Rechtbank Amsterdam, 17-11-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6673, C/13/693546 / HA ZA 20-1179
Rechtbank Amsterdam, 17-11-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6673, C/13/693546 / HA ZA 20-1179
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 november 2021
- Datum publicatie
- 7 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:6673
- Zaaknummer
- C/13/693546 / HA ZA 20-1179
Inhoudsindicatie
Beleggingsadviesrelatie. Verwijt van de belegger aan de beleggingsadviseur (de bank) dat de zorgplicht is geschonden en dat de bank heeft geweigerd om een beleggingsbeslissing uit te voeren. De rechtbank oordeelt dat de beide verwijten niet slagen.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/693546 / HA ZA 20-1179
Vonnis van 17 november 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FORFAIT HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat: mr. H.J. Bos te Haarlem,
tegen
de naamloze vennootschap
VAN LANSCHOT KEMPEN WEALTH MANAGEMENT N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch, mede kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat: mr. F.M.A. 't Hart te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Forfait en Van Lanschot worden genoemd.
1 De procedure
Bij tussenvonnis van 15 september 2021 is een mondelinge behandeling gelast, die op 6 oktober 2021 heeft plaatsgevonden. Op de mondelinge behandeling is namens Forfait [naam 1] verschenen, vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door mr. Bos. Namens Van Lanschot is de heer [naam 2] en mevrouw mr. [naam 3] verschenen, bijgestaan door mrs. ’t Hart en Stortelder. De griffier heeft aantekening gehouden van het verhandelde ter zitting.
Mrs. Bos en ’t Hart hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, die bij de stukken zijn gevoegd.
Na afloop van de mondelinge behandeling is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Forfait is een vennootschap van de heer [naam 1] .
Op 7 augustus 2019 is tussen Forfait en Van Lanschot een beleggingsadviesovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst hield in essentie het volgende in:
- -
-
Van Lanschot geeft Forfait op verzoek en ongevraagd beleggingsadvies met betrekking tot het vermogen van Forfait dat staat op de bij Van Lanschot aangehouden effectenrekening;
- -
-
Forfait beslist zelf of een beleggingsadvies wordt opgevolgd, en zij neemt zelf de uiteindelijke aankoop- en verkoopbeslissingen;
- -
-
Van Lanschot doet ten aanzien van de effectenrekening van Forfait geen transacties op eigen initiatief.
Op 3 september 2019 heeft Forfait € 2.000.000,00 op de bij Van Lanschot aangehouden effectenrekening gestort ter uitvoering van de overeenkomst. Dit vermogen is vervolgens nagenoeg geheel belegd in diverse effecten. De gehele inhoud van de effectenrekening wordt hierna de portefeuille genoemd.
Het betrof een pensioenbelegging voor [naam 1] , die op dat moment 72 jaar was. In verband met fiscale verplichtingen diende ieder jaar € 140.000,00 aan Forfait te worden onttrokken als pensioen voor [naam 1] . Het idee van Forfait was om het belegde vermogen zoveel mogelijk intact te houden en de nodige pensioengelden vooral te halen uit dividenden. Met dat voor ogen is met name in aandelen met hoge dividendverwachtingen belegd.
Op 27 februari 2020 heeft [naam 1] , die op dat moment in Zuid-Afrika verbleef, om 15:43 uur Nederlandse tijd (zoals hierna ook steeds de Nederlandse tijd wordt aangegeven) gebeld met de heer [naam 4] van Van Lanschot naar aanleiding van negatieve ontwikkelingen in de markt als gevolg van het coronavirus. [naam 4] had daarover ook al contact proberen te zoeken met [naam 1] , maar dat was nog niet gelukt.
Tijdens dit gesprek stellen [naam 1] en [naam 4] samen vast dat het niet goed gaat in de markt: “alles dondert in elkaar”, zegt [naam 1] , en “echt weer zo’n typische periode dat de angst goed in de markt zit, en dan valt alles over het algemeen naar beneden”, zegt [naam 4] . Vervolgens zegt [naam 4] dat het goed is om even contact met elkaar te hebben en dat hij zelf niet denkt dat het verstandig is om veel te doen. [naam 1] uit vervolgens zijn zorgen over waardevermindering van de portefeuille, waarop [naam 4] vraagt wat [naam 1] dan zou willen doen. [naam 1] geeft hier niet direct een antwoord op, maar herhaalt zijn zorgen. [naam 4] geeft vervolgens aan dat [naam 1] het wel heel negatief ziet, dat het om een ongrijpbaar fenomeen gaat, en dat zowel zij die er positief in staan als zij die er negatief in staan het niet weten. Hierna ontvouwt zich een gesprek over de toestand van en de onzekerheden in de markt. [naam 4] geeft hierbij aan dat de portefeuille is gericht op de lange termijn - waarop [naam 1] bevestigend reageert - en dat men niet op iedere tegenslag zou moeten willen reageren. Aan het slot zegt [naam 1] dat hij er nog eens over moet nadenken.
Bij e-mail van eveneens 27 februari 2020 heeft [naam 1] om 20:57 uur het volgende aan [naam 4] bericht:
“Wij hebben elkaar hedenmiddag uitgebreid gesproken.
Ik heb na ons gesprek ook met [mevrouw [naam 1] , echtgenote] de huidige situatie op de beurzen besproken.
Vervolgens hebben wij het meest recente nieuws via CNN en Bloomberg gehoord.
De conclusie is dat de GEHELE effectenportefeuille van Forfait Holding BV verkocht wordt.
Een belangrijke overweging is dat de dividend policy van de aandelen in de portefeuille in negatieve zin aangetast kan worden.
Ik ben tot 18 maart in Kaapstad.
Telefonisch kun je mij vandaag bereiken op (...)
(...)”.
Op 28 februari 2020 heeft [naam 4] rond 8:16 uur telefonisch contact opgenomen met [naam 1] . [naam 4] waarschuwt [naam 1] ervoor zich te laten leiden door emoties, en stelt dat hij het niet met [naam 1] eens is dat men nu kan zeggen dat de dividenden in gevaar komen omdat men dat langjarig moet beschouwen. [naam 4] geeft verder aan dat er, zoals bij de intake was besproken, koersdalingen van 20-25% kunnen plaatsvinden. [naam 1] wijst er van zijn kant op dat het hier gaat om zijn pensioenpot en dat hij 72 jaar is en geen 30, waarop [naam 4] aangeeft dat ook daarover is gesproken bij de intake en dat toen is besproken om te blijven zitten als er een correctie in de markt plaatsvindt. [naam 4] onderkent vervolgens de onzekerheid als men in een aandelenportefeuille belegt en zegt dat het ook voor Van Lanschot gissen is wat er gaat gebeuren. [naam 4] geeft vervolgens aan dat het een gegeven is dat men in zo’n geval de tijd moet hebben, dat hij de emotie van [naam 1] wel snapt en dat als [naam 1] eruit wil, dat hij, [naam 4] , het dan gaat opgeven. Uiteindelijk wordt afgesproken om later, na opening van de beurs, om 10:30 uur weer even te bellen.
Op 28 februari 2020 hebben [naam 1] en [naam 4] om 10:31 uur weer telefonisch contact. Zij stellen vast dat de markten, zoals verwacht, behoorlijk in de min hebben geopend. [naam 1] deelt vervolgens mee dat hij terugkomt op zijn eerdere besluit om de portefeuille te verkopen en dat er nu dus niets aan de portefeuille behoeft te worden gewijzigd. [naam 1] licht toe dat hij inziet wat [naam 4] bedoelde, en dat men zich niet moet laten overmeesteren door de paniek. [naam 4] geeft aan dat hij denkt dat dat een verstandige beslissing is. [naam 1] geeft aan dat hij zijn beslissing nog even per e-mail zal bevestigen.
Bij e-mail van eveneens 28 februari 2020 (10:46 uur) heeft [naam 1] het volgende aan [naam 4] bericht:
“(...)
Wij hebben elkaar hedenochtend twee maal gesproken.
Jouw commentaar en advies waardeer ik.
Naar aanleiding daarvan heb ik , namens Forfait Holding BV, besloten van mijn oorspronkelijke voornemen af te zien.
Dus: de portefeuille wordt NIET verkocht.
Na 18 maart moeten wij weer eens bijpraten.
Dank voor jouw meedenken.
(...)”.
Bij e-mail van 1 maart 2020 (19:11 uur) heeft [naam 1] het volgende aan [naam 4] bericht:
“(...)
Ik heb het weekend de berichten op de internationale TV zenders en financiele kanalen gevolgd.
Ook heb ik diverse interviews gehoord.
De teneur is duidelijk: financial meltdown , systemic risks,
a nightmare scenario, once-in-a-century pandemic ( Bill Gates ) etc.
Onder deze omstandigheden kan ik niet passief blijven en wachten op een eventueel herstel.
Voordat mijn pensioenkapitaal gedecimeerd is, heb ik daarom besloten de GEHELE portefeuille per direct te verkopen.
Ik kom dus terug op mijn eerder besluit.
Ik ontvang gaarne een bevestiging van deze email.
(...)”.
Hierna wordt over en weer bericht per e-mail, als volgt:
1 maart 2020 (21:32 uur) - de heer [naam 2] namens Van Lanschot aan de heer en mevrouw [naam 1] :
“(...)
Via [ [naam 4] ] hoorde ik al jullie contact over de portefeuille. Graag bel ik jullie morgenochtend even op.
Voor ons beleggingsbesluit hebben wij uitgebreid stilgestaan bij de korte termijnrisico’s van beleggen.
Uiteindelijk hebben wij samen een dividendstrategie neergezet die een kasstroom moet laten zien op de lange termijn (pensioeninkomen).
Zie mijn bijlage hoe onze hoofdeconoom “ [naam 5] ” kijkt naar het Corona Virus en de economieën. De beurzen kijken volledig naar het Corona Virus en met veel emotie. Dit heeft geleid tot een snelle daling binnen enkele dagen.
Onze strategie (van Van Lanschot Kempen) is nauwelijks aangepast en wij vinden het verkopen van aandelen na zo een daling niet passend.
In 2018 hebben jullie ook na een behoorlijk harde daling de portefeuille verkocht. Toen zag je ook dat beurzen na de harde daling stapsgewijs opliepen (wat uiteindelijk geleid heeft tot hoge rendementen). Deze bewegingen laat de aandelenbeurs vaak zien. Een veel geziene reactie van de particuliere belegger is om op basis van emotie (angst) bij een verlies alles te verkopen. Juist dat zijn de momenten om beleggingen te houden want jullie hebben de tijd om deze “correctie” uit te zitten. Daarnaast willen jullie de dividenden ontvangen om op lange termijn het verhogen te laten groeien of van te consumeren.
Ik hoop ook wat meer rust te kunnen geven en dat je niet zoals 2018 een overhaaste (geëmotioneerde) beslissing neemt.
(...)”.
1 maart 2020 (22:32 uur) - [naam 1] aan [naam 2] :
“(...)
Dank voor jouw email.
Ik heb de volgende opmerkingen.
De bedrijfsresultaten komende onder grote druk.
“Supply chains” vallen droog.
Fabrieken worden gesloten
Dit heeft tot gevolg dat dividenden onzeker worden dan wel gepasseerd worden.
De oorspronkelijke dividendstrategie is dus niet langer houdbaar.
Mijn beleggingshorizon is beperkt.
Ik ben geen veertiger!
De casus van 2018 was anders.
Nu is er sprake van een globale maatschappelijke en financiele crisis.
En dit is nog maar het begin van de crisis.
Mijn conclusie is derhalve dat dividenden zeer onzeker worden en
dat ik niet de tijd heb ( 5 - 10 jaren ? ) om de koersverliezen uit te zitten.
(...)”.
1 maart 2020 (22:59 uur) - [naam 2] aan [naam 1] :
“(...)
Inderdaad ben ik het eens dat je geen termijn hebt van tientallen jaren. Dat weten [ [naam 4] ] en ik ook.
Wij hebben toentertijd de portefeuille ook grofweg in 3 delen geknipt:
Risicomijdende stuk (obligaties in USD) aangehouden via een tracker
Individuele aandelen (combinatie van dividendaandelen en groeiaandelen)
Dividend fondsen en trackers (grote spreiding in honderden dividendbedrijven)
Sowieso blijf je door deze allocatie structuur dividend ontvangen.
Verder probeerde ik met mijn voorbeeld van 2018 aan te geven dat in/uit stappen uit de beleggingen vaak negatief resultaat met zich meebrengt. Dit is ook een veel geziene stap van particuliere beleggers.
Er staat nog ruim 200.000 EUR liquide dus de komende jaren ben je liquide genoeg om te leven (exclusief de toekomstige dividenden op de rekening). Daar hebben wij juist rekening mee gehouden.
Praat er samen met [mevrouw [naam 1] ] nog even over. [ [naam 4] ] en/of ik bellen je morgenochtend om de stap wel of niet te zetten. (...)”.
2 maart 2020 (7:41 uur) - [naam 1] aan [naam 2] :
“(...)
De markten kleuren hedenmorgen enigszins groen.
Maar voor hoe lang?
Dit is vermoedelijk een standaard reactie van professionele instituten op basis van geprogammeerde koopopdrachten.
De stemming is nog steeds negatief.
Ik ben geen standaard particuliere belegger die met “ excess funds” speculeert.
Ik twijfel ernstig aan de toekomstige dividendstroom.
Ook dividendfondsen en hun onderliggende beleggingen hebben te maken met deze turmoil.
Uitstappen kan ook verdere schade voorkomen.
De timing is uiteraard belangrijk.
Ik weet niet welke telefoonnummers jullie gebruiken
Maar gisterenavond zie ik geen missed calls.
(...)”.
Op 2 maart 2020 hebben [naam 1] en [naam 4] om 10:13 uur weer telefonisch contact. [naam 1] herhaalt dat hij geen gewone particuliere belegger is, dat het gaat om zijn pernsioenpot en dat hij zich zorgen maakt over toekomstige dividenden. [naam 4] herhaalt zijn visie en bevestigt een opmerking van [naam 1] dat [naam 1] het, inderdaad, te emotioneel bekijkt. [naam 1] geeft tijdens het gesprek aan dat hij later nog even wil terugbellen, samen met zijn vrouw. [naam 1] geeft verder aan dat hij, mede gezien de eerdere e-mails en gesprekken, ernaar neigt om met Van Lanschot mee te denken, dat men beter niet overhaast kan verkopen. [naam 4] geeft aan dat het hem verbaast, gezien de uitgangspunten van de aangegane beleggingsadviesrelatie, dat [naam 1] nu spreekt over een korte horizon en dat hij geen gewone particuliere belegger is. [naam 4] deelt mede dat als [naam 1] dát vindt, dat Van Lanschot dan alles moet verkopen omdat ‘we dan niet goed bezig zijn’. [naam 4] geeft [naam 1] mee om dat mee te nemen in de discussie. [naam 1] benadrukt dat voor hem de dividendstroom nog steeds het belangrijke uitgangspunt is.
Bij e-mails van eveneens 2 maart 2020 heeft [naam 1] het volgende aan [naam 4] bericht:
om 14:19 uur:
“(...)
Naar aanleiding van ons gesprek hedenochtend heb ik de volgende opmerkingen.
> ondanks licht groene cijfers is mijn portefeuille wederom vandaag in waarde gedaald !?
> mijn visie op de globale economie en beleggingsmarkt is negatief.
> de pijler van mijn portefeuille is het dividendrendement.
Tot heden is dit teleurstellend.
Wellicht is dit te wijten aan de tijdspanne.
Dit is mij echter niet helemaal duidelijk ( zie hieronder).
> belangrijker is dat de 4 zogenoemde dividend fondsen aanzienlijk in waarde zijn gedaald.
Ik kan dit moeilijk begrijpen.
Dit betekent naar mijn mening dat de economische groei achterblijf met gevolg lagere bedrijfswinsten en lagere/geen dividendstroom.
Hiermede valt de grondslag van mijn portefeuille weg.
Graag hoor ik jouw mening hierover.
(...)”.
en om 14:39 uur:
“(...)
Nog even kort.
Ik heb zojuist Bloomberg TV bekeken.
Mijn mening wordt bevestigd.
Conclusie: mijn GEHELE portefeuille wordt verkocht.
(...)”.
Op 2 maart 2020 (15:18 uur) hebben de heer [naam 1] , mevrouw [naam 1] , [naam 4] en [naam 2] telefonisch contact. [naam 1] benadrukt dat de peiler van de portefeuille het dividend is. [naam 4] geeft wederom zijn visie op dit punt (dat men op de langere termijn moet kijken). [naam 1] verwijst naar de eerdere contacten per telefoon en per e-mail en stelt vast dat hij elke keer heen en weer wordt geslingerd. [naam 4] geeft aan dat als [naam 1] er echt nerveus van wordt, hij dan ermee moet stoppen. Op zeker moment vraagt [naam 1] wat [naam 4] , alles in aanmerking nemende, adviseert. [naam 4] antwoordt daarop dat hij op basis van de uitgangspunten bij het aangaan van de overeenkomst adviseert om niets te doen, maar dat het uitgangspunt ‘de belegger wordt niet nerveus van een daling van 20%’ nu kennelijk achterhaald is. [naam 1] geeft aan dat dat een relevant antwoord is en dat hij en zijn echtgenote erover moeten nadenken. Mevrouw [naam 1] haalt het adagium ‘als je wordt geschoren, moet je stilzitten’ aan, maar geeft tegelijkertijd aan dat zij het met [naam 4] eens is, dat als de gezondheid eronder gaat lijden, men er beter kan uitstappen, waarna zij aangeeft dat dit stof tot nadenken is en dat zij en [naam 1] erop terug zullen komen. Afgesproken wordt om over twee dagen weer te bellen.
Bij e-mail van 2 maart 2020 (15:20 uur) heeft [naam 1] het volgende aan [naam 4] bericht:
“(...)
Naar aanleiding van ons laatste telefoongesprek gaan wij nog eens intern beraad voeren.
Wij spreken elkaar woensdag 4 maart om 16.30 NL tijd.
Met dank voor de tijd en jullie visie.
(...)”.
Op 4 maart 2020 hebben de heer [naam 1] , mevrouw [naam 1] en [naam 2] telefonisch contact. Er wordt gesproken over de risico’s van het coronavirus aan de hand van een visie van de hoofdeconoom van Van Lanschot, [naam 5] . [naam 2] herhaalt de dividendvisie van Van Lanschot (nu geen risico, maar op de lange termijn zou een risico kunnen ontstaan). Wanneer [naam 2] vraagt naar het resultaat van het overleg tussen de heer en mevrouw [naam 1] , zegt [naam 1] dat zij hebben geconcludeerd te moeten blijven stilzitten. [naam 1] wijst daarbij nog wel op het risico dat de dividenduitkeringen minder worden. Er wordt daarna gesproken over dividenden, mede aan de hand van concrete ondernemingen. [naam 2] geeft later als advies om de portefeuille ‘te laten werken, zijn gang te laten gaan’ en: “(...) ik kan heel veel van dit gaan zeggen, en dat hebben we de vorige keer ook gedaan, het moet voor jullie wel GOED voelen”. [naam 1] herhaalt vervolgens dat hij en zijn vrouw het erover hebben gehad dat zij voorlopig moeten blijven zitten, omdat “het nu geen zin heeft om twee ton te verliezen”, en dat hij “ook die dividenden wel eens graag [wil] zien komen”. [naam 2] geeft aan dat hij [naam 4] zal vragen om een overzicht van aankomende dividenden op te stellen. Hierna wordt gedrieën besproken dat het het beste is om zich niet te concentreren op dagkoersen. Mevrouw [naam 1] deelt nog mede dat [naam 2] en [naam 4] fantastisch zijn geweest in de uitleg tijdens de diverse telefoongesprekken, dat dit door de heer en mevrouw [naam 1] zeer op prijs is gesteld, en dat “we blijven zitten waar we zitten”.
Op 12 maart 2020 heeft [naam 1] telefonisch contact opgenomen met [naam 2] . [naam 1] geeft aan op basis van de dagkoersen erg ongerust te zijn, en het er nog intern over te hebben gehad. [naam 2] geeft aan dat de mening van Van Lanschot bij [naam 1] bekend is, dat er verder niets meer is toe te voegen aan wat er over en weer al is gezegd, en dat [naam 1] de keuze moet maken die goed voelt. [naam 1] beaamt dat verder overleg niet meer nodig is en geeft dan aan [naam 2] de opdracht om de gehele portefeuille zo snel mogelijk te verkopen. [naam 2] bevestigt aan [naam 1] dat de verkoopopdracht zal worden uitgevoerd.
Van Lanschot heeft de verkoopopdracht meteen na het gesprek van 12 maart 2020 uitgevoerd. De portefeuille is geliquideerd voor € 1.578.493,00.
3 Het geschil
Forfait vordert – samengevat – veroordeling van Van Lanschot tot betaling aan Forfait van € 431.786,00 althans € 354.629,00 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten.
Forfait voert daartoe aan dat zij al op 27 februari 2020 en 2 maart 2020 verkoopopdrachten heeft gegeven, die niet door Van Lanschot zijn uitgevoerd. Als toen de portefeuille verkocht zou zijn, zou deze respectievelijk € 431.786,00 en € 354.629,00 meer hebben opgeleverd.
Van Lanschot voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.