Home

Rechtbank Amsterdam, 14-09-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8856, C/13/707429 / HA ZA 21-835

Rechtbank Amsterdam, 14-09-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8856, C/13/707429 / HA ZA 21-835

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14 september 2022
Datum publicatie
21 juli 2025
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:8856
Zaaknummer
C/13/707429 / HA ZA 21-835

Inhoudsindicatie

Geschil over de vraag of de overdracht van bekistings- en steigermaterialen van aannemer ongeldig is, omdat deze overdracht in strijd is met het bepaalde in artikel 3:84 lid 3 BW (ook wel het fiduciaverbod genoemd).

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/707429 / HA ZA 21-835

Vonnis van 14 september 2022

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWBEDRIJF DE LANGE-VAN DER PLAS B.V.,

gevestigd te Katwijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITZENDBUREAU MEN AT WORK B.V.,

gevestigd te Katwijk,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. D.A. Beck te Leiden,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

SOCIETÀ PER AZIONI (SPA)(ITALIË) RIZZANI DE ECCHER,

gevestigd te Udine (Italië),

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.J. Roozekrans te Amsterdam.

Partijen zullen hierna De Lange en MaW en gezamenlijk De Lange c.s. en Rizzani genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het vonnis in incident van 2 februari 2022, en de daarin genoemde processtukken;

-

het tussenvonnis van 1 juni 2022, en de daarin genoemde processtukken;

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 15 juli 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Rizzani is hoofdaannemer van het bouwproject Y-Towers Project Amsterdam (hierna: project Y-Towers), een groot vastgoedproject aan het IJ.

2.2.

Op 23 april 2020 hebben Rizzani en Holland Steiger Verhuur B.V. (hierna: HSV) een Subcontract Agreement gesloten met betrekking tot de betonwerkzaamheden voor het project Y-Towers. De door HSV uit te voeren betonwerkzaamheden waren opgedeeld in drie fases.

2.3.

Op 24 april 2020 hebben Rizzani en HSV een Supply Agreement gesloten met betrekking tot de bekistings- en steigermaterialen (door partijen ook aangeduid als formworks) die nodig waren voor de uitvoering van project Y-Towers. De overeengekomen prijs voor de materialen voor de eerste fase (Basement) is € 729.021,20. In de Supply Agreement is voorts opgenomen dat het eigendom van de materialen overgaat op Rizzani op het moment van ontvangst van de materialen op de bouwplaats.

2.4.

Daarnaast hebben Rizzani en HSV, ook op 24 april 2020, een Side Letter getekend. Daarin is, voor zover relevant, opgenomen:

“1. The amounts paid by the Contractor [Rizzani, rb] under the Supply Agreement are a payment for the formworks listed in the Supply Agreement as received at Site and are an advance payment for the Subcontract Works to be carried out by the Subcontractor [HSV, rb] under the Subcontract. The advance payment guarantee customarily required to cover an advance payment will be replaced by the transfer of ownership of the formworks listed in the Supply Agreement;

2. Ownership of the formworks listed in the Supply Agreement as received at Site will be of the Contractor until completion of the Works or unless the Contractor exercises its right to demand a buy-back to the Subcontractor as better defined below;

(...)

4. The value of the formworks under the Supply Agreement is as follow:

a. The formworks for the BASEMENT are worth 729.021,20 EUR (...)

(...)

5. We hereby confirm and agree that the Contractor, for the entire duration of the Subcontract Works and for a period of 1 (one) year thereafter, shall have an absolute right at its discretion to demand to the Subcontractor that the Subcontractor purchases back the Formworks bought by the Contractor under the Supply Agreement, in whole or in part, for the same value as the Formworks have been sold to the Contractor by the Subcontractor under the Supply Agreement, and the Subcontractor is obliged to buy them back and shall have no right to refuse or raise any objection in any case whatsoever (the “Buy Back”).

6. For the sake of clarity and in consideration that the purchase of the Formworks under the Supply Agreement is an advance payment for the purposes of the Subcontract Works, the Buy Back shall be of the same value of the amount paid by the Contractor under the Supply Agreement for the Formworks notwithstanding any wear and tear, usage, handling, damage and/or state of the Formworks at the time the Buy Back is exercised by the Contractor. (...)

(...)

10. Notwithstanding anything to the contrary in the Agreements and/or the Side Letter, or the fact that the Formworks will become property of the Contractor once they reach the Site, the Formworks shall always be under the full responsibility of the Subcontractor in terms of care, loading, unloading, storing, handling, transport, assembly, disassembly, installation, testing, inspection, maintenance and cleaning in accordance with the best practice. (...)

11. The Subcontractor represents and warrants to the Contractor that the Formworks are bought by the Contractor under the Supply Agreement only as a guarantee of the advance payment in lieu of an advance payment guarantee. (...)”

2.5.

Op 12 oktober 2020 hebben De Lange c.s. en HSV twee overeenkomsten van geldlening gesloten: een overeenkomst waarbij De Lange een bedrag van € 150.000,- aan HSV heeft geleend en een overeenkomst waarbij MaW een bedrag van € 177.771,18 aan HSV heeft geleend.

2.6.

Tot zekerheid voor de terugbetaling van deze leningen heeft HSV, door middel van drie onderhandse geregistreerde pandaktes van 12 oktober 2020, aan De Lange c.s. pandrechten verstrekt op alle bekistings- en steigermaterialen van HSV die aanwezig zijn op de locatie van project Y-Towers.

2.7.

Bij brief van 25 maart 2021 heeft De Lange HSV bericht dat de door De Lange aan HSV verstrekte geldlening, als gevolg van de opzegging van de Subcontract Agreement door Rizzani, direct opeisbaar is. Ook heeft De Lange aangekondigd dat zij, op grond van artikel 3:237 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW), zal overgaan tot het in haar macht brengen van de bekistings- en steigermaterialen die aanwezig zijn op de locatie van project Y-Towers.

2.8.

In de brief van 30 maart 2021 heeft De Lange c.s. Rizzani geïnformeerd dat zij een pandrecht heeft op de bekistings- en steigermaterialen en aangekondigd dat zij voornemens is om de verpande zaken in vuistpand te nemen.

2.9.

Rizzani heeft hierop gereageerd bij brief van 2 april 2021. In deze brief schrijft Rizzani aan De Lange c.s. dat zij eigenaar is van de bekistings- en steigermaterialen die aanwezig zijn op de bouwplaats.

2.10.

Op 4 juni 2021 hebben HSV en De Lange c.s. nogmaals, maar nu bij notariële aktes, pandrechten gevestigd op de bekistings- en steigermaterialen van HSV die aanwezig zijn op de locatie van project Y-Towers.

2.11.

Vervolgens heeft De Lange c.s. op 25 juni 2021 – nadat eerst door de deurwaarder was geprobeerd om de verpande zaken in vuistpand te nemen – executoriaal derdenbeslag gelegd ten laste van HSV onder Rizzani. Het beslag is gelegd op alle gelden, geldswaarden, vorderingen en/of goederen van HSV die Rizzani onder zich heeft en/of uit een bestaande rechtsverhouding zal verkrijgen, meer in het bijzonder (maar niet uitsluitend) de (verpande) steigers, steigeronderdelen en het bekistingsmateriaal dat aanwezig is op de locatie van de constructie van project Y-Towers.

2.12.

Bij e-mail van 30 juni 2021 heeft de advocaat van Rizzani aan de advocaten van De Lange c.s. geschreven dat de bekistings- en steigermaterialen door HSV aan Rizzani zijn verkocht en overgedragen, voordat de pandrechten ten gunste van De Lange c.s. zijn gevestigd.

2.13.

In de verklaringen derdenbeslag van 5 juli 2021 heeft Rizzani verklaard dat zij nu of in de toekomst niets aan HSV verschuldigd is op grond van een nu bestaande overeenkomst of andere verplichting.

2.14.

In de brief van 26 juli 2021 van de advocaat van De Lange c.s. aan de advocaat van Rizzani heeft De Lange c.s. zich op het standpunt gesteld dat er geen geldige eigendomsoverdracht van de bekistings- en steigermaterialen aan Rizzani heeft plaatsgevonden.

3 Het geschil

3.1.

De Lange c.s. vordert (samengevat, voor het geval Rizzani in het geding verschijnt):

I. voor recht te verklaren dat de door Rizzani afgelegde derdenverklaringen op juiste gronden door De Lange c.s. zijn betwist;

II. Rizzani in de gelegenheid te stellen alsnog in rechte verklaringen af te leggen van hetgeen zij van HSV onder zich heeft of aan HSV verschuldigd is of zal zijn vanaf de datum van het beslag, en

a. primair, indien Rizzani verklaringen heeft afgelegd en deze door De Lange c.s. zijn goedgekeurd, of indien door de rechter is bepaald wat Rizzani onder zich heeft of verschuldigd is aan HSV, Rizzani bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om zodanige gelden, geldswaarden en/of goederen binnen een maand na betekening van het vonnis aan de deurwaarder af te geven, met, indien van toepassing, veroordeling van Rizzani in de kosten van de verbetering van de verklaring;

b. subsidiair, indien Rizzani in gebreke blijft verklaringen te doen, Rizzani bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot voldoening van het bedrag van de vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd, met rente en kosten, als ware zij daarvan zuiver schuldenaar;

III. veroordeling van Rizzani in de proceskosten.

3.2.

De Lange c.s. legt aan deze vorderingen het volgende ten grondslag. De door Rizzani afgelegde verklaringen derdenbeslag voldoen niet aan de in de artikelen 476a lid 2 en 476b lid 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) gestelde eisen. Rizzani heeft bij haar verklaringen immers geen toelichting gegeven, en de verklaringen zijn niet onderbouwd met bescheiden. Bovendien zijn de door Rizzani afgelegde verklaringen onjuist. Rizzani heeft namelijk bekistings- en steigermaterialen onder zich waarvan HSV eigenaar is. De gestelde overdracht van de materialen aan Rizzani is in strijd met artikel 3:84 lid 3 BW, en daarmee ongeldig.

3.3.

Rizzani voert verweer. In de eerste plaats voert zij als verweer aan dat De Lange c.s. niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, omdat de vervaltermijn uit artikel 477a lid 2 Rv is overschreden. Verder betwist Rizzani dat de verklaringen derdenbeslag niet aan de wettelijke eisen voldoen en dat de verklaringen onjuist zijn. Ook betwist zij dat de overdracht van de bekistings- en steigermaterialen in strijd is met artikel 3:84 lid 3 BW. Indien de overdracht toch ongeldig was, dan beroept Rizzani zich op haar retentierecht.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Rizzani vordert (samengevat):

I. het ten laste van Rizzani gelegde derdenbeslag met onmiddellijke ingang op te heffen;

II. De Lange c.s. te verbieden om nieuwe beslagen op de formworks en/of ten laste van Rizzani te leggen van welke aard dan ook, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor elke overtreding van dit verbod en € 10.000,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt;

III. hoofdelijke veroordeling van De Lange c.s. in de proceskosten, met de wettelijke rente hierover.

3.6.

De Lange c.s. voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing