Home

Rechtbank Amsterdam, 07-01-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:532, C/13/686375 / HA RK 20-194

Rechtbank Amsterdam, 07-01-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:532, C/13/686375 / HA RK 20-194

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
7 januari 2021
Datum publicatie
5 december 2024
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:532
Zaaknummer
C/13/686375 / HA RK 20-194

Inhoudsindicatie

Verwijdering van de codering A en de bijzonderheidscodering 3 uit het CKI van het BKR in deze specifieke situatie.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/686375 / HA RK 20-194

Beschikking van 7 januari 2021

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verzoeker,

gemachtigde [gemachtigde] ,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROFINTUS FINANCIERINGEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. R.J.M. Sanders te Arnhem.

Partijen zullen [verzoeker] en Eurofintus worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift met producties, ter griffie binnengekomen op 2 juli 2020;

-

de tussenbeschikking van 20 augustus 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

-

het verweerschrift met producties, ter griffie binnengekomen op 5 november 2020;

-

de brief van de heer [gemachtigde] van 9 november 2020, met nadere producties;

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 13 november 2020, met de daarin genoemde stukken.

1.2.

Vervolgens is de beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] heeft in 2009 met zijn toenmalige partners een doorlopend krediet afgesloten bij Eurofintus ter hoogte van € 45.000,- (hierna: het krediet). Het krediet is aangegaan om de schulden af te lossen van de toenmalige partner van [verzoeker] , die geen mogelijkheid had het krediet zelf af te sluiten. [verzoeker] wilde trouwen en wilde dat hij en zijn toenmalige partner met een schone lei verder konden.

2.2.

In 2013 zijn [verzoeker] en zijn toenmalige partner uit elkaar gegaan. Tot 2016 heeft [verzoeker] aan zijn betalingsverplichtingen ten aanzien van het krediet voldaan. Vanaf maart 2016 kon [verzoeker] niet meer volledig aan zijn verplichtingen voldoen. [verzoeker] ’ toenmalige partner betaalde niet meer mee aan de afbetaling, de kredietlasten stegen naar € 450,- per maand en [verzoeker] moest kinder- en partneralimentatie betalen.

2.3.

De termijnen september, oktober en november 2016 van het krediet heeft [verzoeker] niet op tijd kunnen betalen.

2.4.

Op 17 oktober 2016 heeft [verzoeker] een voorstel gedaan aan Eurofintus om tegen finale kwijting een bedrag ineens te betalen ter aflossing van het krediet. Eurofintus heeft vervolgens een tegenvoorstel gedaan, inhoudende dat [verzoeker] ter aflossing van het krediet uiterlijk 16 december 2016 een bedrag van € 20.575,67 diende te betalen, onder finale kwijting. Het restant van het krediet van € 21.135,51 werd dan kwijtgescholden.

2.5.

[verzoeker] heeft dit aanbod op 2 december 2016 aanvaard, waarop Eurofintus diezelfde dag een brief heeft gestuurd met het verzoek het bedrag uiterlijk binnen veertien dagen te betalen.

2.6.

Drie dagen na het tegenvoorstel van Eurofintus, op 5 december 2016, heeft Eurofintus aan [verzoeker] een (standaard)brief gestuurd omtrent de achterstand die was ontstaan van € 1.350,- (drie maandtermijnen). In die brief staat verder de volgende sommatie vermeld:

“Zorg er voor dat wij uiterlijk vijf dagen na dagtekening van deze brief het gehele achterstandsbedrag hebben ontvangen. Anders moeten wij de achterstand melden bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) (..)”.

2.7.

Per 13 december 2016 is [verzoeker] geregistreerd in het CKI (Centraal Krediet Informatiesysteem), beheerd door het BKR, met de coderingen A en 3. Dit staat voor ‘Achterstandscodering (A)’ en ‘bijzonderheidscode 3’.

2.8.

Op 14 december 2016 heeft [verzoeker] het met Eurofintus overeengekomen bedrag volledig voldaan. De betaling en kwijting zijn op 22 december 2016 verwerkt.

2.9.

Teneinde aan deze overeenkomst met Eurofintus te kunnen voldoen was de werkgever van [verzoeker] bereid hem het benodigde bedrag te lenen. Dit bedrag is door maandelijkse aflossingen uiteindelijk eind 2019 volledig afbetaald.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om bij beschikking – op straffe van een dwangsom – primair Eurofintus te bevelen tot het (doen laten) verwijderen van de BKR-registraties, dan wel de (bijzonderheids)codering(en) A en/of 3, subsidiair Eurofintus te bevelen de achterstandscodering A te verwijderen, dan wel meer subsidiair een passende voorziening te treffen, met veroordeling van Eurofintus in de proces- en nakosten.

3.2.

[verzoeker] stelt hiertoe – kort samengevat – dat zijn belang bij verwijdering van de registraties in het onderhavige geval moet prevaleren boven het belang van het handhaven van de registraties. Het krediet heeft hij afgesloten ten behoeve van schulden van zijn toenmalige partner. De achterstand is ontstaan door een samenloop van omstandigheden en [verzoeker] heeft zich voordien altijd aan de afbetaling gehouden. [verzoeker] is al lange tijd (weer) financieel stabiel. Daarbij had de A-codering niet mogen plaatsvinden, omdat hij voor de afloop van de laatste betalingstermijn een overeenkomst met Eurofintus heeft gesloten. [verzoeker] voert aan dat hij met zijn huidige partner en hun samengestelde gezin van vier (deeltijd)kinderen op zoek is naar een woning, omdat hun huidige woning maar twee slaapkamers heeft. Om dit te bewerkstelligen moet hij een hypotheek kunnen afsluiten. De BKR-registratie belemmert hem in het verkrijgen hiervan, aldus [verzoeker] .

3.3.

Eurofintus voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [verzoeker] in de proces- en nakosten. Zij heeft – kort weergegeven – aangevoerd dat de registraties terecht zijn. De belangenafweging dient niet in het voordeel van [verzoeker] uit te vallen, omdat Eurofintus fors heeft moeten afboeken op het krediet als gevolg van de betalingsregeling, dat de afboeking het gevolg is van de niet op orde zijnde financiën van [verzoeker] en dat hij zijn financiën nog steeds niet op orde heeft, omdat [verzoeker] meerdere leningen heeft lopen. Daarnaast is de huidige woonsituatie niet dermate schrijnend dat deze niet nog wat langer voort laten duren, tot de registraties over een jaar na ommekomst van vijf jaren verwijderd zullen worden. Daarnaast zijn er alternatieve mogelijkheden voor de woonwensen van [verzoeker] , bijvoorbeeld een huurwoning. Er is niet gebleken van andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan verwijdering zou moeten plaatsvinden.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing