Home

Rechtbank Amsterdam, 30-08-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4753, C/13/705930 / KG ZA 21-698

Rechtbank Amsterdam, 30-08-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4753, C/13/705930 / KG ZA 21-698

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 augustus 2021
Datum publicatie
14 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:4753
Zaaknummer
C/13/705930 / KG ZA 21-698

Inhoudsindicatie

KG Vordering verwijdering BKR registraties met achterstandscoderingen afgewezen.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/705930 / KG ZA 21-698 MDvH/MB

Vonnis in kort geding van 30 augustus 2021

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser bij dagvaarding van 16 augustus 2021,

advocaat mr. S.M.M. Hamers te Heerlen,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. T.J.P. Jager te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en ING worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 25 augustus 2021 heeft [eiser] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. ING heeft verweer gevoerd. Beide partijen hebben op voorhand schriftelijke stukken ingediend, waaronder een conclusie van antwoord (notitie) van ING, en ING heeft ter zitting een pleitnota overgelegd.

Ter zitting waren aanwezig:

- [eiser] , zijn echtgenote [echtgenote] en mr. Hamers;

- aan de kant van ING: mr. D.J. Posthuma.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in 2008 een studentenlening afgesloten bij ING voor een bedrag van € 2.500,- (hierna ook: het studentenkrediet). [eiser] was toen 27 jaar oud. [eiser] , inmiddels 39 jaar, is getrouwd met [echtgenote] en heeft met haar twee kinderen van één en vijf jaar.

2.2.

ING heeft op 20 oktober 2014 en op 4 januari 2015 twee registraties (met nummers [registratienummer 1] en [registratienummer 2] ) op naam van [eiser] doen opnemen in het CKI (Centraal Krediet Informatiesysteem) bij het BKR (Stichting Bureau Kredietregistratie), vanwege het niet tijdig aflossen van het studentenkrediet en een ongeoorloofde debetstand op een betaalrekening. Beide registraties hadden achterstandscodering A en begin 2015 zijn daaraan bijzonderheidscodes 2 en 3 toegevoegd. Code 2 houdt in dat de vordering opeisbaar is en code 3 dat een bedrag van € 250,- of meer op de vordering is afgeboekt.

2.3.

ING heeft [eiser] bij brieven van 3 november en 3 december 2014

verzocht om het saldotekort op zijn betaalrekening aan te vullen en de achterstand op het studentenkrediet te betalen. [eiser] heeft dat niet gedaan.

2.4.

Bij brief van 6 januari 2015 heeft ING het studentenkrediet opgezegd en meegedeeld incassobureau Vesting Finance (handelsnaam van Incassobureau Fiditon B.V.) te zullen inschakelen. Vesting Finance heeft [eiser] sommaties gestuurd in de jaren daarna, onder meer op 12 en 27 maart 2015, maar ook in de jaren 2016 tot en met 2019 (laatstelijk op 7 maart 2019), steeds naar hetzelfde toen bij ING bekende adres van [eiser] .

2.5.

Onder de gedingstukken bevindt zich een exploot van de belastingdienst van een executoriaal beslag ten laste van [eiser] , gedateerd 26 februari 2016, uitgebracht aan het onder 2.4 bedoelde adres.

2.6.

Bij brief van 13 februari 2021, verzonden vanaf een ander adres dan waarnaar ING en Vesting Finance de aanmaningen en sommaties hebben verzonden, heeft [eiser] ING verzocht de BKR-registraties (met code A3) te verwijderen, omdat deze ten onrechte geregistreerd zouden zijn.

2.7.

In een e-mail van 16 maart 2021 heeft ING aan [eiser] meegedeeld dat verwijdering van de registraties niet mogelijk is, aangezien deze conform het reglement van het BKR zijn geplaatst.

2.8.

Bij brief van 8 juni 2021 heeft een medewerker van ’Coderingvrij’ namens [eiser] ING verzocht bij de registratie met nummer S88149440 (die ziet op het studentenkrediet) als einddatum 5 januari 2020 op te nemen, omdat de verjaring van de vordering op grond van het studentenkrediet op die datum is voltooid.

2.9.

[eiser] heeft (een kopie van) een (niet ondertekende) koopovereenkomst in het geding gebracht, gedateerd juni 2021, waarin hij en zijn vrouw een woning in Heerlen hebben gekocht voor een koopprijs van € 189.000,-, met als leveringsdatum 1 augustus 2021. De koopovereenkomst bevat een financieringsvoorbehoud voor de duur van zes weken na ondertekening ervan.

2.10.

Bij brief van 19 juli 2021 heeft de advocaat van [eiser] ING wederom verzocht de BKR-registratie met nummer [registratienummer 1] (die ziet op het studentenkrediet) te verwijderen, en herhaald dat de vordering op grond waarvan de registratie had plaatsgevonden inmiddels is verjaard.

2.11.

Bij brief van 26 juli 2021 heeft Vesting Finance namens ING aan Coderingvrij meegedeeld dat de vordering op [eiser] niet is verjaard, aangezien ING de verjaring tijdig heeft gestuit. Verder staat in de brief dat het saldo van de vordering (op grond van het studentenkrediet) op dat moment € 4.514,33 bedraagt.

2.12.

[eiser] woonde met zijn gezin in een huurwoning, waarvan de maandelijkse huur € 900,- bedroeg. [eiser] en [echtgenote] hebben de huur van deze woning met ingang van 1 augustus 2021 opgezegd.

2.13.

[eiser] heeft op 2 augustus 2021 het openstaande saldo van het studentenkrediet, een bedrag van € 4.514,33, aan ING betaald.

2.14.

Bij brief van 4 augustus 2021 heeft Vesting Finance namens ING gereageerd op de onder 2.10 genoemde brief en meegedeeld dat de BKR-registratie en/of -codering(en) niet worden verwijderd, omdat deze, kort gezegd, correct zijn en geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om de verwijderingstermijn, in de regel vijf jaar na volledige betaling, in dit geval te verkorten.

2.15.

ING heeft bankoverzichten in het geding gebracht waaruit valt af te leiden dat [eiser] :

- in de maanden januari tot en met juni 2021 een groot deel van de tijd een negatief saldo op zijn betaalrekening had;

- in 2020 diverse betalingsregelingen had, onder meer met de belastingdienst.

Daarnaast heeft ING bancaire bescheiden overgelegd van [echtgenote] , die duiden op roodstanden en mislukte incasso’s wegens saldotekort.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, samengevat, dat ING wordt geboden om de registraties in het CKI van het BKR met de nummers [registratienummer 1] en [registratienummer 2] uiterlijk binnen één dag na betekening van het vonnis te (doen) verwijderen, op straffe van dwangsommen en met veroordeling van ING in de proceskosten.

3.2.

[eiser] heeft ter toelichting op zijn vordering, samengevat, het volgende gesteld. Hij is op 22-jarige leeftijd met zijn ouders uit Marokko naar Nederland gekomen. Hij is toen gaan studeren, eerst Nederlandse taal en daarna een ict-opleiding aan het MBO. Hij heeft het studentenkrediet moeten afsluiten, omdat hij en zijn ouders het collegegeld voor zijn studie niet konden betalen. De periode 2021-2014 was voor hem een moeilijke periode. Zijn vader overleed en hij heeft (financiële) problemen gehad door een relatiebreuk en verlies van werk. Daarna heeft hij een tijd in België gewerkt. Dat hij het krediet niet heeft afgelost komt doordat hij het uit het oog was verloren. Er was geen sprake van betalingsonwil. De aanmaningen en sommaties heeft hij niet ontvangen, vermoedelijk omdat deze zijn verzonden naar een adres waar hij al sinds maart 2015 niet meer woont. ING heeft hem ook niet op het krediet gewezen toen hij in 2019 een nieuwe rekening bij de bank opende. Inmiddels hebben [eiser] en zijn vrouw alles weer op orde en hebben zij geen schulden meer. Zij hebben beiden werk. Er is nu een unieke kans voor de aankoop van een huis, voor een relatief gunstig bedrag en met meer ruimte voor het gezin, tegen lagere kosten dan zij voorheen voor de huurwoning betaalden. De verkoper heeft het financieringsvoorbehoud verlengd tot 1 september 2021. Volgens de financieel adviseur van [eiser] kan hij een hypothecaire lening krijgen om de woning te financieren als de BKR-registraties worden verwijderd en anders niet. Pas door die mededeling van de financieel adviseur raakte [eiser] van de registraties op de hoogte. [eiser] wordt onevenredig benadeeld als ING de registraties handhaaft. Zijn belang bij verwijdering moet zwaarder wegen dan het belang van ING bij handhaving van de registraties. De financiële situatie van [eiser] en zijn vrouw is nu stabiel. Het studentenkrediet is volledig afgelost en er zijn geen andere schulden meer. Als de koop van de nieuwe woning niet doorgaat, moet [eiser] op zoek naar een nieuwe huurwoning waarvan de kosten vermoedelijk hoger zullen zijn.

3.3.

ING voert verweer. De bank ziet geen aanleiding de BKR-registraties te verwijderen. De financiële situatie van [eiser] en zijn echtgenote is allesbehalve stabiel en de vijfjaarstermijn is pas enkele weken geleden gaan lopen, op het moment dat [eiser] zijn schuld uit hoofde van het studentenkrediet aan ING heeft voldaan.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing