Rechtbank Amsterdam, 10-05-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2410, C/13/700616 / KG ZA 21-305
Rechtbank Amsterdam, 10-05-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2410, C/13/700616 / KG ZA 21-305
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 mei 2021
- Datum publicatie
- 1 juni 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:2410
- Zaaknummer
- C/13/700616 / KG ZA 21-305
Inhoudsindicatie
Interbank heeft eisers terecht geregistreerd in het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister en het Intern Verwijzingsregister.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/700616 / KG ZA 21-305 HH/MvG
Vonnis in kort geding van 10 mei 2021
in de zaak van
1 [eiseres] ,
2. [eiser],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers bij dagvaarding van 16 april 2021,
advocaat mr. L.F.M. Meles te Almere,
tegen
de naamloze vennootschap
INTERBANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaten mr. C.H.D.W. van den Borne-Verheijen en R.J.M. Sanders te Arnhem.
Partijen zullen hierna [eiseres] , [eiser] en Interbank worden genoemd.
1 De procedure
Tijdens de mondelinge behandeling van 26 april 2021 hebben [eiseres] en [eiser] hun vorderingen toegelicht. Interbank heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op heden.
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- aan de zijde van eisers: [eiseres] en mr. Meles;
- aan de zijde van Interbank: [bedrijfsjurist] , bedrijfsjurist, [medewerker] , medewerker finance security, mr. Van den Borne-Verheijen en mr. Sanders.
2 De feiten
[eiseres] en [eiser] wonen met hun vier kinderen in een huurwoning in Rotterdam. [eiseres] is als zzp’er werkzaam in de gastouderopvang en heeft een cateringbedrijf. [eiser] was bouwschadehersteller, maar is thans werkloos.
[eiseres] en [eiser] hebben in 2015 honk- en softbalvereninging [vereniging] opgericht met als doel kinderen van de straat te houden en thuisproblematiek te signaleren. Zij bieden steun aan hulpbehoevende volwassenen en/of kinderen, die in dat kader weleens overdag in hun woning zijn of blijven logeren.
Op of omstreeks 2 oktober 2020 is vanaf het e-mailadres van [eiseres] op naam van [eiseres] en [eiser] bij Financieel Fit | Servicecenter (hierna: Financieel Fit) een kredietaanvraag gedaan. Bij e-mail van 2 oktober 2020, verzonden naar het e-mailadres van [eiseres] , heeft Financieel Fit een offerte gestuurd voor een lening van € 33.000,- bij Interbank en gevraagd de nodige (financiële) gegevens te verstrekken. Op 6 oktober 2020 zijn de gevraagde gegevens vanaf het e-mailadres van [eiseres] gestuurd aan Financieel Fit, die de gegevens heeft doorgestuurd naar Interbank.
Op 8 oktober 2020 heeft [medewerker] (hierna: [medewerker] ) van Crédit Agricole Consumer Finance Nederland B.V. (hierna: Crédit Agricole), de moedervennootschap van Interbank, gebeld naar het 06-nummer van [eiseres] . In dit gesprek heeft [medewerker] aan de persoon die zij aan de lijn had verteld dat bij de kredietaanvraag onregelmatigheden zijn geconstateerd en zij hierover een e-mail zal sturen. Bij e-mail van 8 oktober 2020, verzonden naar het e-mailadres van [eiseres] , heeft [medewerker] [eiseres] en [eiser] gevraagd afschriften te sturen van hun bankrekeningen bij ING. Kort daarna heeft [eiseres] gebeld met [medewerker] en meegedeeld dat zij en [eiser] geen kredietaanvraag hebben gedaan en dat zij vermoedelijk zijn gehackt. Even later heeft zij dit ook in een e-mail aan [medewerker] geschreven. De door [medewerker] verzochte bankafschriften heeft [eiseres] niet gestuurd.
Bij e-mail van 12 oktober 2020 heeft [medewerker] aan [eiseres] de documenten gestuurd die Interbank heeft ontvangen ten behoeve van de kredietaanvraag. Verder heeft [medewerker] [eiseres] verzocht om aangifte te doen van valsheid in geschrifte en identiteitsfraude en een kopie van de aangifte aan haar te sturen. [eiseres] heeft deze e-mail niet beantwoord.
Bij e-mail van 19 oktober 2020 heeft [medewerker] [eiseres] verzocht om mee te delen of, en zo ja wanneer, zij aangifte gaat doen bij de politie. Ook heeft [medewerker] in deze e-mail [eiseres] bericht dat zij nog geen contact heeft gehad met [eiser] en haar verzocht om [eiser] op korte termijn contact op te laten nemen met [medewerker] . [eiseres] heeft deze e-mail niet beantwoord.
In oktober 2020 is op naam van [eiseres] en [eiser] bij zowel Interbank als ALFAM een aanvraag gedaan voor een lening van € 75.000,-.
Bij brief van 26 oktober 2020 heeft Crédit Agricole [eiser] verzocht contact op te nemen met [medewerker] in verband met de onder 2.3 genoemde kredietaanvraag. Hierop heeft hij gebeld met [medewerker] en haar gemeld dat hij en [eiseres] geen kredietaanvraag hebben gedaan en zij vermoedelijk het slachtoffer zijn van identiteitsfraude.
Bij e-mail van 26 oktober 2020 heeft ING [medewerker] bericht dat een aantal bedragen op de bij de kredietaanvraag aangeleverde bankafschriften van de rekeningen van [eiseres] en [eiser] niet klopt.
Bij brief van 2 november 2020 heeft Crédit Agricole [eiseres] en [eiser] bericht dat zij fraude hebben gepleegd bij het aanvragen van een krediet, omdat valse salarisspecificaties en vervalste bankafschriften zijn aangeleverd. Verder bericht Crédit Agricole [eiseres] en [eiser] in deze brief dat zij hun persoonsgegevens voor de duur van vijf jaar heeft opgenomen in het Incidentenregister (IR) en het Extern Verwijzingsregister (EVR) en voor de duur van acht jaar in het Interne Verwijzingsregister (IVR).
Crédit Agricole heeft op 2 november 2020 aangifte gedaan tegen [eiseres] en [eiser] van valsheid in geschrifte en oplichting.
Op 20 november 2020 heeft [eiseres] mede namens [eiser] aangifte gedaan van identiteitsfraude.
[eiseres] en [eiser] hebben Crédit Agricole meerdere keren gevraagd om verwijdering van hun gegevens uit het IR, EVR en het IVR. Crédit Agricole heeft aan deze verzoeken geen gehoor gegeven.