Rechtbank Amsterdam, 04-02-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:606, C/13/708455 / HA RK 21-346 en C/13/708458 / HA RK 21-347
Rechtbank Amsterdam, 04-02-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:606, C/13/708455 / HA RK 21-346 en C/13/708458 / HA RK 21-347
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 februari 2022
- Datum publicatie
- 3 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:606
- Zaaknummer
- C/13/708455 / HA RK 21-346 en C/13/708458 / HA RK 21-347
Inhoudsindicatie
Opleggen van een bestuursverbod en ontbinding van een stichting op verzoek van het Openbaar Ministerie met benoeming van een vereffenaar.
Uitspraak
beschikking
Afdeling privaatrecht
Zaak-/ rekestnummers: C/13/708455 / HA RK 21-346 en C/13/708458 / HA RK 21-347
Beschikking van 4 februari 2022
in de zaken van
het OPENBAAR MINISTERIE, ARRONDISSEMENTSPARKET AMSTERDAM,
namens deze mr. O.J.M. van der Bijl, Officier van Justitie,
verzoeker,
en
1. de stichting
STICHTING [belanghebbende 1],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats] ,
belanghebbenden,
advocaat mr. N. de Vos te Amsterdam.
Partijen worden hierna het OM, [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] genoemd.
1 Het verloop van de procedure in beide zaken
Het verloop van de procedure in de zaak met rekestnummer C/13/708455/HARK 21-346 (hierna: het verzoek tot ontslag) blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 14 oktober 2021;
- -
-
het e-mailbericht van mr. De Vos van 7 december 2021.
Het verloop van de procedure in de zaak met rekestnummer C/13/708458/HARK 21-347 (hierna: het verzoek tot ontbinding) blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 14 oktober 2021;
- -
-
het e-mailbericht van mr. De Vos van 7 december 2021.
Nadat belanghebbenden in kennis zijn gesteld van de verzoeken heeft mr. De Vos bij e-mailberichten
van 7 december 2021 aan de rechtbank te kennen gegeven dat haar cliënt niet gehoord wenst te worden op de verzoeken.
Gezien de samenhang tussen beide zaken zijn deze – overeenkomstig het verzoek van verzoeker - gevoegd.
Beschikking is bepaald op heden. Partijen zijn van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.
2 De feiten in beide zaken
[belanghebbende 1] is opgericht bij akte van 12 april 2012 en is op 16 april 2012 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De oprichtingsakte en de statuten zijn niet bij het handelsregister gedeponeerd. In het handelsregister is ingeschreven dat [belanghebbende 1] statutair gevestigd is in Amsterdam en aldaar kantoor houdt, aan [adres] Ook is vermeld dat [belanghebbende 1] als doelstelling heeft: “Technisch speur- en ontwikkelingswerk. Het doen van onderzoek naar zwerfvuil in met name Amsterdam en omstreken”.
In het handelsregister is geregistreerd dat [belanghebbende 2] sinds de oprichting enig bestuurder is van [belanghebbende 1] .
Het vestigingsadres van [belanghebbende 1] is het woonhuis van een kennis van [belanghebbende 2] . Deze persoon heeft aan de politie gemeld geen betrokkenheid te hebben bij de stichting en ook niet bekend te zijn met de activiteiten van de stichting.
Op 14 oktober 2020 heeft het Flexibel Interventie Team (FIT) van de politie een informatierapport over de stichting opgemaakt op grond van informatie uit politiesystemen, het handelsregister en open bronnen. In het rapport is onder meer vermeld:
“3.1 Aanleiding
Het FIT voert controles uit op vervoersstromen. Tijdens deze controles komt het FIT voertuigen tegen op naam van (...) “Stichting [belanghebbende 1] ”. In de voertuigen treft het FIT steeds andere bestuurders aan. De bestuurders, veelal van Albanese afkomst, komen regelmatig veelvuldig voor in de politiesystemen betreffende verschillende soorten antecedenten. In een aantal voertuigen van de stichting zijn verborgen ruimtes aangetroffen. Volgens de rechtbank is het een feit van algemene bekendheid dat dergelijke ruimtes in voertuigen doorgaans gebruikt worden om strafbare goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, zoals (grote hoeveelheden) wapens, geld of verdovende middelen. (...) Uit de politiesystemen blijkt dat de bestuurder van Stichting [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , ook veelvuldig voorkomt in de politiesystemen. Hij wordt zelf echter nooit in de voertuigen op naam van de stichting aangetroffen. Dit laatste geldt ook voor de bewoner van het adres waarop Stichting [belanghebbende 1] staat ingeschreven, [naam] . (...) Op het wereldwijde web is geen media te vinden in relatie tot Stichting [belanghebbende 1] . Door bovenstaande bevindingen is het vermoeden ontstaan dat Stichting [belanghebbende 1] voor, voornamelijk, Albanese georganiseerde criminaliteit gebruikt wordt voor het verhullen van criminele activiteiten.”
Op 19 februari 2021 en op 12 april 2021 heeft het OM het bestuur van [belanghebbende 1] op de voet van artikel 2:297 BW om inlichtingen gevraagd. Deze verzoeken zijn onbeantwoord gebleven.
Bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 26 augustus 2021 is [belanghebbende 2] bevolen om binnen twee weken na betekening van de beschikking aan het OM de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting beschikbaar te stellen en de waarden van de stichting te tonen. Bij exploot van 6 september 2021 is deze beschikking door de deurwaarder aan [belanghebbende 2] betekend. [belanghebbende 2] , die ten tijde van de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter in de Jellinek-kliniek verbleef in verband met een verslaving, heeft geen gehoor gegeven aan dit bevel.
3 De verzoeken
Het eerste verzoek strekt tot ontslag van [belanghebbende 2] als bestuurder van [belanghebbende 1] en tot het opleggen van een bestuursverbod gedurende vijf jaren aan [belanghebbende 2] op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het tweede verzoek strekt tot ontbinding van [belanghebbende 1] op grond van artikel 2:301 BW.
Het OM legt, kort samengevat, het volgende aan het verzoek tot ontslag ten grondslag. Bij brieven van 19 februari en 12 april 2021 heeft het OM belanghebbenden aangeschreven met het verzoek om inlichtingen als bedoeld in artikel 2:297 BW. Op deze brieven heeft het OM geen reactie ontvangen. Daarop heeft het OM een verzoek bij de voorzieningenrechter op grond van artikel 2:297 BW ingediend. Op 26 augustus 2021 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van het OM toegewezen. [belanghebbende 2] heeft niet voldaan aan het bevel van de voorzieningenrechter. Het niet voldoen aan het bevel van de voorzieningenrechter levert ex artikel 2:298 lid 1 sub b BW een zelfstandige reden op om [belanghebbende 2] als bestuurder van [belanghebbende 1] te ontslaan. Voorts geldt dat [belanghebbende 2] zijn taak als bestuurder van [belanghebbende 1] ernstig heeft verwaarloosd en nog altijd verwaarloost. Bij de mondelinge behandeling bij de voorzieningenrechter is gebleken dat [belanghebbende 2] zich geheel niet bezighoudt met het besturen van [belanghebbende 1] . Namens [belanghebbende 2] – die op dat moment in verband met een verslaving was opgenomen in een kliniek - is naar voren gebracht dat hij bestuurder van [belanghebbende 1] is geworden op verzoek van een derde en moet worden gezien als katvanger, dat hij destijds dakloos was en dat als vestigingsadres voor [belanghebbende 1] het woonadres van een vriend was gebruikt. Voorts is namens [belanghebbende 2] te kennen gegeven dat hij niet over de door het OM gevraagde administratieve stukken van [belanghebbende 1] beschikt en evenmin kennis heeft over auto’s die op naam van [belanghebbende 1] staan. Ook in het Politierapport zijn voldoende aanwijzingen te vinden dat het bestuur van de stichting niet naar behoren worden gevoerd, zoals de constatering dat uit niets – ook niet uit digitale zoekopdrachten - blijkt dat de stichting enige activiteit ontplooit te realisering van haar statutaire doel, dat noch [belanghebbende 2] noch de bewoner van het vestigingsadres van de stichting met de activiteiten van de stichting bekend is en dat de op de stichting geregistreerde voertuigen regelmatig in verband worden gebracht met (vermoede) criminele activiteiten.
Aan het verzoek tot het opleggen van een bestuursverbod legt het OM ten grondslag dat [belanghebbende 2] zowel van het niet voldoen aan het bevel van de voorzieningenrechter als aan het verwaarlozen van zijn bestuurstaak een ernstig verwijt kan worden gemaakt, terwijl niet is gebleken dat hij de wens heeft dit ten goede te keren.
Aan het verzoek tot ontbinding legt het OM het volgende ten grondslag. Het OM is ontvankelijk omdat met het onderhavige verzoek een algemeen belang wordt gediend. Artikel 2:301 BW beoogt het voortbestaan van stichtingen die hun zin hebben verloren of niet kunnen waarmaken, te voorkomen. Het is een bescherming van de maatschappij tegen loze instellingen. In de literatuur wordt aangenomen dat dit artikel ook van toepassing is bij misbruik van of door stichtingen. Het verzoek kan worden toegewezen zowel op de grond genoemd onder a. als op de grond genoemd onder b. van het eerste lid van artikel 2:301 BW. Het vermogen is ten enenmale onvoldoende voor de verwezenlijking van het doel. Het betreft een nagenoeg lege stichting. Uit inlichtingen bij het Kadaster blijkt dat [belanghebbende 1] geen onroerend goed op haar naam heeft staan en uit inlichtingen bij de RDW blijkt dat [belanghebbende 1] (momenteel) slechts één motorvoertuig op haar naam heeft staan. Het OM is niet bekend met bankrekeningen die door [belanghebbende 1] aangehouden worden. Er is sinds de oprichting geen sprake van enige activiteit om vermogen te verkrijgen om het statutaire doel te verwezenlijken. Het lijkt hoogst onwaarschijnlijk dat alsnog een voldoend vermogen door de stichting wordt verkregen. Van enige activiteit om vermogen te verkrijgen ter verwezenlijking van haar statutaire doel is nooit sprake geweest. Vanuit haar vestigingsadres zijn nooit activiteiten verricht en de bewoner van dat adres is met de activiteiten van de stichting ook niet bekend. Er lijkt sprake van een schijnconstructie waarbij het bestuur door een onbekende derde wordt uitgeoefend, hetgeen ook bevestigd is door [belanghebbende 2] die met activiteiten of administratie van de stichting niet bekend is. Zoals blijkt uit het Politierapport hebben in de loop der jaren verschillende voertuigen op naam van [belanghebbende 1] geregistreerd gestaan, waaronder twee met ingebouwde verborgen ruimtes. Het is onduidelijk hoe deze voertuigen door [belanghebbende 1] zijn gefinancierd. Bij politiecontroles zijn in deze voertuigen steeds andere chauffeurs en inzittenden aangetroffen, veelal personen die voorkomen in de politiesystemen. Ook [belanghebbende 2] en [naam] worden in de politiesystemen vermeld. Voortzetting van [belanghebbende 1] zou, gelet op het voorgaande, niet leiden tot realisatie van de doelstelling. Wijziging van de doelstelling van de stichting komt evenmin in aanmerking en zal alleen de schijnconstructie in stand houden, in dat geval onder het mom van een andere doelomschrijving. Onder deze omstandigheden is ook aan de b-grond van artikel 2:301 lid 1 BW voldaan. Het OM verzoekt om benoeming van een vereffenaar als bedoeld in artikel 2:23 lid 2 BW opdat het eventueel aanwezige actief kan worden vereffend, en om deze benoeming uitvoerbaar bij voorraad te verklaren ex artikel 2:23 lid 3 BW. Het OM doet afstand van het recht om gehoord te worden voorzover ook [belanghebbende 2] (namens de stichting) geen gebruik maakt van de mogelijkheid om gehoord te worden.