Rechtbank Amsterdam, 02-03-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:945, C/13/698453 / HA ZA 21-230
Rechtbank Amsterdam, 02-03-2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:945, C/13/698453 / HA ZA 21-230
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 maart 2022
- Datum publicatie
- 18 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:945
- Zaaknummer
- C/13/698453 / HA ZA 21-230
Inhoudsindicatie
Bank wenst niet langer bankrekeningen aan trustkantoren aan te bieden. Eerder zijn de bancaire diensten aan trustdoelvennootschappen al geëindigd. Bank heeft geen individuele belangenafweging gemaakt, maar legt slechts algemene (categoriale) bezwaren ten aanzien van de trustsector als geheel aan de opzegging ten grondslag. Categoriale opzegging is in strijd met zorgplicht. Bijzondere omstandigheden, want trustkantoor kan bij geen andere bank rekeningen openen. Onderneming kan niet zonder bankrekening bestaan. Nadere bezwaren ten aanzien van dit individuele trustkantoor onvoldoende zwaarwegend. Bank moet dienstverlening voortzetten voor onbepaalde tijd. Afwijzing verzoek stellen prejudiciële vragen m.b.t. mogelijkheid om relatie onder alle omstandigheden te mogen beëindigen als opzegtermijn lang genoeg is.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/698453 / HA ZA 21-230
Vonnis van 2 maart 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CIS MANAGEMENT B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. M. Goorts te Eindhoven,
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. R.P. Raas te Amsterdam.
Partijen zullen hierna CIS en ING genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 22 september 2021
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 13 januari 2022 en de daarin genoemde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
CIS is een trustkantoor dat sinds 22 oktober 2013 beschikt over een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB) op grond van (thans) de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt).
ING is een Nederlandse (systeem)bank.
Sinds 2011 houdt CIS bij ING drie bankrekeningen aan, een eurorekening, een Amerikaanse dollarrekening en een zakelijke spaarrekening. Daarnaast houdt CIS sinds 2017 ook een Russische roebelrekening aan bij ING. Op de relatie tussen CIS en ING zijn de Algemene Bankvoorwaarden en de Voorwaarden Zakelijke Rekening van toepassing.
Bij brief van 12 december 2019 heeft ING CIS kort gezegd medegedeeld dat zij na een zorgvuldige afweging van alle belangen besloten heeft de relaties met trustkantoren te beëindigen. Achtergrond hiervoor is “dat hier voor de bank inherent hogere operationele, juridische en reputationele risico’s aan verbonden zijn dan aan bancaire dienstverlening aan bedrijven uit andere sectoren.”De relatie met CIS wordt, aldus de brief, op grond van artikel 7.3 van de Voorwaarden Zakelijke Rekening en op grond van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden per 1 juni 2020 beëindigd. CIS stelt overigens deze brief niet te hebben ontvangen, omdat die aan haar oude adres is geadresseerd.
Bij brief van 10 april 2020 heeft ING CIS kort gezegd medegedeeld dat beëindiging van de bankrelatie, zoals aangekondigd bij brief van 12 december 2019, vanwege de impact die de Coronacrisis mogelijk heeft op CIS met drie maanden, dus tot 1 oktober 2020, zal worden uitgesteld. ING heeft deze brief wel naar het juiste adres (Strawinskylaan 613 te Amsterdam) gestuurd. CIS stelt ook deze brief niet te hebben ontvangen.
Bij brief van 24 april 2020 heeft ING (in reactie op een brief van CIS) aan CIS geschreven dat ING gelet op het effect van de Coronacrisis op CIS heeft besloten om de beëindiging van de bancaire relatie uit te stellen tot 1 oktober 2020:
“(...) The blocking by ING of the accounts of CIS Management may refer to the fact that ING has decided - after care consideration - to terminate the relationship with trust offices of which we informed the trust offices by a letter dated 12 December 2019.
In this Termination Letter, ING informed the trust offices that the bank accounts and the related bank services will be closed as per the Termination Date on 1 June 2020. Due to the impact that the Corona crisis has or will have on CIS Management, ING has decided to postpone the termination of the banking relationship by four months until October 1, 2020. (...)”
Op 13 oktober 2020 ontdekte CIS dat haar bankrekeningen op 7 oktober 2020 waren geblokkeerd. Nadat CIS hierover navraag deed bij ING zijn haar kopieën van de brieven van 12 december 2019 en 10 april 2020 toegestuurd.
Bij brief van 14 oktober 2020 heeft de raadsman van CIS ING gesommeerd de dienstverlening aan CIS voor onbepaalde tijd voort te zetten, althans tot het moment dat CIS nieuwe bankrekeningen heeft kunnen openen bij een respectabele bank in de SEPA-zone, althans tot 1 oktober 2022.
Op 16 oktober 2020 heeft ING bericht om in afwachting van haar definitieve beslissing de eurorekening van CIS te heropenen.
Op 19 oktober 2020 heeft de raadsman van CIS bericht dat CIS niet akkoord gaat met deze tijdelijke oplossing en is ING een kort geding in het vooruitzicht gesteld. Naar aanleiding hiervan heeft ING toegezegd de eurorekening tot 1 juni 2021 geopend te houden.
Bij brief van 27 oktober 2020 heeft de raadsman van ING toegezegd alle vier de rekeningen te heropenen en geopend te houden tot 1 juli 2021 en deze termijn met drie maanden te verlengen (dus tot 1 oktober 2021) indien CIS kan aantonen dat zij naar beste kunnen heeft geprobeerd elders een bankrekening te openen. Bij brief van 2 november 2020 heeft de raadsman van CIS dit van de hand gewezen.
Bij vonnis van 1 december 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank ING geboden om alle vier de bankrekeningen open te houden totdat in onderhavige procedure is beslist.
3 Het geschil
CIS vordert het volgende:
I. te verklaren voor recht dat ING bij de opzegging van de bancaire relatie met CIS in strijd heeft gehandeld met haar zorgplicht, althans dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is;
II. te verklaren voor recht dat ING tekort is geschoten jegens CIS, althans onrechtmatig handelt jegens CIS en dus aansprakelijk is voor de schade die CIS lijdt, heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van deze tekortkoming, casu quo deze onrechtmatige daad;
III. ING te gebieden om haar dienstverlening aan CIS, onder de overeengekomen voorwaarden, voort te zetten:
(i) primair: voor onbepaalde tijd;
(ii) subsidiair: totdat CIS (een) nieuwe bankrekening(en) heeft geopend bij een
Nederlandse bank of een in Nederland actieve bank, tegen redelijke en commerciële voorwaarden;
(iii) meer subsidiair: in ieder geval tot 5 (vijf) jaar na het in deze procedure te wijzen vonnis;
IV. met veroordeling van ING in de kosten van dit geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
in reconventie
ING vordert het volgende:
( i) verklaring voor recht dat ING rechtsgeldig de overeenkomst met CIS heeft opgezegd;
(ii) verklaring voor recht dat alle overeenkomsten tussen ING en CIS rechtsgeldig zijn opgezegd met ingang van 1 oktober 2021;
(iii) verklaring voor recht dat ING onder alle omstandigheden met CIS kan opzeggen met inachtneming van een termijn van één jaar, althans twee jaren, althans een door de rechtbank te bepalen termijn;
(iv) verklaring voor recht dat CIS onrechtmatig jegens ING heeft gehandeld door het afdwingen van nakoming van het kort geding vonnis van 1 december 2020;
( v) CIS te veroordelen tot betaling aan ING van alle geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
(vi) CIS te veroordelen in de proceskosten in reconventie en in de nakosten, beiden te vermeerderen met de wettelijke rente.
Daarnaast verzoekt ING de rechtbank de volgende prejudiciële vragen te stellen:
A. Heeft een bank de bevoegdheid om een bancaire relatie op te zeggen, op grond van een besluit om de dienstverlening aan een bepaalde klantgroep te staken in verband met de integriteitsrisico’s die die klantgroep met zich meebrengt, indien partijen een algemene opzeggingsbevoegdheid zijn overeengekomen?
B. indien het antwoord op vraag A. niet onverkort bevestigend luidt, onder welke voorwaarden/omstandigheden heeft en bank wel de bevoegdheid een bancaire relatie op te zeggen op grond van een dergelijk besluit?
C. indien het antwoord op vraag A. niet onverkort bevestigend luidt, welke opzegtermijn dient een bank te hanteren om alsnog onder alle omstandigheden uitvoering te kunnen geven aan een besluit om de dienstverlening aan een bepaalde klantgroep te staken, indien partijen een algemene opzeggingsbevoegdheid zijn overeengekomen?