMuG-procedure is sinds 4 december 2019 op eenstemmig verzoek van partijen aangehouden vanwege schikkingsonderhandelingen.

2.17.

Bij dagvaarding van 2 februari 2018 is de Vereniging van Effectenbezitters (hierna: VEB) op grond van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een collectieve actie gestart tegen Steinhoff N.V. voor de rechtbank Amsterdam. De vorderingen van VEB in die procedure zijn vergelijkbaar met de gevorderde verklaringen voor recht in deze procedure.

2.18.

In het vonnis van 26 september 2018 heeft de rechtbank de incidentele vorderingen van Steinhoff N.V. strekkende tot onbevoegdheid, aanhouding en niet-ontvankelijkheid afgewezen. De incidentele vordering van Steinhoff N.V. strekkende tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde 1] is toegewezen, waarbij de hoofdzaak en de vrijwaringszaak niet zijn gevoegd. De rechtbank heeft de hoofdzaak verwezen naar de rol voor een conclusie van antwoord van Steinhoff N.V.1

2.19.

Op 8 augustus 2018 heeft de particuliere aandeelhouder [belanghebbende 2] een verzoek tot het geven van een certification order ingediend bij de High Court in Johannesburg tegen 42 wederpartijen (respondents), waaronder de gedaagden in de hoofdzaak in deze procedure.

2.20.

[belanghebbende 2] verzoekt in deze procedure dat bepaalde groepen beleggers in Steinhoff-aandelen worden gecertificeerd als class. Op grond van deze certificering kan zij namens deze groepen middels een dagvaarding (issue of summons) een collectieve actie (class action) instellen tegen de wederpartijen. De High Court heeft nog niet beslist over het verzoek tot certificering.

3 De vordering in de hoofdzaak

4 De vorderingen in de incidenten

5 De beoordeling

6 De beslissing