Home

Rechtbank Amsterdam, 10-05-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3330, C/13/732960 / KG RK 23-738 en C/13/732972 / KG RK 23-739

Rechtbank Amsterdam, 10-05-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3330, C/13/732960 / KG RK 23-738 en C/13/732972 / KG RK 23-739

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10 mei 2023
Datum publicatie
21 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:3330
Zaaknummer
C/13/732960 / KG RK 23-738 en C/13/732972 / KG RK 23-739

Inhoudsindicatie

Twee pandhouders op een voorraad sportkleding van failliete groepsvennootschappen hebben elk een verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW ingediend tot onderhandse verkoop. De verzoekschriften zijn gezamenlijk behandeld.

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rekestnummer: C/13/732960 / KG RK 23-738 HH/CB en

zaaknummer / rekestnummer: C/13/732972 / KG RK 23-739 HH/CB

Beschikking van 10 mei 2023

in de zaak met nummers C/13/732960 / KG RK 23-738 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURETCO FINANCIAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Hoevelaken, gemeente Nijkerk,

verzoekster ,

advocaat mr. B. Vermue te Tilburg,

en als belanghebbenden

1 de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, 2. MR. R.J.R.M. DE BOK, in zijn hoedanigheid van curator van de navolgende vennootschapen:

2.1

Tussenholding Gebroeders Wijtman B.V.

2.2

WM Sport B.V.

2.3

WRG B.V.

2.4

Pijnacker Sport B.V.

2.5

Berkel Sport B.V.

2.6

WRG Sporting B.V.

2.7

WRG Sport B.V.

2.8

Hoogvliet Sport B.V.

2.9

React Sports B.V.

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REACT SPORTS DELFT B.V.

gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SECUTEX SPORT MEDICAL CARE B.V.

gevestigd te Rotterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEMAMIEL ASSETS B.V.,

gevestigd te Klundert, gemeente Moerdijk,

advocaat mr. P.J. Passenier te Utrecht,

6. de vennootschap naar buitenlands recht

NEEL B.V. BVBA,

gevestigd te Rotterdam,

advocaat mr. P.J. Passenier te Utrecht,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOT(JE) HOLDING B.V.

gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,

Verzoekster in dit verzoek zal hierna EFS worden genoemd en belanghebbende sub 1 ING, belanghebbende sub 2 de curator, belanghebbende sub 5 LMME, belanghebbende sub 6 Neel en belanghebbende sub 7 Mot(je).

en in de zaak met nummers C/13/732972 / KG RK 23-739 van

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

en als belanghebbenden

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURETCO FINANCIAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Hoevelaken, gemeente Nijkerk,

advocaat mr. B. Vermue te Tilburg,

2. MR. R.J.R.M. DE BOK, in zijn hoedanigheid van curator van de navolgende vennootschapen:

2.1

Tussenholding Gebroeders Wijtman B.V.

2.2

WM Sport B.V.

2.3

WRG B.V.

2.4

Pijnacker Sport B.V.

2.5

Berkel Sport B.V.

2.6

WRG Sporting B.V.

2.7

WRG Sport B.V.

2.8

Hoogvliet Sport B.V.

2.9

React Sports B.V.

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REACT SPORTS DELFT B.V.

gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SECUTEX SPORT MEDICAL CARE B.V.

gevestigd te Rotterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEMAMIEL ASSETS B.V.,

gevestigd te Klundert, gemeente Moerdijk,

advocaat mr. P.J. Passenier te Utrecht,

6. de vennootschap naar buitenlands recht

NEEL B.V. BVBA,

gevestigd te Rotterdam,

advocaat mr. P.J. Passenier te Utrecht,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MCGR HOLDING INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

Verzoekster in dit verzoek zal hierna ING worden genoemd en belanghebbende sub 1 EFS, belanghebbende sub 2 de curator, belanghebbende sub 5 LMME, belanghebbende sub 6 Neel en belanghebbende sub 7 MCGR.

1 De procedure

1.1.

EFS en ING hebben op 26 april 2023 elk een verzoekschrift op de voet van artikel 3:251 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) met producties ingediend.

De verzoeken zijn gezamenlijk behandeld op 4 mei 2023.

ING verweert zich tegen het verzoek van EFS en heeft verzocht om haar verzoekschrift ook te beschouwen als een verweerschrift in die procedure.

EFS, Neel en LMME verweren zich tegen het verzoek van ING. Zowel EFS als Neel en LMME hebben in dat verzoek een verweerschrift ingediend

Ook de curator heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling stukken ingediend.

Partijen hebben hun standpunten op de mondelinge behandeling nader uiteengezet, EFS en ING onder overlegging van een pleitnota.

De processtukken die zijn overgelegd worden geacht te zijn overgelegd in beide verzoekschriftprocedures.

1.2.

Op de mondelinge behandeling zijn – voor zover van belang – verschenen:

- [naam 1] , manager kredietbeheer, met mr. Vermue en

mr. G.R.M.H. Burgers, namens EFS;

-

[naam 2] , bedrijfsjurist, [naam 3] en [naam 4] , financial risk officers, met mr. M.A. Algra, advocaat, namens ING;

-

de curator mr. De Bok en mr. A. Beneder;

-

mr. Passenier, namens Neel en LMME;

-

[naam 5] , bestuurder, namens Mot(je) en belanghebbenden sub 3 en 4;

-

[naam 6] namens MCGR.

2 De feiten

2.1.

Belanghebbenden sub 2.1-2.9, 3 en 4 (hierna gezamenlijk: de TGW-groep) exploiteren sportwinkels. ING heeft aan de TGW-groep een krediet verstrekt. In elk geval tot 1 augustus 2021 werd voorraad ingekocht door Tussenholding Gebroeders Wijtman B.V. Zij gaf de voorraad op haar beurt in consignatie aan vennootschappen van de TGW-groep. Ter zekerheid van terugbetaling van het krediet had ING een eerste pandrecht op de voorraad (hierna: de oude voorraad).

2.2.

Vanaf 1 augustus 2021 geschiedt de inkoop van de TGW-groep door LMME. De TGW-groep bestelt voorraden bij aangesloten leveranciers van EFS. EFS betaalt de facturen en brengt dit vervolgens in rekening bij LMME. LMME levert de voorraad op haar beurt ‘door’ aan de vennootschappen van de TGW-groep. Op grond van de tussen partijen gesloten (basis)overeenkomst is de TGW-groep hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de facturen. Controle vindt plaats doordat de TGW-groep zelf de mogelijkheid heeft om betaling van een bepaalde post te ‘blokkeren’ als zij het daarmee niet eens is, bijvoorbeeld bij onjuiste of onvolledige leveringen. Deze ‘geblokkeerde’ facturen maken – totdat de betreffende vennootschap het geschil met diens leverancier heeft opgelost – onderdeel uit van de vordering van EFS. Ter zekerheid van de betalingen van de facturen door LMME is ten behoeve van EFS een eerste pandrecht op de voorraad (hierna: de nieuwe voorraad) gevestigd.

2.3.

Neel heeft een geldlening en een krediet verstrekt aan LMME. Ter zekerheid van de terugbetaling daarvan is door LMME ten behoeve van Neel een (tweede) pandrecht op de nieuwe voorraad gevestigd.

2.4.

ING heeft geen bancaire relatie met LMME, wel met de TGW-groep. Op het moment dat de nieuwe voorraad door LMME aan een vennootschap uit de TGW-groep wordt geleverd, ontstaat voor ING een (derde) pandrecht op de nieuwe voorraad.

2.5.

Begin maart 2023 zijn 9 vennootschappen van de TGW-groep failliet verklaard met aanstelling van mr. De Bok als curator.

2.6.

EFS heeft per 21 april 2023 een vordering van in totaal € 604.232,-- op LMME (hoofdsom € 563.455,04, waarvan € 93.751,55 ‘geblokkeerde facturen’,

€ 5.649,59 aan rente en € 35.127,40 aan incasso- en executiekosten). De vordering ter zake de ‘geblokkeerde facturen’ is inmiddels opgelopen met een bedrag van

€ 62.367,06.

2.7.

Neel heeft per 24 maart 2023 een vordering van € 688.612,98 op LMME.

LMME heeft op haar beurt een vordering op de TGW-groep van ongeveer

€ 637.861,--.

2.8.

ING heeft per 5 april 2023 een vordering van € 637.121,29 op de TGW-groep.

2.9.

De inkoopwaarde van de nieuwe voorraad bedroeg per 24 maart 2023

€ 1.116.509,--.

2.10.

In opdracht van ING heeft het Nederlands Taxatie & Adviesburo (NTAB) op 15 maart 2023 een taxatierapport opgesteld. Daarin is de liquidatiewaarde van de gehele voorraad gewaardeerd op een bedrag van € 735.000,--.

In aanvulling hierop is op 26 april 2023 de marktwaarde van de nieuwe voorraad gewaardeerd op een bedrag van € 390.000,-- en de liquidatiewaarde van die voorraad op € 330.000,--.

3 Het verzoek van EFS

4 Het verweer en het verzoek van ING

5 Het verweer tegen het verzoek van ING

6 De beoordeling

7 De beslissing