Home

Rechtbank Amsterdam, 04-03-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1721, C/13/690100 / HA RK 20-267

Rechtbank Amsterdam, 04-03-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1721, C/13/690100 / HA RK 20-267

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
4 maart 2021
Datum publicatie
13 april 2021
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:1721
Zaaknummer
C/13/690100 / HA RK 20-267

Inhoudsindicatie

Rekest. Verzoek verwijdering BKR-registratie toegewezen. Tijdelijke achterstand volledig te wijten aan incidentele gebeurtenis, waardoor inkomsten tijdelijk wegvielen. Krediet na registratie volledig en eerder dan oorspronkelijke looptijd afgelost. Geen sprake van kredietrisico.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/690100 / HA RK 20-267

Beschikking van 4 maart 2021

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

gemachtigde B. de Haan te Zoetermeer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FUNDING CIRCLE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. T. Mimpen te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en Funding Circle worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift van 14 augustus 2020, met bijlagen;

-

het herziene verzoekschrift van 16 september 2020, met bijlagen;

-

de beschikking van deze rechtbank van 12 november 2020, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

-

het proces-verbaal van de op 11 januari 2021 gehouden mondelinge behandeling, met de daarin vermelde stukken, waaronder het verweerschrift met bijlagen.

2 De beoordeling

2.1.

[verzoeker] heeft vanaf 2014 een eenmanszaak onder de naam [naam eenmanszaak] gerund. Zijn onderneming hield zich bezig met online marketing en het verzorgen van advertenties van opdrachtgevers. Zijn werkzaamheden voerde hij voornamelijk achter zijn computer uit. In 2020 heeft [verzoeker] zijn eenmanszaak omgezet naar een besloten vennootschap, [naam bv] B.V. [verzoeker] is bestuurder tevens enig aandeelhouder van [naam bv] B.V.

2.2.

Funding Circle exploiteert een online platform waar zij namens één of meer investeerders zakelijke kredieten aanbiedt aan bedrijven.

2.3.

Funding Circle heeft in mei 2018 aan [verzoeker] een zakelijk krediet verstrekt van € 40.000,-. Partijen zijn overeengekomen dat [verzoeker] de lening en de contractuele rente in 60 termijnen van € 849,68 aan Funding Circle dient te voldoen.

2.4.

Begin 2019 is door justitie de apparatuur van [verzoeker] (telefoon en computer) in beslag genomen, omdat hij werd verdacht van een strafbaar feit. Door deze inbeslagname kon [verzoeker] zijn aangenomen opdrachten en zijn werkzaamheden niet meer uitvoeren. In het jaar 2019 heeft [verzoeker] verlies geleden en is zijn omzet met 90% afgenomen.

2.5.

[verzoeker] is bij de rechtbank vrijgesproken van het strafbare feit. Tegen deze uitspraak is het Openbaar Ministerie in hoger beroep gegaan. Op 22 juli 2020 heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat [verzoeker] het strafbare feit heeft begaan en heeft hem veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uur. Daarnaast heeft het hof de inbeslaggenomen computer van [verzoeker] onttrokken aan het verkeer. In het arrest heeft het hof, voor zover hier van belang, ten aanzien van de op te leggen straf overwogen:

“De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doen uitvoeren van (...) DDoS-aanvallen, gericht tegen de website (...). De verdachte is tot zijn daden gekomen uit boosheid over een aankoop op die website. Met deze vorm van eigenrichting heeft verdachte de toegang tot het internet van willekeurige andere mensen belemmerd en het bedrijf achter de website schade berokkend. (...) In strafmatigende zin houdt het hof er echter rekening mee dat de verdachte (i) er op de terechtzitting (...) blijk van heeft gegeven inmiddels inzicht te hebben verkregen in het laakbare van zijn handelen en het om een eenmalige misstap lijkt te zijn gegaan, (ii) zijn leven verder goed op de rit heeft en (iii) na het bewezenverklaarde geen strafbare feiten meer heeft begaan (...)”

2.6.

[verzoeker] is vanaf halverwege 2019 in betalingsproblemen geraakt. Vanaf juli 2019 zijn er betalingsachterstanden ontstaan in het afbetalen van het krediet bij Funding Circle. Op 25 oktober 2019 heeft Funding Circle het volledige verstrekte krediet opgeëist en de kredietovereenkomst opgezegd. De betalingsachterstanden hebben er vervolgens toe geleid dat [verzoeker] is geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) met de achterstandscode A en de bijzonderheidscodering 2 voor met contractnummer [contractnr.] bij de stichting Bureau Krediet Registratie (BKR). Dit houdt in dat er een achterstand is ontstaan en de vordering is opgeëist.

2.7.

Op 8 mei 2020 heeft [verzoeker] het volledige krediet in een keer aan Funding Circle afbetaald. De BKR-registratie zal nog zichtbaar blijven tot mei 2025.

2.8.

Op 26 juni 2020 heeft de voormalige gemachtigde van [verzoeker] (CoderingVrij) namens [verzoeker] verzocht zijn BKR-registratie te verwijderen. Op 10 juli 2020 heeft Funding Circle per mail dat verzoek afgewezen.

2.9.

[verzoeker] is daarnaast ook negatief geregistreerd door American Express Europe S.A. (hierna: AMEX). [verzoeker] heeft ook zijn schuld aan AMEX afbetaald en heeft ook AMEX vergeefs verzocht de BKR-registratie te verwijderen. Naar aanleiding van de afwijzing door AMEX is [verzoeker] een procedure gestart die eveneens aanhangig is bij deze rechtbank, onder zaaknummer / rekestnummer: C/13/688510 / HA RK 20-230.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair: Funding Circle te bevelen binnen twee weken na deze beschikking de registratie, dan wel de (bijzonderheids)codering A en/of 2, in het CKI op naam van [verzoeker] te (doen laten) verwijderen;

subsidiair: de bewaartermijn van de registraties, dan wel de (bijzonderheids)coderingen A en/of 2, in het CKI op naam van [verzoeker] te beperken en Funding Circle te bevelen voornoemde registraties te (doen laten) verwijderen na twee jaar na de geplaatste werkelijke einddatum, in die zin dat de registratie wordt verwijderd per mei 2022;

meer subsidiair: een beslissing die de rechtbank in goede justitie juist acht;

II. te bepalen dat Funding Circle aan de onder primair en (meer) subsidiair genoemde veroordeling zal voldoen op straffe van een dwangsom van € 2.000,- voor iedere dag dat Funding Circle niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 50.000,-;

III. Funding Circle te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten.

3.2.

[verzoeker] stelt dat Funding Circle ten onrechte zijn verzoek om verwijdering van bijzonderheidscoderingen uit de BKR-registratie heeft geweigerd. Hij heeft – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht. [verzoeker] heeft belang bij de verwijdering van de BKR-registratie. Hij wil samen met zijn vriendin een woning kopen, maar hij kan vanwege zijn BKR-registratie met bijzonderheid A2 geen hypothecaire geldlening verkrijgen. Bij Nationale Nederlanden en Vista Hypotheken heeft [verzoeker] afwijzende reacties gehad vanwege zijn BKR-registratie. Op dit moment kan [verzoeker] niet samen met zijn vriendin en hun zoontje wonen, omdat zijn appartement van 88 m2 te klein is en de buurt (Amsterdam Noordwest) niet kindvriendelijk is. Daarnaast is de huur ad € 1.300,- aan de hoge kant en wenst [verzoeker] vermogen op te bouwen door middel van een koopwoning. De BKR-registratie belemmert [verzoeker] ook in zijn werk, aangezien het door de BKR-registratie niet mogelijk is een nieuwe creditcard te verkrijgen. De BKR-notering is daarbij een belemmering, omdat kredietverschaffers ook altijd de positie van [verzoeker] als directeur/groot-aandeelhouder in aanmerking nemen. Thans bevindt [verzoeker] zich in een stabiele financiële positie. Hij heeft geen betalingsproblemen of andere (dan genoemde) negatieve BKR-registraties op zijn naam. De betalingsproblemen in 2019 waren louter het gevolg van de inbeslagneming van [verzoeker] computer waardoor hij ineens geen inkomsten meer kon genereren. Het strafbare feit dat daaraan ten grondslag lag was een eenmalige uitglijder, een overreactie op het feit dat hij zelf via een website was opgelicht, en daar heeft [verzoeker] spijt van. Er is geen sprake van een verhoogde kans op wanbetaling. Een belangenafweging dient in het voordeel van [verzoeker] uit te vallen, aldus [verzoeker] .

3.3.

Funding Circle voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing