Rechtbank Amsterdam, 22-11-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7704, C/13/707838 / KG ZA 21-801
Rechtbank Amsterdam, 22-11-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7704, C/13/707838 / KG ZA 21-801
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 november 2021
- Datum publicatie
- 11 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:7704
- Zaaknummer
- C/13/707838 / KG ZA 21-801
Inhoudsindicatie
ING moet bankrelatie met coffeeshopketen uit Brabant voortzetten. Coffeeshop keten dient wel tijdig een bodemprocedure aanhangig te maken.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/707838 / KG ZA 21-801 IHJK/MvG
Vonnis in kort geding van 22 november 2021
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 5] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 6] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 7] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 8] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 9] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
10. [eiser sub 10],
wonende te [woonplaats] ,
eisers bij conceptdagvaarding van 29 oktober 2020,
advocaten mr. S.T. Blom en mr. M. van Weeren te Amsterdam,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde, vrijwillig verschenen,
advocaten mrs. S.N. Naäman en F.A. van de Wakker te Amsterdam.
Eisers zullen hierna gezamenlijk [eisers] worden genoemd en gedaagde ING.
1 De procedure
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 8 november 2021 hebben [eisers] hun vorderingen toegelicht. ING heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een op voorhand ingediend schriftelijk verweer. Beide partijen hebben producties en een pleitnotitie in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op heden.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- aan de zijde van [eisers] : mrs. Blom, Van Weeren, J.E. van Kuijk en T. Vis, met [eiser sub 10] , uiteindelijk belanghebbende van eisers 1 tot en met 9;
- aan de zijde van ING: mrs. Naäman en Van de Wakker, [naam 2] , jurist, en
[naam 3] , KYC-medewerker.
2 De feiten
[eiser 5] en [eiser 6] in Den Bosch en [eiser 8] en [eiser 7] in Tilburg (hierna gezamenlijk de coffeeshops) exploiteren ieder een coffeeshop en vormen gezamenlijk coffeeshopketen [naam keten] . [eiser 1] B.V. is de topholding van het [eisers] concern waarvan eiseressen 1 tot en met 9 deel uitmaken. [eiser 3] en [eiser 2] zijn tussenholdings. [eiser 9] is de beheers- en administratievennootschap van het concern. [eiser sub 10] is 99% aandeelhouder en tevens enig bestuurder van [eisers] B.V. Dat maakt hem ook de uiteindelijk belanghebbende (UBO) van het [eisers] concern, dat 93 werknemers in loondienst heeft. [eisers] bankieren bij ING. Op de bankrelaties tussen partijen zijn, voor zover van belang, de Algemene Bankvoorwaarden van ING van toepassing.
[naam 4] ( [naam 4] ) heeft in 1990 coffeeshopketen [naam keten] opgericht, destijds nog bestaande uit [eiser 5] , [eiser 8] en [eiser 7] . Sinds 2006 maakt ook [eiser 6] deel uit van [naam keten] . [naam 4] was indirect aandeelhouder van de in Luxemburg gevestigde vennootschap WVB S.A., die op haar beurt indirect de aandelen hield van de coffeeshops. In 2011 heeft [eiser sub 10] , via zijn in Luxemburg gevestigde vennootschap Origin S.A., aandelen in WVB S.A. gekocht van [naam 4] voor een bedrag van € 6.485.000,00.
[naam 4] heeft destijds een optierecht bedongen waarmee hij voor € 1,00 de helft van de aandelen in WVB S.A. kan terugkopen.
In 2011 is het Openbaar Ministerie (OM) een strafrechtelijk onderzoek gestart naar [naam keten] .
Op 16 november 2012 is [eiser 1] B.V. opgericht, waarvan [eiser sub 10] enig bestuurder is. [eiser 1] B.V. heeft de aandelen in [eiser 3] en [eiser 2] van WVB S.A. verworven.
Bij aktes van 23 november 2012 is door [eiser 1] B.V. ten gunste van WVB S.A. een pandrecht gevestigd op de aandelen van [eiser 3] en [eiser 2] . In de aktes is opgenomen dat het stemrecht op de aandelen toekomt aan [eisers] B.V.
In 2013 is WVB S.A. opgegaan in Origin S.A. en is de naam van Origin S.A. gewijzigd in WVB S.A.
In november 2015 is [naam 4] door een Thaise rechtbank veroordeeld voor witwassen in Thailand.
In het onderzoek naar [naam keten] heeft het OM in maart en april 2016 meerdere verdachten aangehouden, onder wie [eiser sub 10] en een broer van [naam 4] . Zij worden ervan verdacht op grote schaal inkomsten uit de vier coffeeshops buiten de officiële boekhouding te hebben gehouden, privé-inkomsten uit de coffeeshops te hebben verzwegen voor de belastingdienst en geld via schijnconstructies in Nederland en in het buitenland te hebben witgewassen. In 2017 heeft het OM onder meer [eiser sub 10] , [naam 4] en zijn broer hiervoor gedagvaard.
In bijlage 1 van Beleidsregel inzake gedogen van coffeeshops en de bestuurlijke handhaving 13b Opiumwet ’s-Hertogenbosch 2018 worden onder meer [eiser 6] en [eiser 5] vermeld als in Den Bosch gevestigde coffeeshops.
In december 2019 hebben [eiser 1] B.V., [eiser sub 10] en [naam 4] een overeenkomst gesloten op grond waarvan [naam 4] tegen betaling van € 6,5 miljoen afstand heeft gedaan van het onder 2.3 genoemde optierecht. In de daartoe opgestelde overeenkomst staat dat partijen over de betaling op een later moment nadere afspraken zullen maken.
Bij overeenkomst(en) van 30 september 2020 heeft [eiser 3] € 2.845.336,00 en [eiser 2] € 2.728.988,00 geleend aan [naam 4] .
Bij brieven van 3 november, 7 december en 23 december 2020 heeft ING aan [eisers] vragen gesteld over de vergunningen van de coffeeshops, de AHOJG-criteria – door de procureurs-generaal opgestelde uitvoeringsregels onder welk regime een coffeeshop valt, de uitgevoerde transacties, de boekhouding, de aandeelhoudersstructuur en de berichtgeving vanuit openbare bronnen over [naam keten] . Bij brieven van 3 en 11 december 2020 en 29 januari 2021 heeft [eisers] de vragen van ING beantwoord.
Bij akte van cessie van 17 december 2020 hebben [eiser 3] en [eiser 2] hun geldvorderingen op [naam 4] van in totaal € 5.574.324,00 uit hoofde van de onder 2.12. genoemde overeenkomsten overgedragen aan [eiser 1] B.V.
Bij overeenkomst van 17 december 2020 hebben [eiser 1] B.V. en [naam 4] hun vorderingen op elkaar – [eiser 1] B.V. € 5.574.324,00 uit hoofde van de akte van cessie en [naam 4] € 6.658.437,00 inclusief rente uit hoofde van de afstand van zijn optierecht – verrekend, waarna nog een vordering resteerde van [naam 4] op [eisers] B.V. van € 1.084.113,00.
In opdracht van [eisers] heeft D.B.C. Contzé RA van Contzé & Partners (forensisch) onderzoek gedaan naar de administratie van de coffeeshops over de periode 2008 tot en met 2014. Volgens Contzé zijn in de administratie van de coffeeshops geen aanwijzingen aangetroffen dat de verantwoorde inkoopprijzen zouden zijn opgehoogd en heeft Contzé geoordeeld dat dit gezien de minutieus vastgelegde goederenbeweging en het feit dat de betaalde inkoopprijzen onlosmakelijk zijn gekoppeld aan de vastgestelde omzet volgens de kasregisters ook zeer onwaarschijnlijk is. In een brief van 29 december 2020 schrijft Contzé dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat de over de periode 2008 tot en met 2014 getrokken conclusies niet eveneens van toepassing zouden zijn op de periode tot en met 2019.
Bij brief van 9 april 2021 heeft ING de bankrelatie met [eisers] opgezegd tegen 9 juli 2021 en heeft ING [eisers] bericht dat hun bedrijfs- en persoonsgegevens worden opgenomen in het interne verwijzingsregister (IVR) van ING, voor de duur van maximaal acht jaar. ING heeft de volgende gronden aan de opzegging ten grondslag gelegd.
“
- -
-
De oud-eigenaar van de vier coffeeshops, (...), de heer [naam 4] , wordt verdacht van grootschalig witwassen en belastingfraude in de periode van 2002-2014. Uit openbare berichtgeving van onder andere het Openbaar Ministerie blijkt dat de coffeeshops hierbij een belangrijke rol zouden hebben gespeeld. Ook leiden wij uit deze berichtgeving af dat het Openbaar Ministerie vermoedt dat de inkoopprijzen van de cannabishandel tussen 2002 en 2014 zijn gemanipuleerd. De huidige eigenaar van de voorgenoemde coffeeshops, de heer [eiser sub 10] is tevens verdachte in het strafrechtelijke onderzoek, zo blijkt uit openbare berichtgeving van onder andere het Brabants Dagblad, d.d. 04-07-17. Omdat er geen overtuigende informatie of documentatie is verstrekt om deze verdenkingen te ontkrachten, zijn de risico’s die deze verdenkingen voor ING met zich meebrengen onvoldoende weggenomen.
- -
-
WVB S.A. houdt het pandrecht op de aandelen van [eiser 3] BV en [eiser 2] BV. Alle aandelen van WVB S.A. luiden aan toonder, waardoor de economisch belanghebbenden niet volledig te verifiëren zijn. Gelet op de geconstateerde risico’s, leidt dit tot een voor ING onacceptabel risico.
- -
-
[eiser 6] B.V. en [eiser 5] B.V. beschikken niet over een geldige exploitatievergunning, terwijl coffeeshops in de gemeente ’s-Hertogenbosch hier volgens de Beleidsregels inzake gedogen van coffeeshops en de bestuurlijke handhaving 13b Opiumwet ’s-Hertogenbosch 2018 wel over dienen te beschikken. Ook dit leidt tot een voor ING onacceptabel risico.”
Bij brief van 30 april 2021 van hun advocaat hebben [eisers] bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van de bankrelaties. Bij brief van 26 mei 2021 heeft ING dit bezwaar afgewezen.
Bij brief van 2 juli 2021 van hun advocaat hebben [eisers] opnieuw bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van de bankrelaties. Bij brief van 31 augustus 2021 heeft ING [eisers] bericht dat zij de opzegging van de bankrelaties niet herziet en dat het gebruik van de bankrekeningen per 30 november 2021 zal worden beëindigd.
Nadat ING de bankrelatie met [eisers] had opgezegd, hebben [eisers] Acces to Capital B.V. ingeschakeld voor het vinden van een nieuwe bank. Acces to Capital heeft daartoe aanvragen ingediend bij ABN AMRO Bank, Rabobank, SNS Bank en iBanFirst. Deze banken hebben de aanvraag van [eisers] afgewezen.
3 Het geschil
[eisers] vorderen, samengevat:
primair, op straffe van een dwangsom:
I. ING te gebieden de bankrelaties met [eisers] voort te zetten en voor zover nodig deze te herstellen, althans in ieder geval voor de duur van de bodemprocedure of voor een in goede justitie te bepalen periode,
II. ING te gebieden de persoonsgegevens van [eisers] binnen twee dagen na het wijzen van dit vonnis uit het Intern Verwijzingsregister te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel de registratietermijn van acht jaar te verkorten,
subsidiair, op straffe van een dwangsom, ING te gebieden een basisbetaalrekening te openen voor [eiser sub 10] ,
meer subsidiair, op straffe van een dwangsom, in goede justitie een beslissing te nemen,
in alle gevallen ING te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met rente.
[eisers] stellen daartoe het volgende. De door ING aangevoerde gronden kunnen de opzegging van de bankrelaties met [eisers] niet dragen. [eiser sub 10] en [naam 4] worden slechts verdacht van strafbare feiten. Zij ontkennen zich daaraan schuldig te hebben gemaakt. Uit de rapportage van Contzé volgt dat de inkoopprijzen zeer gedetailleerd en op juiste wijze worden verantwoord in de administratie van de coffeeshops. Het strafrechtelijk onderzoek loopt al jaren en bevindt zich nog altijd in de regiefase. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om [eisers] op basis van de enkele verdenking van betrokkenheid bij witwassen de toegang tot deelname aan het bankverkeer geheel te onthouden. Het is niet aan ING om op de stoel van de strafrechter te gaan zitten. Bovendien is [naam 4] sinds 2011 niet meer betrokken bij [eisers] Hij is geen aandeelhouder, bestuurder, procuratiehouder, gevolmachtigde of op een andere wijze verbonden aan [eisers] [naam 4] heeft een vordering op [eisers] uit hoofde van de verkoop van [naam keten] en de afstandsverklaring van de koopoptie. [naam 4] beschikt niet over een bankrekening. [eisers] doen voor en ten behoeve van [naam 4] betalingen aan derden, waaronder advocaatkosten en de kosten van de privéschool van zijn stiefzoon. Deze betalingen worden verrekend met de vordering die [naam 4] heeft op [eisers] Hier is sprake van een zichtbare en verifieerbare betalingsstroom, die door [eisers] door middel van aan ING overgelegde overeenkomsten is verantwoord. Er is dus geen risico op witwassen of financiering van terrorisme.
ING gaat eraan voorbij dat het pandrecht van WVB S.A. op de aandelen van [eiser 3] en [eiser 2] niet relevant is voor de vraag wie de UBO is van die vennootschappen. Een pandrecht is een zekerheidsrecht en geeft WVB S.A. geen invloed op het beleid van of de zeggenschap in [eiser 3] en [eiser 2] . Het stemrecht op de aandelen [eiser 3] en [eiser 2] rust bij de aandeelhouder/pandgever, te weten [eiser 1] B.V. Enig aandeelhouder van die vennootschappen is immers [eisers] B.V. [eiser sub 10] houdt op zijn beurt 99% van de aandelen van [eisers] B.V., wat hem de UBO maakt van [eiser 3] en [eiser 2] . Dat ING de UBO van [eiser 3] en [eiser 2] niet kan verifiëren is dus onjuist. De aandelen aan toonder van WVB S.A. liggen momenteel onder beslag bij het OM. [eiser sub 10] zal ervoor zorg dragen dat zodra het beslag op de aandelen aan toonder is opgeheven WVB S.A. afstand zal doen van het pandrecht op de aandelen in [eiser 3] en [eiser 2] .
De exploitatie van de coffeeshops van [eiser 6] en [eiser 5] wordt al ruim 30 jaar gedoogd door de burgemeester van Den Bosch. Voor deze coffeeshops is op 31 mei 2012 een vergunning aangevraagd. Die aanvraag is ontvankelijk verklaard maar daarop is nog altijd niet beslist. In bijlage 1 van Beleidsregel inzake gedogen van coffeeshops en de bestuurlijke handhaving 13b Opiumwet ’s-Hertogenbosch 2018 worden onder meer [eiser 6] en [eiser 5] vermeld als in Den Bosch gevestigde coffeeshops. Dat [eiser 6] en [eiser 5] formeel niet over een vergunning beschikken, kan geen reden zijn om de bankrelatie op te zeggen. Bovendien heeft ING niet onderbouwd welke onaanvaardbare risico’s op witwassen of financiering van terrorisme zouden volgen uit de wijze waarop de burgemeester de exploitatie van de coffeeshops gedoogt.
Omdat ING de bankrelaties met [eisers] ten onrechte heeft opgezegd, dienen ook de registraties van [eisers] uit het IVR van ING te worden verwijderd.
ING heeft het volgende verweer gevoerd. [eiser sub 10] is verdachte in een strafrechtelijk onderzoek. ING heeft hierover informatie gevraagd aan [eisers] Zij heeft echter slechts heel summier informatie verkregen. [eisers] betwisten zonder enige onderbouwing dat het [eisers] concern en [eiser sub 10] betrokken zouden zijn geweest bij strafbare feiten en hebben daarmee geen informatie verstrekt die de verdenkingen ontkracht. Ook het rapport van Contzé overtuigt niet, omdat dit slechts ziet op geadministreerde goederen en omdat het niet ziet op de periode 2002-2008. Omdat het strafrechtelijk onderzoek zoveel media-aandacht heeft gekregen en nog steeds krijgt, is het potentiële integriteits- en reputatierisico voor ING zeer groot. Te meer nu de betrokkenheid van [naam 4] , die ook verdachte is, bij [eisers] door de onderlinge schuldverhoudingen nog steeds aanwezig is. De bereidwilligheid van [eisers] om aan derden betalingen te verrichten voor [naam 4] maakt dat hij weldegelijk nog betrokken is bij [eisers] Dat [naam 4] niet over een eigen bankrekening kan beschikken, is geen gegronde reden voor de door [eisers] gehanteerde constructie. [eisers] maken het ING zo onmogelijk om toereikend onderzoek te doen naar een van de feitelijke gebruikers van de bankrekeningen.
De aandeelhouderstructuur van WVB S.A. die een pandrecht houdt op de aandelen van [eiser 3] en [eiser 2] kan niet worden geverifieerd, omdat deze aandelen aan toonder luiden en momenteel beslagen zijn door het OM. Daardoor kan ING niet met zekerheid de UBO identificeren.
[eiser 6] en [eiser 5] beschikken niet over een geldige exploitatievergunning, terwijl dit op grond van een beleidsregel van de gemeente Den Bosch noodzakelijk is. Dat de burgemeester van Den Bosch niet handhaaft op het ontbreken van de benodigde vergunningen, laat onverlet dat ING deze omstandigheid wel meeweegt bij de beoordeling wat het risico is terzake witwassen en terrorismefinanciering.
ING heeft de maatschappelijke gevolgen van het opzeggen van de bankrelaties betrokken in haar afweging. Bij het voortzetten van de bankrelaties met [eisers] bestaat een onaanvaardbaar risico op witwassen en terrorismefinanciering. Dit maakte dat ING wettelijk verplicht is op grond van artikel 5 lid 3 Wwft de bankrelaties met [eisers] op kortst mogelijke termijn af te wikkelen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.