Home

Rechtbank Amsterdam, 27-10-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6205, C/13/719539 / HA RK 22-191

Rechtbank Amsterdam, 27-10-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6205, C/13/719539 / HA RK 22-191

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27 oktober 2022
Datum publicatie
21 november 2022
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:6205
Zaaknummer
C/13/719539 / HA RK 22-191

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot verwijdering negatieve BKR-registratie.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/719539 / HA RK 22-191

Beschikking van 27 oktober 2022

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. S.A.L.L. Caris te Amsterdam,

tegen

de coöperatie

COOPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. M. van den Broek te Leiden.

Partijen worden hierna [verzoeker] en Rabobank genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het op 1 juli 2022 ingediende verzoekschrift, met bijlagen,

-

de tussenbeschikking van 28 juli 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,

-

het op 13 augustus 2022 ingediende verzoekschrift, met bijlagen en

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 14 september 2022 met de daarin genoemde (proces)stukken.

1.2.

Daarna is een datum voor beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

In 2003 heeft [verzoeker] met zijn toenmalig echtgenote ten behoeve van de aankoop van een woning een beleggingshypotheek (met contractnummer [nummer 1] ) afgesloten bij Rabobank. De financiering bedroeg € 475.000,-- tegen een vaste rente van 5,1% met een looptijd van tien jaar. Vanaf 2008 zijn achterstanden ontstaan in de betaling van de maandtermijnen. In oktober 2008 is het dossier vanwege de achterstanden in behandeling genomen door de afdeling bijzonder beheer van Rabobank. Daarna zijn betalingsachterstanden ontstaan in 2011, 2013, 2014, 2015 en 2016. Vanaf begin 2016 heeft [verzoeker] de maandtermijnen niet meer betaald. In de periode 2010-2017 is door schuldeisers van [verzoeker] meerdere keren (executoriaal of conservatoir) beslag gelegd op de woning. De woning is op 4 augustus 2020 verkocht voor een bedrag van € 570.000,--. Het volledige hypotheekbedrag en de rente zijn betaald aan Rabobank.

2.2.

Verder had [verzoeker] een betaalrekening met een doorlopend krediet (met contractnummer [nummer 2] ) bij Rabobank. In 2008 is op de betaalrekening een debetstand ontstaan. De debetstand heeft [verzoeker] in 2017 ingelopen waarna in 2018 opnieuw een debetstand is ontstaan, die vervolgens op 2 september 2021 is afgelost.

2.3.

Rabobank heeft de volgende bijzonderheidscodes (hierna ook wel de BKR-registraties) op naam van [verzoeker] laten registreren in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Krediet Registratie (BKR):

-

met betrekking tot de hypotheek: een achterstandscode op 1 april 2017, een 2-code op 16 november 2018 (hetgeen inhoudt dat sprake is van een opgeëiste vordering) en een einddatum op 4 augustus 2020.

-

met betrekking tot het doorlopend krediet: een achterstandscode op 1 maart 2008, een 2-code op 29 augustus 2018 en een einddatum op 2 september 2021.

2.4.

Op 28 april 2022 heeft [verzoeker] bij Rabobank een verzoek tot verwijdering van de BKR-registraties ingediend. Rabobank heeft dat verzoek op 23 mei 2022 afgewezen.

2.5.

[verzoeker] is samen met zijn zus aandeelhouder van diverse vennootschappen.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoekt, samengevat, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, Rabobank te veroordelen om de BKR-registraties te verwijderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de Rabobank in de proceskosten en nakosten.

3.2.

Aan het verzoek legt [verzoeker] artikel 21 lid 1 en artikel 6 lid 1 aanhef en onder f van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)1 ten grondslag. Hij stelt – kort gezegd – dat hij nu in een duurzaam financieel stabiele situatie verkeert. De oorzaak van de BKR-registratie met betrekking tot de hypotheek is al jaren geleden verholpen. De debetstand op de betaalrekening is ontstaan door onwetendheid en direct afgelost toen [verzoeker] daarvan op de hoogte raakte. Het doel dat met de registraties wordt beoogd, wordt niet meer gediend. Daarnaast zijn de registraties niet gerechtvaardigd gelet op de gevolgen daarvan voor [verzoeker] . Zijn vennootschappen kunnen geen langdurige financiering tegen een marktconform rentepercentage krijgen.

3.3.

Rabobank voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing