Rechtbank Amsterdam, 09-10-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5801, AWB 19/4286
Rechtbank Amsterdam, 09-10-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5801, AWB 19/4286
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2020
- Datum publicatie
- 3 december 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:5801
- Zaaknummer
- AWB 19/4286
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Voldoening op aangifte via app. Artikel 234 van de Gemeentewet staat op de zogenaamde 'zwarte lijst' bij de Awb. Tegen de beslissing om geen restitutie van parkeergeld te verlenen staat geen bezwaar of beroep open. Beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/4286
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder (hierna: de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: [naam] ).
Procesverloop
Op 7 juli 2019 heeft [eiser] verzocht om restitutie van te veel betaald parkeergeld.
Met een brief van 31 juli 2019 heeft de heffingsambtenaar het verzoek van [eiser] afgewezen.
[eiser] heeft tegen de brief van 31 juli 2019 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
In verband met de maatregelen die zijn getroffen vanwege de uitbraak van het coronavirus zijn partijen in de gelegenheid gesteld om een via Skype-verbinding gehouden zitting bij te wonen. Deze zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2020. [eiser] is verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Op 5 juli 2019 heeft [eiser] door middel van een parkeerapp op zijn mobiele telefoon aangifte parkeerbelasting gedaan. Op 7 juli 2019 heeft [eiser] om restitutie verzocht van te veel betaald parkeergeld. Volgens [eiser] was er een storing in de parkeerapp waar hij pas de volgende dag achter is gekomen. Met een brief van 31 juli 2019 heeft de heffingsambtenaar het verzoek van [eiser] afgewezen. Volgens de heffingsambtenaar dient [eiser] zich te richten tot de provider van de parkeerapp.
2. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de brief van 31 juli 2019 is aan te merken als een besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat.
3. De rechtbank stelt vast dat [eiser] aangifte parkeerbelasting heeft gedaan door de parkeerapp op zijn mobiele telefoon aan te zetten. Met het aanzetten van deze app heeft [eiser] tegelijkertijd de voldoening van de parkeerbelasting geregeld. Naar het oordeel van de rechtbank is met het gebruik van de parkeerapp voor verschuldigde parkeerbelasting sprake van voldoening op aangifte, zoals bedoeld in artikel 234, tweede lid, onder a, van de Gemeentewet. Het aanzetten van een parkeerapp valt onder het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat. Voornoemd artikel van de Gemeentewet staat op de zogenaamde ‘zwarte lijst’ bij de Algemene wet bestuursrecht.1 Dit betekent dat tegen de beslissing om geen restitutie van parkeergeld te verlenen geen bezwaar of beroep openstaat.
4. Weliswaar staat in de brief van 31 juli 2019 de passage: “Op 7 juli 2019 ontvingen wij uw bezwaarschrift tegen een parkeerbon (naheffingsaanslag parkeerbelasting). In deze brief vindt u de beslissing op uw bezwaarschrift en hoe wij dit hebben besloten.”, maar dit maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat sprake is van een voor bezwaar of beroep vatbaar besluit.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
6. Omdat [eiser] door de formulering van de brief van 31 juli 2019 op het verkeerde been is gezet, ziet de rechtbank aanleiding de heffingsambtenaar op te dragen het door [eiser] betaalde griffierecht te vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- -
-
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- -
-
draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 47,- aan [eiser] te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van mr.I.N. van Soest, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: