Home

Rechtbank Amsterdam, 15-01-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:802, C/13/652607 / HA ZA 18-829

Rechtbank Amsterdam, 15-01-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:802, C/13/652607 / HA ZA 18-829

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15 januari 2020
Datum publicatie
21 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:802
Zaaknummer
C/13/652607 / HA ZA 18-829

Inhoudsindicatie

Collectieve actie. Beding op grond waarvan de consument bij vervroegde aflossing van een hypothecaire lening een vergoeding verschuldigd is, niet onredelijk bezwarend geacht bij leningen van vóór 14 juli 2016.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/652607 / HA ZA 18-829

Vonnis van 15 januari 2020

in de zaak van

1. de vereniging

CONSUMENTENBOND,

gevestigd te Den Haag,

2. de vereniging

VERENIGING EIGEN HUIS,

gevestigd te Amersfoort,

eiseressen,

advocaat mr. F. Dijkslag te Amersfoort,

tegen

naamloze vennootschap

NATIONALE-NEDERLANDEN BANK N.V.

(voorheen: Amstelhuys N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. A.J. Haasjes te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Consumentenbond, VEH en NNB genoemd worden. Eiseressen worden gezamenlijk Consumentenbond c.s. genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 12 juni 2019

-

het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Consumentenbond en VEH zijn verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid.

2.2.

De statuten van de Consumentenbond houden onder meer het volgende in:

Artikel 3

De bond stelt zich ten doel als onafhankelijke organisatie, zonder binding met enige politieke of levensbeschouwelijke stroming of organisatie, de belangen van de consumenten in het algemeen en van de leden van de bond in het bijzonder in Nederland - en voor zover mogelijk en zo nodig daarbuiten - te behartigen. Teneinde de belangen van consumenten te beschermen kan de bond zelf, dan wel één of meer door de bond op te richten rechtspersonen, onder meer overgaan tot het instellen van een (rechts)vordering(en) als bedoeld in artikel 3:305a lid 1 Burgerlijk Wetboek, artikel 6:240 Burgerlijk Wetboek of de daarvoor in de plaats tredende wettelijke regelingen. De bond streeft daarbij naar een volwaardige economische en sociale positie van de consument ten opzichte van het totstandkomen, distribueren en consumeren van particuliere en collectieve goederen en diensten. De bond houdt bij dit alles onder andere rekening met maatschappelijke gevolgen in ruime zin van particuliere en collectieve consumptie.

2.3.

De statuten van VEH houden onder meer het volgende in:

2.1

De vereniging heeft ten doel het zonder winstoogmerk behartigen van de belangen van haar leden op het gebied van de huidige of toekomstige eigen woning, alles in de ruimste zin.

2.4.

NNB heeft aan consumenten hypothecaire geldleningen verstrekt voor de financiering van de aankoop of verbouwing van woningen. Deze financiële producten werden door NNB onder de volgende namen aangeboden: DL DrieSterrenHypotheek, DL Nieuwbouw Hypotheek, DL Budget Hypotheek, DL VijfSterrenHypotheek en DL Hypotheek (gezamenlijk: DL Hypotheken).

2.5.

In de leningvoorwaarden van ieder van de DL Hypotheken is een regeling opgenomen voor de berekening van de door de consument verschuldigde vergoeding bij enkele vormen van vervroegde aflossing (hierna: de vergoedingsbeding(en)). De leningvoorwaarden van de DL DrieSterrenHypotheek bevatten het volgende vergoedingsbeding (in de versie van 21 maart 2016 is deze bepaling vernummerd tot artikel 14), waarbij NNB nog wordt aangeduid als Amstelhuys:

12 Als u uw lening wilt terugbetalen2

(...)

12.3

Als u meer dan 10% van de lening eerder terugbetaalt, moet u in sommige gevallen kosten betalen. De kosten moet u alleen betalen als de rente die u op dat moment betaalt hoger is dan het rentepercentage dat op het moment van terugbetalen geldt voor eenzelfde soort lening.

Amstelhuys berekent de kosten op de volgende manier:

- Eerst wordt bepaald hoe lang uw rentevastperiode nog duurt;

- Dan neemt Amstelhuys de rente die hoort bij de dichtstbijzijnde kortere rentevastperiode voor nieuwe leningen. Dit wordt de vergelijkingsrente genoemd;

- Daarna berekent Amstelhuys het bedrag dat u met uw rente van dit moment zou hebben betaald tot de datum dat die rente zou veranderen. Amstelhuys trekt daarvan het bedrag af dat u met de vergelijkingsrente zou betalen tot de datum dat uw rente zou veranderen. De contante waarde van het verschil moet u betalen. U betaalt dit bedrag tegelijk met het bedrag dat u eerder terugbetaalt. (...)

2.6.

De vergoedingsbedingen in de DL Nieuwbouw Hypotheek, DL VijfSterrenHypotheek en DL Hypotheek stemmen voor zover van belang voor het onderhavige geschil (ook in de latere versies van de algemene voorwaarden) in grote lijnen overeen met het vergoedingsbeding van de DrieSterrenHypotheek (2.5), te weten dat bij vervroegde aflossing op initiatief van de consument (vervroegde aflossing) een vergoeding verschuldigd kan zijn over het bedrag dat wordt afgelost boven het jaarlijks geldende vergoedingsvrije bedrag.

De verschillen tussen de diverse vergoedingsbedingen kunnen als volgt worden samengevat:

a. Het vergoedingsvrije bedrag is bij de DL VijfSterrenHypotheek en DL Hypotheek vanaf 1 maart 2014 20% van het geleende bedrag en daarvoor (evenals bij de overige DL hypotheken) 10%.

b. De vergoeding bij vervroegde aflossing (die uitsluitend verschuldigd is als de door de consument betaalde rente hoger is dan de rente die op het moment van aflossing geldt voor eenzelfde soort lening) is voor de meeste DL Hypotheken gelijk aan (de contante waarde van) het verschil tussen de door de consument verschuldigde rente gedurende de rentevastperiode (hierna: RVP) en de rente die hoort bij de dichtstbij gelegen kortere RVP voor nieuwe leningen (hierna: de vergelijkingsrente). Voor de DL Budget Hypotheek gold vanaf 1 juli 2013 een afwijkend vergoedingsbeding, inhoudende dat bij vervroegde aflossing een boete verschuldigd is van 3% over het bedrag dat boven het vergoedingsvrije deel (10%) wordt afbetaald. De DL hypotheken (exclusief de DL Budget hypotheek) worden hierna aangeduid als de overige DL hypotheken.

Relevante regelgeving

2.7.

Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Richtlijn 93/13) luidt, voor zover relevant, als volgt:

“Art. 3 lid 1 Een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, wordt als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.”

(...)”

2.8.

Artikel 6:233 aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW):

Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar

a. indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij;

Artikel 6:237 aanhef en onder i BW:

Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijke persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de algemene voorwaarden voorkomend beding

(...)

i. dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekort geschoten, de wederpartij verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het betreft een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst;

2.9.

Na (initieel) overleg tussen hypotheek verstrekkers, het Ministerie van Economische Zaken en De Nederlandsche Bank en na consultatie van Consumentenbond c.s. is in 2000 de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) tot stand gekomen. In de artikelen 8, 9 en 10 van de GHF (versie 2011) is een regeling gegeven voor de vervroegde aflossing van (een gedeelte van) de hoofdsom van een hypothecaire lening. De regeling luidt, voor zover thans van belang als volgt:

9. Extra of vervroegde algehele aflossing

(...)

2. De hypothecair financier zal bij (...) bij vervroegde algehele aflossing van een hypothecaire financiering bij het berekenen van een vergoeding rekening houden met het bedrag dat contractueel door de consument in het jaar van de aflossing vergoedingsvrij afgelost mag worden.

10. Vergoeding bij extra aflossing

(...)

2. Indien de consument ingeval van extra aflossingen op een hypothecaire financiering een vergoeding verschuldigd is, die berekend wordt op basis van de contante waarde van het verschil tussen de door de consument verschuldigde rente en de actuele rente, zal de hypothecair financier in het geval dat de actuele rente hoger is dan de door de consument verschuldigde rente geen vergoeding in rekening brengen.

(...)

3. De methode van berekening van de vergoeding bij extra aflossingen dient door de hypothecair financier in zijn voorwaarden zodanig omschreven te zijn dat de daarin voorkomende variabelen voor de consument controleerbaar zijn.

2.10.

Op 4 februari 2014 hebben het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie Richtlijn 2014/17/EU, ook wel de Richtlijn Hypothecair Krediet 2014 (Richtlijn HK), vastgesteld. In artikel 25 van de Richtlijn HK is onder meer bepaald dat lidstaten aan de uitoefening van de bevoegdheid van de consument tot vervroegde aflossing voorwaarden kunnen stellen. Zij kunnen voorschrijven dat de kredietgever recht heeft op een eerlijke en objectief verantwoorde vergoeding voor mogelijke kosten die rechtstreeks aan de vervroegde aflossing verbonden zijn; de consument kan evenwel geen boete worden opgelegd (artikel 25 lid 3 van de Richtlijn HK). Voorts is bepaald dat de lidstaten de Richtlijn HK uiterlijk op 21 maart 2016 dienen te hebben geïmplementeerd (artikel 42). Volgens artikel 43 is de richtlijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die gesloten zijn vóór 21 maart 2016.

2.11.

Op 14 juli 2016 is in werking getreden de Wet implementatie richtlijn hypothecair krediet. Volgens artikel V bij deze wet heeft de wet eerbiedigende werking ten aanzien van hypothecaire leningen die zijn aangegaan vóór 14 juli 2016. Onderdeel van deze wet is artikel 7:127 lid 3 BW, dat luidt als volgt:

Indien in de kredietovereenkomst is overeengekomen dat de kredietgever in geval van een vervroegde aflossing recht heeft op een vergoeding, is deze vergoeding een eerlijke en objectief verantwoorde vergoeding voor mogelijke kosten die rechtstreeks aan vervroegde aflossing verbonden zijn. De vergoeding mag het door de kredietgever geleden financiële nadeel niet overschrijden. Aan de consument mag geen boete worden opgelegd.

2.12.

Op 20 maart 2017 heeft de Autoriteit Financiële Markten het rapport Vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek, Uitgangspunten berekening van het financiële nadeel (de Leidraad) gepubliceerd. Daarin is gesteld dat de in acht te nemen eisen gelden voor alle vervroegde aflossingen die plaatsvinden vanaf 14 juli 2016, dus ook aflossingen op hypothecaire leningen die zijn aangegaan vóór 14 juli 2016. Voorts is in de Leidraad vermeld dat de visie van de AFM niet de enige manier is om te voldoen aan de norm van artikel 81c van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) en dat het de kredietverlener is “toegestaan om de vergoeding (...) op een andere wijze te berekenen, zolang de aanbieder borgt en kan aantonen dat wordt voldaan aan de norm.”

De Leidraad luidt voor zover hier van belang als volgt: Uitgangspunt 2 Vergelijkingsrente

Voor het bepalen van de vergelijkingsrente gebruikt de aanbieder de contractrente van een hypotheek met een looptijd vergelijkbaar met de resterende RVP. Als de aanbieder geen vergelijkbare looptijd aanbiedt, kiest de aanbieder de hoogst naastgelegen rente (‘naast betere rente’).

(...) Uitgangspunt 4 Contractueel aflossingsschema De afgesproken toekomstige aflossingen van de klant worden meegenomen in de berekening van de vergoeding. Hierbij wordt uitgegaan van het contractuele aflossingsschema op het moment van vervroegd aflossen.

3 Het geschil

3.1.

Consumentenbond c.s. vordert na vermindering van eis en in de bewoordingen van de dagvaarding, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat:

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden DrieSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd DrieSterrenHypotheek per 1 juli 2013),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden DrieSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd DrieSterrenHypotheek per 1 maart 2014),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden DrieSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd DrieSterrenHypotheek per 1 september 2014),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden DrieSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd DrieSterrenHypotheek per 1 maart 2015),

artikel 14 lid 3 van de Leningvoorwaarden DrieSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd DrieSterrenHypotheek per 21 maart 2016),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden Nieuwbouw Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Nieuwbouw Hypotheek per 1 juli 2013),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden Nieuwbouw Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Nieuwbouw Hypotheek per 1 maart 2014),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden Nieuwbouw Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Nieuwbouw Hypotheek per 1 maart 2015),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden Nieuwbouw Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Nieuwbouw Hypotheek per 1 september 2015),

artikel 14 lid 3 van de Leningvoorwaarden Nieuwbouw Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Nieuwbouw Hypotheek per 21 maart 2016),

artikel 11 lid 3 van de Leningvoorwaarden Budget Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Budget Hypotheek per 1 juli 2013),

artikel 11 lid 3 van de Leningvoorwaarden Budget Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Budget Hypotheek per 1 maart 2014),

artikel 11 lid 3 van de Leningvoorwaarden Budget Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Budget Hypotheek per 1 oktober 2014),

artikel 11 lid 3 van de Leningvoorwaarden Budget Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Budget Hypotheek per 1 maart 2015),

artikel 13 lid 3 van de Leningvoorwaarden Budget Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Budget Hypotheek per 21 maart 2016),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden VijfSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd VijfSterrenHypotheek per 1 maart 2014),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden VijfSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd VijfSterrenHypotheek per 1 september 2014),

artikel 12 lid 3 van de Leningvoorwaarden VijfSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd VijfSterrenHypotheek per 1 maart 2015),

artikel 14 lid 3 van de Leningvoorwaarden VijfSterrenHypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd VijfSterrenHypotheek per 21 maart 2016),

artikel 12 lid 3 van de Lening Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek, per 1 maart 2014),

artikel 12 lid 3 van de Lening Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek, per 1 september 2014),

artikel 12 lid 3 van de Lening Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek, per 1 maart 2015),

artikel 14 lid 3 van de Lening Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek (zijnde onderdeel van de Voorwaarden Delta Lloyd Hypotheek, per 21 maart 2016),

onredelijk bezwarend zijn en de betreffende bepalingen te vernietigen;

2. te verklaren voor recht dat klanten van (de rechtbank begrijpt:) NNB, die op grond van één van de hierboven onder 1 vermelde bepalingen een vergoeding voor vervoegde aflossing van hun hypothecaire geldlening aan Delta Lloyd hebben betaald, dit onverschuldigd hebben gedaan;

3. ( de rechtbank begrijpt:) NNB te veroordelen tot betaling aan de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis van een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder c BW;

met veroordeling van (de rechtbank begrijpt:) NNB in de kosten van deze procedure, de kosten van rechtsbijstand en de nakosten hieronder begrepen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf twee weken na de datum van het vonnis.

3.2.

Consumentenbond c.s. legt aan de vorderingen ten grondslag dat de onder 3.1 onder 1. genoemde bedingen onredelijk bezwarend zijn, omdat NNB de consument op grond van die bepalingen kan verplichten tot betaling van méér dan alleen een redelijke vergoeding voor geleden verlies of gederfde winst. Dat geldt niet alleen voor vervroegde aflossingen vanaf 14 juli 2016 (inwerking treding Wet implementatie richtlijn HK), maar ook voor aflossingen van vóór die datum.

3.3.

NNB voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing