Rechtbank Amsterdam, 18-03-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1655, AWB 20/4509
Rechtbank Amsterdam, 18-03-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1655, AWB 20/4509
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 maart 2021
- Datum publicatie
- 29 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:1655
- Zaaknummer
- AWB 20/4509
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Geen sprake van onmiddellijk laden en lossen. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/4509
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2021 in de zaak tussen
en
Gemeente Amstelveen, Heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen, verweerder (hierna: de heffingsambtenaar)
(gemachtigde: [naam] ).
Procesverloop
Op 2 juli 2020 heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Met een uitspraak op bezwaar van 7 augustus 2020 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.
[eiser] heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2021. [eiser] was aanwezig. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Partijen zijn het niet eens over de vraag of [eiser] heeft geparkeerd, dan wel bezig is geweest met het onmiddellijk laden en lossen. In beginsel geldt er in Amsterdam bijna overal betaald parkeren. Hier zijn twee uitzonderingen op, namelijk onmiddellijk in- of uitstappen en onmiddellijk laden en lossen. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij drie broeken had weggebracht en bezig was met lossen. Volgens de rechtspraak is alleen sprake van laden en lossen als het gaat om spullen van zodanige omvang of gewicht dat zij niet op een andere manier dan per auto kunnen worden gehaald of gebracht. Drie broeken zijn niet van zodanige omvang of gewicht dat deze niet op een andere manier dan per auto konden worden vervoerd. Dat betekent dat geen sprake is van laden en lossen en dat [eiser] parkeerbelasting verschuldigd was.
2. Het beroep is ongegrond. Met deze uitkomst is er geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Oldekamp-Bakker, rechter, in aanwezigheid van mr. N.S. Bissumbhar, griffier, op 18 maart 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: