Rechtbank Amsterdam, 01-12-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6245, C/13/691716 / KG ZA 20-957
Rechtbank Amsterdam, 01-12-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6245, C/13/691716 / KG ZA 20-957
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 december 2020
- Datum publicatie
- 4 januari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:6245
- Zaaknummer
- C/13/691716 / KG ZA 20-957
Inhoudsindicatie
KG O.g.v. algemene beleidswijziging heeft ING de relatie met een trustkantoor opgezegd. Omdat in kort geding geen principieel oordeel kan worden gegeven over de vraag of dit mag wordt de opzegging opgeschort totdat in de bodemprocedure een vonnis is gewezen.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/691716 / KG ZA 20-957 HH/MV
Vonnis in kort geding van 1 december 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CIS MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres bij dagvaarding van 30 oktober 2020,
advocaat mr. M. Goorts te Eindhoven,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. R.P. Raas te Amsterdam.
Partijen zullen hierna CIS en ING worden genoemd.
1 De procedure
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 17 november 2020 heeft CIS de dagvaarding toegelicht. ING heeft verweer gevoerd.Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van CIS: [medewerker CIS] met mr. Goorts;
aan de zijde van ING: [medewerker ING] met mr. Raas en zijn kantoorgenoot mr. T.R.B. de Greve.[naam informant] van de Nederlandse Vereniging van Trustkantoren was als belangstellende aanwezig en is als informant gehoord. Na verder debat is vonnis bepaald op 1 december 2020.
2 De feiten
CIS is een trustkantoor dat sinds 22 oktober 2013 beschikt over een vergunning op grond van (thans) de Wet toezicht trustkantoren 2018 van De Nederlandsche Bank (DNB).
Sinds 2011 houdt CIS bij ING drie bankrekeningen aan, een Eurorekening, een Amerikaanse dollarrekening en een zakelijke spaarrekening. Sinds 2017 houdt CIS ook een Russische roebelrekening aan bij ING. Op de relatie tussen CIS en ING zijn de Algemene Bankvoorwaarden en de Voorwaarden Zakelijke Rekening van toepassing.
Bij brief van 12 december 2019 heeft ING CIS kort gezegd medegedeeld dat zij na een zorgvuldige afweging van alle belangen besloten heeft de relaties met trustkantoren te beëindigen. Achtergrond hiervoor is “dat hier voor de bank inherent hogere operationele, juridische en reputationele risico’s aan verbonden zijn dan aan bancaire dienstverlening aan bedrijven uit andere sectoren.” De relatie met CIS wordt, aldus de brief, op grond van artikel 7.3 van de Voorwaarden Zakelijke Rekening en op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden per 1 juni 2020 beëindigd.
ING heeft de brief van 12 december 2019 verzonden naar het oude adres van CIS aan de [adres 1] te [plaats] . CIS is in december 2017 van dit adres is verhuisd naar het adres [adres 2] te [plaats] , van welke adreswijziging ING in kennis is gesteld. CIS stelt de brief niet ontvangen te hebben.
Bij brief van 10 april 2020 heeft ING CIS kort gezegd medegedeeld dat beëindiging van de bankrelatie, zoals aangekondigd bij brief van 12 december 2020, vanwege de impact die de Coronacrisis mogelijk heeft op CIS met drie maanden, dus tot 1 oktober 2020, zal worden uitgesteld. ING heeft deze brief wel naar het juiste adres ( [adres 2] ) gestuurd. Desalniettemin zegt CIS deze brief niet te hebben ontvangen.
Op 13 oktober 2020 ontdekte CIS dat haar bankrekeningen op 7 oktober 2020 waren geblokkeerd. Nadat CIS hierover navraag deed bij ING zijn haar kopieën van de brieven van 12 december 2019 en 10 april 2020 toegestuurd.
Bij brief van 14 oktober 2020 heeft de raadsman van CIS ING gesommeerd de dienstverlening aan CIS voor onbepaalde tijd voort te zetten, althans tot het moment dat CIS nieuwe bankrekeningen heeft kunnen openen bij een respectabele bank in de SEPA-zone, althans tot 1 oktober 2022.
Op 16 oktober 2020 heeft ING bericht om in afwachting van haar definitieve beslissing de Eurorekening van CIS te heropenen.
Op 19 oktober 2020 heeft de raadsman van CIS bericht dat CIS niet akkoord gaat met deze tijdelijke oplossing en is ING een kort geding in het vooruitzicht gesteld. Naar aanleiding hiervan heeft ING toegezegd de Eurorekening tot 1 juni 2021 geopend te houden.
Bij brief van 27 oktober 2020 heeft de raadsman van ING toegezegd alle vier de rekeningen te heropenen en geopend te houden tot 1 juli 2021 en deze termijn met drie maanden te verlengen (dus tot 1 oktober 2021) indien CIS kan aantonen dat zij naar beste kunnen heeft geprobeerd elders een bankrekening te openen. Bij brief van 2 november 2020 heeft de raadsman van CIS dit van de hand gewezen.
3 Het geschil
CIS vordert het volgende: I. primair ING op straffe van dwangsommen te gebieden de dienstverlening aan CIS onder dezelfde voorwaarden als golden tot 1 oktober 2020 voor onbepaalde tijd voort te zetten; II. subsidiair ING op straffe van dwangsommen te gebieden de dienstverlening aan CIS onder dezelfde voorwaarden als golden tot 1 oktober 2020 voort te zetten totdat CIS een nieuwe bankrekening heeft geopend bij een respectabele bank in de SEPA-zone; III. meer subsidiair ING op straffe van dwangsommen te gebieden de dienstverlening aan CIS onder dezelfde voorwaarden als golden tot 1 oktober 2020 tot 1 oktober 2022 voort te zetten; IV. met veroordeling van ING in de kosten van dit geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
CIS stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat zij ondanks de toezegging van ING de rekeningen tot 1 juni 2021, tot 1 juli 2021 of tot 1 oktober 2021 geopend te houden een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen. In geen geval kan CIS voor een van deze data een vonnis in de bodemprocedure verkrijgen. Het hebben van een bankrekening is voor CIS, net als voor elke onderneming, van levensbelang. Weliswaar volgt uit de artikelen 7.3 van de Voorwaarden Zakelijke Rekening en 35 van de Algemene Bankvoorwaarden dat ING de relatie met inachtneming van een termijn kan beëindigen, maar daarbij dient ING haar zorgplicht (opgenomen in artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden) in acht te nemen. Het beëindigen van een bancaire relatie kan daarnaast naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn als bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW. Op grond van een aantal in de dagvaarding opgesomde omstandigheden is CIS van mening dat ING, die een essentiële rol vervult in het financiële systeem, in dit geval de relatie niet mag beëindigen. CIS heeft een brandschone reputatie, komt al haar (wettelijke) verplichtingen na en ontplooit enkel legale activiteiten. Na onderzoek in 2011 en in 2017 is CIS door ING als klant geaccepteerd. ING heeft thans geen specifieke omstandigheden aangevoerd die betrekking hebben op CIS. De opzegging door ING is enkel gebaseerd op een algemene beleidswijziging om geen zaken meer te willen doen met trustkantoren. Er is geen individuele risicoanalyse met betrekking tot CIS gemaakt. CIS heeft inmiddels tal van andere banken gepolst of zij daar een rekening kan openen, maar kreeg steeds nul op het rekest. De bewijzen hiervan heeft zij in het geding gebracht. Ook is van belang dat CIS herhaaldelijk heeft toegezegd redelijke additionele kosten die ING mogelijk maakt te dragen.
ING heeft – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat haar zorgplicht niet inhoudt dat zij een (eeuwigdurende) contracteerplicht heeft, afstand van haar opzeggingsbevoegdheid zou moeten doen, of dat zij zich niet zou mogen aanpassen aan veranderende normen, risico’s en visies in de maatschappij, bijvoorbeeld ten aanzien van het voorkomen van witwassen. CIS heeft zich daarentegen niet zorgvuldig opgesteld, door niet adequaat te reageren op de brieven van ING van 12 december 2019 en 10 april 2020 (zie 2.4 en 2.5) en door geen serieuze pogingen te doen om elders een nieuwe bankrekening te openen. Nederland kent immers tientallen banken en ruim 600 buitenlandse banken hebben zich bij DNB geregistreerd en zijn actief in Nederland. Binnen de zeer ruime termijn die ING bij de opzegging in acht heeft genomen (van 12 december 2019 tot 1 oktober 2021) moet het CIS dus lukken een andere bank te vinden, zodat zij geen spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen in dit kort geding. ING heeft de relatie met CIS niet zomaar opgezegd. Zij is daartoe genoodzaakt door de steeds strenger wordende wetgeving en hoge maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van het tegengaan van witwassen en belastingontduiking en het verhullen van eigendomsstructuren. De trustsector kent in dit verband grote integriteitsrisico’s. Deze sector is in het verleden aan minder strenge customer due diligence onderzoeken onderworpen dan thans gewenst. Om tot opzegging van de bankrelatie te mogen overgaan, is niet vereist dat zich bij CIS daadwerkelijke onregelmatigheden hebben voorgedaan. De risico’s die ING loopt, staan bovendien in geen enkele verhouding tot de tarieven die zij ontvangt voor het aanhouden van een betaalrekening.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.