Home

Rechtbank Amsterdam, 09-03-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1110, AMS 21/905

Rechtbank Amsterdam, 09-03-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1110, AMS 21/905

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
9 maart 2022
Datum publicatie
29 maart 2022
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:1110
Zaaknummer
AMS 21/905

Inhoudsindicatie

Verzoek o.g.v. AVG ingediend bij verweerder. Verweerder is geen bestuursorgaan a.b.i. artikel 1:1 van de Awb. Rechtsgang is geregeld in de Uitvoeringswet AVG. AVG-verzoek bij betreffende bestuursorgaan indienen.

Uitspraak

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 21/905

en

Procesverloop

De rechtbank heeft op 10 februari 2021 een beroepschrift van eiser ontvangen dat is gericht tegen een brief van 27 januari 2021 (de bestreden brief).

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen.1

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser heeft op 29 december 2020 per e-mail een verzoek om inzage op grond van de AVG bij verweerder ingediend.2 Verweerder heeft eiser per e-mail van 26 januari 2021 voor het indienen van een inzageverzoek verwezen naar zijn gemeente of waterschap. Tegen deze e-mail heeft eiser op 26 januari 2021 per e-mail bezwaar gemaakt. Per e-mail van 27 januari 2021 heeft verweerder eiser bericht dat haar e-mail van 26 januari 2021 geen besluit is en dat bezwaar niet mogelijk is.3

3. Eiser heeft zich in het beroepschrift op het standpunt gesteld dat de Awb van toepassing is en dat verweerder een bestuursorgaan is.4 Eiser heeft daarbij aangevoerd dat verweerder van overheidsorganen afkomstige persoonsgegevens van eiser verwerkt. Verweerder verricht zelfstandig werkzaamheden en geeft op eigen initiatief signalen af aan overheidsorganen. Kort gezegd kan het niet zo zijn dat eiser bij alle verschillende overheidsorganen een AVG-verzoek moet indienen. De omstandigheid dat verweerder een stichting is, maakt dit niet anders aldus eiser.

Beoordeling

4.1

De rechtbank stelt allereerst vast dat eiser er van uit gaat dat op hem betrekking hebbende persoonsgegevens door verweerder zijn of worden verwerkt. Uit de door eiser overgelegde stukken kan worden opgemaakt dat zijn verzoek om inzage betrekking heeft op in opdracht van (een) bestuursorgaan (bestuursorganen) verwerkte persoonsgegevens van eiser. Eiser heeft niet concreet gemaakt op welke persoonsgegevens zijn verzoek betrekking heeft of kan hebben en ten aanzien van welk bestuursorgaan er door verweerder gegevens zouden zijn verwerkt. De rechtbank zal desalniettemin beoordelen of verweerder als een bestuursorgaan kan worden aangemerkt. In dit verband heeft het volgende te gelden.

4.2

Verweerder is opgericht in opdracht van de Staat der Nederlanden op grond van artikel 29 van de Comptabiliteitswet.5 Verweerder is belast met ondersteunende werkzaamheden voor de gegevensuitwisseling tussen gemeentelijke sociale diensten en andere instanties. Verweerder verricht – in opdracht en ten dienste van de gemeenten – feitelijke werkzaamheden. Wettelijke bevoegdheden en verplichtingen blijven onveranderd op de gemeenten en die derden rusten, zodat verweerder geen zelfstandig bestuursorgaan is.

4.3

Gelet op het voorgaande is het beroep van eiser niet gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit. De bestuursrechter van de rechtbank is kennelijk onbevoegd om van het beroepschrift van eiser kennis te nemen.

5. De rechtbank merkt ter informatie aan eiser op dat eiser een AVG-verzoek kan indienen bij een bestuursorgaan. Op de verwerking van persoonsgegevens is de (Uitvoeringswet) AVG van toepassing. In artikel 34 staat dat een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening, voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan, een besluit is in de zin van de Awb.6 Dat betekent dat tegen een besluit dat door een bestuursorgaan op een AVG-verzoek is genomen, bezwaar kan worden gemaakt en vervolgens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. In artikel 35 is de rechtsgang geregeld van een beslissing op een AVG-verzoek dat is genomen door een niet-bestuursorgaan. Verweerder behoort als ondersteunende instantie ook niet tot de categorie niet-bestuursorgaan.

6. Eiser is geen griffierecht verschuldigd. Eventueel betaald griffierecht zal worden terugbetaald.

7. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.C. Langendoen, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

9 maart 2022

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel