Rechtbank Amsterdam, 14-07-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3827, C/13/682442 / HA ZA 20-401
Rechtbank Amsterdam, 14-07-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3827, C/13/682442 / HA ZA 20-401
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2021
- Datum publicatie
- 27 juli 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:3827
- Zaaknummer
- C/13/682442 / HA ZA 20-401
Inhoudsindicatie
De overeenkomst valt onder de Leaseregeling zodat van reële eigendom moet worden uitgegaan. Terughoudend beleid van de Ontvanger, zesde uitzonderingssituatie.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/682442 / HA ZA 20-401
Vonnis van 14 juli 2021 (bij vervroeging)
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HILCO INDUSTRIAL FINANCE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. F.A. van de Wakker te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST AMSTERDAM,
zetelend te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Hilco en de Ontvanger genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 27 maart 2020, met producties,
- -
-
de conclusie van antwoord van 8 juli 2020, met producties,
- -
-
het vonnis van 20 januari 2021 waarin is bepaald dat een mondelinge behandeling zou worden gehouden,
- -
-
het proces-verbaal van de op 24 juni 2021 gehouden mondelinge behandeling met de daarin vermelde processtukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Hilco maakt onderdeel uit van een concern dat zich richt op de aankoop, verkoop, verhuur en financiering van bedrijfsinrichtingen zoals industriële machines en machineparken.
Machinefabriek Amersfoort B.V. (hierna MFA) legde zich tot haar faillissement op 25 maart 2019 toe op de vervaardiging van hydraulische apparatuur en op het vervaardigen van op maat gemaakte producten van metaal.
Met het oog op het sluiten van een sale- en leaseback overeenkomst met MFA ten aanzien van de machines van MFA (hierna de Machines) heeft Hilco in 2018 onderzoek laten doen naar de financiën en inventaris van MFA.
Het Nederlands Taxatie- en Advies Bureau (hierna NTAB) waardeerde de liquidatiewaarde van de Machines en toebehoren van MFA in een taxatierapport van 9 februari 2018 op € 3.911.550.
Bij brief van 18 mei 2018 heeft MFA aan de Ontvanger mededeling gedaan conform artikel 22 bis Invorderingswet 1990 (hierna IW). De brief luidt, voor zover hier van belang:
“Bijgevoegd treft u onze mededeling aan dat wij voornemens zijn om een financiering via een sale-and-leaseback te regelen voor een deel van onze machines. (...)”
Op 12 juli 2018 hebben Hilco en MFA de beoogde sale- en lease back overeenkomst (hierna de overeenkomst) met betrekking tot de Machines gesloten. De overeenkomst bepaalt, voor zover hier van belang, kort gezegd het volgende:
- -
-
Hilco betaalt een koopprijs van € 4 miljoen exclusief btw voor de Machines,
- -
-
de looptijd van de overeenkomst is 12 maanden,
- -
-
na afloop van de looptijd kan MFA de Machines kopen voor € 4 miljoen exclusief btw,
- -
-
MFA betaalt voor het gebruik van de Machines,
- -
-
Hilco is verantwoordelijk voor de verzekering en het onderhoud van de Machines.
Op 12 december 2018 heeft de Ontvanger executoriaal beslag op roerende zaken gelegd ten laste van MFA vanwege een openstaande belastingschuld van € 1.045.493 inclusief rente en kosten. Het proces-verbaal van dit beslag bevat een overzicht van roerende zaken op de bodem van MFA. Onder deze zaken bevinden zich de Machines.
Bij brief van 5 maart 2019 is Hilco bij de directeur van de Ontvanger in beroep gegaan tegen het bodembeslag op de Machines.
Bij brief van 15 maart 2019 heeft Hilco de overeenkomst met MFA opgezegd.
Op 25 maart 2019 is MFA failliet verklaard bij vonnis van de Rechtbank Midden- Nederland.
Op 3 juni 2019 is het beroep van Hilco tegen het bodembeslag afgewezen.
De Ontvanger en Hilco hebben afspraken gemaakt over de afwikkeling van hun geschil omtrent het bodembeslag. In dit verband heeft de Ontvanger bij brief van 11 juni 2019 aan Hilco geschreven, voor zover hier van belang
“Onder de volgende voorwaarden ben ik bereid mijn medewerking te verlenen aan de levering van de machines en het opheffen van het beslag.
- Hilco (...) zal zorgdragen dat een bedrag à € 1.002.671,00 (minus de te vergoeden kosten ad € 9.500 i.v.m. het niet doorgaan van de escrow-overeenkomst) gestort wordt bij de ontvanger;
- Het bedrag van € 993.171,00 zal binnen 14 dagen na verkoop van de machines overgemaakt worden op het volgende rekeningnummer van de Belastingdienst (...) o.v.v. (...);
- Zodra dit bedrag is ontvangen, zal ik schriftelijk bevestigen dat het gelegde beslag (met terugwerkende kracht tot datum verkoop) is opgeheven.
Het bedrag à € 993.171,00 zal door de Belastingdienst in depot gehouden worden tot dat een/de gerechtelijke uitspraak onherroepelijk vaststaat.
Wordt uw cliënt in het gelijk gesteld en staat de gerechtelijke uitspraak onherroepelijk vast, dan zal het bedrag van € 993.171,00 direct overgemaakt worden naar een door uw cliënt aan te geven rekeningnummer. Daarnaast zal de ontvanger de vergoeding inzake het niet doorgaan van de escrow-overeenkomst à € 9.500,00 z.s.m. (maar uiterlijk binnen 6 weken na het onherroepelijk vaststaan van de gerechtelijke uitspraak) overmaken naar een door uw cliënt aan te geven rekeningnummer.
Wordt de ontvanger in het gelijk gesteld en staat de gerechtelijke uitspraak onherroepelijk vast, dan zal de ontvanger overgaan tot afboeken van het bedrag à € 993.171,00. Uw cliënt komt dan niet meer in aanmerking voor een vergoeding van de kosten inzake het niet doorgaan van de escrow-overeenkomst aangezien dit bedrag reeds in mindering is gebracht op het bedrag dat de ontvanger in depot heeft.
Mocht uw cliënt zich alsnog kunnen verenigen met de beslissing van de directeur,
dan zal na ontvangst van € 993.171,00 het beslag per direct worden opgeheven. Uw
cliënt dient dan wel schriftelijk aan mij aan te geven dat zij de beslissing van de directeur accepteert en afziet van een gang naar de rechter inzake het beslag en/of uitspraak van de directeur. (...)”
Op 19 juni 2019 heeft Hilco de Machines voor € 3.950.000 verkocht aan PWT Group en op 20 juni 2019 heeft zij € 993.171 overgemaakt aan de Ontvanger.
3 Het geschil
Hilco vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad dat de rechtbank, samengevat:
A. voor recht verklaart dat de Machines reëel eigendom waren van Hilco ten tijde van de beslaglegging door de Ontvanger, en dat de uitzonderingen vervat in de Leidraad van de Ontvanger op grond waarvan inbreuk kan worden gemaakt op het terughoudend beleid ter zake van reëel eigendom zich in de onderhavige situatie niet voor hebben gedaan, althans dat het leggen van bodembeslag op de Machines in strijd was met de redelijkheid en billijkheid, ten minste de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; en,
B. de Ontvanger veroordeelt tot het betalen aan Hilco van € 993.171, en € 9.500, te vermeerderen met de invorderingsrente, althans de wettelijke rente vanaf 20 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening; en,
C. de Ontvanger veroordeelt in de kosten van dit geding, inclusief de nakosten.
Daartoe stelt zij kort gezegd het volgende. Hilco had de reële eigendom van de Machines. Er is geen reden om inbreuk te maken op het terughoudende beleid ter zake van haar reëel eigendom. Hilco had namelijk niet het oogmerk de Ontvanger te benadelen. Het bodembeslag dat de Ontvanger legde, was dan ook zonder grondslag.
De Ontvanger voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.