Home

Rechtbank Amsterdam, 02-02-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:358, C/13/694870 / KG ZA 20-1151

Rechtbank Amsterdam, 02-02-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:358, C/13/694870 / KG ZA 20-1151

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
2 februari 2021
Datum publicatie
2 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:358
Zaaknummer
C/13/694870 / KG ZA 20-1151

Inhoudsindicatie

kort geding, verstrekken zakelijke bankrekening aan coffeeshophouder

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/694870 / KG ZA 20-1151 CdK/JE

Vonnis in kort geding van 2 februari 2021

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 28 december 2020,

advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaten mrs. D.M.H. de Leeuw en F.A. van de Wakker te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en ING worden genoemd.

1 De procedure

Op de zitting van 19 januari 2021 heeft [eiser] de vordering zoals omschreven in de dagvaarding verminderd en toegelicht. ING heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben schriftelijke stukken en een pleitnota ingediend. Ter zitting waren aanwezig:

-

[eiser] met mr. De Groot,

-

aan de kant van ING: [naam 1] (CDD analist) en [naam 2] (bedrijfsjurist) met mr. De Leeuw en mr. Van de Wakker.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[eiser] exploiteert sinds 2011 als eenmanszaak een coffeeshop in Amsterdam onder de naam [naam coffeeshop] .

2.2.

[eiser] heeft twee privé betaalrekeningen bij ING.

2.3.

In 2012 en 2013 heeft ING verzoeken van [eiser] om een zakelijke rekening voor [naam coffeeshop] geweigerd.

2.4.

In 2015 is [naam coffeeshop] conform het openbare-orde-beleid tijdelijk gesloten geweest op last van de Burgemeester van Amsterdam, na een beschieting van de coffeeshop op [datum incident] . In diezelfde periode is een tiental andere coffeeshops in Amsterdam ook buiten de openingstijden beschoten. Nadat de burgemeester de coffeeshops niet meer automatisch sloot na een beschieting zijn de beschietingen geëindigd.

2.5.

In 2017 en in 2018 heeft [eiser] opnieuw bij ING verzoeken gedaan tot het verstrekken van een zakelijke rekening, hetgeen ING op 6 juli 2017 en 20 februari 2018 heeft geweigerd.

2.6.

In een brief van 5 augustus 2019 aan ING heeft mr. De Groot bericht dat [eiser] zich met de afwijzing van een zakelijke rekening niet kan verenigen en ING verzocht deze beslissing te heroverwegen.

2.7.

In reactie hierop heeft ING mr. De Groot op 21 november 2019 bericht dat het verstrekken van een zakelijke rekening aan [eiser] voor haar onacceptabele risico’s meebrengt. ING heeft zich bij haar weigering beroepen op haar contractsvrijheid. Verder heeft zij verwezen naar de sluiting van [naam coffeeshop] in 2015 in verband met de beschieting en naar zakelijk gebruik door [eiser] van zijn privérekening.

2.8.

Mr. De Groot heeft ING op 25 november 2019 opnieuw bericht dat [eiser] geen genoegen neemt met de afwijzing. Op 14 februari 2020 heeft ING aan [naam coffeeshop] laten weten de aanvraag te heroverwegen en verzocht het formulier “Aanvullende gegevens klant worden” in te vullen en voorzien van de gevraagde bijlagen aan ING retour te zenden.

2.9.

[eiser] heeft van eind februari tot eind juni 2020 in Marokko verbleven. Hij was van plan een paar weken te blijven, maar moest langer blijven omdat hij het land niet kon uitreizen in verband met de coronacrisis.

2.10.

In de periode 26 februari 2019 tot 23 juni 2020 is bij verschillende kantoren van ING in Amsterdam contant geld gestort op de privérekeningen van [eiser] , in totaal € 64.008,15 en € 93.259,90.

2.11.

In een e-mail van 5 maart 2020 heeft een medewerker van het administratiekantoor van [eiser] antwoorden gestuurd aan ING op de door haar op 14 februari 2020 gestelde vragen, met daarbij een aantal bijlagen.

2.12.

Op 7 april 2020 heeft ING aanvullende vragen gesteld met het verzoek deze binnen drie weken te beantwoorden.

2.13.

Op 25 juni 2020 heeft mr. De Groot een rapport van een registeraccountant van 20 juni 2020 over [naam coffeeshop] aan ING overgelegd. Daarin wordt opgemerkt dat de Belastingdienst in 2016 onderzoek heeft gedaan over de jaren 2012, 2013 en 2014 en dat uit dat onderzoek geen correcties nodig zijn gebleken inzake omzet en brutowinstmarge. Daarna zijn de aangiftes steeds door de Belastingdienst gevolgd. De conclusie van dat rapport is “dat het zeer goed mogelijk is dat de fiscaal gepresenteerde omzet ook daadwerkelijk in de onderneming wordt gerealiseerd”; “Het inkomen over de afgelopen jaren is dusdanig dat dit objectief benodigd is voor het levensonderhoud en privé bestedingen van de heer [eiser] ”;”er is niet van vermogensobjecten gebleken die niet zijn verantwoord in de aangiften inkomstenbelasting”; “er is een schuld van € 47.000,-- (familielening) gepresenteerd op de balans die uit privé middelen al is voldaan”; “Er is sprake geweest van een boekenonderzoek waarbij omzet en marges akkoord zijn bevonden.”.

2.14.

ING heeft per e-mail van 26 juni 2020 opheldering gevraagd over het gebruik van de betaalpas en pincode, behorend bij de privérekening van [eiser] , gedurende de periode waarin hij in Marokko verbleef. Op 6 juli 2020 heeft ING [eiser] nog een laatste gelegenheid gegeven te reageren en verzocht dit uiterlijk de volgende dag te doen.

2.15.

ING heeft bij brief van 9 juli 2020 [eiser] definitief een zakelijke bankrekening voor [naam coffeeshop] geweigerd en hem bericht dat zij de bankpassen van zijn privérekeningen had geblokkeerd. Zij heeft het verdere onderzoek gestaakt.

2.16.

In een brief van 12 augustus 2020 heeft mr. De Groot ING bericht dat [eiser] geen genoegen neemt met de weigering hem een zakelijke rekening te verstrekken. Daarnaast heeft hij ING erover geïnformeerd dat toen [eiser] in Marokko verbleef en langer moest verblijven door de vliegbeperkingen wegens de corona-besmettingen, zijn broer ervoor heeft gezorgd dat [naam coffeeshop] open kon blijven en dat deze de bankpas en pincode van [eiser] heeft gebruikt om contant geld op zijn privérekening te storten. Hij heeft verzocht [eiser] alsnog een zakelijke rekening te vertrekken, zonder stortingsfaciliteit.

2.17.

In een brief van 14 september 2020 aan mr. De Groot heeft ING bericht ook niet bereid te zijn een zakelijke rekening zonder stortingsfaciliteit te verstrekken.

2.18.

[eiser] heeft telkens een jaarvergunning voor [naam coffeeshop] en in dat kader laat de gemeente Amsterdam jaarlijks een toets op grond van de wet Bibob doen. Daaruit zijn geen bezwaren gebleken.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat en na vermindering van eis – ING te gebieden aan [eiser] een zakelijke bankrekening te verschaffen met de gebruikelijke betaalproducten en diensten, maar zonder pinautomaat en faciliteit voor het storten van contant geld, met veroordeling van ING in de proceskosten.

3.2.

[eiser] stelt daartoe – kort weergegeven – het volgende. Doordat hij voor [naam coffeeshop] geen zakelijke rekening kan openen, wordt het functioneren van de onderneming bemoeilijkt en het voortbestaan ervan op termijn in gevaar gebracht. Hij kan daardoor geen pinbetalingen van klanten ontvangen, waardoor veel contant geld in de onderneming omgaat. Dit brengt veiligheidsrisico’s mee en praktische problemen in de bedrijfsvoering. De contante betalingen zouden met rond de 70% afnemen, indien [naam coffeeshop] met een pinautomaat zou kunnen werken, hetgeen mogelijk wordt als hij een zakelijke bankrekening heeft. Weliswaar werkt ING kennelijk alleen met Visa en Mastercard die geen pinautomaat aan coffeeshops wensen te verstrekken, maar er zijn ook andere partijen met wie een overeenkomst voor een pinautomaat kan worden gesloten als hij een zakelijke bankrekening heeft. [naam coffeeshop] heeft de benodigde vergunningen, na zorgvuldige onderzoeken, onder meer op grond van de wet Bibob, en exploiteert een legale onderneming. Dat blijkt ook uit de onderzoeken van de Belastingdienst en uit het accountantsonderzoek. ING heeft een maatschappelijke functie en een daarmee corresponderende bijzondere zorgplicht, op grond waarvan zij gehouden is aan [eiser] een zakelijke bankrekening te verstrekken voor [naam coffeeshop] . Daarnaast is haar weigering dit te doen in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

3.3.

ING voert verweer dat er in de kern op neer komt dat zij gebonden is aan de bepalingen van de Wet financieel toezicht (Wft) en van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), dat zij onderzoek naar [naam coffeeshop] heeft gedaan, maar tegen omstandigheden is aangelopen voordat haar onderzoek was afgerond, waardoor zij aan [naam coffeeshop] geen zakelijke bankrekening ter beschikking wil stellen. Daarbij beroept zij zich op hun contractvrijheid. Bovendien heeft [naam coffeeshop] niet aangetoond dat zij bij een andere bank niet terecht kan. Op deze verweren wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing