Rechtbank Amsterdam, 09-11-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6483, C/13/721571 / HA ZA 22-633
Rechtbank Amsterdam, 09-11-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6483, C/13/721571 / HA ZA 22-633
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 november 2022
- Datum publicatie
- 25 november 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:6483
- Zaaknummer
- C/13/721571 / HA ZA 22-633
Inhoudsindicatie
Incident tot onbevoegdheid - art. 7 lid 1 Brussel I bis - aansprakelijkheid bestuurder jegens vennootschap - overeenkomst (tot het verrichten van diensten) - plaats van uitvoering van overeenkomst.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/721571 / HA ZA 22-633
Vonnis in incident van 9 november 2022
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseressen in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
advocaat mr. M.N. van Dam te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] (Frankrijk),
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. M. Schimmel te Amsterdam.
Partijen worden hierna [eisers] (afzonderlijk: [eiser 1] en [eiser 2] ) en [gedaagde] genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit
- -
-
de dagvaarding van 16 juni 2022,
- -
-
de akte houdende overlegging van producties,
- -
-
de incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheidsverklaring, met producties,
- -
-
de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De feiten voor zover van belang in het incident
In december 2018 werd [gedaagde] in contact gebracht met [naam 1] en [naam 2] . [naam 1] en [naam 2] hadden het idee opgevat om een bedrijf op te richten dat zich zou richten op het ontwikkelen en exploiteren van een IT-platform waarop consumenten kunnen beleggen in effecten (hierna: het platform).
Op 7 juni 2019 hebben [naam 1] , [naam 2] en [gedaagde] voor de ontwikkeling van het platform [naam bedrijf 1] S.A.S. (hierna: [naam bedrijf 1] ), een in Parijs gevestigde vennootschap, opgericht. [gedaagde] werd enig bestuurder van [naam bedrijf 1] , en was uit dien hoofde verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het platform. Voor zijn werkzaamheden ontving [gedaagde] een vergoeding in de vorm van aandelen.
Op 6 januari 2020 heeft [naam 2] [eiser 2] opgericht. Daarbij werd [naam 2] als bestuurder aangesteld. [eiser 2] is een vennootschap die gevestigd is en kantoor houdt te Amsterdam. De statuten van [eiser 2] luiden, voor zover hier relevant:
“(..) Plaats van de vergadering
Artikel 6.3
1. Algemene vergaderingen worden gehouden in de gemeente waar de Vennootschap haar zetel heeft.
2. Onverminderd het vorige lid, kan een Algemene Vergadering elders – in of buiten Nederland – worden gehouden, mits alle Vergadergerechtigden hebben ingestemd met de plaats van de vergadering en de bestuurders voorafgaand aan de besluitvorming in de gelegenheid zijn gesteld om advies uit te brengen. (..)”
Op 9 januari 2020 is [eiser 1] (toen nog genaamd: [eiser 2] Management) opgericht door [eiser 2] . Daarbij werden [naam 2] , de heer [naam 3] en [gedaagde] aangesteld als bestuurders. [eiser 1] is gevestigd te Amsterdam. De statuten van [eiser 1] bevatten een gelijkluidende bepaling als de hiervoor weergegeven bepaling uit de statuten van [eiser 2] .
[eiser 1] is de vennootschap die het platform gaat aanbieden op de markt, en kwalificeert als zodanig als “instelling voor de collectieve belegging in effecten” (ICBE) in de zin van de Wet op het financieel toezicht. Om als ICBE actief te mogen zijn, is een vergunning vereist. [eiser 1] heeft in Nederland deze vergunning bij de Autoriteit Financiële Markten aangevraagd.
In het voorjaar van 2020 werd duidelijk dat voor de ontwikkeling van het platform meer tijd nodig was dan aanvankelijk was voorzien. Partijen hebben er in die periode voor gekozen om hun samenwerking te herstructureren. Daarbij zou [naam bedrijf 1] worden ondergebracht onder [eiser 2] , en zou [gedaagde] worden aangesteld als CEO van de [naam bedrijf 2] . Vanwege de uitbreiding van zijn verantwoordelijkheden en als erkenning voor zijn toegevoegde waarde aan de [naam bedrijf 2] zou [gedaagde] een groter aandelenpakket krijgen.
In augustus 2020 heeft [eiser 1] een uitgebreid Handboek met bestuursreglement opgesteld, één van de voorwaarden voor vergunningverlening. Artikel 15 van het bestuursreglement luidt:
“De vergaderingen van het Bestuur worden minimaal viermaal per jaar gehouden in Amsterdam.”
Bij brief van 11 februari 2021 heeft [eiser 1] geantwoord op vragen van de AFM in het kader van de vergunningaanvraag. Deze brief luidt, voor zover hier relevant, als volgt:
“(..) 11. Daarnaast blijkt uit het “Meldingsformulier benoeming” dat de heer [gedaagde] in Frankrijk woont, de heer [naam 2] woont in België en de heer [naam 3] woont in Nederland. Graag vernemen wij hoe [ [eiser 1] , rb] voldoet aan artikel 4:40 Wet op het financieel toezicht waarin staat dat de personen die het dagelijks beleid van een beheerder van een icbe met zetel in Nederland bepalen, hun werkzaamheden in verband daarmee verrichten vanuit Nederland.
Decision to be based in Amsterdam, the Netherlands
(..) Various considerations have been at the basis of the decision to locate the centre of the operations and potential growth in the Netherlands. The general infrastructure of the Netherlands has been favored to [eiser 2] ’s initiative:
The objectives of the Netherlands government to promote the establishment of FinTechs in a broad manner;
A stable legal and regulatory environment that is also recognized as such by market actors across the EU; (..)
A medium size home market with a high level of digitalization and retail customers that actively search for alternative financial service providers.
In addition, the founders and the directors of [ [eiser 1] , rb] have an active network in the Netherlands of persons with in-depth experience in the financial sector and industry in general and who support [ [eiser 1] ] in the set-up and – in future – the operation and expansion of [ [eiser 1] ]. All these factors have contributed to [ [eiser 1] ’s] decision to be based in Amsterdam (..).
Activities of collective board
The directors of [ [eiser 1] ] consequently will perform the major part of their activities in the Netherlands. The meetings of the Board of Directors will be held monthly in Amsterdam, at the premises of the company (once the Corona-crisis will have subdued). The daily policymaking activities are performed from the Netherlands. (..)
As per [ [eiser 1] ’s] business strategy and proposition, [eiser 1] launches its commercial activities in the Netherlands with a view of international expansion. (..)”
Op 14 april 2021 heeft [eiser 1] de vergunning van de AFM verkregen.
3 Het geschil
in de hoofdzaak
[eisers] vorderen – kort gezegd – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
-
voor recht te verklaren dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder van [eiser 2] en/of [eiser 1] onbehoorlijk heeft vervuld, waarmee hij persoonlijk ernstig verwiitbaar heeft gehandeld en hij jegens [eiser 2] en/of [eiser 1] aansprakelijk is voor de dientengevolge door [eiser 2] en/of [eiser 1] geleden en te lijden schade;
-
[gedaagde] te veroordelen tot vergoeding aan [eiser 2] van de schade (primair) ad € 1.113.225, of (subsidiair) op te maken bij staat en te vereffenen overeenkomstig het bepaalde in artikel 612 e.v. Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv) en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop de schade is geleden;
-
[gedaagde] te veroordelen tot vergoeding aan [eiser 1] van de schade (primair) ad € 5.780.000, of (subsidiair) op te maken bij staat en te vereffenen overeenkomstig het bepaalde in artikel 612 e.v. Rv en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop de schade is geleden;
-
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
[eisers] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] in de uitoefening van zijn taken ernstig tekortgeschoten is zodat hem een persoonlijk ernstig verwijt treft. Dit verwijt valt uiteen in twee onderdelen: I) [gedaagde] heeft zichzelf gepresenteerd als deskundig voor het opzetten van een IT-platform in de financiële sector, terwijl hij die deskundigheid niet heeft, en II) [gedaagde] heeft zijn medebestuurders moedwillig stelselmatig onjuist geïnformeerd over de voortgang van het IT-project.
[eisers] baseren de bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de vordering op [gedaagde] op artikel 7 lid 1 sub a van de Brussel I bis-Verordening1, onder verwijzing naar het Ferho/Spies-arrest (HvJEU 10 september 2015, zaak C-47/14, ECLI:EU:C:2015:574 (hierna: Ferho/Spies-arrest). Hiertoe voeren zij aan dat onbehoorlijke taakvervulling als een verbintenis uit overeenkomst kwalificeert. Op basis van artikel 7 lid 1 sub b is de rechtbank bevoegd van de plaats waar de ‘diensten’ volgens de overeenkomst uitgevoerd werden of hadden moeten worden. [eisers] zijn gevestigd te Amsterdam. Bovendien bepaalt het bestuurdersreglement van [eiser 1] dat de bestuurdersvergaderingen van [eiser 1] in Amsterdam worden gehouden.
[gedaagde] heeft in de hoofdzaak nog niet geantwoord.
in het incident
[gedaagde] vordert dat de rechtbank bepaalt dat zij geen rechtsmacht heeft, althans onbevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de proceskosten.
[gedaagde] legt aan zijn incidentele vordering ten grondslag dat “de plaats van dienstverstrekking” in dit geval gelegen is in Parijs, Frankrijk. Dit volgt in de eerste plaats uit de afspraken van partijen, en in het bijzonder het feit dat zij eerst het in Parijs gevestigde [naam bedrijf 1] hebben opgericht en [gedaagde] als bestuurder van [naam bedrijf 1] hebben aangesteld om toe te zien op de ontwikkeling van het platform door [naam bedrijf 1] . Dit volgt daarnaast ook uit de statuten en andere documenten, en uit de feitelijke plaats van uitvoering. De rechtbank Amsterdam kan daarom niet aan artikel 7 lid 1 van de Brussel I bis-Verordening, noch aan ander artikel van die verordening, haar bevoegdheid ontlenen.
[eisers] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van [eisers] in de proceskosten in het incident.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.